VN MediagidsDoe-het-zelf-pensioen

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving / AOW 17.10.2009

Door Ed Croonenberg / Jan Smit

Eerder stoppen kan nog steeds

Het kabinet vindt dat we tot ons 67ste moeten doorwerken. Maar eerder stoppen blijft mogelijk. Het geheim: treed buiten de platgetreden paden.

Er bestaan mensen, we vinden ze vooral in de kunsten en de wetenschappen, die niets liever willen dan op volle kracht doorwerken tot ze er dood bij neervallen. Die mensen liggen van hun pensioen geen seconde wakker.

Helemaal aan de andere kant van het spectrum vinden we de lageropgeleiden. Stratenmakers, beveiligers, verpleeghulpen. Ze werken hard in een weinig flexibele omgeving. Hun loon is aangevreten door lasten en inflatie. Ze zijn kwetsbaar voor de grillen van conjunctuur en beleid. De pensioenplannen van het kabinet zullen hen het hardst treffen.

Grote groepen bewegen zich hier ergens tussenin. Het zijn ambtenaren, communicatieadviseurs, leraren, automatiseringsdeskundigen, journalisten, kortom de moderne kenniswerkers die hun werk leuk vinden, bij vlagen zelfs bevredigend, maar vaak ook frustrerend. Ze verdienen redelijk tot goed, maar zuchten onder de torenhoge woonlasten van de stedelijke samenleving waaraan ze zijn gekluisterd. Ze moeten er eigenlijk niet aan denken om tot hun zevenenzestigste aan de ratrace mee te doen. Maar ja: je wilt toch leuk wonen, prettig op vakantie en je gunt de kinderen ook het een en ander. De reden waarom ook deze middenklasse zo kwetsbaar kan zijn voor de plannen van het kabinet om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen, is dat ze zich zonder het te beseffen heeft laten insluiten in een fijnmazig net van financiële verplichtingen. Het toverwoord is: maandlasten. Meer dan welke andere Europeaan vraagt de Nederlander zich af: als ik dit doe of koop, zijn mijn maandlasten dan nog op te brengen? Dit lijkt een heel verstandige vraag, er zijn immers ook mensen die maar raak kopen tot ze in de schuldsanering zitten. Toch vormen de maandlasten een valkuil: ze ondermijnen uw keuzevrijheid. Maandlasten veronderstellen een uitgestippeld levenspad tot soms wel dertig jaar in de toekomst.

In minder geavanceerde economieën spelen maandlasten meestal geen rol. Daar vraagt men zich af: kan ik dit nu betalen? Voorbeelden vinden we relatief dicht bij huis. De meesten kennen het beeld van onafgebouwde huizen in Zuid-Europa. Nadat een betonnen skelet is geplaatst, zitten er vaak vele jaren tussen de afbouw van de verschillende verdiepingen. Men wacht tot er weer wat te besteden is en koopt dan de bakstenen voor de volgende woonlaag. Van de Europeanen hebben de Grieken per hoofd van de bevolking veruit de laagste hypotheeklasten.

Een groot verschil tussen Nederlanders en Zuid-Europeanen is dat de laatsten veel minder vertrouwen hebben in Vadertje Staat. Gewend als ze zijn aan instabiele politiek, chaotische sociaal-economische toestanden en onbetrouwbaar monetair beleid, leggen ze minder graag hun eieren in het mandje van de overheid en wantrouwen ze de banken. Daar kun je als Nederlander wat van leren, sterker nog, het is les 1 van de cursus Hoe Maak Ik Zelf Uit Wanneer Ik Met Pensioen Ga.

Voor meer info: www.pensioenkijker.nl

Les 1: neem zo veel mogelijk uit handen van instituties

Banken, verzekeraars, pensioenfondsen en overheden lijken in minstens één opzicht sterk op elkaar: ze beschikken over enorme strijkstokken. Wie voor een leven als maandlastige kiest, zal tijdens dat leven het grootste deel van zijn inkomen in hun richting zien verdwijnen. Natuurlijk: belasting kunnen we (en willen we misschien ook niet) helemaal vermijden. Maar we hebben meer invloed op de hoogte ervan dan je zou verwachten. Het Nederlandse belastingklimaat is ongunstig voor burgers, maar gunstig voor bedrijven. De grote groei van het aantal eenmansbedrijven houdt hiermee vast verband. Als freelancer heb je meer controle over je bezittingen omdat je een deel ervan als productiemiddel kunt bestempelen. Je hoeft dan geen BTW meer te betalen, en kunt de aanschafwaarde ook in mindering brengen van je belastbaar inkomen. Wie dat handig doet, kan enorm besparen op zijn belastinguitgaven.

