VN MediagidsDe democratische nachtmerrie
Politiek / Samenleving / binnenland 19.08.2010
Waar schrikt u ’s nachts wakker van? En wat zou u doen met een miljoen? Met die vragen onderzoekt ex-minister Pieter Winsemius de kloof tussen burger en overheid. Voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) trok Winsemius het land in om veldonderzoek te doen onder meer naar het vertrouwen in de buurt en het vertrouwen in de school. In Vrij Nederland deze week een interview dat redacteuren Margalith Kleijwegt en Max van Weezel met hem afnamen. Daarin spreekt Winsemius over vier vormen van burgerschap. Tijdens het interview scheurt Pieter Winsemius een blaadje uit zijn kladblok en tekent het schema.
Rechtsboven staan mensen als hijzelf: de actieve burgers. ‘Ze zijn goed opgeleid, lezen ’s ochtends de Volkskrant en ’s avonds de NRC, ze zijn lid van een omroepvereniging, geven geld aan Amnesty en gaan niet naar de Lidl maar naar Albert Heijn. Zij voelen zich nog aangesproken door de gevestigde politiek. De landelijke partijen rekruteren hun actieve leden nog vrijwel alleen uit deze groep.’
Hij trekt een pijl naar linksonder op het blaadje. Daar zet hij de ‘volgzame burgers’ neer. Die hij schetst als ‘een tikkeltje ouder, vaak woonachtig op het platteland. Ze stemden vroeger meestal op het CDA, maar dat is niet vanzelfsprekend meer. Ze zijn van nature gezagsgetrouw maar kunnen het tempo van de modernisering niet meer bijbenen. De ontwikkelingen in de wereld gaan hun te snel. Ze waren gehecht aan hun buurtschool en hun buurtwinkel en die zien ze verdwijnen. Daarom haken ze af.’
Tot zover de groepen die nog een beetje bij de les zijn.
Nu wordt zijn verhaal alarmerender.
Loodrecht boven de volgzame burger tekent Winsemius de ‘overvraagden’, de lageropgeleiden in de grote steden, de suburbs en de vinexwijken. Nederlanders die het gevoel hebben dat er steeds meer eisen aan hen worden gesteld waaraan ze niet kunnen voldoen: de diploma’s die je moet halen, de examens die je moet doen, de belastingformulieren die je moet invullen. Ze zitten klem tussen een kosmopolitische elite die op hen neerkijkt en de migranten die naar hun idee te veel aandacht krijgen. Dit is de groep waaruit eerst de LPF en nu de PVV een groot deel van zijn aanhang rekruteert.
- Als je niet oppast, is de toekomst aan degenen die op de gevestigde politiek zijn afgeknapt.
Blijft over: de minst bekende maar misschien meest interessante groep, die door Winsemius de ‘pragmatische burgers’ wordt genoemd. Die hebben op het eerste gezicht niets te klagen. Ze wonen – net als de ‘actieven’ – in de betere buurten en zijn goed opgeleid. Maar ze hebben hun belangstelling voor de traditionele politiek verloren. Ze maken zich hoogstens nog druk over hun parkeervergunning die niet wordt verlengd of de sluitingstijd van de cafés in hun buurt. Als ze problemen hebben, zoeken ze zelf wel naar een oplossing. De landelijke politiek vinden ze zó 2009. Facebook en Twitter zijn voor hen veel belangrijker dan de PvdA en GroenLinks. Het is deze groep die wel eens de toekomst van het land zou kunnen bepalen.
Op dit moment beslaat elk van de vier groepen die de WRR onderscheidt, ongeveer een kwart van de bevolking.
Voor hun boek De grenzeloze generatie, dat eind vorig jaar verscheen, ondervroegen Frits Spangenberg en Martijn Lampert van het bureau Motivaction jongeren vanaf achttien jaar en hun ouders en grootouders. Zo kregen ze zicht op de verschuivingen die zich tussen ‘actieven’, ‘volgzamen’, ‘overvraagden’ en ‘niet-uitgedaagden’ (de pragmatici) voordoen. De plichtsgetrouwe en verantwoordelijke burgers, waar iedere minister van droomt, kwamen eigenlijk alleen nog onder de oudere generatie voor. Die noemde het vanzelfsprekend dat je je voor een ander en voor de samenleving diende in te zetten.
Onder de jongste generatie vormden de pragmatici en overvraagden met elk veertig procent veruit de grootste groepen. Kortom: als je niet oppast, is de toekomst aan degenen die op de gevestigde politiek zijn afgeknapt.
Pieter Winsemius: ‘Motivaction voorspelt dat je op den duur alleen de pragmatici en de overvraagden overhoudt. Vanuit democratisch oogpunt is dat een nachtmerrie. Ik denk dat Den Haag dat nog nauwelijks doorheeft. De overvraagden zijn nu enigszins in het vizier gekomen door het succes van de PVV. Maar de pragmatici, “de niet-uitgedaagden” die helemaal geen belangstelling meer hebben voor de overheid, zijn eigenlijk veel spannender. En die staan nog helemaal niet op het netvlies van Den Haag.’
