VN MediagidsBekentenissen van een theedrinker

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving / leven 18.08.2010

Door Thijs Niemantsverdriet

Illustratie: Sieb Posthuma
Illustratie: Sieb Posthuma

Nederland is een natie van koffiedrinkers. Als toegewijd theeman heeft Thijs Niemantsverdriet het regelmatig lastig.

‘Een kop thee graag.’
‘Wat voor thee?’
‘Doe maar darjeeling. En een beetje melk erbij graag.’
‘Ah. Koffiemelk?’
‘Nee, gewone melk graag.’
‘Is warme melk ook goed?’
‘Nee, gewone, koude melk.’
‘Kan ik de melk zo in het hete water gooien?’
‘Nee, liever in een kannetje erbij.’

Zo ongeveer verloopt de conversatie in een Nederlands café als je een kop thee met melk bestelt. Je kunt er twee dingen van denken. Eén: wat is dat voor een zeikerd met z’n koude melk en z’n kannetje. (Dit is de mening van de meeste barmedewerkers, al zeggen ze het niet hardop). Twee: wat genant dat je in een Nederlands café zoveel moeite moet doen voor een normale kop thee.
Ik ben de tweede opvatting toegedaan. Mijn hele leven drink ik al thee. Zwarte, met melk. ’s Ochtends bij het ontbijt. Aan het eind van de middag, rond een uur of vier. Soms na het avondeten. En verder de hele dag door, wanneer ik er zin in heb. Daarmee behoor ik tot een categorie mensen die zich in ons land in de marge bevindt: de mannelijke theedrinker. In Nederland drinken echte mannen sloten koffie. Theedrinken wordt geassocieerd met soft, vrouwelijk, multiculti, deeltijdwerken, sociale sector – dat werk. ‘Kinderthee’ is doorgaans de meest positieve benaming die men overheeft voor een kop thee met melk.

Hoe ben ik theedrinker geworden? In den beginne was er een huiselijk gebruik: mijn ouders dronken altijd thee. En gewoontes van thuis draag je de rest van je leven met je mee. Vervolgens was er een geografische omstandigheid: na de scheiding van mijn ouders verhuisde mijn vader naar Londen. Dus kwam ik vanaf jonge leeftijd met grote regelmaat in de hoofdstad van theedrinkersnatie nummer één. Ik herinner me nog goed de opwinding die zich van me meester maakte toen mijn vader me als zevenjarig mannetje meenam naar een bagelzaak op Brick Lane, en we automatisch melk in onze thee kregen.

Ten slotte was er een fysieke bijkomstigheid: toen ik twintig jaar oud was en student, een moment in het leven waarop koffie zich als serieuze concurrent van thee begint te manifesteren, kreeg ik last van een darmaandoening. Een simpele oplossing was om niet te scherp te eten en weinig tot geen koffie te drinken. Mijn lot als theedrinker was bezegeld.

De mok van Blair
In de loop van de jaren heb ik als theedrinker een aantal sterke gewoontes ontwikkeld. Een lekkere kop thee krijg je niet zomaar. Het vereist precisie, toewijding en kennis van zaken – net als het vervaardigen van een goed kopje espresso.
Zo moet de pot worden voorverwarmd met een slok heet water die je weer weggooit. De rest van het water moet vervolgens op de thee worden gegoten, zodat het aroma in één keer uit de blaadjes barst. Dus niet het zakje er lafjes in hangen – je gooit de koffiebonen toch ook niet later in de koffie? Bovendien moet de thee stevig trekken: niets is zo erg als slappe thee. Bij het inschenken moet de scheut melk al in het kopje zitten, zodat het goed mengt met de thee en je geen lepeltje nodig hebt. Suiker? Alleen het woord al is vloeken in de kerk.
Verder koop ik nooit theezakjes. Niet dat daar vieze thee in zit, maar ze beperken me in mijn doen en laten, want ze zijn one size fits all. Als theeliefhebber wil je kunnen variëren. De zwarte thee die ik ’s ochtends drink (ochtendmelange,
orange pekoe, ceylon) moet écht zwart zijn. De lichtere thee die ’s middags op het programma staat (earl grey, darjeeling, lapsang souchon) mag niet te zwaar zijn. Om die subtiele verschillen te bereiken, heb ik jarenlang een thee-ei gehad. Totdat ik merkte dat het ijzer toch een beetje afdeed aan de smaak. Daarna gooide ik de thee los in de pot. Maar na verloop van tijd werd ik gek van al het gehannes met zeefjes en het legen van de pot in de wc (omdat de gootsteen anders verstopt raakte). Sindsdien koop ik filters, die kun je naar eigen inzicht vullen.

