Vrij Nederland Demmink-control
Binnenkort neemt de machtigste ambtenaar op Justitie afscheid. Zijn tegenstanders proberen Joris Demmink voor de finish nog onderuit te halen. ‘Zijn homoseksualiteit speelt kennelijk een rol.’
Illustratie: Eddo Hartmann
Demmink-control
Binnenkort neemt de machtigste ambtenaar op Justitie afscheid. Zijn tegenstanders proberen Joris Demmink voor de finish nog onderuit te halen. ‘Zijn homoseksualiteit speelt kennelijk een rol.’
Hij is er bijna. Op 31 oktober vertrekt Joris Demmink (64) als secretaris-generaal op het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Op zijn afscheidsfeestje drinkt hij misschien een glaasje pomerol Château Pétrus met zijn intimi. Wellicht klinkt er die woensdagavond muziek, bijvoorbeeld een aria uit Bellini’s Norma, een van zijn favoriete opera’s. Hij zal ongetwijfeld worden uitgezwaaid door een hooggeplaatst gezelschap van vertrouwelingen. Rechters en procureurs-generaal, oud-bewindslieden, (oud-)hoofden van Justitie, politie- en inlichtingendiensten. Mensen die zijn scherpe geest en intellect roemen, die steunden op zijn dossierkennis en discretie. Mannen en een enkele vrouw die pontificaal voor hem zijn gaan staan toen hij keer op keer onder vuur kwam te liggen.
Maar er zijn er evenzoveel die het Haagse afscheidsfeestje met graagte zouden verstoren. Een bont gezelschap van advocaten, journalisten, politici, zakenlieden en oud-politiemensen is er veel aan gelegen om Demmink voor de eindstreep nog een stok tussen zijn benen te planten (zie ook p. 10-11). Voor hen is ‘Joris D.’ een machtsbeluste pederast die zich keer op keer heeft vergrepen aan minderjarigen. En die, om zijn misdaden te verhullen, zijn omgeving heeft gechanteerd, waarbij hij niet terugdeinsde voor internationale complotten.
Al bijna tien jaar lang pogen zijn tegenstanders de secretaris-generaal op non-actief te krijgen en te laten vervolgen. Daarvoor zijn krantenpagina’s, schotschriften en websites volgeschreven. Tot op heden tevergeefs. Publiekelijk wordt Demmink beschermd door zijn politieke bazen en ook voor opsporingsinstanties zijn de aantijgingen telkens onvoldoende aanleiding geweest voor serieus onderzoek. Zijn opponenten dagen Demmink steeds uit om te reageren op de beschuldigingen, maar hij blijft een onzichtbare figuur die zich schuilhoudt achter de muren van het ministerie. Of het nu gaat om serieuze aantijgingen in aangiftes, vragen van verontruste Kamerleden of online scheldkanonnades in de krochten van het internet, Joris Demmink zwijgt. Het is dan ook verrassend dat hij reageert op vragen van Vrij Nederland, zij het zeer summier. ‘Het heeft mij altijd minder passend geleken als persoon naar buiten te treden, waar de aandacht zich vooral op de functie zou behoren te richten,’ schrijft de secretaris-generaal, waarna hij kort en puntsgewijs de beschuldigingen ontkent (zie kader p. 30-31).
Drie affaires liggen aan de basis van de beschuldigingen. Ten eerste is er Demminks vermeende rol in het pedofielennetwerk dat onder de naam Rolodex eind jaren negentig door de recherche werd onderzocht. Dan zijn er de verhalen dat de topambtenaar zich begin deze eeuw heeft vergrepen aan minderjarige jongens in het Eindhovense Anne Frank plantsoen. En ten slotte is er de aantijging van de voor moord veroordeelde Koerdische drugshandelaar Hüseyin Baybaşin, die beweert dat Demmink er medeverantwoordelijk voor is dat hij levenslang in een Nederlandse cel zit.
