Vrij Nederland Een schop onder de kont
Foto: Ivo van der Bent
Een schop onder de kont
De voor-wat-hoort-wat bijstand
De voor-wat-hoort-wat bijstand
Bijstandsontvangers verplichten tot een ‘tegenprestatie’, is dat reïntegreren of moderne dwangarbeid?
Consternatie in Emmen. Aan de tafeltjes van een plaatselijk conferentieoord zitten zo'n vijftien Emmenaren met een bijstandsuitkering. Ze zijn opgetrommeld voor een 'ontmoeting van luisteren en vertellen' met CDA-wethouder Henk Jumelet van Sociale Zaken. Die heeft zojuist omstandig uitgelegd wat de gemeente van plan is: vanaf volgend jaar moeten bijstandsgerechtigden verplicht een maatschappelijke tegenprestatie leveren.
Jumelet begrijpt ook wel dat zijn gehoor niet zomaar een uitkering aanvraagt. Maar toch. 'Voor wat, hoort wat,' wordt het credo in de gemeente, van Erica tot Emmer-Compascuum. Dat geldt overigens niet alleen voor bijstandsgerechtigden, zegt Jumelet. Emmen gaat ook mensen die een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning (denk aan huishoudelijke hulp, voorzieningen als een traplift of een scootmobiel), vragen hun verantwoordelijkheid te nemen: welke hulp kunnen ze in hun eigen netwerk organiseren? Kan een neef of buurvrouw de boodschappen doen, in plaats van een dure thuiszorgmedewerker? En wat kunnen de zorgvragers op hun beurt zelf voor hun buurt betekenen? 'Dat noemen we solidariteit,' doceert de wethouder. 'Of liever nog: wederkerigheid. Want u moet wel begrijpen: u vraagt iets van de samenleving, en daar wil die samenleving wat voor terug zien.' Deze middag hoopt hij op een goed gesprek met de Emmense bijstandsgerechtigden: welke tegenprestaties denken zij te kunnen leveren?
De wethouder is nog niet uitgesproken of een forse vrouw in de zaal neemt het woord. Ze werkt toch al lang voor haar uitkering? In het kader van een verplicht reïntegratietraject zit ze dagenlang zakdoeken te vouwen en doosjes te knutselen, roept ze met doorrookte stem. Dat is toch zeker ook niet voor de lol? Ze werkt zich het schompes, ze wil dolgraag een betaalde baan, maar ze komt niet aan de bak. Op de website van meneer Rutte heeft ze het al eens willen schrijven: of hij weet hoe bijstandsgerechtigden afgestraft worden. Als je al eens iets extra's verdient, wordt het van je uitkering afgetrokken. En waar moet ze de tijd vandaan halen? Naast al die reïntegratieverplichtingen heeft ze een druk gezin en bovendien zorgt ze al voor een zieke buurvrouw. Ze wil best een tegenprestatie leveren, besluit ze, maar dan wil ze daar wel iets voor terug van degene die ze helpt. Al is het maar vijftig euro of zo. Ja, knikt haar buurvrouw instemmend: een tegenprestatie voor een tegenprestatie. Ziet de wethouder daar misschien iets in?
Foto: Ivo van der Bent
Discussies zoals die in Emmen woeden dezer dagen in vele zaaltjes en raadzalen in Nederland. Sinds 1 januari mogen gemeenten inwoners die een bijstandsuitkering krijgen, verplichten om daarvoor een onbeloonde, maatschappelijk nuttige tegenprestatie te leveren. Mógen, ze hoeven dat niet te doen. Demissionair staatssecretaris van Sociale Zaken Paul de Krom laat het aan de gemeenten om te beslissen of ze de tegenprestatie al dan niet invoeren en hoe ze die verder invullen - hij stelt alleen een paar voorwaarden (zie kader). Colleges van B en W breken zich nu het hoofd over de ferme taal van De Krom. In de gewijzigde bijstandswet staat dan wel dat de tegenprestaties niet mogen leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt, maar hoe voorkom je dat? En welke klussen verdienen nu precies het predicaat 'maatschappelijk nuttig'? Zo vraagt een bebaarde man die zich kunstschilder noemt tijdens de bijeenkomst in Emmen of hij niet vrijgesteld kan worden van verdere verplichtingen. 'Neemt u van mij aan dat ik de samenleving met mijn werk een groot plezier doe.'
