Illustraties: Moker Ontwerp Illustraties: Moker Ontwerp

Achtergrond

De nieuwe leraar doet het zelf

Door Anja Vink
17 april 2014
Leestijd:

Steeds meer leraren verbeteren hun onderwijs door met elkaar te overleggen, elkaar te coachen en vernieuwende projecten te bedenken, zonder bemoeienis van bovenaf.

Anderhalf jaar geleden kreeg Arjan van der Meij, natuurkundeleraar op Christelijk College De Popu­lier in Den Haag, een berichtje via Linked­In. Of zijn school wilde meedoen aan het verbeterproject leerKRACHT. Nu kon De Populier wel wat ondersteuning gebruiken. Vijf jaar eerder was de school door de onderwijsinspectie nog als ‘zwak’ bestempeld. Inmiddels was er het nodige bijgevijld en rechtgetrokken, en was De Popu­lier weer opgeklommen naar ‘voldoende’. Maar, zoals Van der Meij het zegt: ‘We waren op zoek naar nog een stapje verder.’

Maar ja, weer zo’n verbeterproject? Dat kwam er in de praktijk vaak op neer dat er een extern bureau werd ingehuurd, dat er een hoop geld werd betaald, en dat docenten een scholingsdag kregen, die met een beetje geluk nog een paar keer werd herhaald. Onderzoek naar het effect van zo’n dag bleef meestal achterwege.

Toch raakte Van Der Meij dit keer enthousiast. Want leerKRACHT was geen doorsnee verbeterproject. Het begon er al mee dat er geen cent overheidsgeld aan te pas kwam. Waar de meeste projecten vaak te kort duurden omdat de subsidiepot al snel leeg was, zou leerKRACHT tot 2020 blijven bestaan.

De aard van het project sprak Van der Meij ook aan. Bij leerKRACHT werden coaches op de werkvloer gezet om leraren te ondersteunen bij het verbeterproces. Op elke deelnemende school werd weer een nieuwe coach opgeleid, die vervolgens met een volgende groep leerkrachten of een volgende school aan het werk ging. De basisgedachte: als docenten met elkaar, en met collega’s op andere scholen, in gesprek gaan over lesgeven en de praktijk in de klas, gaat het niveau van het onderwijs vanzelf omhoog. Van der Meij: ‘Het klinkt allemaal als een open deur, maar voorheen deden we dat dus niet.’

De basisgedachte: als docenten met elkaar in gesprek gaan over lesgeven en de praktijk in de klas, gaat het niveau van het onderwijs vanzelf omhoog

Ook hijzelf niet. En dan te bedenken dat Van der Meij nog tot de leraren van de meer begeesterde soort behoorde. In 2002 was hij een van de drijvende krachten geweest achter de actie ‘Boze bèta’s’, toen minister Maria van der Hoeven het bètavakkenpakket wilde versmallen: ‘Dat was alleen maar bedoeld om het dreigende lerarentekort te verdoezelen.’

Zelf trok hij de afgelopen jaren alles uit de kast om zijn leerlingen te motiveren. In de werkplaats op de zolder van de school organiseerde hij zogenaamde MakerLabs en FabLabs, waar bèta’s zelf aan de slag mochten met lasercutters en 3D-printers. Vaak moest hij ze aan het einde van de les het lokaal uit jágen.

Dus een project als leerKRACHT, daar kon Van der Meij zich wel in vinden. Hij legde het voor aan zijn directeur, en een paar maanden later kregen hij en acht collega’s uit verschillende secties een coach toegewezen.

Inmiddels, anderhalf jaar later, hebben alle leerkrachten, ondersteunende medewerkers en directieleden van de school het project doorlopen. In de lerarenkamer en lokalen van De Populier hangen nu whiteboards met todo-lijstjes, waar-zijn-we-mee-bezig-lijstjes en smileys.

Van der Meij: ‘Als eerste staan we elke donderdag in de tweede pauze even met elkaar rond dit bord en bespreken de week. Hoe voel je je? Wat ga je doen? Heb je vragen of zie je ergens tegenop? Vandaar die smileys. Soms komt het neer op simpele zaken als besparing van tijd. Een collega wil een les over elektriciteit geven en een ander heeft daar dan al een les over klaarliggen. Het heeft veel veranderd in de school: we praten weer over ons onderwijs en dat komt de lessen en de leerlingen ten goede.’