Ten slotte het servies: thee drink je uit een kop, niet uit een glas. Glazen zijn voor vrouwen van middelbare leeftijd met een uitgebreide collectie meloen-, bosbessen- en kaneelthee. Bovendien is er naast dit esthetische ook een praktisch bezwaar: een glas wordt veel heter dan een kop (ook als het een oortje heeft). Aardewerk dus. Wat voor soort aardewerk, daar ben ik niet zo principieel in. Soms is een mok lekker. Soms een kop en schotel. Het verschil zit hem vooral in klasse: de mok is arbeideristisch, kop en schotel stralen deftigheid uit. Over de voormalige Britse premier Tony Blair gaat het volgende verhaal. Blair, die veel waarde hechtte aan beeldvorming, betrok in 1997 Downing Street 10. Als van zijn eerste daden verruilde hij de kop en schotel van zijn Conservatieve voorganger John Major door een eenvoudige mok. De boodschap was in het klassegevoelige Groot-Brittannië meteen duidelijk: hier zit een man van het volk. Dat Blair op een elitekostschool had gezeten en was afgestudeerd aan Oxford, deed niet ter zake.
De mok zou later nog vaak opduiken in Blairs nabijheid. Blair aan het werk tussen de paperassen met een mok thee. Blair die een mok thee drinkt met gewone mensen uit zijn kiesdistrict. Blair die zijn pasgeboren zoontje Leo uit het ziekenhuis verwelkomt op Downing Street, mok in de hand.

Koffiegekte
In Nederland zul je zoiets nooit zien. Onze politieke associatie bij thee is een negatieve: de vele liters muntthee die Job Cohen als burgemeester van Amsterdam naar verluidt heeft achterovergeslagen in het gezelschap van imams en welzijnswerkers.

Nederland is een natie van koffiedrinkers. Dat merk je aan alles, van het taalgebruik (‘Wanneer gaan we weer eens een kop koffie drinken?’) tot een typisch Nederlandse uitvinding als het kuipje koffiemelk. Recentelijk is daar nog de hype rond Italiaanse koffie bijgekomen, met zijn doppio ristretto’s, latte macchiato’s en knotsgekke combi’s van sojamelk en karamelsiroop. In de slipstream van de koffiegekte heeft men nu bedacht dat thee ook spannend moet zijn. Dus krijg ik in cafés regelmatig een doos onder de neus geschoven met exotica als groene thee, witte thee, infusions en wat dies meer zij. Als ik mazzel heb, zit ergens nog een zakje earl grey of english breakfast verstopt. De confrontatie over de melk moet dan nog komen.

- 'Tot slot het servies: thee drink je uit een kop, niet uit een glas.'

En dat terwijl het niet zo hoeft te zijn. Engeland is voor de toegewijde theedrinker natuurlijk hors categorie. Maar ook in Italië, nota bene de heimat van de koffie, begrijpen ze theedrinkers uitstekend. Goed, je moet er wel even expliciet bij zeggen dat het om te caldo gaat (anders krijg je ijsthee), maar vervolgens vraagt de barman keurig of je het al limone of al latte wil, en krijg je een fijn kopje met een kannetje ijskoude melk.