Telefoontaps bewerken
De laatste zaak is de meest pregnante. Al sinds 1998 zit Baybaşin vast. In dat jaar werd hij gearresteerd en later veroordeeld voor onder meer moord, uitlokking van moord en heroïnehandel. Zelf beweert de Koerd dat hij als zakenman het slachtoffer is geworden van een Turks-Nederlands complot. Toen hij in de jaren negentig naar buiten bracht dat de Turkse regering zelf in de drugshandel zat, wilden de Turken hem het zwijgen opleggen. De indertijd in Nederland verblijvende Baybaşin kon – na tussenkomst van de rechter – niet aan Turkije worden uitgeleverd. Daarom spande de regering in Ankara samen met Den Haag, beweert de Koerd. Dat gebeurde in de persoon van vicepremier Tansu Çiller, die zou hebben onderhandeld met de toenmalige minister van Justitie Winnie Sorgdrager. Van Nederlandse zijde was er ook een hoge ambtenaar aanwezig: Joris Demmink. Daar bij zouden de Turken met het mes op tafel hebben onderhandeld: als jullie Baybaşin niet aanpakken, brengen wij de grootst mogelijke rotzooi naar buiten; namelijk dat Demmink zich in de jaren negentig in Turkije meermalen heeft vergrepen aan minderjarigen. Dat is kort samengevat Baybaşins verhaal van de samenzwering tegen hem. Daarbij is volgens de gedetineerde op ingenieuze wijze bewijsmateriaal vervalst, onder meer door telefoontaps zo te bewerken dat het lijkt of hij opdracht geeft voor een liquidatie.
Baybaşin heeft inmiddels bijna alle rechtsmiddelen aangegrepen om zijn gelijk te halen, maar rechters, raadsheren en het Europese hof hebben tot op heden geoordeeld dat het ‘onvoldoende aannemelijk’ is dat het bewijs tegen hem is gemanipuleerd.
Daarna gooide de verdediging het over een andere boeg. Baybaşins advocaat Adèle van der Plas ging in zee met de oud-rechercheur Klaas Langendoen, die tegenwoordig een juridisch adviesbureau heeft. Die zocht naar sporen in Turkije. Hij bemachtigde daar onder meer een kopie van een geheim rapport, waarin een voormalige medewerker van de Turkse militaire inlichtingendienst het complot tegen Baybaşin beschrijft. Ook legde Langendoen contact met twee mannen die beweren als tieners door Demmink – indertijd directeur-generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken – te zijn misbruikt tijdens werkbezoeken aan onder meer de Turkse badplaats Bodrum.
De twee vermeende slachtoffers deden uiteindelijk in 2010 aangifte tegen Demmink. Een van hen kwam zelfs naar Nederland en legde een verklaring af bij de politie. In opdracht van het OM besloot de rijksrecherche een feitenonderzoek te doen. Het leidde tot niets. Begin 2012 liet het OM weten dat er onvoldoende gronden zijn om een strafzaak tegen Demmink te beginnen. Uiteraard tot grote frustratie van het team-Baybaşin. Langendoen: ‘Het is een bekend gegeven: als je niets aan onderzoek wilt doen, doe je een feitenonderzoek, want dat heeft geen juridische status. Als een verdachte niet wil meewerken, heb je als rechercheur geen enkel dwangmiddel tot je beschikking. Ze hebben Demmink gevraagd of hij in de jaren negentig in Turkije is geweest. Toen hij dat ontkende was de kous af. Ik heb nog tegen de zaaksofficier van justitie gezegd dat hij naar het reisbureau van de overheid moest gaan. Daar liggen die gegevens. “Klaas, dat mag ik niet,” zei hij.’
De verdediging zegt inmiddels aanwijzingen te hebben dat Demmink zeker negen keer in Turkije is geweest in de jaren negentig. Daar naast heeft Langendoen in Turkije verklaringen vastgelegd van voormalige opsporingsambtenaren die de samenzwering tegen Baybaşin lijken te staven. En er is meer. Van der Plas zegt ook nieuw bewijs te hebben dat telefoongesprekken waarin haar cliënt Baybaşin wordt afgeluisterd, zijn vervalst door de Turkse politie, in samenwerking met hun Nederlandse collega’s.
Hüseyin Baybaşin: ‘geen betrouwbare getuige’. Foto: Peter Blok/HH
Herzieningsverzoek
Ondertussen kreeg de advocate voor elkaar dat de zogenaamde Toegangscommissie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (TCEAS) de – volgens Baybaşin vervalste – tapgesprekken onder de loep nam. De TCEAS, onder leiding van de toenmalige hoogleraar strafrecht Ybo Buruma, onderzocht of Baybaşins zaak in aanmerking moest komen voor een herziening. Waren er nieuwe zaken aan het licht gekomen waar rechters eerder geen weet van hadden? En zou er met dat nieuwe bewijs een heel andere uitkomst voor de veroordeelde mogelijk zijn geweest?