Sterker nog: afgelopen januari kreeg De Popu­lier het predicaat ‘excellente school’ uitgereikt. Van der Meij is de eerste om het te relativeren: ‘Het onderwijs moet gewoon goed zijn, ook zonder predicaat “excellent”. Maar leer­KRACHT heeft er zeker toe bijgedragen dat we beter zijn geworden.’


Tot de subtop

Op dit moment doen 88 scholen, van Gro­nin­gen tot Rotterdam, en van basisscholen tot mbo’s en zelfs een lerarenopleiding, aan het project mee. Aan het eind van dit schooljaar zullen dat er tweehonderd zijn.

Initiatiefnemer en onbezoldigd directeur van leerKRACHT is Jaap Versfelt. Hiervoor werkte hij twintig jaar, de laatste jaren als partner, bij het internationale consultancybureau McKin­sey. Zijn huidige kantoor huist niet meer aan de statige Amstel in Amsterdam, maar in een leegstaande vleugel van Kennisnet op een bedrijventerrein in Zoetermeer-Oost, waarvan leerKRACHT gratis gebruik mag maken. Ook hier hangen grote witte borden aan de wanden, vol schema’s en afspraken. Waarom Versfelt dit grootschalige project op touw heeft gezet, zonder dat hij er een cent voor betaald krijgt? Simpel: ‘Ik maak mij grote zorgen om de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs.’

'We zijn midden in de klas, het hart van het onderwijs, terechtgekomen, en daarom werkt het'

De voornaamste aanleiding voor die zorg was een McKinsey-onderzoek waaruit bleek dat het Nederlandse onderwijssysteem watertrappelt: het behoort nog steeds tot de subtop, maar komt niet meer vooruit. Volgens hetzelfde onderzoek kon dat alleen verbeteren als leerkrachten tachtig procent van hun tijd zouden gaan besteden aan lesgeven, en twintig procent aan uitwisseling met collega’s en andere scholen.

Versfelt, gepokt en gemazeld in verbetertrajecten voor grote bedrijven: ‘Het kenmerk van een professionele organisatie is dat men aan zelfreflectie doet en elkaar beoordeelt door kritiek te geven. Het is heel merkwaardig dat dat in het Nederlandse onderwijs niet gebeurde.’

De eerste coaches van leerKRACHT kwamen van McKinsey, maar er waren er al snel meer nodig om aan de vraag van de scholen te kunnen voldoen. Tot verbazing van Versfelt wilde het ministerie van Onderwijs daar geen bijdrage aan leveren, omdat het geen particuliere initiatieven financieel zou mogen steunen. De Algemene Onderwijsbond en het CNV zegden wél negen coaches toe, waarna het project alsnog verder kon.

Inmiddels heeft onderzoek van de Open Uni­versiteit uitgewezen dat 82 procent van de deelnemers zeer tevreden is over de resultaten. Versfelt: ‘We zijn midden in de klas, het hart van het onderwijs, terechtgekomen, en daarom werkt het.’ Niettemin zal leerKRACHT in 2020 ophouden te bestaan. ‘Dan rolt de vernieuwing die het heeft opgeleverd vanzelf door in het onderwijs. Vijf jaar later zal niemand meer weten wat leerKRACHT is, maar op de werkvloer zal men nog steeds met elkaar praten.’

Je kunt rustig stellen dat ze onderhand worden doodgeknuffeld. Maar: 'We knuffelen gewoon terug.' Illustratie: Moker Ontwerp Je kunt rustig stellen dat ze onderhand worden doodgeknuffeld. Maar: 'We knuffelen gewoon terug.' Illustratie: Moker Ontwerp

Meer dan 250 edu-blogs

Dat het project zo is aangeslagen, zal ook te maken met een bredere trend in onderwijsland: docenten willen het heft weer in eigen hand nemen. Sinds enige tijd debatteren leraren en leraressen, juffen en meesters overal in Nederland geestdriftig over hun vak. Ze laten zich niet meer wegzetten als zure incompetente figuren met veel te lange vakanties en eisen meer zeggenschap over hun beroep. Terugkerend thema is de afkeer van de toenemende afrekencultuur. De nieuwe leraar is opgestaan en eist een plaats aan de tafel waar over het onderwijs wordt beslist.

Een goed voorbeeld is ‘De Balie leert’, terugkerende avonden over onderwijs in het Am­ster­damse debatcentrum De Balie. Daar wordt niet meer, zoals voorheen bij dat soort bijeenkomsten vaak het geval was, vooral door elkaar heen geschreeuwd. Nee, er wordt serieus en diepgravend gedebatteerd over bijvoorbeeld kunstonderwijs, de kloof tussen beleid en praktijk, en de toekomst van het maakonderwijs. De avonden kunnen gevolgd worden via de webcam én later teruggekeken via de website. Sommige uitzendingen worden naderhand meer dan zevenhonderd keer aangeklikt.

Internet en sociale media spelen sowieso een belangrijke rol bij het samenbrengen van deze voorhoede van onderwijzers. Er bestaan meer dan 250 zogenaamde edu-blogs, variërend van blogs over kleuteronderwijs tot een site met de naam Onderwijs­wijven.nl. Ook op Twitter is een levendige onderwijsgemeenschap ontstaan. Neem wiskundedocente Karin den Heijer uit Rotterdam, die zich al twitterend keert tegen de rekentoets, leraar Frans Droog uit Bode­gra­ven, die in 144 tekens de lerarenmaatschap promoot, of schoolbestuurder Edith van Mont­fort uit Oss, die oproept meer oog te hebben voor de professionaliteit van de leerkrachten. Ook hoofdinspecteur basisonderwijs Arnold Jonk mengt zich veelvuldig in het Twitter-debat, vooral wanneer iemand het waagt kritiek te uiten op de inspectie. Zelfs staatssecretaris van Onder­wijs Sander Dekker twittert sinds een half jaar actiever, en nodigt af en toe ook leerkrachten uit voor een gesprek. Natuur­kun­deleraar Arjan van der Meij van De Populier heeft al een keer in Dekkers kantoor in de Haag­se Hoftoren mogen uitleggen hoe hij aankijkt tegen techniekonderwijs voor basisschoolleerlingen.


We knuffelen terug

Drie jaar geleden leerden geschiedenisleraar Jelmer Evers en wiskundedocent René Kney­ber elkaar ook via Twitter kennen. Voordat zij elkaar in real life ontmoetten, hadden ze al de afspraak gemaakt om hun ideeën over de nieuwe leraar en zijn vak op papier te zetten.

Kneyber timmert al meer dan vier jaar aan de weg met boeken en cursussen over orde houden in het vmbo. Evers werd vorig jaar door Vrij Nederland tot beste onderwijsvernieuwer uitgeroepen. Wat ze gemeen hebben: ze houden van hun vak en vinden lesgeven aan pubers een van de mooiste uitdagingen die er zijn.

Leraren laten zich niet meer wegzetten als zure incompetente figuren met veel te lange vakanties

Verder zijn de onderlinge verschillen enorm. Kneyber, stijlvol in pak en met baardje, is de docent die met het krijt aan de vingers klassikaal lesgeeft aan de vmbo-afdeling van het Oos­terlicht College in Nieuwegein. Evers is de man in spijkerbroek en trui. Hij doceert op UNIC, een Utrechtse vernieuwingsschool voor havo en vwo waar leerlingen zelf het leren vormgeven. Niettemin schreven de leerkrachten samen het boek Het Alternatief. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs, dat afgelopen september het licht zag. Ze betogen daarin dat ‘de huidige leraar monddood wordt gemaakt in het streven om de resultaten van het onderwijs meetbaar te maken. De bruikbaarheid van die zogenaamde “harde” cijfers is discutabel, maar daardoor heeft de leerkracht over de inhoud, doelen en de beoordeling van het onderwijs niets meer te zeggen.’

Het hele boek ademt ongeduld en ambitie om het beroep van leraar in eigen hand te nemen. Nu mogen Kneyber en Evers op talloze onderwijscongressen en seminars in het bedrijfsleven hun verhaal vertellen. Ze doen hun zegje bij schoolbesturen, bij de vakbond en de onderwijsinspectie. Je kunt rustig stellen dat ze onderhand worden doodgeknuffeld. Kney­ber: ‘We knuffelen gewoon terug. We laten ons niet inpakken.’ Ook staatssecretaris Dekker ontving de leerkrachten. Evers: ‘We agreed to disagree’. Inmiddels lonkt zelfs het buitenland. Evers mocht onlangs op een internationaal lerarencongres in de Verenigde Staten de hand schudden van de Amerikaanse onderwijsminister Arne Duncan. Een Engelstalige uitgave van Het Alternatief staat op stapel.

Afgelopen najaar, tijdens het debat over de onderwijsbegroting, toonde ook onderwijsminister Jet Bussemaker zich enthousiast over het boek van Evers en Kneyber. ‘Ik vind het een uitdagende visie dat het ministerie en de Inspectie dienend moeten zijn aan de leraar en niet andersom. Ik zou zeggen: neem het initiatief en ga ermee aan de slag,’ aldus Busse­maker. Niets, zo lijkt het, staat die nieuwe leraar meer in de weg.


Oekaze

Toch valt dat nog te bezien. In het verleden bleek de praktijk nogal eens weerbarstiger. Al meer dan twintig jaar staat de leraar op de politieke agenda. In 1992 constateerde de commissie-Van Es dat de professionalisering van de leraren achterbleef, leraren te weinig mobiel zijn, hun taakbelasting te hoog is en hun maatschappelijke status te laag. De oorzaak lag met name in het ‘koninkrijk van het klaslokaal’ en het gebrek aan samenwerking met collega’s. Daarnaast hield de kwaliteit van de leraar zelf ook niet over, en dat kwam weer door zwakke beroepsopleidingen en te lage eisen.

Een kwart van de pas afgestudeerde leraren keert na vijf jaar het klaslokaal alweer de rug toe

Negen jaar later, in 2001, concludeerde de commissie-Van Rijn ongeveer hetzelfde. Maar in 2007 stelde de commissie-Rinnooy Kan vast dat er sinds 1992 bar weinig was gebeurd met alle mooie aanbevelingen en de vele miljoenen die daarvoor waren vrijgemaakt. En dat lag volgens die commissie aan de eindeloze lijst van beleidsmaatregelen die wél op de schoolorganisatie was gericht, maar níét op de leraar. En die schoolorganisaties waren de voorgaande jaren vooral met zichzelf bezig geweest doordat ze verzelfstandigden, fuseerden en steeds groter groeiden. Volgens Rinnooy Kan was het hoog tijd voor ‘focus op sturing op de leraar.’ Er moest ‘eerder minder dan meer beleid’ zijn. En de lerarensalarissen moesten marktconform worden.

Die salarissen staan, vanwege de economische crisis, inmiddels al vier jaar op de nulnorm. Wel wordt er sinds Rinnooy Kan steeds meer gedaan om het niveau van de leerkracht te verbeteren. Veertien academische pabo’s concurreren tegenwoordig om vwo-leerlingen die basisschoolleraar willen worden, de lerarenbeurs heeft ervoor gezorgd dat 39.000 leerkrachten een bachelor- of master-opleiding hebben gevolgd, en honderd leraren zijn ondertussen gepromoveerd. In navolging van Ame­ri­kaanse voorbeelden heeft het ministerie van Onderwijs het traineeprogramma Eerst De Klas opgezet, waarbij succesvolle academici een opleiding tot eerstegraads leraar en een traject in het bedrijfsleven volgen. Sinds 2009 zijn 59 trainees afgestudeerd (91 trainees zijn nog in opleiding), van wie 65 procent in het onderwijs aan de slag is gegaan.

Sinds vorig jaar heeft het ministerie ook een zogeheten lerarenagenda waarin ‘de leraar het verschil maakt’ en ‘scholen lerende organisaties moeten worden’. Zeven agendapunten moeten richting geven aan het beleid voor betere leerkrachten. Het laatste actieplan: 500 miljoen euro voor ongeveer zestig projecten om pas afgestudeerde leraren te behouden voor het onderwijs – want een kwart van hen keert na vijf jaar het klaslokaal alweer de rug toe.

Echte vooruitgang in het onderwijs lijkt vooral te komen van dwarse onderwijzers

De Commissie-Rinnooy Kan pleitte ook voor een krachtige belangenbehartiger voor de beroepsgroep. Dat is de Onderwijscoöperatie geworden, waarvan de verschillende onderwijsvakbonden deel uitmaken, en die tachtig procent vertegenwoordigt van de ongeveer 250.000 leraren in Nederland. De Onderwijs­coöperatie organiseert de Dag van de Leraar en de verkiezing van de Leraar van het Jaar, en heeft het Lerarenregister ingesteld. Daarin kunnen bevoegde leerkrachten zich vrijwillig inschrijven en bijhouden wat zij doen om hun bekwaamheid op orde te houden. Tot nu toe hebben 12.000 leraren zich aangemeld.

Veel te weinig, vond staatssecretaris Dekker een half jaar geleden, en hij legde op dat inschrijving in 2017 verplicht moest zijn. En: geen inschrijving, geen baan. Die oekaze schoot de Onderwijscoöperatie in het verkeerde keelgat. Het lerarenregister was van de leraren! Intussen is daar alweer een prachtig poldercompromis uitgerold: inschrijven van bevoegde leerkrachten is per 2017 verplicht. Het bijhouden van de bekwaamheid is vrijwillig.


Een boek schrijven

Echte vooruitgang in het onderwijs lijkt voorlopig vooral te moeten komen van dwarse onderwijzers als Arjan van der Meij, Jelmer Evers en René Kneyber. En van een verbeterproject als leerKRACHT. Van der Meij en Evers zijn respectievelijk voorzitter en lid van de adviesraad van leerKRACHT geworden. De school van René Kneyber doet sinds afgelopen maand ook mee aan het project.

Kneyber en Evers zien zich intussen wel geconfronteerd met een rare paradox: nu ze stevig aan de weg timmeren als pleitbezorger voor de nieuwe leraar, hebben ze tot hun eigen verdriet steeds minder tijd om les te geven. Kney­ber staat nog maar drie dagen voor de klas, Evers nog maar twee dagen, en hij moet vanaf volgend jaar ook nog tijd gaan vrijmaken om de Engelse versie van Het Alternatief te schrijven.

Wie zich in het onderwijs zich wil gaan bemoeien met de onderwijspolitiek, loopt dus het risico langzaam de klas uit de drijven. Maar waar leraren die actief worden voor de vakbond nog betaald verlof krijgen voor al hun vakbondswerk, moeten Evers en Kneyber alles zelf financieren. Kneyber: ‘We zullen mensen die werken voor verbetering van het onderwijs veel meer moeten belonen. In andere landen zie je dat al. Daar krijgen docenten ontwikkeltijd om nieuwe lesplannen te bedenken of een boek te schrijven. Als leraren in Nederland dat twintig procent van hun werktijd zouden mogen doen, zou dat een enorme vernieuwingskracht van onderop op gang brengen. En dan blijft de expertise ook in het klaslokaal.’

Nieuw educatieparadigma

Sir Ken Robinson
Volgens het populairste filmpje over onderwijs op het internet, een animatie van The Royal Society of Arts gebaseerd op een lezing van onderwijsexpert Sir Ken Robinson, hebben we een geheel nieuw educatieparadigma nodig. Weg met het schoolmodel dat nog uit het Industriële Tijdperk stamt, met zijn standaardisatie, lineaire productielijnen en klassen ingedeeld op basis van fabricatiedatum, betoogt hij. Het huidige stelsel komt niet langer overeen met de wereld waarin kinderen nu leven, vol informatie en afleiding. Geen wonder dat onderwijs ze verveelt, de creativiteit van leerlingen aantoonbaar afneemt en ze massaal worden gediagnosticeerd met ADHD.

Essay

Joke Hermsen

Geef de leraar zijn klas terug

Een warm pleidooi voor de verbetering van de positie van leraren en een uitweg uit de onderwijscrisis.

Interview

Mischa Cohen

De beste onderwijsvernieuwer: Jelmer Evers

De 'beste in zijn vak', leraar Jelmer Evers, bepleit actief een nieuwe manier van lesgeven. 'Geef scholen de vrijheid.'

Dienstmededeling

Anja Vink

Vrij Nederland wint prijs voor onderwijsjournalistiek

De Amsterdamse wethouder van Onderwijs Lodewijk Asscher boekt succes met zijn aanpak van zwakke scholen. Wat is zijn geheim?

 

Hola! Kleine Frans speaks Mandarijn

Tweetaligheid heeft veel voordelen. Maar als je je kind tweetalig onderwijs wilt laten volgen, zijn er ook veel barrières.

 

Eva Schram

Poep naast de pot

Lokalen die één keer per week worden gedweild. Met vies sop. Om het maar niet over de wc’s te hebben. Waarom onze scholen zo vies zijn.

 

Anja Sligter

‘Hoe strenger hoe beter’

De schoolprestaties van de Marokkaanse jongens die deelnemen aan het Futsal Chabbab-project in Nijmegen gingen met een punt gemiddeld omhoog. Tijd om Ede te veroveren.

Europese bluf van een Hollandse muis

Thijs Broer

Dit is goed! Ik ontvang graag wekelijks verhalen in mijn inbox

E-mailadres *
Ja, ik wil graag de VN Nieuwsbrief ontvangen

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal