VN MediagidsHet jaar van Elbeth Etty, columnist

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving 23.12.2011

Door carolina la galbo

'De waardering van lezers zie ik al hoogtepunt'

Afbeelding bij Het jaar van Elbeth Etty, columnist

‘De dood van Wilfred Oranje is voor mij het dieptepunt van het jaar. Hij was een van onze grootste denkers en vertalers en woonde bij mij om de hoek. We hadden dezelfde leeftijd – ik ben zestig, hij zou het worden – en dezelfde achtergrond van taal en literatuur. Als hij een stuk van mij goed vond, stak hij in het voorbijgaan zijn duim op. Hij was een homme de lettres: hij wás de taal en het denken. Hij is het bekendst geworden met zijn sublieme vertaling van het volledige werk van Freud.

Vertalen is geen dankbaar vak, maar hij richtte zich op grote ideeën, niet op kijk- en luistercijfers. In de zomervakantie overleed hij aan een agressieve vorm van kanker. Tijdens de indrukwekkende herdenkingsbijeenkomst in de Noorderkerk werd mij nog eens ingepeperd hoe briljant hij was.

Godverdomme, dacht ik, moet zo iemand dood? Alles wat in zijn hoofd zit, verdwijnt met zijn dood.
Bij zijn aantreden zei de nieuwe hoofdredacteur van NRC Handelsblad al: NRC heeft te veel columnisten en ze zijn te links. Dat hij mijn column beëindigde, kwam dus niet als een verrassing.

Meestal hoor je als columnist in zo’n geval niets, maar ik kreeg een enorme berg protestbrieven en adhesiebetuigingen. 
De mooiste brief kreeg ik van de oude NRC-columnist Heldring. We zijn niet echt geestverwanten, hij noemt zichzelf conservatief, en dan schrijft hij me zo’n brief! Doorgaans reageren mensen alleen als ze het niet met je eens zijn. Verder hoor je als journalist niets nadat je met pijn en moeite een stukje in elkaar hebt geklust. Daar doe je het ook niet voor, en die afzeikmails neem je voor lief. Maar dat mensen nu ineens zeggen “wat jammer!” vind ik heel leuk. Die waardering zie ik als professioneel hoogtepunt van het jaar. Het is goed voor mijn humeur. Anders zou ik kunnen gaan denken: niemand houdt van me. Met zo’n opsteker hoeft dat niet. Ik ben de lezers dankbaar.’