VN Mediagids‘Belt u nou alweer?’
Samenleving 04.04.2011
Rudie Kagies mobieltje werd gestolen. De politie deed niets, dus ging hij zelf zoeken. Even later had hij een aanklacht aan zijn broek wegens stalken van een 15-jarige.
'Sorry,' zegt de agent die me op zondagmiddag belt, 'ik zit hier tegenover een moeder en dochter die aangifte tegen u willen doen vanwege telefonische stalking.' Blijkbaar is ook de verbalisant verbaasd over de klacht, anders zou hij niet voordat hij met de zaak aan de slag gaat bij de most wanted aankloppen voor wederhoor. Er is volgens mij inderdaad sprake van een misverstand. En jawel, ik kan alles uitleggen.
Twee weken geleden trof ik mijn voordeur verbrijzeld aan. Een dief was door het gat gekropen en had een en ander van zijn gading meegenomen. Even vreesde ik dat hij er met mijn computer vandoor was gegaan, maar dat viel mee: alleen het beeldscherm was weg. Verder ontbraken een vulpen, een flesje reukwater en, het vervelendst van alles: een Nokia-mobieltje.
Nadat ik het delict telefonisch bij de politie had gemeld, stonden verbluffend snel opeens twee agenten hoofdschuddend de chaos in de kamer te bekijken. In hun bijzijn toetste ik het nummer van mijn gestolen mobieltje in, waarna ik mezelf aan de andere kant van de lijn hoorde beloven dat ik zou terugbellen.
'Wat nu?' vroeg ik de politiemannen. 'Ik kan mijn simkaart blokkeren, maar als ik die aanhoud, kunnen we volgende maand op de afrekening zien welke nummers ermee gebeld zijn. Dat kan helpen de dief op te sporen.' Dat vonden de agenten een briljant idee. Niets blokkeren. Gewoon de dieven net zo lang laten bellen tot ze vanzelf tegen de lamp liepen.
's Avonds kwamen er nog twee rechercheurs langs om proces-verbaal op te maken, een onontbeerlijke formaliteit voor wie geld van de verzekering wil zien. Doordat de kapotte deuren al waren afgevoerd, konden de forensisch experts niet vaststellen op welke manier was ingebroken. Gelukkig kon ik een papiertje met het vijftiencijferige IMEI-nummer van het gestolen mobieltje op tafel leggen. Heel goed. De International Mobile Equipment Identification-code is een serienummer dat ter identificatie in het toestel zit. Zonder IMEI-gegevens is het onbegonnen werk een verdwenen apparaat op te sporen (via www.telefooncheck.nu valt aan de hand van het IMEI-nummer ook te controleren of een mobieltje als gestolen of vermist is opgegeven).
'Skatje, ik wil jou!'
De maandag na de vrijdagochtend waarop de diefstal werd ontdekt, belde ik opnieuw de politie. We waren drie dagen verder. Werd het langzamerhand geen tijd om de simkaart van het gestolen mobieltje te blokkeren? 'Wát?' riep de wachtcommandant aan de andere kant van de lijn ontsteld uit. 'Hebben mijn collega's écht geadviseerd dat nummer aan te houden? O, o, dan bent u helemaal verkeerd voorgelicht! Als er voor duizenden euro's wordt gebeld, is er niemand die de kosten vergoedt! We hebben uw IMEI-nummer, dat volstaat om het toestel te lokaliseren of een tap te plaatsen.'
Bom te duur
De zogeheten 'sms-bom' - elke drie minuten een bericht van de politie naar het gestolen toestel met de tekst dat de telefoon is ontvreemd en dat koop of verkoop ervan strafbaar is - leek tien jaar lang het meest effectieve wapen in de strijd tegen diefstal van mobieltjes. Begin vorig jaar riep de Tweede Kamer de regering nog op om de toekomst van de sms-bom veilig te stellen door binnen drie maanden met providers afspraken te maken over samenwerking en financiering. Tevergeefs. Volgens Ron Looije van de Raad van Korpschefs wordt het middel tegenwoordig nauwelijks nog ingezet. 'Het versturen van een sms-bom is een dure grap. Slimme telefoondieven weten hoe ze zo'n bombardement kunnen uitschakelen.'
