VN MediagidsBeatrix, 'de koele koningin'
Het einde van haar koninklijke loopbaan is eerder een kwestie van maanden dan van jaren, en Beatrix lijkt de teugels strakker aan te trekken. Portret van een workaholic die in niets op haar moeder lijkt. 'Ze weet alles.'
De bestuurlijke veteraan Ed van Thijn komt recht van spreken toe. Als voorzitter van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, als kabinetsformateur, als minister van Binnenlandse Zaken (twee keer, in de kortstondige kabinetten Van Agt II en Lubbers III) en als burgemeester van Amsterdam antichambreerde hij veelvuldig in de paleizen van zowel koningin Juliana als koningin Beatrix. 'In brede kring bestaat van hen beiden een beeld waar ik me totaal niet in herken,' zegt Van Thijn.
Zo wordt over koningin Juliana alom beweerd dat ze erin slaagde om 'zo gewoon' en 'zo eenvoudig' te blijven. De vorstin verlangde dat onderdanen haar als 'mevrouw' aanspraken. Rond Kerstmis serveerde ze steevast eigenhandig kommen dampende chocolademelk aan de hofhouding van Soestdijk. Juliana was de alledaagse koningin die de burgerij 's zomers zomaar in de bossen bij Lage Vuursche voorbij kon zien fietsen. Had Bernhard toevallig ook zin in een ritje, dan pakten ze samen de tandem. Juliana beheerste de kunst van het zwierig doorknippen van een lint als geen ander, en bij rampspoed groeide ze in haar edele rol van moeder des vaderlands. Op kaplaarzen baggerde ze door de modder, links en rechts slachtoffers bemoedigend toesprekend.
Wat een verschil met de wijze waarop dochter Beatrix zich van het koningschap kwijt. De communis opinio is dat Beatrix 'afstandelijk' en 'koel' opereert, onzichtbaar voor de buitenwacht, maar dominant aanwezig in kringen waar ze haar invloed kan doen gelden. De ongenaakbare vorstin hecht aan protocol en laat zich in tegenstelling tot haar moeder met 'majesteit' aanspreken. Journalist Harry van Wijnen herinnert zich een koninklijke gast die aan het einde van een informatief samenzijn iets te amicaal afscheid nam met de woorden: 'Tot ziens'. Waarop majesteit hem subtiel op zijn nummer zette: 'Dat valt te bezien.'
Toch nam Ed van Thijn nooit aanstoot aan haar veelzijdige bemoeienis: 'De verschillen tussen Beatrix en haar moeder zijn enorm; eigenlijk zijn dat totaal onvergelijkbare persoonlijkheden. Iedereen zegt dat Juliana zo gewoon was, maar ik vond haar buitengewoon ongewoon. In gesprekken voelde ik een enorme afstand, alsof ze in een andere wereld leefde dan ik. Beatrix is veel gewoner dan haar moeder. Om te beginnen zijn we van dezelfde generatie, dat praat makkelijker. Ze weet waar ze het over heeft, is intelligent en bereidt ontmoetingen grondig voor. Ik heb haar leren kennen als een slijpsteen voor de geest. Een sparringpartner.'
Ondanks een fundamenteel verschil van inzicht zijn de monarchist en de republikein het over één ding eens: koningin Beatrix is een compleet ander slag vorstin dan haar moeder. Naarmate het einde van haar koninklijke loopbaan eerder een kwestie van maanden dan van jaren is, lijkt Beatrix de teugels strakker aan te trekken. Het tv-programma Reporter inventariseerde onlangs een imposante reeks voorvallen die majesteits brede actieradius illustreren. Maar haar interventies zijn ook positief te interpreteren. Ze máákt wat van het koningschap, precies zoals ze zich in een grijs verleden zo ernstig had voorgenomen.
Nooit een goede man
Op dinsdagavond 11 oktober 1956 converseerde Walraven baron van Heeckeren van Molecaten, de persoonlijk secretaris van koningin Juliana, drie uren met Elsevier-journalist Henk Lunshof. De heren beloofden elkaar plechtig dat aan hun hoogst vertrouwelijke samenzijn nimmer ruchtbaarheid zou worden gegeven. De monarchie was aan het wankelen gebracht door zieneres Greet Hofmans. Nu de hofhouding gezuiverd zou worden van alle leden die met mystieke krachten sympathiseerden, zouden Van Heeckeren van Molecaten en zijn als hofdame werkzame echtgenote - beiden plus royaliste que la reine - er gewis uitvliegen. Lunshof notuleerde trouwhartig alles wat zijn informant hem vertelde, maar zou er geen letter over publiceren. Zijn geheime verslag belandde tussen de vergeelde folianten die hij na zijn overlijden naliet. Een half jaar geleden verkasten ze naar het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam, waar ze nu voor iedereen ter inzage liggen.
