VN MediagidsHet WK als gemiste kans
Samenleving / voetbal / wk 30.06.2010
De Afrikaanse voetballers hebben hun continent weinig hoop gegeven op een mooie toekomst. Uitgezonderd Ghana.
Het had een toernooi moeten worden van Afrikaanse emancipatie, en alleen een Ghanees wonder kan nog iets uitrichten wat daarbij in de buurt komt. Werkelijk alle medicijnmannen van het continent moeten in de weer met dwergen en paardenurine bij volle maan om de wereld te doen geloven dat de toekomst van het voetbal in Afrika ligt.
Vier van de zes Afrikaanse ploegen hebben er een potje van gemaakt, daar komt het op neer. Ivoorkust had de pech van twee topteams in zijn poule (Brazilië en Portugal), maar Kameroen, Nigeria, Algerije en Zuid-Afrika deden niet wat was verwacht of gehoopt: spelen met leeuwenmoed, initiatief en intelligentie. Vooral het thuisland was een drama. Zelden zag de wereld zo'n futloos elftal en nog nooit hield het thuispubliek het zo snel voor gezien.
- Pelé en George Weah moeten teleurgesteld zijn
Het ontlokte trainer Aad de Mos de uitspraak dat Afrikanen wel goed kunnen voetballen, maar niet 'als team'. Het ontbrak ook nu weer aan doordacht samenspel en tempowisselingen.
In de aanloop naar dit toernooi werden we overspoeld met boeken en documentaires over het belang van voetbal voor het geplaagde continent. Als de inhoud van al dat fraais niet al te zeer ideologisch gekleurd en dus waarachtig is, dan roept dat de vraag op waarom die wijd verbreide lust tot spelen verdampt zodra het 'op niveau' moet worden gerealiseerd in een vol stadion. De meeste wedstrijden om de African Cup of Nations (het EK van Afrika) zijn het aanzien niet waard; in Europa, Zuid-Amerika en Azië is meer te beleven wat betreft vloeiende combinaties, spelvariatie en tactisch inzicht. Zelfs Australië en Nieuw-Zeeland hadden op dit WK spelers met meer levenslust en sprankeling in de voeten dan veel Afrikanen, ook al stelden ze technisch minder voor.
Ervan uitgaande dat Pelé en George Weah geen diplomatieke praatjes hielden, moeten ze teleurgesteld zijn. De eerste voetballegende had voorspeld dat Nigeria of Kameroen de halve finale zou halen, de tweede hield rekening met de eerste Afrikaanse wereldkampioen in de geschiedenis. Het zou ook een geweldige duw in de rug zijn geweest - tot dit jaar waren Afrikanen nooit verder gekomen dan de kwartfinale: Kameroen in 1990, Senegal in 2002. De duw had verregaande maatschappelijke gevolgen kunnen hebben. Vanwege de immense identificatie met de spelers kunnen voetbalsuccessen een trots verspreiden die mensen rechtop doet lopen, standvastiger en ondernemender maakt in handel en bedrijfsleven. Zo beschouwd is het WK een gemiste kans om miljoenen Afrikanen een (iets) beter leven te bezorgen.
Gelukkig heeft Ghana in ieder geval de kwartfinales gehaald. Net als in 2006 speelt Ghana een boeiend spel van moed en voorwaartse nieuwsgierigheid. Onder aanvoering van de prachtige spits Asamoah Gyan tonen The Black Stars dat niet álle Afrikanen beter gedijen bij Europese profclubs dan in hun nationale shirt. Gyan speelt bij Stade Rennais, een verre van toonaangevende Franse club. De andere Ghanese held, keeper Richard Kingson, stond het afgelopen seizoen reserve bij de lage middenmoter in de Engelse Premier League, Wigan Athletic. Spelend voor het vaderland haalt deze lichting van jonge krijgers het beste in zich naar boven. Praktisch ieder duel is een lust voor het oog, een vertoon van bezieling en techniek.
Misschien is het avontuur van Ghana als u dit leest al weer ten einde. Laten we dat niet hopen, Ghana kan een bron van inspiratie zijn. En laat de organisatie tot na de finale overeind blijven. Zodat de Afrikanen kunnen zeggen: ons voetbal was dan niet veel, onze gasten hebben we goed ontvangen.