De meeste gemeenten zijn nog in conclaaf over de tegenprestatie. Volgens voorzitter René Paas van Divosa, de koepelorganisatie van sociale diensten, is grofweg eenderde van de 415 gemeenten aan de slag met de nieuwe maatregel, of in elk geval van plan om die te gaan uitvoeren. Paas citeert uit de binnenkort te verschijnen Divosa-monitor, een jaarlijks onderzoek naar de dienstverlening van lokale overheden: 'Iets meer dan de helft van de gemeenten geeft aan nog niet te weten of ze hun uitkeringsgerechtigden een maatschappelijke tegenprestatie gaan opleggen. Afgerond houd je nog ongeveer tien procent over die zegt niets met de tegenprestatie te willen doen.' Want afgezien van de praktische vragen kleven er aan de aanscherping van de bijstandswet ook principiële bezwaren.
Symboolpolitiek
Woedend was de oppositie, toen VVD-Kamerlid Malik Azmani in de koude decembermaand van 2010 opperde dat bijstandsgerechtigden zich wel eens nuttig konden maken door bijvoorbeeld sneeuw te gaan ruimen. 'Een achterlijk voorstel,' brieste PvdA'er Mariëtte Hamer. Was de VVD soms van plan om een bijstandsmoeder 's avonds op te bellen dat ze de volgende morgen met haar bezem moest komen opdraven? Met nauwelijks verholen ergernis verdedigde CDA-Kamerlid Mirjam Sterk de kabinetsplannen: de tegenprestatie was vooral bedoeld om mensen in een uitkering weer te laten meedoen in de samenleving. Nonsens, vond een hoogst verontwaardigde Sadet Karabulut van de SP. Verplicht vrijwilligerswerk, waarbij je mensen '24 uur per dag gratis kunt oproepen om ze onder dwang aan het werk te zetten, zonder dat ze uit hun uitkering komen', zou alleen maar extra werkloosheid scheppen en was niet minder dan 'een moderne vorm van slavernij'. Ze diende onmiddellijk een motie in om oud-politici zolang ze wachtgeld kregen ook een verplichte tegenprestatie te laten leveren.
Steen des aanstoots voor Karabulut en andere critici: in de oude bijstandswet mochten gemeenten inwoners met een bijstandsuitkering al verplichten tot een tegenprestatie, maar alleen als de werkzaamheden hen zouden helpen om sneller aan een betaalde baan te komen. Daar stapte het kabinet nu van af. De klussen stonden volledig los van reïntegratie of arbeidstoeleiding, benadrukte staatssecretaris De Krom, het ging hem er echt om dat de uitkeringsgerechtigde de samenleving een tegenprestatie zou leveren. 'Heel simpel gezegd: voor wat hoort wat. Als je een uitkering ontvangt, doe je dus naar vermogen iets terug als de samenleving daarom vraagt.' En wie niet mee wilde werken, werd gekort op zijn uitkering. Totale symboolpolitiek, vond de oppositie, een discriminerend potje bashing van bijstandstrekkers.
Ook de Landelijke Cliëntenraad, die alle uitkeringsgerechtigden vertegenwoordigt, roerde zich. Ze opperde bezorgd of een verplichte maatschappelijke tegenprestatie niet strijdig was met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat dwangarbeid verbiedt. 'Die kritiek heeft het kabinet vrij rigoureus naast zich neergelegd,' zegt voorzitter Gerrit van der Meer. In de memorie van toelichting bij de wet wordt afgerekend met de internationale verdragen. 'Het niet nakomen van de verplichte tegenprestatie leidt hooguit tot het opleggen van een (financiële) maatregel,' schrijft het kabinet. Van dwangarbeid zou pas sprake zijn als 'betrokkene door de overheid uit zijn huis zou worden gehaald en onder dreiging van geweld aangezet werd om te werken'.