Je kunt tegenwerpen dat een zelfstandige veel minder zekerheid heeft dan een salarisverdiener. Maar gezien de trends in de ontslagwetgeving, snijdt dit steeds minder hout. Wel is het zo dat een zelfstandige geen recht heeft op voorzieningen die op een ooit verdiend salaris gebaseerd zijn, zoals WW. Maar ook voor werknemers staan deze rechten onder druk. Meer in het algemeen kun je stellen dat de adviezen in dit artikel überhaupt niet gericht zijn aan bangige mensen die niet graag uit de pas lopen.

Banken en verzekeraars kun je nog gemakkelijker op afstand houden. Hét advies: koop nooit een ingewikkeld 'financieel product'. Banken en verzekeraars halen een deel van hun winst uit openlijke tarieven maar een des te groter deel uit verborgen kosten - en hoe ingewikkelder het 'product', hoe rianter de mogelijkheden om de klant geld af te troggelen. Verzekeren moet je je alleen tegen rampen die je leven kunnen verwoesten, zoals ernstige ziekten of het afbranden van je huis. Het is vreemd om een dure annuleringsverzekering af te sluiten op een vliegticket van vijfhonderd euro of een schadeverzekering op een telefoon van driehonderd euro. Nog vreemder is het om jezelf te verzekeren tegen het verlies van je leven. Banken eisen zo'n levensverzekering vaak omdat ze hun geld terug willen nadat je naar de eeuwige jachtvelden bent vertrokken, maar die lening moet je sowieso niet afsluiten. Akkoord, u wilt uw levenspartner niet berooid achterlaten. Maar waarom opent u dan niet een spaarrekening? De kans dat u te vroeg overlijdt om een substantieel bedrag bij elkaar te sparen, is klein. Dat is een statistisch feit, anders zouden er geen levensverzekeringen aangeboden worden.

Wie als zelfstandige zijn broek ophoudt, geen leningen afsluit en niet te veel verzekeringen, houdt ofwel een hoop geld over (ofwel een hoop tijd - het hangt er vanaf hoe goed de zaken lopen). En wie zulk geld goed investeert, wordt uiteindelijk meester over zijn eigen toekomst. Dit geldt natuurlijk ook voor salarisverdieners: zij hebben minder invloed op de hoogte van hun belastinguitgaven, maar voor het overige is er geen verschil.

Les 2: bouw je eigen huis

De volgende sleutel in de zelfbevrijding is onroerend goed. Een mens moet ergens wonen. Wie dat in Nederland wil, heeft een probleem, want de woningmarkt wordt er geregeerd door een kongsi van lokale overheden, projectontwikkelaars en woningcoöperaties. Uiteraard draait het ook hier om strijkstokorganisaties.

Natuurlijk: een eigen huis bouwen of een oud krot zelf renoveren, kan een hel zijn. Maar je kunt het ook als hobby zien. Het is heel bevredigend om vanuit een (sociale) huurwoning, goedkope koopwoning of - waarom niet - een antikraakwoning elders stukje bij beetje een fraaie stulp op te bouwen. Zo'n woning - het kan ook een recreatiewoning zijn ergens waar permanent wonen wordt gedoogd - mag zich best op een ongebruikelijke plaats bevinden: in een achterbuurt met toekomst bijvoorbeeld, in de provincie, of in het buitenland. Bijna overal in de EU heb je voor hetzelfde geld een veel beter huis. Bovendien wordt het bezit van een huis niet overal zo hoog, en soms zelfs helemaal niet, belast. Ook allerlei andere bijkomende kosten zijn in andere EU-landen meestal lager of onbestaand. Wel heft de Nederlandse fiscus belasting op de waarde van een tweede huis, al valt die waarde vaak lastig vast te stellen, zeker als je het huis zelf hebt gebouwd.