Opnieuw moest de verdediging bakzeil halen. Buruma en de zijnen noemden de zaak-Baybaşin begin dit jaar een ‘uiterst complexe en delicate kwestie’ maar concludeerden uiteindelijk dat ‘niet vastgesteld is kunnen worden dat gemanipuleerd is in de onderzochte gesprekken’. Toch plaatst de rechtsgeleerde kanttekeningen bij het onderzoek naar de verdachte Koerd. Baybaşin is onder meer veroordeeld voor de moord op Sadik Öge, die op 9 november 1997 in een theetuin in Istanbul werd geliquideerd. Baybaşin zou telefonisch de opdracht hebben gegeven aan twee hitmen. Frappant is echter dat de twee vermeende schutters gewoon rondlopen – een is vrijgesproken, de ander niet vervolgd. Dat dat vragen oproept, is ook Buruma ‘niet ontgaan’. Zijn commissie was echter niet in staat om die zaken zelf te onderzoeken, schrijft hij in zijn eindrapportage. Maar ‘de TCEAS heeft zich erover verbaasd dat relatief eenvoudige verificaties achterwege zijn gebleven’.
Of Demmink een rol speelde in de zaak-Baybaşin heeft de commissie niet onderzocht, zegt Buruma. ‘Daarvan hebben we ons verre gehouden. Natuurlijk heeft mevrouw Van der Plas daarom verzocht, dat zal niet verbazingwekkend zijn. Maar dat hoort niet tot het mandaat van de commissie. Wij moeten kijken of politie en OM het goed hebben gedaan, of dat er aanleiding is om daarover te aarzelen.’
Ondanks de kanttekeningen die de commissie bij het strafrechtelijke onderzoek plaatst, was het oordeel voor Baybaşin opnieuw negatief. Maar zijn raadsvrouw had nog een ijzer in het vuur. Een jaar eerder had Van der Plas al haar speurwerk naar nieuwe feiten in een zogenaamd herzieningsverzoek gegoten. Dat stuk heeft de advocate rechtstreeks gericht aan de Hoge Raad, die ze vraagt om de rechtsgang van Baybaşin nogmaals tegen het licht te houden. Wie het document leest, krijgt vanzelf het gevoel dat de veroordeelde Koerd flink in het pak is genaaid – zonder overigens de waarde te kunnen wegen. Of, zoals Van der Plas het formuleert, het is een ‘samenspanning vanaf hoog politiek niveau’.
Omslachtig complot
De niet aflatende queeste van het Baybaşin-kamp lijkt nu voor het eerst vruchtbaar. Op 4 september schreef Diederik Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad (een soort officier van justitie), dat ‘het materiaal waarmee het herzieningsverzoek is onderbouwd aanleiding geeft voor nader onderzoek naar de vraag of een grond voor herziening aanwezig is’. Dat is juristenlingo voor: we moeten de boel nog eens grondig onderzoeken. ‘Moedig’ vindt Van der Plas. ‘Aben is de eerste die vanuit het systeem (de advocate doelt op de rechterlijke macht en het OM, waarbinnen Demmink volgens haar een flinke invloed heeft, HL) de zaak durft aan te pakken.’
'Niet duidelijk is welk belang de minister had om Demmink te beschermen'
Dat mag zo zijn, maar of haar betoog overeind blijft als de hoogste rechters er zich straks over buigen, is ongewis. En Aben neemt daar alvast een voorschot op. Hij ziet weliswaar allerlei open eindjes in het onderzoek, maar moet vooralsnog niets hebben van de door de verdediging geschetste machinaties. ‘Naar mijn voorlopige inschatting en met de huidige kennis schort het in bepaalde mate aan de “logica” van de complottheorie waarop het herzieningsverzoek stoelt.’
Als er al iets van waar is, zegt Aben niet te kunnen doorgronden waarom mensen als Sorgdrager en Demmink daarbij in een complot moesten worden betrokken. ‘Laten we for the sake of the argument aannemen dat de minister van Justitie en enkele hoge ambtenaren destijds niet werden gehinderd door enige vorm van moraal of juridische ethiek,’ schrijft Aben. ‘Zij werden geconfronteerd met de eis van de Turkse vicepremier aan de Nederlandse minister van Justitie om mee te werken aan een lasterlijke set-up, waarbij de minister van Justitie werd gechanteerd met de openbaring van een voor de hoge ambtenaar Demmink uiterst belastend dossier. Toch is er dan nog wel een louter rationeel probleem. Indien van een hoge ambtenaar van het ministerie van Justitie dergelijke ontluisterende informatie bekend is geworden, is het afbreukrisico van een cover-up, gevoegd bij een (afgedwongen) set-up (van een onschuldig persoon), vele malen groter dan het ontslag en eventueel de vervolging van die ambtenaar. Niet duidelijk is welk belang de minister van Justitie had om Demmink in bescherming te nemen. Demmink was niet onmisbaar. Voor hem een ander. De gevolgen voor de Nederlandse staat waren dan in elk geval te overzien.’
En zo werpt Aben nog meer bezwaren op tegen de complottheorie, die hij als ‘risicovol’ en ‘omslachtig’ typeert. Maar het mag voor het kamp-Baybaşin de pret niet drukken, een ‘nader onderzoek’ – waarmee de Hoge Raad nog wel akkoord moet gaan – ligt in het verschiet.
Ook Ybo Buruma juicht de conclusie van Aben toe. De oud-voorzitter van de Toegangscommissie CEAS is voorzichtig met zijn woorden. Hij is tegenwoordig zelf raadsheer bij de Hoge Raad en wil daarom onder geen beding oordelen over het herzieningsverzoek van Baybaşin. ‘De gedachte van de verdediging dat er een mogelijk complot is geweest, is een hele lange bal. Inhoudelijk ga ik er verder niets over zeggen. Maar ik zie met instemming dat Aben de zaak heel serieus heeft opgepakt, nu hij voorstelt nader onderzoek te doen. Hij heeft bevoegdheden die de CEAS niet heeft.’
Eén getuige kan de Hoge Raad alvast op de lijst zetten: oud-minister van Justitie Winnie Sorgdrager. Ze is tegenwoordig lid van de Raad van State en zou indertijd aanwezig zijn geweest bij de deal met de Turken. Dat ontkent de oud-bewindsvrouw tegenover Vrij Neder land. ‘Mevrouw Sorgdrager heeft niet met Turkse bestuurders over Baybaşin gesproken. Niet in Turkije, noch in Nederland,’ zegt haar woordvoerder. ‘Verder wil ze zich niet mengen in de lopende procedure bij de Hoge Raad.’
Lokale pornoacteur
Het is nogal wat: een topambtenaar die na seksuele uitspattingen meewerkt aan een internationale ‘set up’ tegen een grote maffiabaas. Toch lag er een precedent voor de beschuldigingen aan zijn adres. Al eerder was Demmink in opspraak gekomen wegens vermeend misbruik van minderjarigen. In 2003 publiceerden de Gaykrant en Panorama samen een artikel waarin hij in verband werd gebracht met het schandaal rond het Eind ho ven se Anne Frankplantsoen. Dat was een homo-ontmoetingsplaats waar naar verluidt ook minderjarige schandknapen seks hadden met volwassen mannen. De zaak kwam aan het rollen toen PSV-directeur Fons Spooren werd aangehouden. Politieverklaringen van getuigen en bronnen van de twee tijdschriften beweerden dat op de plaats delict ook andere ‘hooggeplaatsten’ hun gerief zochten. Al snel kwamen er twee namen in beeld bij de journalisten: een katholieke bestuurder uit Weert en een hoge ambtenaar. De laatste voerden ze anoniem op, maar voor kenners van het Haagse circuit liet zich raden dat het om Demmink ging. Hij was herkend door bezoekers van het Anne Frank plantsoen en er zou ook een link zijn met Praag. Demmink zou de Tsjechische hoofdstad regelmatig hebben bezocht, een relatie hebben gehad met een lokale pornoacteur en samen met een Nederlandse diplomaat het homocircuit hebben afgestruind op zoek naar – minderjarige – jongens. Vlak voor de publicatie meldde zich ook nog een man die zei slachtoffer van Demmink te zijn geweest. Na overleg met de journalisten deed deze Frank L. aangifte tegen de secretaris-generaal. Het OM was er als de kippen bij. Al snel volgde het nieuws dat L. zijn verhaal had ingetrokken. Hij zou later worden veroordeeld voor het doen van een valse aangifte.