'Het wachten is op een uitkeringsgerechtigde die een procedure aanspant'
Van der Meer is niet overtuigd. 'De financiële sancties van gemeenten, die mogen korten op de uitkering als iemand een tegenprestatie weigert, kunnen ertoe leiden dat burgers in armoede terechtkomen. Dat zou strijdig zijn met de zorgplicht van gemeenten. Er zullen vast juristen naar gekeken hebben, maar het wachten is op een uitkeringsgerechtigde die zelf een procedure aanspant. Dan zijn wij heel benieuwd wat de rechter vindt. Juridisch is dit nog niet tot op de bodem uitgezocht.' Maar, benadrukt Van der Meer, in beginsel kan hij zich best vinden in het streven om mensen op hun eigen verantwoordelijkheid te wijzen.
Ook de voorman van de uitkeringsgerechtigden vindt, geheel volgens het idioom van het demissionaire kabinet, dat wie in de bijstand zit af en toe best 'een schop onder de kont' mag krijgen. 'Zolang de gemeente in overleg met de uitkeringsgerechtigde tot een zinnige tegenprestatie komt, vinden wij het prima. Maar sancties opleggen als iemand niet komt, gaat ons te ver. Mensen mogen niet gedwongen worden onbetaald werk te doen dat hen helemaal niet ligt.'
In debat met de Tweede Kamer wuifde staatssecretaris De Krom alle bezwaren weg, het ging hem om tegenprestaties 'naar vermogen' en er werd gestreefd naar 'individueel maatwerk'. Al ging de staatssecretaris dat naar eigen zeggen 'echt niet allemaal dichtregelen'. Gemeenten moesten zelf maar zien af te wegen wie voor welke tegenprestatie in aanmerking kwam. Dat blijkt nog niet eenvoudig.
Foto: Ivo van der Bent
Een potje bier
Welbeschouwd loopt de ploeg er ook voor hún genoegdoening. Maar de beide zakenlieden met hun laptops op het terras hebben nauwelijks oog voor de bonte stoet die over de boulevard van Vlissingen aan hen voorbijtrekt. Gewapend met schoffels, prikstokken en vuilniszakken werken de zeven mannen en een vrouw het vuil van het voorbije Pinksterweekend weg, hun fluorescerende hesjes glinsteren in de zon. 'Hallo mensheid,' roept een van hen naar niemand in het bijzonder. 'Wij maken jullie stad weer een beetje mooier.'
Aan de overkant van de Westerschelde, in Terneuzen, wilden ze er niet aan. 'Wij gaan geen dwangarbeid toepassen,' zei de plaatselijke teamleider werk en inkomen tegen de Provinciale Zeeuwse Courant, hij vond het idee 'heel populistisch'. Maar op Walcheren voerden de gemeenten Vlissingen, Middelburg en Veere de maatschappelijke tegenprestatie afgelopen januari meteen in. Inmiddels zijn zo'n driehonderd van de ruim 2400 bijstandsgerechtigden in de gemeenten aan het werk gezet. 'De hele gemeenteraad was het er van links tot rechts over eens,' zegt VVD-wethouder Chris Simons van Middelburg: 'Om acht uur ergens moeten zijn, netjes je brood mee en weer een stukje arbeidsethos opdoen - daar is nog nooit iemand ziek van geworden.'
Over hun hoofden wordt eindeloos veel gepraat, bedacht en besloten. Maar wat vinden de tegenpresteerders zelf? Zijn ze blij met dat 'stukje arbeidsethos' dat politici voor hen in gedachten hebben? Op de Vlissingse boulevard behoort Frans Brand (46) tot de enthousiastelingen. Werken doet hij graag, op zijn veertiende begon hij als belader achter op de vuilniswagen en nu zit hij dus weer in het afval, glimlacht hij. Brands leeft al jaren van een uitkering, na zijn scheiding kwam hij in 'grote problemen'. Hij zat vast, dronk te veel. Brands is blij dat hij via de tegenprestatie weer wat omhanden heeft. 'Ik ervaar het niet als straf,' zegt hij. 'Hier heb ik een leuke ploeg, anders zat ik met een pot bier op de boulevard. Dan werd ik toch alleen maar dikker.'
