VN MediagidsGeloven zonder God

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving 26.12.2011

Door Thijs Broer / Sophie Derkzen

Kerken die het anders doen

Afbeelding bij Geloven zonder God

Van Preek van de Leek tot existentielunches: kerken proberen gelovigen met drempelvrees te bereiken. ‘Ik ga niet doen alsof.’

Boven het winkelend publiek in de Leidsestraat flonkert de kerstverlichting. Om de hoek langs het Singel staan honderden mensen in de rij. Niet voor de uitverkoop, maar voor een kerkdienst. Voor ganger deze zondagmiddag in de doopsgezinde Singel kerk: de Amsterdamse burgemeester Eber hard van der Laan, in de serie ‘De Preek van de Leek’.

Na de opening van de dienst door een geestdriftig gospelkoor uit de Bijlmer vertelt Van der Laan vanaf de kansel hoe hij indertijd van zijn geloof is gevallen. Eind jaren zestig vroeg hij als puber aan de gereformeerde dominee in Rijnsburg of er in de hemel ook plaats is voor Inca’s die Christus niet kennen. Het stellige antwoord – ‘Nee!’ – was de druppel. Later, bekent Van der Laan, verbrandde hij de schriftjes met preken van zijn grootvader, die dominee was. ‘Iets waar ik me tot op de dag van vandaag voor schaam.’ Grinnikend: ‘En waarvoor ik nu gestraft word, want ik kon er dus jammer genoeg niet uit putten.’ Zo leidt Eberhard van der Laan zijn dienst: vol persoonlijke ontboezemingen. De schriftlezing is uit Lukas 10 over de Barmhartige Samaritaan, de preek gaat over naastenliefde, de oorlog, het belang van solidariteit. En tot slot zingt de hele kerk zowaar ‘De Internationale’.

Een traditionele kerkdienst, geleid door een ex-gereformeerde sociaaldemocraat, voor een goeddeels ongelovig zondagmiddagpubliek: als de Preek van de Leek iets laat zien, is het wel dat de traditionele scheidslijnen tussen geloof en ongeloof binnen en buiten de kerk snel vervagen.
De Preek van de Leek, een initiatief van stadspredikant Abeltje Hoo gen kamp en doopsgezind dominee Henk Leegte, staat niet op zichzelf. De afgelopen jaren doen de kerken verwoede pogingen de aandacht te trekken van de groeiende groep religieus belangstellenden in het wild. De beste papieren lijken de vrijzinnig protestantse geloofsgemeenschappen te hebben. Kerkelijke dogma’s worden er voortdurend bevraagd, de persoonlijke geloofsvrijheid staat er voorop. Passend onderdak voor eigentijdse gelovigen met drempelvrees, zou je zeggen. Deels van binnenuit (VN-redacteur Thijs Broer denkt wel eens mee met de Preek van de Leek) bracht Vrij Nederland een aantal van die initiatieven voor religieus ontheemden in kaart. Is er toekomst voor een geloof zonder God?

Vegetarische slager
Afgelopen jaar verscheen het ene na het andere boek dat het christelijke erfgoed toegankelijk wil maken voor een breder, buitenkerkelijk publiek. De Britse lifestylefilosoof Alain de Botton bijvoorbeeld schreef Religie voor atheïsten, waarin hij probeert te laten zien hoe ‘nuttig, interessant en troostrijk’ religie ook voor atheïsten kan zijn. Oud-Trouwjournalist Koert van der Velde signaleerde in Flirten met God een groeiend religieus verlangen onder mensen die weinig of niets met de traditionele kerken te maken willen hebben. En Klaas Hendrikse, vrijzinnig dominee te Zierikzee en Middelburg, publiceerde God bestaat niet en Jezus is zijn zoon, waarin hij op onorthodoxe wijze probeert buitenkerkelijke twijfelaars aan te spreken. In 2007 werd Hendrikse landelijk bekend met zijn eersteling, Geloven in een God die niet bestaat. Manifest van een atheïstische dominee. Reden voor de Gereformeerde Bond om zijn ontslag te eisen, terwijl het Nederlands Dagblad fel van leer trok tegen de ‘vegetarische slager’ die in de kerk niets meer te zoeken had. In dagblad Trouw liet een stoet van theologen zich misprijzend uit over de ‘ijdelheid’ van Hendrikse en zijn ‘flinterdunne theologie’. Maar intussen mocht de atheïstische dominee aanschuiven bij Pauw & Witteman en werd zijn manifest een bestseller. Dit jaar was Jezus dus aan de beurt in Hendrikses nieuwste boekje, en vlamde de discussie over zijn ambivalente positie in de kerk opnieuw op. Volgens Hendrikse is de kerkelijke fixatie op Jezus ‘een dwaalspoor’: ‘Zo uniek was Jezus nou ook weer niet.’ Als je dat vindt, vroeg menige criticus zich af, waarom zou je jezelf dan nog christen noemen en zelfs dominee willen zijn?