De affaire leidde in de herfst van dat jaar tot koortsachtig overleg achter de schermen. Demmink ging in gesprek met Henk Krol en Frank Hitzert, de hoofdredacteuren van respectievelijk de Gaykrant en Panorama. Hij wilde een rectificatie, zij weigerden dat en stelden een interview voor. Demmink ging in eerste instantie akkoord, maar trok zijn medewerking een dag later terug.
Intussen was de genoemde katholieke leider, de toenmalige deken van Weert, een civiele smaadprocedure tegen de bladen begonnen. Die verloren de tijdschriften. Daarop zette de advocaat van Demmink hen onder druk: rectificeer of ook wij dagen jullie voor de rechter. ‘Het verhaal van de deken van Weert was in een strafrechtelijke context geplaatst,’ zegt toenmalig Panorama-hoofd redacteur Frank Hitzert. ‘De rechter veegde het van tafel. Datzelfde zou zijn gebeurd als Demmink ons had gedaagd. Voor dat verhaal hadden we bronnen die we nooit aan de openbaarheid zouden kunnen prijsgeven. Dus hebben we aan damage control gedaan.’ Beide bladen publiceerden kort daarop een zogenaamd ‘rectificerend hoofdredactioneel commentaar’ waarin ze toegaven dat hun bronnen ‘onbetrouwbaar’ waren gebleken.
'Als iemand zo in opspraak is, kan hij dan een hoge functie bekleden?'
Delicate positie
Henk Krol, sinds kort lijsttrekker en Kamerlid voor 50Plus, zei eerder in Vrij Nederland over de publicatie: ‘Daar heb ik geen spijt van. We hadden langer door moeten gaan en pas moeten publiceren als alles boven tafel was. We zijn nu zoveel jaren verder en er is nog steeds geen duidelijkheid in deze kwestie.’ Als we hem opnieuw naar het Anne Frankplantsoen vragen, wil hij niet verder terugblikken. ‘Ik heb indertijd afgesproken er niet over naar buiten te treden,’ laat de oud-hoofdredacteur van de Gaykrant weten.
‘Dat snap ik wel. Ze hebben gedreigd zijn hele uitgeefimperium af te pakken,’ zegt Fred de Brouwer. Hij was verslaggever van Panorama en co-auteur van het stuk over Demmink. De Brouwer reisde voor het verhaal onder meer af naar Praag. Daar dook hij in het homocircuit en kreeg in de beruchte Pinokkio-bar – waar schandknapen hun diensten aanboden – naar eigen zeggen de bevestiging dat de Nederlandse topambtenaar die ook frequenteerde. ‘Op de keeper beschouwd was dat ons hardste bewijs tegen Demmink. Daar hebben twee mensen onafhankelijk van elkaar bevestigd dat Demmink daar kwam. Een chauffeur en de bareigenaar. Ze herkenden hem van de foto. Daar was geen speld tussen te krijgen.’
Oud-verslaggever De Brouwer staat nog steeds achter zijn verhaal. Net als zijn voormalig hoofdredacteur Hitzert, al verwoordt deze het wat diplomatieker. ‘Als we het artikel los van het verhaal over de deken van Weert hadden geplaatst, hadden we sterker gestaan. Fred en Henk hadden journalistiek al het mogelijke gedaan om tot het Demmink-verhaal te komen. En de portee was uiteindelijk niet dat Demmink strafrechtelijk fout zat, maar veel meer: als iemand zo in opspraak is, in zo’n delicate positie zit, kan hij dan een hoge functie bekleden?’
De rel rond het Anne Frankplantsoen kreeg een staartje. Hitzert en Krol hadden Demmink weliswaar geïnterviewd, maar dat gesprek werd nooit gepubliceerd. NOS-verslaggever Lex Run der kamp kreeg de tekst echter in handen en meldde dat Demmink tijdens die bijeenkomst zou hebben toegegeven dat hij seks had met jongemannen en niet altijd naar de leeftijd had gevraagd. Ook zou hij hebben toegegeven de Praagse gayscene te hebben verkend en een relatie te hebben gehad met de pornoacteur Libor Čtvrtlík (dat laatste krijgt Vrij Nederland overigens ook te horen van een bron bij het ministerie van Veiligheid en Justitie), maar dat alles altijd binnen de grenzen van de wet. De Journaal-uitzending leidde tot een procedure bij de Raad voor de Journalistiek, aangespannen door de advocaat van Demmink. De omroep verloor de zaak. Later werden stukken uit die procedure – de ‘Runderkamp-papers’ – via internet verspreid, net als ander bronnenmateriaal van de Gaykrant en Panorama. Daar uit blijkt dat de verslaggevers onder meer hadden gesproken met voormalige vrienden van de secretaris-generaal. Ze schetsten een beeld van Demmink als een seksbeluste, drankzuchtige, machtige, maar eenzame dienaar van de staat.