Zijn collega Marco Lambregts (40) werkt al bijna twee jaar in de veegploeg. 'Het is dat je bezig bent, maar leuk is anders. Ze zeggen dat het zo goed is voor je sociale contacten. Nou, voor mij geldt dat niet. Bij ons thuis zit altijd een mannetje of veertig binnen.' Toch is hij blij met zijn ploegmaten. 'Ik sta 's ochtends met een lang gezicht op, totdat ik mijn collega's zie. Je moet je echt aan elkaar optrekken. De gemeente is hier wel erg van push push. Ik mag niet tillen, en dan duwt de sociale dienst me in een opleiding voor de verpleging.' Hij zucht. 'Hier werk ik halve dagen, als ik thuiskom slik ik twee keer zeshonderd milligram Ibuprofen. En dan klagen ze nog dat ik niet hard genoeg werk. Ze zeggen dat ze naar je individuele situatie kijken, maar daar komt vaak weinig van terecht.'
Evenwichtskunstje
Marco van Heest is er kort over: individueel maatwerk, zoals De Krom dat blijmoedig in zijn wet heeft opgenomen, daar komen ze niet aan toe. 'Wij bieden mensen een werkomgeving.'
Van Heest is projectleider bij Orionis Walcheren, ontstaan uit een fusie van de sociale dienst en het SW-bedrijf, de sociale werkplaats. Bijstandsgerechtigden worden opgeroepen voor een intakegesprek met hun 'klantmanager' bij Orionis. 'Die vraagt wel wat mensen zelf zouden willen doen, maar uiteindelijk maken wij de keuze voor hen. We kijken vooral wat iemand kan en waar we plek hebben.' De bedoeling is wel dat het werk 'maatschappelijk van toegevoegde waarde' is, zegt Van Heest. 'We laten ze geen kuilen graven op het strand.' Hij somt op: Zeeuwse bijstandsgerechtigden schilderen bankjes bij de duinovergangen, repareren verkeersborden, paaltjes. En hij benadrukt: dat zijn taken waar de gemeenten geen geld meer voor uittrekken. 'Of het gebeurt niet, of je lost het zo op.'
Met Van Heest rijden we naar een loods op een industrieterrein bij de haven, waar het leer-werkbedrijf van Orionis zit. In het kader van de tegenprestatie worden mensen met een uitkering ingezet bij de houtafdeling, in het schildersbedrijf of bij de ook hier gevestigde kringloopwinkel. 'We beginnen met maatschappelijk nuttig, en intussen kijken we of er talentjes tussen zitten die kunnen doorstromen naar een opleiding,' zegt Van Heest. In een van de hallen huist de afdeling 'demontage'. Zo'n veertig mannen en vrouwen zitten in uniforme blauwe stofjassen om grote tafels waarop bergen minuscule balpenonderdelen liggen.
'Vandaag doen we montage, omdat er even niet genoeg te demonteren is,' zegt Willie (49), als we voor de gelegenheid op een vale bank in de kringloopwinkel zijn gaan zitten. 'Normaal gesproken slopen we van alles: van scheerapparaten tot tandenborstels en wasmachines.'
