VN MediagidsHalim El Madkouri brengt Molukkers en Marokkanen in Culemborg nader tot elkaar
Samenleving / integratie 13.01.2010
In Culemborg brengt bemiddelaar Halim El Madkouri Molukkers en Marokkanen nader tot elkaar.
Vorige week dinsdag kreeg Halim El Madkouri een dringend telefoontje van de burgemeester van Culemborg. Of hij zich de volgende ochtend op het stadhuis wilde vervoegen. Woensdag in alle vroegte zat hij tegenover de aangeslagen burgemeester. 'Ik heb je hulp nodig,' zei Van Schelven. 'We moeten zo snel mogelijk uit deze crisis zien te komen.'
El Madkouri is niet alleen al meer dan twintig jaar inwoner van Culemborg. Als manager van FORUM, hét kennisinstituut voor multiculturele vraagstukken, is hij gewend om te bemiddelen. 'Ik zei meteen ja. Iedereen bemoeide zich met ons. Geert Wilders wilde komen, de Hells Angels hadden op internet hun bezoek aangekondigd, net als de Marokkaanse jongeren uit het Utrechtse Kanaleneiland. Culemborg dreigde een nationale kwestie te worden, dat leek me uitermate gevaarlijk. Wat er was gebeurd moet je zeker niet bagatelliseren. Maar mogen we het alsjeblieft zelf oplossen?'
El Madkouri is net als de meeste inwoners verknocht aan zijn stadje, vertelt hij terwijl hij op zijn Italiaanse schoenen over de Culemborgse sneeuw glibbert. Zijn vrouw groeide hier op en toen hij haar ten huwelijk vroeg, was de voorwaarde dat ze in Culemborg zou blijven. El Madkouri woonde jarenlang in de flat die de wijk Terweijde begrenst, inmiddels is hij naar de wat chiquere wijk Parijsch getrokken.
Zijn in Marokko geboren schoonvader woont sinds een paar jaar in het nu zo beruchte Terweijde omdat hij zijn oude dag tussen vrienden en bekenden wil slijten.
Om de hoek van de Diepenbrockstraat - daar reed een auto met Marokkaanse jongens de tuin van een Moluks gezin binnen - hangt een groot doek met daarop de vrolijke tekst 'Mooi wonen in de Molukse buurt'. De gemeente wil zo laten zien dat het er voor Molukkers goed toeven is. 'Daarmee suggereer je dat de buurt ook echt van hen ís,' zegt El Madkouri. 'Je versterkt zo de territoriumdrift. En wij dan? dachten de Marokkanen. Nergens hangt een doek met de tekst: "Mooi wonen in de Marokkaanse buurt."'
De bewoners van de Culemborgse wijk Terweijde doen gewoon boodschappen op deze koude zaterdagochtend, tien dagen na de rellen. Politie patrouilleert door de straten, drie aan drie lopen ze te blauwbekken, een lichtgevend groen hesje over hun blauwe truien; de wapenstok hangt aan hun rechterzij.
Hoe kunnen we zo snel mogelijk gesprekken tussen Molukkers en Marokkanen op gang brengen, was vorige week woensdagochtend de vraag van burgemeester Van Schelven aan El Madkouri. De volgende dag al volgde een marathonsessie tussen Marokkaanse vertegenwoordigers uit Culemborg en landelijke vertegenwoordigers van de Molukkers, die hiërarchischer zijn georganiseerd en die het vooral over de grote kwesties wilden hebben: huisvesting, onderwijs, jeugdwerk. 'Wij hebben gezegd dat we de volgende keer echt met mensen uit Culemborg om de tafel willen,' zegt El Madkouri. 'Ik wil de woede in hun ogen zien. Pas als je weet waar de pijn zit, kan het goed komen. De angst moet de wijk uit. Nu zijn er een paar gezinnen tijdelijk gevlucht. Aan beide kanten zijn slachtoffers gevallen. Een Moluks meisje was ternauwernood ontsnapt aan een vreselijk ongeluk, een Marokkaanse man was in elkaar geslagen. Dat zijn grote dingen in onze kleine Culemborgse gemeenschap.'
De Molukkers hebben in Culemborg de oudste rechten. Ze kwamen eind jaren zestig vanuit kamp Vught naar Culemborg en ze kwamen te wonen in de wijk waar velen van hen nog steeds zitten.
Aan de rand van Culemborg stond begin jaren zeventig Casa Maroc, een houten barak waar honderd Marokkaanse mannen woonden die toen nog als iets exotisch werden gezien. Overdag werkten de meesten in de meubelindustrie, 's avonds dronken ze thee. Op een dag brandde Casa Maroc tot de grond toe af, men vermoedde dat de dader door de eigenaar, die van de mannen afwilde, was ingehuurd. De brand is nooit opgelost en de Marokkaanse mannen kregen huizen toegewezen twee straten van waar de Molukkers woonden. Ze lieten hun gezin overkomen en binnen een aantal jaar woonden er tweeduizend Marokkanen in Culemborg, twee keer zoveel als het aantal Molukkers. Marokkanen die het goed deden verdwenen uit Terweijde en gingen net als El Madkouri in de mooie nieuwbouwwijk wonen met de illustere naam Parijsch. Onder de achterblijvers zaten jongens die hun school niet afmaakten en die het criminele pad opgingen.
El Madkouri was overblijfvader toen zijn kinderen op de basisschool zaten. Hij kwam dagelijks in contact met de Molukse gezinnen, de kinderen speelden met elkaar. Waar ging het mis?
De macht van het getal werd een probleem, vertelt El Madkouri. Molukkers konden niet op tegen de vele Marokkanen om hen heen. Bovendien gaat het - de paar jonge criminelen uitgezonderd - beter met de jonge Marokkanen dan met de Molukkers. De vijfde generatie Molukkers is nog steeds te vaak werkloos en maakt zijn school niet af. Er ontstonden wrijvingen. En er was een ruzie in een shoarmatent. Steeds vaker stonden Marokkanen en Molukkers tegenover elkaar. Afgelopen oktober vlogen auto's in brand, de recherche doet daar nu pas goed onderzoek naar.
Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat de gemeente Culemborg niet eerder heeft ingegrepen. Het advies dat de onderhandelaars na een dag formuleerden - 'sociale' veiligheidsteams de wijk insturen - werd gretig overgenomen door het stadsbestuur. El Madkouri zou graag zien dat daar ook jongeren zonder werk bij worden betrokken. 'We praten nu met elkaar, maar we zijn er nog lang niet. Culemborg was bijna meegesleept in een verschrikkelijk conflict.'