In het portaal van de Koorkerk in Middelburg schudt Klaas Hendrikse, gehuld in zwarte toga, zijn gemeenteleden een voor een de hand. De jaarlijkse herdenkingsdienst voor de overledenen is net afgelopen. Zoals iedere zondag begon Hendrikse met een verhaaltje van Toon Tellegen, deze keer over de beer die zijn laatste taart at. In de korte ‘overdenking’ – een preek wil de voorganger het niet noemen – sprak hij over de omgang met verlies. Op zulke momenten, betoogde Hendrikse, kloppen we tevergeefs aan bij een almachtige God, die niet bestaat. ‘God geeft geen antwoorden, hij roept alleen vragen op. Ik kan jou het antwoord niet geven, ik heb alleen het mijne maar.’
Sinds het eerste boek van Hendrikse verscheen, trekt de atheïstische voorganger iedere zondag veel volk. ‘Eerst kwamen ze met busladingen tegelijk,’ zegt hij later in een nabijgelegen lunchroom. ‘Met dat ramptoerisme was het snel weer over. Maar ik zie nog steeds iedere zondag nieuwe gezichten.’

Hendrikse vindt dat God niet bestaat ‘zoals een appeltaart bestaat’. God, zegt hij, is van oorsprong een woord voor ‘wat er gebeuren kan tussen mensen’. ‘De joden hadden oorspronkelijk maar drie woorden voor God, later vertaald als: “Ik zal er zijn.” De christelijke kerk heeft in de loop van de eeuwen letterlijk genomen wat mythologisch bedoeld was, en daar ging het fout. Nu zitten we met kerkelijke dogma’s en taal waar mensen niets meer mee kunnen.’

'Het is helemaal niet erg als de kerk iets heeft van een Parijse nachtclub'

Een treffend voorbeeld vindt hij de woorden waarmee protestantse kerkdiensten steevast beginnen: onze hulp is in de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft. ‘Dan denk ik: potverdomme, verzin eens wat nieuws. Het zijn vormen uit de Middeleeuwen, lege hulzen. De kerk is een wereldvreemd instituut, de kerkelijke taal schrikt af.’ Dat merkte Hendrikse de afgelopen decennia vooral als hij zieken in hun laatste dagen begeleidde. ‘Dan heb je niets aan religieuze frasen, aan al die clichés. Dan kun je er alleen maar zíjn, met volle aandacht.’ Dat probeert hij ook in de kerk, zegt hij: de kerkelijke ballast overboord zetten en mensen zo persoonlijk mogelijk aanspreken. ‘Daarom ben ik al vijfentwintig jaar op zoek naar nieuwe woorden.'

Hendrik se groeide op als zoon van een gezworen atheïst te midden van de orthodox-gereformeerden in de Alblasserwaard. Dat verklaart wellicht ook de stelligheid waarmee hij zijn atheïstisch godsgeloof propageert. ‘Maar laten we eerlijk zijn: hadden jullie hier gezeten als ik me genuanceerder had uitgedrukt? Voor ik dominee werd, heb ik in de marketing gewerkt. Ik wil de kerk wakker schudden, en ik wil veel mensen bereiken. Dat lukt in deze tijd alleen maar als je lawaai maakt.’

Bevrijdend
Een dominee die zichzelf atheïst noemt is misschien nieuw, maar zijn boodschap is dat niet. In de vrijzinnige kerken wordt het traditionele beeld van de almachtige God al eeuwen ter discussie gesteld. Bekende voorbeelden zijn de opstandige theoloog Harry Kuitert, auteur van onder meer Het algemeen betwijfeld christelijk geloof, en de hervormde predikanten Carel en Nico ter Lin den, die God al decennia geleden van zijn troon haalden en hem tot leven lieten komen in menselijke verhalen. Inmiddels is dat streven gemeengoed onder jonge theologen. Zo betoogde Ad van Nieuw poort eind jaren negentig in De kleine Mensengod. De bijbel kan ons nog meer vertellen dat de bijbelse God niet een almachtige figuur is, maar zichtbaar wordt in de mens die er is voor zijn naaste.

‘Ik weet best dat wat ik zeg niet nieuw is,’ zegt Hendrikse. ‘Maar na lezingen of kerkdiensten komen er altijd mensen naar me toe die zeggen: dit heb ik nog nooit gehoord. Ik heb grote waardering voor predikanten als de Ter Lindens. Maar ze gaan mij niet ver genoeg. Ze blijven zich toch verschuilen achter een goddelijk geheim. Ik vind: als je a zegt, moet je ook b zeggen. Ik heb nog nooit een snippertje bewijs gezien voor het bestaan van God. Dan ga ik ook niet doen alsof. Veel mensen vinden dat bevrijdend.’

Naast zijn oude vrijzinnige achterban trekt Hendrikse in Zeeland vooral vijftigers en zestigers die zich niet meer thuis voelen in het rechtzinnige geloof waarmee ze zijn opgegroeid. ‘Godsdienstsociologen noemen dat: rondpompen, van de ene kerk naar de andere. Daar stop je de leegloop van de kerken niet mee. Jonge, onbevangen mensen zie ik hier bijna niet.’

Zingeving
In Amsterdam weten verschillende vrijzinnige kerken wél twintigers en dertigers te trekken. Zo organiseert de jonge dominee en headhunter Ruben van Zwieten sinds enige jaren drukbezochte bijeenkomsten voor ‘young professionals’ onder de titel ‘Zingeving Zuidas’. Tijdens ‘existentielunches’ met jonge bankiers en advocaten bespreekt hij het ‘unieke verhaal’ dat ieder mens heeft en de inspiratie die je kunt putten uit de ‘bijbelse literatuur’. Een jaarlijks hoogtepunt is het ‘Verhaal van Kerst’ in de Thomas kerk, waar Van Zwieten vanuit de Bijbel ‘reflecteert op deze tijd’ gevolgd door een borrel met glühwein. Vorig jaar las hij voor uit het boek Samuel vanaf zijn gloednieuwe BlackBerry Torch.

Op een steenworp afstand zet ook de vrijzinnig protestantse gemeente Vrijburg de deuren wagenwijd open voor zoekende twintigers en dertigers. Onder het motto ‘Bijbelen@Vrijburg’ wordt iedereen tussen achttien en vijfendertig jaar uitgenodigd om de Bijbel onder het stof van ‘eeuwenlange kerkelijke interpretaties’ vandaan te halen en ‘met nieuwe ogen’ te lezen. De Kring voor Dertigers neemt Abraham onder de loep, terwijl voorganger Joost Röselaers af en toe een stapje opzij doet voor lekenpredikers van landelijke allure, zoals onlangs voor Kamerlid Tofik Dibi.
Abeltje Hoogenkamp, stadspredikant namens de Protestantse Kerk Amsterdam, introduceerde het concept van de Preek van de Leek drie jaar geleden in de doopsgezinde Singel kerk. Met haar man, studentenpredikant Ranfar Kouw ijzer, houdt ze kantoor in een oud fabrieksgebouw in Amsterdam-West. In de boekenkast staan de werken van de Duitse theoloog Dietrich Bon hoef fer en die van Harry Kuitert broederlijk bijeen. Hoogenkamp vertelt dat ze een jaar of vier geleden bedacht hoe interessant het zou zijn om buitenkerkelijke mensen als Bas Heijne een bijbeltekst te laten uitleggen. ‘Ik vind hem een profetische gestalte om zijn cultuurkritiek.’ Heij ne trad op in de eerste serie Preken van de Leek, evenals schrijfster Naema Tahir en tv-presentator Arie Boomsma.

Uit het behoudende deel van de kerken kwam direct kritiek: wat moesten die BN’ers op de kansel? Was dit geen goedkoop toneelstuk om het grote publiek te behagen? Maar de kritiek luwde en de Singel kerk stroomde vol. ‘Wat wij proberen te doen is geen cabaret, maar een ernstig spel,’ zegt Hoo gen kamp. ‘Degene die de preek houdt, wordt degelijk voorbereid door een team theologen, voor een deel met orthodoxe achtergrond. We houden niet vast aan de kerkelijk taal, maar wel aan de meest wezenlijke onderdelen van de liturgie. De oude liturgie is een ijzersterk format. De cabaretiers die inmiddels hebben gepreekt, zoals Jan Jaap van der Wal en Pau­lien Cornelisse, herkennen dat vanuit hun ervaring in het theater.’

De massale toeloop bij de Preek van de Leek staat in schril contrast tot de meestal geringe bezetting bij gewone kerkdiensten in het land. Maar als concurrentie voor die gewone diensten is de Preek van de Leek helemaal niet bedoeld, bezweert Hoogenkamp. ‘De Preek van de Leek is niets anders dan een experimenteerplek.’ De twee jonge theologen noemen het ‘pijnlijk’ dat de kerken de afgelopen jaren zo gemarginaliseerd zijn. ‘Maar dat kan ook louterend werken,’ zegt Ranfar Kouwijzer. ‘Het dwingt ons om te bedenken waar het echt om gaat. Wat wil je meegeven aan je kinderen? Wat moeten we loslaten, en wat behouden? Mensen buiten de kerken zijn daar ook naar op zoek.’

Een ongrijpbare groep
De vraag is alleen: wat beklijft er van de pogingen de vrijzinnige kerken weer te vullen? Wat blijft er over als de ‘ramptoeristen’ van Hendrik se, de young professionals van de Zuidas en de kerkgangers van de Preek van de Leek zijn vertrokken naar het volgende inspirerende evenement? Waar zijn ze naar op weg, die gelovigen zonder God?

De protestantse kerken in Nederland hebben inmiddels nog een kleine twee miljoen leden. Gods dienst socioloog Hijme Stoffels van de Vrije Universiteit becijferde dat er sinds de jaren tachtig elk jaar zo’n vijfenzestigduizend uit stromen. Bij de vrijzinnigen gaat het nog het hardst. Stoffels schat hun kerkelijke aanhang op zo’n veertigduizend. ‘Ik ben bang dat al die initiatieven de leegloop niet zullen stoppen,’ zegt Koert van der Velde, auteur van Flirten met God. Afgelopen jaar promoveerde hij op de groei van ‘agelovige religiositeit’: mensen die zich niet gelovig of ongelovig noemen, maar wel op zoek zijn naar religieuze ervaringen. ‘Voor de kerken blijven zij een ongrijpbare groep. Het ene moment willen ze intellectueel geprikkeld worden door zo’n preek van Eberhard van der Laan, het volgende moment willen ze meer weten over het leven na de dood omdat ze daar troost uit putten, dan rennen ze weer naar een workshop trance-dansen.’

Voor de agelovigen is de vrijzinnigheid best een sympathieke stroming omdat ze niet dogmatisch is, zegt Van der Velde. ‘Maar de vrijzinnigheid van mensen als Kuitert en Hendrikse heeft ze weinig te bieden. Dat zij alle mystiek weg redeneren is voor de oudere generatie misschien een bevrijding, maar de groeiende groep agelovigen komt juist op het mysterie af.’

Ook volgens Erik Borgman, hoogleraar systematische theologie in Tilburg, verkeren de vrijzinnigen in een lastige positie. ‘Als het niet uitmaakt wat je gelooft, waarom zou je dan bij de vrijzinnigen moeten wezen?’ De enige manier waarop de kerken aan die vrijblijvendheid kunnen ontkomen, denkt Borgman, is als ze bereid zijn zich juist te onderscheiden van de gemiddelde levensbeschouwelijke praatclub door hun christelijke traditie niet weg te poetsen. ‘Het is ook een ijzeren sociologische wet: mensen willen pas ergens bij horen als het exclusief is.’
Dat heeft Henk Leegte, dominee van de doopsgezinde Singelkerk en gastheer van de Preek van de Leek, goed in de smiezen. Komend jaar heeft Leegte niet minder dan zeventien belijdeniscatechisanten: dat is in de kleine doperse gemeenschap al decennia niet meer voorgekomen. Volgens oude doopsgezinde traditie worden ze met Pinksteren gedoopt. ‘Er zijn mensen bij die het eerst allemaal zeker willen weten voor ze belijdenis doen. Dan zeg ik: geloof en twijfel horen bij elkaar als de holle en de bolle kant van een lepel. Maar vrijblijvend is het niet.’

Voor zijn bijbelgroepen van twintigers en dertigers houdt Leegte expres een wachtlijst in stand. En wie een paar keer verzuimt zonder goede reden, moet plaatsmaken voor een ander. ‘Pas als je eisen stelt, denken ze: daar wil ik bij zijn. Het is helemaal niet erg als de kerk iets heeft van een Parijse nachtclub: je komt er niet zomaar in.’

Foto's: Joost van den Broek