Na haar scheiding belandde Willie in een uitkering. Ze was niet verbaasd toen ze werd opgeroepen voor de tegenprestatie. 'Het was natuurlijk al op tv geweest dat de regering dit wilde. En ik ben er wel blij mee, in mijn huis vlieg ik tegen de muren op. Zo veel mensen kom je thuis niet tegen.' Of ze het gevoel heeft dat ze zich nuttig maakt voor de samenleving, zoals de regering wil? 'Hou op zeg,' zegt Willie: 'Ik zit de hele dag dingetjes uit elkaar te halen. Officieel dragen wij bij aan het scheiden van de afvalstromen en aan de recycling, zeggen ze dan. Maar of de maatschappij hier nou zo vreselijk veel mee op schiet? Ik doe het vooral voor mezelf, misschien kom ik zo ooit nog eens aan een baan.'
Tja, zegt Van Heest, op de vraag of het uit elkaar halen van pennen en tandenborstels niet gewoon pure werkverschaffing is. 'Het blijft een lastig evenwichtskunstje. De tegenprestatie moet maatschappelijk nuttig zijn, mag geen concurrentie vormen voor andere bedrijven en bovenal niet te veel kosten. Je kunt wel allerlei leuke maatschappelijke dingen bedenken, maar er is nauwelijks geld.'
Voorop staat dat de gemeenten mensen willen activeren: van die bank af krijgen, verduidelijkt wethouder Chris Simons. Maar, geeft hij toe: ook om financiële redenen was het aantrekkelijk om de tegenprestatie in te voeren. Sinds 2004 zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de bijstand en dus hebben ze het liefst zo min mogelijk mensen die in het zogenaamde granieten bestand blijven hangen, oftewel nooit aan het werk komen. Tegelijkertijd wordt er fors bezuinigd op het reïntegratiebudget. Op Walcheren hopen ze dan ook dat de verplichte tegenprestatie, hoewel die van staatssecretaris De Krom niet tot reïntegratie hoeft te leiden, toch zo veel mogelijk mensen de arbeidsmarkt op helpt. 'In Zeeland zijn er te weinig arbeidskrachten, we kunnen alle handen goed gebruiken. Natuurlijk zijn er mensen die echt niet kunnen werken. Maar ook tegen hen zeggen we: wat kun je nog wél doen? Al is het als hulp in de speeltuin of bij de buurtvereniging.'
De eerste evaluatie volgt in juni, maar Simons schat voorlopig dat zo'n vijf tot tien procent van de uitkeringsgerechtigden via de tegenprestaties doorstroomt naar betaald werk. Uiteraard staat niet iedereen te trappelen voor een rol in de veeg- of demontageploeg. Tot nu toe zijn 56 mensen gekort op hun uitkering omdat ze weigerden deel te nemen aan de activiteit die de gemeente voor hen in petto had. Volgens projectleider Marco van Heest zou de tegenprestatie bovendien een ontmoedigend effect hebben op het aantal uitkeringsaanvragen. 'Twintig procent van de aanvragers haakt af als ze bij de voorlichtingsbijeenkomsten horen wat er allemaal voor plichten aan een uitkering vastzitten. Bovendien ziet nog eens tien procent af van een aanvraag als ze worden opgeroepen om een maatschappelijke tegenprestatie te leveren.'
'Ik ben er wel blij mee, in mijn huis vlieg ik tegen de muren op.'
Hun eigen schuld
Een - inmiddels demissionaire - regering die roept dat de geluksmachine uit moet, gemeenteambtenaren die prevelen dat het vangnet van sociale voorzieningen in een trampoline moet veranderen, en intussen juicht zelfs de voorman van de bijstandsgerechtigden het toe dat zijn achterban een schop onder de kont krijgt: er is veel veranderd in Nederland. Dertig jaar geleden moest minister en PvdA-coryfee André van der Louw het nog ontgelden, toen hij voorstelde om werkeloze jongeren 'gemeenschapstaken' te laten uitvoeren. Woedend spitten actievoerders zijn voortuin om. Nu klonk weliswaar protest in de Tweede Kamer, maar massaal verzet bleef uit. De wetswijziging kwam er en intussen voert eenderde van de gemeenten de verplichte tegenprestatie al in. Recht op sociale voorzieningen? Prima, maar dan horen daar ook plichten bij.