Desgevraagd blokkeerde Vodafone direct mijn simkaart, de 'smartcard' die een subscriber identity module bevat. De gegevens over de betreffende gsm-aansluiting zitten namelijk niet in het toestel, maar staan op de simkaart. Mijn oude 06-nummer zou meeverhuizen naar het nieuwe mobieltje.
Zodra de simkaart weer was geactiveerd, kon ik op het scherm van mijn vers ontpakte Nokia zien voor welke telecommunicatie zijn gestolen voorganger was gebruikt tussen donderdagavond (moment van diefstal) en maandagochtend (toen de aansluiting geblokkeerd werd). Ik kwam drie mij onbekende nummers tegen, waarschijnlijk van mensen die contact met de dief hadden gezocht. Het meest intrigerend was een sms-bericht met de tekst: 'Wie ben je? Waarom bel je? xxx'. Ik brandde van nieuwsgierigheid naar de afzender van deze boodschap, en belde het nummer. Een giechelig meisje aan de andere kant van de lijn noemde alleen haar voornaam. 'Bel je nou alweer?' zei ze, maar dat moest ik tegenspreken. Inbraak, mobieltje gestolen, dit en dat. Het meisje zei dat ze het afgelopen weekend wel zes keer was gebeld door een stomme gast die fluisterde dat hij verliefd op haar was, dat hij haar miste, dat hij haar wilde zien. Ook stuurde hij haar een tekstbericht: 'Skatje, ik wil jou!!! xxx'. Wie was deze anonieme bewonderaar? Het meisje had werkelijk geen idee en beëindigde het gesprek.
'Loverboy, zei u loverboy?'
Ik belde een ander nummer dat, volgens het overzicht, de afgelopen dagen vier keer contact met het geblokkeerde mobieltje had gezocht. Ik sprak een voicemail in, binnen twee minuten belde de mevrouw achter de mysterieuze aansluiting terug. Ze sprak met een buitenlands accent en kwam direct terzake. 'Waarom valt u mijn dochter voortdurend lastig?' vroeg ze. Ik antwoordde dat er sprake was van een misverstand, dat mijn mobieltje was gestolen en dat de dief ermee aan het bellen was geslagen en dat ik nu... 'U liegt,' onderbrak de vrouw. 'Vijf keer gebeld in het weekend. Vanochtend weer gebeld. Wat moet u van mijn dochter?' Niets, antwoordde ik. 'Waarom belt u dan?' vroeg zij. Ik heb niet gebeld, zei ik. 'Jawel, vanochtend nog! Zie je wel, u liegt!' Hoe had iemand zich van mijn nummer kunnen bedienen als mijn mobieltje gestolen was? En hoe kon ik dan ineens zélf weer met dat gestolen nummer bellen? Mevrouw geloofde geen snars van wat ik zei. 'Ik maak me zorgen over mijn dochter, ze is pas vijftien, je hoort tegenwoordig van die rare verhalen over loverboys en zo,' zei ze, kalmer nu, met een ondertoon van verdriet. Ik antwoordde dat ik me haar ongerustheid kon voorstellen. Loverboy of niet, er zat iemand uit het criminele circuit achter haar dochter aan. 'Ik ga aangifte doen bij de politie,' kondigde de vrouw aan. Dat leek me een uitstekend idee. Op die manier kwamen we ergens. Op dicteersnelheid noemde ik mijn naam, mijn adres en de nummers waaronder ik te bereiken ben.
- 'Waarom valt u mijn dochter voortdurend lastig?'
Later die middag belde een meneer met een buitenlands accent, een collega van de bezorgde moeder. 'U moet moeder en meisje met rust laten!' blafte hij. 'Nee, nee, als u denkt dat dit niet klopt, moet u niet zélf gaan bellen! Dat moet u aan de politie overlaten! Als u weer gaat stalken dan...' Ik probeerde uit te leggen wat er aan de hand was, maar dat bleek vergeefse moeite. De man hing boos op, ik zou hier nog van horen.
Het leek me nuttig om informatie over het telefoonverkeer van de dief door te geven aan de politie, maar dat viel nog niet mee. 'De rechercheur die uw zaak in behandeling heeft, is even van zijn plaats. Kan hij terugbellen?' 'Ai, hij is net naar huis zie ik.' 'Nee, vandaag werkt hij niet. Hij zit op cursus.' Na zeven vergeefse pogingen dreigde ik mijn geduld te verliezen. 'Ik wil alleen een kleinigheid toelichten,' zei ik. 'Als er niemand is om mij te woord te staan, kan ik mijn verhaal ook e-mailen.' Helaas was dat niet mogelijk. Het politiekorps Amsterdam-Amstelland doet niet aan e-mail. Er is te weinig personeel om alle inkomende mail te lezen. 'Trouwens,' zei de receptionist, 'de politie houdt zich bezig met het oplossen van ernstige delicten. Het opsporen van gestolen mobieltjes valt daar niet onder.' Van de mooie beloften om het apparaat aan de hand van gekozen nummers of door het plaatsen van een tap te traceren, zou niets terechtkomen, begreep ik.
'De moeder van het meisje dat vanaf mijn nummer werd gebeld, maakt zich zorgen. Ze denkt dat er een loverboy in het spel is,' probeerde ik nog. 'Loverboy, zei u loverboy?' herhaalde de receptionist. Zonder dat ik me ervan bewust was, had ik het toverwoord uitgesproken dat een wending aan de zaak zou kunnen geven. Ik werd doorverbonden met een vriendelijke medewerkster van de Jeugd- en Zedenpolitie die alles over de loverboy wilde weten. Ze noteerde de telefoonnummers van moeder en dochter. Later belde ze zelfs terug omdat ze betwijfelde of ze de nummers correct had opgeschreven. In gedachte zag ik de blauwe zwaailichten al voor me. Deze gedachte ebde weg toen de politie niets meer van zich horen.
Totdat ik op zondagmiddag werd opgeschrikt door de agent die me vertelde dat moeder en dochter mij aanklagen wegens telefonische stalking. Ik heb een alibi. Ik kan alles uitleggen. Mij treft geen blaam. De agent snapt hoe het zit en hangt op.
Nu de afrekening van Vodafone voor me ligt, zie ik dat de dief met het gestolen mobieltje acht telefoontjes van minder dan een minuut met dat meisje voerde. Hij stuurde haar twee sms'jes. Naar een ander 06-nummer belde hij vijf keer, ook steeds minder dan een minuut. Met een derde abonnee hing hij twee keer ruim een kwartier aan de lijn. Waarschijnlijk was dat een prepaidtoestel; als ik het nummer bel, krijg ik de informatietoon. In totaal heeft de dief voor minder dan drie euro op mijn kosten gebeld.
Uiteindelijk heeft hij niet zozeer mijn geld en goederen, maar vooral mijn tijd gejat.
Spoorzoeken
Bezitters van iPhones kunnen de FindmyiPhone-app installeren waarmee ze hun gestolen telefoon kunnen traceren en op afstand kunnen blokkeren. Ook voor andere smartphones is opsporingssoftware te downloaden. Vooral handig in een landelijke omgeving, vindt Renske Algra van Telfort: 'Met de aanduiding dat het mobieltje zich ergens in een flatgebouw begint, kun je niet zoveel.' Een vrouw die van haar BlackBerry was bestolen, stuurde via Ping een contactverzoek naar haar eigen nummer. De dader reageerde prompt onder eigen naam en met een foto van zichzelf; hij werd dezelfde dag door de politie opgepakt. Samsung ontwikkelde uTrack: zodra het gestolen mobieltje wordt gebruikt met een onbekende simkaart, ontvangt de rechtmatige eigenaar een sms'je met het telefoonnummer van de nieuw geplaatste simkaart.
Bluetoothdief
Volgens een schatting van de Mobile Industry Crime Action Forum wordt jaarlijks twee procent van alle mobieltjes ontvreemd. Van de zestien miljoen mobiele telefoons in Nederland worden er dus jaarlijks zo'n driehonderdtwintigduizend gestolen. Volgens de Amsterdamse politie steeg vooral rond stations het aantal diefstallen van smartphones de laatste maanden explosief. De dieven maken gebruik van de bluetooth-functie op hun eigen telefoon om smartphones te traceren.