Bouw of verbouwing volgens het eerder beschreven Griekse model is een uitstekende besteding van opgespaard geld. Sterker nog: het noopt tot sparen. Als je een huis bouwt, wordt je vanzelf kostenbewuster. Ook ontwikkel je een goed oog voor de listen en lagen van aannemers en klussers. Na de bouw van je eerste huis ben je een soort deskundige geworden. En deskundigheid is, zoals bekend, goud waard. Samenvattend: de keten projectwoning - hypotheek - levensverzekering kun je vervangen door huis-onder-mijn-stand - spaargeld - woningproject - eigen huis. In dat eigen huis hoef je niet per se meteen te gaan wonen. Belangrijk is dat je het hebt - écht hebt, dus zonder hypotheek.

Les 4: spaar!

Hoe komt u aan dat geld? Een erfenis, de jackpot winnen of binnenlopen als ondernemer, kan helpen. Maar dat vergt een flinke dosis geluk - al is de kans dat u voor een erfenis in aanmerking komt redelijk groot; in 2007 lieten 110.000 overledenen in totaal tien miljard euro na. Mede door de vergrijzing zal dit bedrag de komende jaren alleen maar toenemen.

Maar om er zeker van te zijn dat u niet tot uw zevenenzestigste aan de bak hoeft, kunt u het geld beter zelf bij elkaar vegen. Met beleggen bijvoorbeeld. Als het even kan niet via de aankoop van een lijfrenteverzekering, een beleggingsverzekering of een andere woekerpolis. Daarvan verdwijnt soms wel tot veertig procent in de zakken van verzekeraars en tussenpersonen. Beleg bij voorkeur zelf - in aandelen, obligaties of vastgoed bijvoorbeeld - of in een gerenommeerd beleggingsfonds.

Maar beleggen biedt geen zekerheid. Wie zekerheid wil, gaat sparen. Hoe eerder hoe beter. Leg maandelijks 200 euro opzij en na 30 jaar hebt u 143.015 (rente 5 procent) bij elkaar gespaard. Oftewel: u kunt ruim drie jaar (3,2 jaar) eerder stoppen met werken. Na 35 jaar groeit dit bedrag aan tot 205.810 euro - goed voor 4,1 jaar eerder stoppen. Maar daarmee bent u er nog niet. In deze voorbeelden is nog geen rekening gehouden met de vermogensrendementsheffing (1,2 procent per jaar). En - nog veel belangrijker - u krijgt een substantieel lager pensioen. In plaats van 70 procent van het laatstverdiende loon ontvangt u vanaf uw zevenenzestigste slechts 35 procent. Oftewel: uw pensioen halveert!

Les 3: bepaal hoeveel je nodig hebt

Ook voor loongebondenen blijft eerder stoppen met werken mogelijk. Wie goed plant, vroeg begint en handig gebruik maakt van de bestaande regelingen kan er ruim voor zijn zevenenzestigste mee ophouden. Niet te zeer aan status gehecht zijn, helpt. Vooropgesteld: de vroegpensioenregelingen (vut, prepensioen, flexpensioen) waren ideaal. Nog niet eens zozeer vanwege de aftrekbaarheid van de premies - over de uiteindelijke uitkering moest wel belasting worden betaald - maar omdat de werkgever dikwijls meebetaalde. Helaas, per 1 januari 2006 maakte het Kabinet aan deze verwennerij een eind. Wie sindsdien eerder van zijn tweede jeugd wil genieten, moet dit zelf financieren en - niet onbelangrijk - genoegen nemen met een lager pensioen. Immers, zodra u stopt met werken, stopt ook de pensioenopbouw. Wie een volledig pensioen opbouwt, krijgt op zijn zevenenzestige zeventig procent van het gemiddeld verdiende salaris. Voor elk jaar eerder stoppen gaat daar zeven à acht procent vanaf. En toch kan het, eerder stoppen, zonder dat dit ten koste gaat van de hoogte van uw pensioen. Bepaal allereerst hoeveel u nodig hebt. De een is content met een modaal maandsalaris van 1600 euro netto, de ander heeft aan vijf keer modaal nog niet genoeg. Laten we uitgaan van tweeduizend euro netto per maand: 25 procent boven modaal. Stel, u bent nu 32 jaar oud en wilt op uw tweeënzestigste stoppen, dan hebt u, om de vijf jaar tot uw zevenenzestigste te overbruggen, een bedrag nodig van 226.420 euro (gecorrigeerd voor inflatie). Bent u zevenentwintig en wilt u op uw tweeënzestigste stoppen, dan wordt dat 249.865 euro.

Les 5: maak gebruik van de levensloopregeling

Gelukkig is er sinds 2006 de levensloopregeling (zie www.szw.nl voor een brochure). Bedoeld als verlofspaarregeling - voor ouderschaps- of zorgverlof of een sabbatical - maar ook ideaal om eerder te stoppen met werken. Met de levensloopregeling mag u jaarlijks twaalf procent van uw brutosalaris opzij leggen tot een maximum van 210 procent. Wie het maximale tegoed bij elkaar heeft gespaard - duur: 17,5 jaar - kan 2,1 jaar eerder stoppen met werken. Het kan nóg eerder. Wie minimaal twee keer modaal verdient en genoegen neemt met 2000 euro netto per maand kan drie à vier jaar eerder naar huis.

Groot voordeel van de levensloopregeling: de pensioenopbouw loopt door. De werkgever blijft pensioenpremies afdragen terwijl u niet meer werkt. Geen wonder dat de regeling razend populair is onder potentiële prepensionado's. Van de ruim 300.000 mensen die meedoen, doet maar liefst zeventig procent dit om eerder te stoppen met werken.

Les 6: laat uw pensioen eerder uitkeren

Laat uw pensioen eerder uitkeren. De meeste pensioenfondsen staan dit toe.

Les 7: betaal uw vroegpensioen met uw huis

Als u in het bezit bent van een koopwoning, dan is ook dit een handige bron voor de financiering van het vroegpensioen. U kunt het huis verkopen en gaan huren, of de overwaarde benutten. U neemt bijvoorbeeld een krediet- of opeethypotheek, een soort consumptief krediet waarbij de overwaarde van de woning dient als onderpand. Het bedrag dat hierdoor vrij komt, kan flink oplopen. In 2007 bedroeg de totale overwaarde op de Nederlandse huizenmarkt 264 miljard euro - 173.000 per huishouden. Door de kredietcrisis is daar inmiddels wel wat vanaf gebrokkeld, maar het restant is nog steeds genoeg om ruim drie jaar eerder te stoppen met werken.

Les 9: geef minder uit

Er is nog een manier om uw droom te verwezenlijken: snijden in uw uitgaven. Zet bijvoorbeeld het mes in de woonlasten: procentueel gezien veruit de grootste molensteen om de nek van de consument. Hoe? Door bijvoorbeeld uw huis te verkopen, maar er toch in te blijven wonen.

Dit kan onder meer met Torenstad Verzilverd Wonen of met Amvest. Via Torenstad Verzilverd Wonen (www.torenstadverzilverdwonen.nl) verkoopt u uw huis aan een woningcorporatie in ruil voor een deel van de waarde plus het recht om er de rest van uw leven te blijven wonen. Amvest (www.amvesthomefree.nl) koopt uw woning en verhuurt die vervolgens weer aan u terug.

Consuminderen kan uiteraard ook. Gewoon genoegen nemen met een iets minder exquise levensstijl. Verkoop bijvoorbeeld uw huis en neem uw intrek in een zomerhuisje. U casht de overwaarde én de woonlasten dalen fors. Combineer dit met de levensloopregeling en vijf jaar eerder stoppen komt binnen handbereik.

Les 8: ga parttime met pensioen

Bieden alle bovenstaande mogelijkheden geen soelaas, dan moet u misschien gaan denken aan parttime pensioen. U gaat dan een paar jaar voor uw zevenenzestigste minder werken. Voor de dagen die u niet werkt, ontvangt u alvast pensioen. Voor de gewerkte dagen ontvangt u gewoon loon, maar ook de pensioenopbouw loopt door. Dat maakt een parttime pensioen een stuk beter betaalbaar dan helemaal eerder stoppen met werken. Bij parttime pensioen, maar ook voor wie fulltime eerder met pensioen wil of pas op zijn zevenenzestig, geldt bovendien dat onder bepaalde voorwaarden pensioen kan worden bijgespaard.