Daar zijn we met zijn allen veel strenger in geworden, zegt Paul Frissen. Hoe dat komt? Lastige vraag, vindt de hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg. 'Laten we zeggen dat de legitimiteit van de verzorgingsstaat steeds verder onder druk is gekomen te staan: door de zorgen over de betaalbaarheid, de enorme bureaucratie en het toenemende aantal migranten dat een beroep deed op de voorzieningen. Tegelijkertijd individualiseerden en globaliseerden we, waardoor de klassieke notie van gemeenschap en solidariteit verdween. Daarvoor in de plaats kwam een calculerende benadering van: je kunt best wat terugdoen, het is allemaal niet gratis hier.'
Ziedaar de sociale zekerheid nieuwe stijl, zegt zijn collega Willem Trommel. 'De vraag is niet langer wat de overheid voor jou kan betekenen, maar wat je terug kunt of zelfs moet doen.' De hoogleraar beleids- en bestuurswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam ziet met ontzetting hoe het wederkerigheidsdenken overal oprukt. En hoe gemeenten hun burgers naastenliefde door de strot proberen te duwen, onder het motto: u moet weer voor uzelf, en voor elkaar zorgen.
'Verkeerde nostalgie,' vindt Trommel. 'De sociale structuren waarin mensen nog naar elkaar omkeken, bestaan niet meer. Die kán de overheid helemaal niet herstellen, nu ze ineens kosten moet besparen.' Zeker, het 'activeren' van mensen in de bijstand kan hen goed doen. Maar pas op: die zo zachtmoedig geformuleerde wens van de overheid om 'iedereen te laten meedoen' kan zomaar omslaan in vernedering. 'Terwijl de overheid hamert op zelfredzaamheid neemt ze burgers de regie juist uit handen door zich zo met hun leven te bemoeien. Als je mensen verplicht aan het werk zet, versterk je bovendien het idee dat het luie nietsnutten zijn. Die je er ook nog eens van verdenkt dat hun sores hun eigen schuld is. Zo van: "U zult er wel een rommeltje van hebben gemaakt, nu gaan wij u discipline geven en een levensdoel." Mensen worden in banen geduwd, omdat het goed voor ze zou zijn. Maar intussen heeft de overheid vooral een economisch doel: de kosten van de bijstand rijzen de pan uit, bovendien wordt overal bezuinigd. Onder het mom van wederkerigheid laten gemeenten bijstandsgerechtigden werk opknappen waar ze zelf geen geld meer voor hebben. Dat hele wederkerigheidsdenken lijkt vooral een schaamlap voor bezuinigingen.'
Divosa-voorzitter René Paas, wiens organisatie half juni een congres over wederkerigheid organiseert (thema 'Ik ook van jou'), verwerpt de kritiek van Trommel. 'Het denken in termen van wederkerigheid biedt juist een prachtige kans om iedereen weg te krijgen achter die geraniums. We hebben mensen veel te lang in een uitkering laten zitten, daar komen we nu van terug. Voor je zelfrespect is het goed als je niet alleen je hand ophoudt.' Volgens Paas heeft het streven naar wederkerigheid met bezuinigingen niets te maken. 'Ik denk dat de professor de intenties verkeerd begrijpt, en de effecten verkeerd taxeert. De cijfers hebben we zo kort na de invoering van de tegenprestatie nog niet op een rij, maar het lijkt mij overdreven dat gemeenten op grote schaal geld zouden besparen doordat mensen met een bijstandsuitkering af en toe een klusje doen. Vergeet niet dat het ook geld kost om die tegenprestaties te organiseren, er is toch altijd iets van begeleiding nodig.'