Nederlandse koffiedrinkers begrijpen niet waarom je thee drinkt. Ze kunnen zich geen leven voorstellen zonder vier, vijf koppen koffie op een dag. ‘Het is toch gewoon lekker?’ zeggen ze. Inderdaad, koffie is best lekker – mits goed klaargemaakt. En daar zit het probleem: ondanks de opmars van Senseo, Nespresso en Coffee Company is de kans op vieze koffie in Nederland nog altijd vele malen groter dan de kans op vieze thee. Neem het koffieapparaat ten burele van Vrij Nederland: de ‘cappuccino’ die eruit komt, is een goedje waarvan je nog zeker een uur een bittere nasmaak in de mond houdt.

Werklust
Koffiedrinkers komen ook altijd met het ‘noodzaak’-argument: hoe kun je een dag vol noeste arbeid tot een goed einde brengen zonder een paar stevige koppen koffie? Mijn antwoord: het is een kwestie van gewenning, net als met roken en andere verslavingen. Als je er niet aan begint, kun je ook prima zonder. Ik heb genoeg energie zonder cafeïne. En ik ben niet de enige: mijn collega-verslaggever H.B., wijd en zijd bekend vanwege zijn tomeloze inzet en werklust, raakt nimmer een kop koffie aan.

Die keren dat ik koffie neem (ongeveer eens in de twee weken), merk ik meteen wat voor heftig spul het eigenlijk is. Van een beetje stevige espresso krijg ik als cafeïneleek behalve buikpijn ook een bonkend hart, oorsuizingen en zweetdruppels op mijn voorhoofd. Natuurlijk, ik krijg er ook energie van. Maar net zo vaak maakt zich een opgefokt gevoel van me meester dat pas na enkele uren weer wegtrekt. Als ik na lunchtijd koffie drink, kan ik ’s avonds om twaalf uur de slaap nog niet vatten.

Met zulke bijwerkingen kun je toch niets anders dan concluderen dat thee gezonder is dan koffie? Recentelijk is uit onderzoek inderdaad gebleken dat thee een heilzaam middel is tegen allerhande serieuze en minder serieuze kwalen. Zo verkleinen drie koppen thee per dag de kans op diabetes type 2. En onlangs ontdekten wetenschappers van de Universiteit Utrecht ook dat thee helpt tegen hartaandoeningen als kransslagaderziekte. Eenzelfde heilzame werking gaat ook uit van koffie, zo bleek uit het onderzoek, maar er is één essentieel verschil tussen koffie- en theedrinkers: de levensstijl. ‘Het drinken van veel thee,’ aldus de onderzoekers, ‘gaat samen met een hogere opleiding, meer bewegen, minder alcohol drinken, minder roken en minder overgewicht. Voor stevige koffiedrinkers geldt precies het omgekeerde. Die leven over het algemeen juist ongezonder.’
Zou er naast het fysieke welzijn ook een verschil zijn in geestelijke gezondheid? In de televisieserie In therapie zag ik onlangs een veelzeggende dialoog. De hoofdrolspeler, een therapeut in Amsterdam-Zuid, bood een van zijn cliënten een kop koffie aan. ‘Moet je zelf geen koffie?’ vroeg deze. Waarop de therapeut antwoordde: ‘Ik drink eigenlijk nooit koffie. Ik ben meer van de thee. Koffie is voor de patiënten.’

Ik mailde het krantenbericht over de levensstijl van koffie- en theedrinkers naar een collega-redacteur, een cappuccinoleut van de hogere orde met wie ik al jaren polemieken voer over het onderwerp. ‘Theedrinkers zijn vast gezonder,’ antwoordde hij, ‘maar over het algemeen ook zuur, links en erg ongezellig.’
Misschien dat hij daar dan weer een beetje gelijk in heeft.

[reageren]