VN Mediagids‘Hoe strenger hoe beter’

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving 16.11.2011

Door Anja Sligter

De schoolprestaties van de Marokkaanse jongens die deelnemen aan het Futsal Chabbab-project in Nijmegen gingen met een punt gemiddeld omhoog. Tijd om Ede te veroveren.

Afbeelding bij ‘Hoe strenger hoe beter’

Als een veer springt hij op van de houten bank en holt naar het midden van de zaal. 'Boys, boys. Niet steggelen,' roept hij. De twintig Marokkaanse jongens die hem net nog vrolijk een hand gaven, groeperen bedremmeld om hem heen. 'Deze oefening is voor jezelf. Als je steggelt, kom je niet verder. Jij niet, je team niet.'

'Dat moest even,' verontschuldigt Saïd Achouitar (28) zich terwijl hij weer gaat zitten naast hun BlackBerry's. Ondertussen draven de jongens met hun opgeschoren, ravenzwarte koppies met nog meer overgave heen en weer. Het ritueel ('boys, boys') zal zich nog een paar keer herhalen tijdens deze zaalvoetbaltraining die door twee jongerenwerkers in gymzaal Maanderend in Ede-Zuid wordt gegeven.

Saïd kijkt toe, hij traint de trainers, althans, dat is de bedoeling. Maar de Marokkaan met zijn pet en licht loensende ogen kan het niet laten. Als nummer 14 zijn medespeler uitscheldt en eruit wordt gestuurd, spurt Saïd hem achterna naar de kleedkamer. Omstandig legt de jongen uit wat zijn medespeler fout deed. Saïd toont begrip voor de frustratie van de getalenteerde jongen, tevens de grootste lastpost van de groep. 'Je kunt twee dingen doen als iemand een fout maakt: boos worden of accepteren dat het bij voetbal hoort. Waarmee denk je dat je jouw doel bereikt?' De jongens mogen elkaar niet afkraken van Saïd, alleen 'positief coachen'.

Huiswerkbegeleiding
Structuur, duidelijkheid, hardheid afgewisseld met een lach en een opvoedend onderonsje. Het zijn de handelsmerken van Saïd Achouitar. Daarmee haalde hij tien jaar geleden in Nijmegen jongens van de straat. Hij speelde toen zelf nog zaalvoetbal op 'niveau' en leerde op zondag zijn broertjes en neefjes de beginselen. Saïd: 'Al gauw kon ik zaterdags niet meer uit, want zondagochtend stonden er dertig jongetjes voor mijn deur.'

Ze verveelden zich en hadden er alles voor over om mee te mogen doen. Dat bood Saïd een ingang om er 'van alles aan vast te plakken'. Hij wilde hun rapporten zien en regelde voor de zwakke leerlingen huiswerkbegeleiding. Vernam hij dat iemand zich ergens misdroeg, dan mocht die jongen voor straf niet meetrainen.

Zaalvoetbal in andere wijken volgde en al gauw kon hij het niet meer alleen aan. De oudste jongens werden zijn trainers. Zij haalden het KNVB-zaalvoetbalcertificaat en vormden het middenkader. Het werd een project. Met hulp van stagiaires van sportopleidingen voor het regelwerk en geld van corporaties en gemeente, veroverde stichting Futsal Chabbab (zaalvoetbal) vijf wijken in Nijmegen. De schoolprestaties van de deelnemende jongeren gingen hier gemiddeld met een punt omhoog. Saïds missie is pas geslaagd als zij hun diploma halen.

Lakmoesproef
Intussen is de zelfbedachte methode-Saïd door Richard Sleegers, docent pedagogiek van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen, op papier gezet. Kennisinstituut Nicis wil de methode binnenkort presenteren tijdens een bijeenkomst van de grootste steden. Saïd is ervan overtuigd dat hij de sleutel in handen heeft voor 'problemen met de jongens van de straat'. Maar is dat zo?

De lakmoesproef vindt plaats in Ede, een van de 22 gemeenten die kampen met een 'Marokkanenprobleem'. In de wijk Veldhuizen gold tot voorjaar 2010 zelfs een samenscholingsverbod. De tegenstellingen tussen allochtonen en autochtonen zijn in deze regio groter dan elders, concludeerden onderzoekers van IVA beleidsonderzoek en advies in het rapport Eigenheid of eigenzinnigheid (2009). Er is nauwelijks contact tussen de van oorsprong streng gereformeerde bevolking in en rond Ede (ruim vijfenzestigduizend inwoners) en de drieduizend leden tellende Marokkaanse gemeenschap op de Veluwe. Men leeft voornamelijk in eigen kring.

Saïd is voor een jaar binnengehaald voor de opkomende probleemwijken Maandereng en Rietkampen. Onder auspiciën van Sportservice en welzijnsorganisatie Welstede instrueert Saïd twee Marokkaanse jongerenwerkers, Bilal el Hassnaoui en Farid Chahbari. Waar in Nijmegen de organisatie van onderaf met vrijwilligers is gegroeid, wordt hier topdown met betaalde krachten gewerkt. Het is de bedoeling dat wanneer het fundament is gelegd, andere wijken zullen volgen.

Chantagemiddel
Het eerste punt is binnen. 'Wij hebben ons doel voor dit jaar bereikt. Er zitten veertig jongens op zaalvoetbal én huiswerkbegeleiding. Er is nog niemand afgehaakt,' zegt Saïd. Aanvoerder Anan (14), een dikkige jongen met een grote lach, wist aanvankelijk niet dat hij ook op huiswerkbegeleiding moest toen hij bij de moskee voor het project werd gevraagd, maar vindt dat 'helemaal niet erg'. Dat geldt ook voor de moeders van veel jongens. Ilias (15): 'Mijn moeder vraagt nooit hoe het was op de training, alleen hoe het was bij de huiswerkbegeleiding.' Hun cijfers zijn omhooggegaan.

Belangrijker voor Anan is dat de saaiheid voorbij is. 'Elke dag had dezelfde route. Je ging naar school, kwam thuis, zat op de bank en ging naar buiten. Nu is er voetbal.' In ruil daarvoor wil hij zich wel netjes gedragen. Of zoals hij het zelf verwoordt: 'Als je kan worden geschorst, denk je niet meer aan kattenkwaad.' De twee dromen van een voetbalcarrière, maar als eerste willen ze de jongens van Veldhuizen inmaken 'met hun grote mond'.

In de methode van Saïd worden voorwaarden en eisen gesteld, het gaat in feite om belonen en straffen met voetbal als chantagemiddel. Saïd lacht: 'Ja, we vragen veel, maar we geven ook veel. We spelen in op hun behoefte en gebruiken dat voor een extra stukje opvoeding.'

Dat gaat gepaard met een verrassende strengheid. Geluier of geklets wordt niet getolereerd. 'Wie niet aan de bal is, moet zich opdrukken,' roept Bilal. De jongen die op de deur klopt, is te laat en mag er niet meer in. Afspraak is afspraak. Jongens die hun blauwe tenue niet aanhebben, mogen de volgende keer niet meer meedoen. 'Geen smoesjes dat het nog in de wasmachine zat, het is je eigen verantwoordelijkheid,' preekt Farid.

Die strengheid is voor Anan geen punt: 'Hoe strenger hoe beter.' De jongens accepteren alles voor de heilige graal van de sport. Daarin zoeken zij hun zelfrespect. In de zaal kan iedereen precies vertellen waarom juist Marokkanen de betere spelers zijn. Wij kunnen beter een 'mannetje passeren', zeggen ze, 'we zijn de strijders', beweeglijker, ritmischer. Dat alles zou iets te maken hebben met 'hun Noord-Afrikaanse temperament'.

Autoritaire stijl
Naar zijn weten is de koppeling van sport aan goed gedrag op school en op straat uniek, meldt Richard Sleegers, die Saïds methode beschreef en onderzocht of deze overdraagbaar was, omdat de steden Culemborg en Arnhem ook dachten over een introductie. 'Ik heb Saïd een tijd op de voet gevolgd om zijn werk te kunnen ontleden. Wat meteen opvalt, is zijn autoritaire stijl.'

Voor Sleegers is de oorsprong daarvan nog ongrijpbaar. Maar Saïd weet precies wie hem inspireerden. 'Ik weet gewoon wat die jongens nodig hebben, omdat ik weet wat ikzelf nodig had. Ik zag zelf hoe gemakkelijk je de vloer kunt aanvegen met de jongerenwerkers en docenten. Jongeren krijgen te veel kans om de kantjes ervan af te lopen.'

Voor Paolo de Mas, sociaal geograaf en oprichter van het Marokko Instituut Nederland in Den Haag, is het geen verrassing dat strengheid aanslaat bij Marokkaanse jongeren. 'Als de Marokkanen in de jaren vijftig naar Nederland waren gekomen, was er niets aan de hand geweest,' luidt de standaardopening tijdens zijn workshops. 'Onze samenleving was grenzenstellend en handhavend. De verhoudingen waren autoritair en hiërarchisch. Het leek hier op Marokko.'

Maar in de jaren zestig en zeventig werd alles in Nederland 'fluïde en onderhandelbaar'. Vandaar dat De Mas het niet vreemd vindt dat Nederland statistisch gezien zoveel last ondervindt van Marokkaanse jongens. Ook al omdat de opvoeding zo tegengesteld is. 'Onze jongeren worden tot twaalf jaar strak gehouden en dan vrijgelaten. Daar is dat net andersom. Jongetjes zitten tot twaalf jaar als kleine prinsjes onder de vleugels van hun moeder en worden pas daarna opgevoed. Elke volwassen man meet zich de taak aan hen buiten te corrigeren.'

Gucci-petje
Het is niet moeilijk te zien dat Saïd de rol van broer, buurman en oom op zich heeft genomen. Maar daarmee is nog niet alles gezegd. Onder zijn autoritaire stijl stroomt iets anders. Hij is allesbehalve harteloos, hij legt een arm om iedereen, grapt en grolt. Hij is onder gelijken, nooit boven hen verheven. Docent Richard Sleegers noemt dat aspect in zijn onderzoek broederschap.

Sociaal geograaf De Mas, die niet eerder van 'zo'n geïntegreerde methode' heeft gehoord, wil waarschuwen voor te veel optimisme. Naar hun aard zijn Berbers individualisten, legt hij uit. Het noordelijke Rifgebergte werd eeuwenlang door de sultans ingezet ter verdediging tegen aanvallen van het noorden en oosten. 'Hun huizen waren forten met een hoge cactushaag en één raam aan de binnenplaats. Er was zogezegd weinig sociaal kapitaal.'

Ook de onderlinge verschillen van de stammen aan de Middellandse Zee vormen een risico. Zo komt de bevolking uit Ede uit de stad Al Hoceima. Zij staan bekend als 'de mannen van het geweer'. Saïd komt uit het zachtere Nador. 'De kans dat de kroonprinsen in Ede gaan opstaan, is groot,' voorspelt De Mas.

Tot nu trekken Saïd, Bilal en Farid gezamenlijk op. Ze zijn de perfecte rolmodellen - een derde succesfactor, volgens Sleegers' theorie. Zo kijken de jongens op tegen Bilal. Hij trainde als jongen bij Ajax en FC Utrecht en was vier jaar lang prof bij NEC. Voor Ilias is dat heel belangrijk. 'Als je van hem een compliment krijgt, geeft dat zelfvertrouwen, want je weet hoe goed hij is.' Uiterlijk beantwoordt Saïd aan hun droombeeld. De voetballertjes weten precies wat de tiptop geklede Marokkaan draagt. 'Hij heeft een Gucci-petje,' klinkt het vol bewondering. Maar voor De Mas geldt als grootste bewijs van Saïds kwaliteiten dat meisjes een eigen competitie hebben en in Nijmegen in dezelfde sportzalen naast de jongens mogen sporten. 'Dan heb je het vertrouwen van Marok-kaanse ouders echt gewonnen.'

Prop wc-papier
Terug naar Ede. Daar is het nog lang niet zover. De Marokkaanse jongens staan in een kring. Twee weken geleden ging het brandalarm, een week geleden overstroomden de douches. Er zat een prop wc-papier in. Farid maakt duidelijk wat er op het spel staat. 'Wij zijn een toernooi aan het regelen, maar als jullie je misdragen, gaat het niet door.'

Een jongen verbreekt het zwijgen. 'Er is er eentje die het verknalt, wij willen dit ook niet.' Zo, die slag is binnen, zegt Bilal als hij naar de kant komt. 'De jongens zullen elkaar vanaf nu gaan aanspreken.'

Het is niet de bedoeling dat ze gaan klikken. Dat zou hier ook niet lukken, weet hij. 'In Ede verraden Marokkanen elkaar niet. Dat leeft hier sterk.'

Dan is het zondag en stil in Ede. De zon schijnt en de fotograaf is op bezoek. Iedereen slooft zich voor hem uit. Er wordt loeihard gevoetbald, ook Saïd, Bilal en Farid doen mee. De vrolijkheid spat ervan af. Dan trekt Bilal Saïd aan zijn arm en wijst naar nummer 14. Aandachtig volgen zij 'hun lastpost'. Ze zien hoe hij zich vrijspeelt en steeds op de juiste plaats beheerst de bal aanneemt. Bilal: 'Zie, hij is wakker aan het worden.'