Foto: Ivo van der Bent
Met elkaar
In Rotterdam, vaak opgevoerd als het sociale laboratorium van Nederland, experimenteerden ze al vóór de wetswijziging van De Krom met een verplichte tegenprestatie. Ze zijn er inmiddels zover dat bijstandsgerechtigden andere bijstandsgerechtigden achter de broek zitten om zich maatschappelijk nuttig te maken. 'Ik had niet gedacht dat ik dat ooit nog eens zou zeggen, maar eigenlijk zijn wij een verlengstuk van de sociale dienst,' grinnikt bijstandsgerechtigde Frank Schenk (45), voormalig badmeester, gevangenisbewaarder en schoonmaker bij Roteb. De geboren Rotterdammer is een van de tien vrijwilligers van Overschie voor Elkaar. In het kader van de maatschappelijke tegenprestatie benaderen ze wijkbewoners met een bijstandsuitkering die ver van de arbeidsmarkt af staan voor vrijwilligerswerk in de buurt. 'Allemaal ziek, zwak, misselijk of gek, of ze houden zich zo,' zegt Schenk. 'Ze zijn natuurlijk al die tijd met rust gelaten, maar nu vindt de hele politiek ineens dat je moet participeren. Ik ben het daar trouwens helemaal mee eens. "Weet je wel hoe goed je betaald wordt, met zo'n uitkering?" vraag ik dan aan zo'n vrouwtje dat al jaren niks uitvoert. Uiteindelijk willen de meesten wel meedoen, maar in het begin is het niet makkelijk. Pissig dat ze zijn! Maar ik zeg gewoon: "Je moet nou eens wat gaan doen met je tering."'
Van de 13.000 Rotterdammers die in aanmerking komen zijn er inmiddels ruim vijfhonderd aan de slag met de 'maatschappelijke inspanning'. Want dat klonk na lang discussiëren toch beter dan 'tegenprestatie', zegt PvdA-wethouder Marco Florijn. Voorlopig vraagt de gemeente die verplichte inzet alleen van bijstandsgerechtigden, maar ook mensen die zorg uit de Wmo krijgen worden 'uitgedaagd' om mee te doen. 'Dat is geen dwang in de categorie "als je niet meehelpt in het buurthuis, krijg je geen scootmobiel,"' haast Florijn zich te zeggen. 'Maar uiteindelijk moeten we toe naar een situatie waarin mensen het weer met elkaar gaan oplossen, in de buurt. Om de kosten van de Wmo te drukken, zetten we vrijwilligers met een bijstandsuitkering in voor eenvoudige zorg: denk aan een boodschappenservice, een wijkbus die door een bijstandsgerechtigde bestuurd wordt. Daar hoef je dan geen dure professional meer voor in te huren.'
Dan is er toch sprake van verdringing? 'Dat is een reëel gevaar,' geeft Florijn toe, 'en daar blijven we met de vakbonden over sparren. Uiteraard moet je onderscheid maken: complexe zorg of ondersteuning zoals bijvoorbeeld het vervoer van gehandicapte kinderen laat je natuurlijk aan specialisten over. Maar moet je al die anderen uit angst voor verdringing dan maar aan de kant laten staan? De tijd dat we mensen collectief lieten verpieteren in de database van de sociale dienst ligt gelukkig ver achter ons.'
Waar moet een 'tegenprestatie' aan voldoen?
- Het werk moet onbeloond zijn, maatschappelijk nuttig, geen belemmering vormen voor het accepteren van werk en geen belemmering zijn voor de reïntegratie.
- De werkzaamheden zijn beperkt in omvang en tijdsduur.
- Ze worden verricht naast of in aanvulling op de reguliere arbeid in de organisatie waar de tegenprestatie wordt geleverd en leiden niet tot verdringing op de arbeidsmarkt.
- De bijstandsgerechtigde moet in staat zijn het werk te verrichten en is verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid en aansprakelijkheid.
Over Sophie Derkzen
Sophie Derkzen (1984) is sinds 2010 redacteur bij Vrij Nederland. Ze haalde cum laude haar master Geschiedenis van Politiek Debat aan de Universiteit Leiden en voltooide ook de master Journalistiek en Nieuwe Media. Eerder was ze kamermeisje in een Duits kasteelhotel, volgde ze een semester aan de Sorbonne in Parijs en behaalde ze haar bachelor Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Tussendoor zat ze twee jaar op de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie.