VN MediagidsDe leefregels van Ab Osterhaus
Samenleving 25.07.2009
1. Never a dull moment
'Ik ben geen absolute idioot, natuurlijk. Ik werk minimaal zes dagen in de week, sta 's ochtends op om een uur of zes, zeven en ga door tot één uur. Ik werk keihard maar dat zou ik niet doen als ik er geen lol in zou hebben, dat zou belachelijk zijn. Ik vind dat je in tachtig procent van de dingen die je doet plezier moet hebben, anders moet je bij jezelf te rade gaan. Bij het RIVM ben ik om die reden acuut opgestapt. Ik moest ander werk doen en daar had ik geen zin in. Ik ben naar het lab gegaan en zei: jongens, ik schei ermee uit. Wie mee wil, mag mee. Daar was niet iedereen blij mee nee, maar ik wel. Als student heb ik van alles gedaan wat ik niet leuk vond en op een gegeven moment neem je je voor: vanaf nu ga ik alleen maar doen wat ik wil, never a dull moment.'
2. Neem één dag per week vrij
'In principe werk ik één dag in de week niet. Even sabbat houden. Ik doe dat wel eens niet en voel ik me niet prettig. Het gaat ten koste van mijn werk, je wordt minder efficiënt. Als je altijd maar door blijft werken, lukt het niet, het zicht wordt troebel. Ik heb het wel eens langere tijd heel erg druk gehad. Als je dan vier weken onafgebroken werkt, dan merk je dat je niet meer zo scherp bent. Juist tijdens momenten van reflectie krijg je nieuwe inzichten, en die kun je alleen maar hebben als er even niets is. Daarnaast: ik ben natuurlijk al verschrikkelijk oud, dan heb je zo'n rustdag nodig.'
3. Koester crazy ideas
'Als je geld krijgt voor onderzoek ontkom je niet aan regeltjes en je moet eens per maand uitgebreid rapporteren. In feite is dat flauwekul. Zo'n fonds verzint praktisch helemaal hoe je iets moet onderzoeken! Terwijl de briljantste ideeën juist voortkomen uit crazy ideas. Maar het frustrerende is: als je buiten de gebaande paden loopt, krijg je geen cent. 'Dwaze' ideeën zijn nodig om verder te komen met een onderzoek. Bij het ontwikkelen van het hiv-vaccin zie je dat het door gebrek aan speling al jaren niet echt vooruit gaat. Vijfentwintig jaar geleden riepen de mensen al: over vijf jaar is er een vaccin. Nu zeggen ze nog precies hetzelfde. Dat komt doordat die fondsen precies vertellen wat je moet doen. Als je te lang vastgeroest zit in het veld zie je de bloempjes aan de zijkant niet meer, dan dender je maar door. Voortgang komt vaak uit onverwachte hoek.'
4. Vind de achilleshiel
Ik werk op een freaky gebied. Er gaan altijd mensen of dieren dood. Sommigen zullen het vervelend vinden om te werken met iets dat dood en verderf veroorzaakt, maar ik vind het zo bevredigend om een oplossing te vinden. Vroeger had je een virusuitbraak en dan ging dertig tot veertig procent van de mensen dood. Dat hebben we onder controle gebracht. Sinds veertig jaar zie je nieuwe ellende opkomen. Nature strikes back, als het ware. Het is fascinerend om te kijken of je ergens een achilleshiel kunt vinden; dat we straks weer veel verder zijn en ziekten kunnen tegengaan of genezen. Het hele leven bestaat uit het oplossen van problemen, het houdt je motor draaiende.'
5. Lig onder vuur
'Nu vindt iedereen het normaal dat er vaccins komen tegen de Mexicaanse griep. Maar een maand geleden had je nog wijsneuzen - sorry, collega's - die riepen: "Je moet die viroloog in quarantaine zetten". Als ik een voorspelling doe, ben ik niet altijd honderd procent zeker. Ik ben natuurlijk niet alwetend. Nieuwsblad van het Noorden hield eens een enquête naar aanleiding van mijn advies dat je bepaalde vogels moest ophokken omdat de vogelgriep gevaarlijk werd. Ze vroegen aan hun lezers of ik gelijk had. Vijftig procent zei nee. Een half jaar later slaat de vlam in de pan, worden er honderden mensen ziek en kost het ons driehonderd miljoen euro. Dan hoor je er niemand over dat ik het toch bij het juiste eind had. Dat is vervelend, maar je moet nooit bang zijn voor kritiek als je overtuigd bent van je gelijk. Dan maar onder vuur liggen, als het een paar doden scheelt.'