In de shredder
Wat Henk Krol, Fred de Brouwer en Frank Hitzert in 2003 niet wisten, is dat de naam van Demmink al eerder was opgedoken in de kantlijn van het zogeheten Rolodex-onderzoek. In de jaren negentig nam de Amsterdamse politie een vermeend pedofielennetwerk onder de loep. Daarbij werden seksbazen uit het circuit van homoprostitutie aangehouden. De gedachte was dat deze verdachten op bestelling minderjarige jongens aan ‘heren van stand’ leverden. Daarbij vielen de namen van in ieder geval twee hoofdofficieren van justitie. Maar politiemensen die indertijd bij het onderzoek betrokken waren, verklaren tegenover Vrij Nederland dat ook een hoogleraar, een bekende advocaat en een hooggeplaatste ambtenaar verdacht waren in dit pedocircuit.
Zeker is dat meerdere instanties een vinger aan de pols hielden bij Rolodex. Uit geheime stukken die Vrij Nederland inzag, blijkt dat zowel de rijksrecherche als de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD, voorloper van de AIVD) mee vergaderden over de te voeren strategie. Oud-opsporingsambtenaren beweren vijftien jaar na dato dat van het ene op het andere moment ‘de stekker uit het onderzoek ging’ en alle informatie in de shredder verdween. Hoe wel de naam van Demmink niet officieel in het Rolodex-onderzoek voorkwam, zeggen deze betrokkenen dat de rijksrecherche hem wel degelijk in het vizier had als een van de mogelijke verdachten. Na dien hebben ministers bij meerdere gelegenheden gezegd dat Demmink geen rol speelde in Rolodex. Toen hij in 2002 door Piet Hein Donner werd bevorderd tot secretaris-generaal, heeft de AIVD alle mogelijke beschuldigingen nagelopen. Dat althans beweerde Donners opvolger, Ernst Hirsch Ballin, jaren later.
Toch is ook het Rolodex-onderzoek weer actueel. Tenminste in de ogen van het anti-Demmink-kamp. Op de Amerikaanse site arrestdemmink.com is een video te zien waarin een vermeend slachtoffer van Demmink in het En gels verhaalt over het bewuste pedocircuit. In hetzelfde filmpje vertellen advocate Adèle van der Plas en oud-rechercheur Klaas Langendoen over de wijze waarop deze club van hooggeplaatsten misbruik maakte van hun positie. En ze spreken schande van het gebrek aan daadkracht bij de Nederlandse overheid.
Demmink, onherkenbaar gemaakt in Panorama. Foto: Goffe Struiksma
Vleesgeworden kwaad
Het gaat inmiddels al lang niet meer alleen om Demmink en zijn vermeende seksuele voorkeuren. De secretaris-generaal is voor zijn tegenstanders het alfamannetje in een verrot rechtssysteem, het vleesgeworden kwaad van het justitiële apparaat. De teneur is: er ligt zo ongelooflijk veel belastend materiaal tegen de topambtenaar, waarom worden al die beschuldigingen niet eens minutieus onderzocht door de Nederlandse staat?
Dat is wel degelijk gebeurd, zegt oud-minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin. ‘Mijn voorgangers, mijn opvolgers en ik hebben daarin steeds een consequente lijn gevolgd, namelijk dat wat er aan beschuldigingen ligt, moet worden onderzocht. Dat is zeer uitgebreid gedaan door verschillende instanties, door de AIVD in de tijd van mijn voorganger Donner en in mijn tijd is het OM ermee bezig geweest. De conclusie was elke keer weer dat er geen houvast is voor de beschuldigingen.’
Datzelfde benadrukt Arthur Docters van Leeuwen, voormalig procureur-generaal en oud-hoofd van de BVD. ‘Minster Donner belde me ooit en vroeg: “Weet jij iets?” Mijn antwoord was: ik heb veel verhalen gehoord. Toen ik plaatsvervangend directeur-generaal op Justitie was. Toen ik hoofd van de BVD was. En toen ik procureur-generaal was. Maar nooit is er eens een beetje betrouwbare getuige opgevoerd, nooit eens een beetje leuke foto getoond. Alleen maar hearsay. En meneer Baybaşin, een veroordeeld moordenaar, komt op mij niet over als een betrouwbare getuige. Demmink krijgt veel tegenwind, maar het is altijd dezelfde wind. Zijn homoseksualiteit speelt kennelijk een rol. Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die zenuwachtig worden van homo’s. Nou, dat is dan lekker verlicht! Ik dacht dat we dat hadden gehad in Nederland. Verder zijn het alleen maar verhalen die niet controleerbaar zijn.’
Oud-minister Hirsch Ballin zegt zich te hebben verbaasd over de recente ophef vanuit de Verenigde Staten (zie ook pagina's 10-11): ‘Ik heb de brief van de Congresleden gezien en daar heb ik niets nieuws in gevonden. Het meest opvallende gegeven is, en dat is ook eerder aan de Tweede Kamer gemeld, dat in de periode waarop de beschuldigingen betrekking hebben, Demmink in het geheel niet in Turkije is geweest. Het zijn beschuldigingen die bij herhaling zijn onderzocht en waar geen enkel houvast voor is gevonden. Het past natuurlijk in het type discours dat deze Congresleden voeren over Europa. In de Verenigde Staten worden de zaken soms hard gespeeld. Maar er is niets nieuws.’
Stiekem blij
De reacties van de oud-bewindsman en het voormalige hoofd van de veiligheidsdienst zullen de Demmink-tegenstanders alleen maar bevestigen in hun oordeel: de oppermachtige secretaris-generaal wordt beschermd door een netwerk dat hij zelf heeft gecreëerd. ‘Wat mij het meest heeft gestoord,’ zegt oud-rechercheur Klaas Langendoen, ‘is dat als jij twee anonieme meldingen tegen je krijgt van bezit van kinderporno op je computer, dan staat morgenochtend om zes uur de politie bij je voor de deur. Dan ben je verdachte en staat je leven op zijn kop. Bij Demmink niet. Naar hem is nooit fatsoenlijk onderzoek gedaan.’
‘Ik heb me later wel afgevraagd: wat is hier aan de hand?’ zegt oud-Panorama-hoofdredacteur Frank Hitzert. ‘Of de man heeft ongelooflijk veel vijanden die hem onder valse voorwendselen belasteren. Of hij heeft echt een probleem en weet zichzelf meesterlijk te beschermen.’ Voormalig verslaggever Fred de Brouwer: ‘Kijk die Baybaşin is geen lekkertje. Maar ik ben ervan overtuigd dat hij slachtoffer is geworden van dit smerige spel. De beerput is niet Demmink, de beerput is dat zo veel mensen ervan afwisten. Hij krijgt natuurlijk een prachtige afscheidsreceptie. Daar is half bekend Nederland, die likken allemaal zijn reet en zijn stiekem blij dat hij weg is.'
Kader: Een brief van Joris Demmink
Nooit eerder reageerde Joris Demmink op beschuldigingen aan zijn adres. Vorige week schreef hij het onderstaande briefje aan Vrij Nederland.
‘Zoals u terecht constateert heb ik er de afgelopen jaren voor gekozen geen directe contacten met de media te onderhouden. Het heeft mij altijd minder passend geleken als persoon naar buiten te treden, waar de aandacht zich vooral op de functie zou behoren te richten. En daarvoor was en is een uitstekende Directie Voorlichting beschikbaar, die zeer in staat is vragen te beantwoorden. Ook aan het eind van mijn ambtelijke loopbaan zie ik geen reden op dit punt van standpunt te veranderen, hoezeer ik mij ervan bewust ben dat ik u en uw collega’s daarmee teleurstel.
Ik zou overigens over de door u genoemde “affaires” bijzonder weinig kunnen zeggen. In het zg Rolodex-onderzoek komt mijn naam, voor zover ik weet, in het geheel niet voor, in het Anne Frank Plantsoen heb ik nooit een voet gezet en de activiteiten die mij door of namens de heer Baybaşin in de schoenen worden geschoven bestaan alleen in de fantasie van degenen die ze aandragen. Aan gissingen omtrent de motieven achter dit alles zal ik mij niet wagen.’
Over Harry Lensink
Harry Lensink (1968) werkt sinds 2005 bij Vrij Nederland. Hij schrijft over georganiseerde misdaad en justitie.