Historicus Cees Fasseur noemt in zijn biografie Juliana & Bernhard Van Heeckeren van Molecaten 'een trieste figuur, te dom om in te zien dat hij een rol wilde spelen die hem niet toekwam'. De man was ervan overtuigd dat Bernhard het duivelse plan koesterde om Juliana uit de koninklijke macht te ontzetten, om daarna zelf als regent voor de op dat moment achttienjarige Beatrix de koninklijke honneurs waar te nemen. 'Allemaal kletspraat,' volgens Fasseur. Niettemin verschaft de lezing die Lunshof destijds uit de mond van baron Van Heeckeren Molecaten optekende een onthullend inkijkje in de scheve verhoudingen die Soestdijk lelijk hadden ontwricht. De jonge Beatrix werd een 'ras-intrigante' genoemd. Niemand aan het hof vertrouwde elkaar nog; toen al was sprake van 'afluisterpraktijken' - een woord dat weer in de koninklijke familie zou opduiken nadat nichtje Margarita iets moois kreeg met Edwin de Roy van Zuydewijn.
- De kus op de vrijmarkt is het symbool geworden van de verzoening met Amsterdam
'In een normale koninklijke huishouding moet het afluisteren van telefoongesprekken en het openen van brieven op last van de vorst geschieden,' noteerde Lunshof. 'Hier geschiedt het op last van een kliek die Juliana coûte que coûte van de troon wil verdrijven. Zelfs het onderhoud dat ik nu met u heb, zal waarschijnlijk wel uitlekken.' De baron wist het zeker: kroonprinses Beatrix was 'gehersenspoeld' door haar vader en oma Armgard, de moeder van prins Bernhard. Zo zou de kroonprinses zijn aangepraat dat koningin Juliana 'godsdienstwaanzinnig' was. De notulen vervolgen: 'Beatrix heeft maar één verlangen en dat is koningin te zijn. Zij is al jaren lang, evenals de andere kinderen, opgezet tegen haar moeder. Zij veracht haar moeder. Daarbij komt nog, dat zij niet zoals de koningin aan woedeuitbarstingen onderhevig is.
Als Beatrix voor een vraagstuk staat, gaat zij naar boven, schrijft alle punten op, denkt lang na en neemt dan een beslissing. Formeel is zij de meest perfecte onderdaan. Zij vindt het verschrikkelijk dat de koningin een zekere mate van vrijheid heeft, dat de koningin zich laat tutoyeren, dat de koningin frère et compagnon is en zegt: ik wil eigenlijk niet op een troon zitten. Als ik bij een voorstelling op de voorste rij moet zitten, wil ik niet dat mijn stoel vóór de andere stoelen van de eerste rij staat. Beatrix wil op het toneel zitten. Het is bepaald zo dat Beatrix een eigen intrigenet heeft opgezet, over eigen agenten beschikt en een schranderheid aan de dag legt die zo men haar niet moest verachten, slechts bewondering kan wekken. Zij heeft alle slechte eigenschappen van de prins en Armgard en is zo koel als een ijsberg. Zij wil maar één ding: zo snel mogelijk koningin zijn. Een kroonprinses die dertig jaar moet wachten, zegt zij, krijgt nooit een goede man.'
My own people?
Ruim een halve eeuw nadat de secretaris van Juliana uit de school klapte, is de voorspellende waarde van zijn observaties bewezen. Beatrix was vast van plan om iets van deze roeping te maken. Ze wilde het ambt dat door de affaire-Greet Hofmans was bezoedeld en aan respect had ingeboet, zijn oude glans teruggeven. Meer dan eens liet de prille kroonprinses zich ontvallen dat ze 'klaar' was voor de grootste taak die haar te wachten stond. Ze verheugde zich erop om met ministers te overleggen. Ze popelde om eindelijk écht te gaan regeren.
Voordat baron van Heeckeren van Molecaten (1914-2001) als een verbitterd man stierf, fluisterde hij de onvermoeibare Oranje-publicist J.G. Kikkert informatie over het koningshuis in. 'Zijn laatste jaren bracht hij door in een bejaardentehuis in Zeist. Op elk nieuw boek van mij reageerde hij met minimaal veertien kantjes commentaar,' herinnert Kikkert zich.
Toen de achttienjarige kroonprinses in 1956 naar Leiden verhuisde om rechten, sociologie en geschiedenis te gaan studeren, eiste ze dat ze met 'koninklijke hoogheid' werd aangesproken. Een opmerking die twee studenten die haar niet herkenden over haar benen maakten, zou ze hebben gepareerd met een snedig: 'Deze zuilen dragen wél het Koninkrijk der Nederlanden'. Jaargenoot Marijke Harberts mocht op zeker moment tutoyeren, maar dat was uitsluitend omdat ze samen in de redactie van Nitor zaten, het orgaan van de Vereeniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden. In het voorname milieu van plooirokken en twinsets hechtte menige 'noviet' minstens zoveel belang aan het vinden van een duurzame verloofde als aan het succesvol afronden van een academische studie, getuige de roman Doezamand die Harberts over haar Leidse jaren schreef.
Het boek bestrijkt de periode waarin de schrijfster bevriend raakte met Beatrix, al wordt die slechts zijdelings genoemd. 'We zagen elkaar veel in die tijd. Na ons afstuderen bleven we elkaar opzoeken, ook na de geboorte van onze kinderen. Toen ik jaren later ging scheiden, werd het contact abrupt verbroken. Ik hoorde ineens niets meer en werd nergens meer voor uitgenodigd. Ik vermoed dat dit met mijn scheiding had te maken, al werd dat nooit uitgesproken. Ik kon haar niet bellen om te vragen waarom het ineens zo stil was geworden. De beslissing om met iemand om te gaan, ligt volledig bij haar.' Dat Harberts zich bekeerde tot de lesbische beginselen, zal evenmin bevorderlijk zijn geweest voor een prettige voortgang van het contact.
Noblesse oblige. 'Terecht hecht ze aan protocol,' vindt Harberts. 'Het ergerde haar verschrikkelijk als mensen op Koninginnedag tegen haar moeder riepen: ha, Juliaantje. Ze heeft er alles aan gedaan om de bevolking meer respect voor het Koninklijk Huis bij te brengen.'
Op haar eenentwintigste werd de kroonprinses van arrogantie beticht nadat ze, keuvelend over een boottochtje met jeugdige representanten van andere Europese vorstenhuizen, de Amerikaanse pers haalde met de zin: 'I enormously enjoyed that trip, because I felt that I was among my own people and could be myself.' Onhandig geformuleerd, gaf ze naderhand toe: 'Met my own people heb ik de kring van eigen familie, eigen vrienden en vakgenoten bedoeld. Zeker niet mensen van mijn eigen standing.' Toch lukte het niet helemaal om twijfels weg te nemen. Juliana was altijd zo mens onder de mensen gebleven, maar gold dat ook voor haar dochter?
Afgesproken spontane kus
In de grimmige reacties op de aankondiging van haar huwelijk met de Duitse jonkheer Claus von Amsberg in 1966 klonk veel onverhuld misprijzen. Zo vreesde PvdA-Kamerlid en essayist Jacques de Kadt in Hollands Maandblad dat het erfelijk koningschap ons zou 'opknappen met een over het paard getilde, grondig bedorven, verwende blaag, tegen wier permanente grijns we dertig jaar lang moeten aankijken en wier hooghartige, bekakte stem we bij alle gelegenheden zullen moeten aanhoren'. Gerard Nederhorst, voorzitter van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, voegde daar in een vertrouwelijke (en dus prompt uitgelekte) brief aan partijgenoten aan toe: 'Beatrix staat volledig vreemd tegenover de harde eisen die het koningschap stelt. Haar eigenzinnigheid zal krachtig in toom moeten worden gehouden.'
De combinatie van naoorlogse sluimerende anti-Duitse sentimenten en de door provo aangewakkerde opstandige tijdgeest zorgde voor een chaotische huwelijksvoltrekking tussen Beatrix en Claus. Nadat de rookwolken boven het festijn in Amsterdam waren opgetrokken, profileerde Claus zich als de ideale schoonzoon en deed Beatrix haar uiterste best om zich op te werpen als een beminnelijke troonopvolgster - wat niet kon verhinderen dat de beëdigingsplechtigheid in 1980 wederom met rellen gepaard ging, dit keer uit de hoek van de kraakscene ('geen woning, geen kroning').
Er verstreken acht jaren eer het koninklijke paar naar de hoofdstad terugkeerde om zich glorieus te revancheren. Koninginnedag 1988 vierden de vorstin en haar gemaal aanvankelijk in het brave Kampen, om na afloop van het zaklopen en koekhappen per helikopter te worden overgevlogen voor een verrassingsbezoek aan het voorheen zo rebelse Amsterdam. Wat de indruk wekte van een spontaan charmeoffensief, was in werkelijkheid een maandenlang zorgvuldig voorbereide en strak geregisseerde publiciteitsstunt - inclusief de kus voor majesteit van een zogenaamd toevallige voorbijganger op de vrijmarkt (in werkelijkheid afgesproken werk met een bereidwillige KLM-employé).
'De kus op de vrijmarkt is het symbool geworden van de verzoening met Amsterdam. De afsluiting van een moeilijke periode,' concludeerde historicus Jan Bank in de Grote Spectrum Encyclopedie. Hoe letterlijk het begrip 'afsluiting' in dit verband dient te worden opgevat, werd twee jaar nadien geïllustreerd door de majesteitelijke weigering om tijdens een bezoek aan Houten haar handtekening op de gespalkte gipsarm van een zielig joch te plaatsen. Ze had haar statement als vorstin van vlees en bloed al in Amsterdam gemaakt - en vanaf dat moment was ze weer even koel en afstandelijk als het volk haar eerder had leren kennen.
Vanaf het moment dat televisiekijkend Nederland kon concluderen dat ze niet van steen was, kon ze het zich permitteren om terug te vallen in haar voorname rol. Sindsdien bewaart ze de protocollaire afstand tot onderdanen die de ware monarch kenmerkt.
Peentjes zweten
Dries van Agt zegt aan de telefoon dat hij zich nauwelijks een groter contrast tussen moeder en dochter kan voorstellen dan Juliana en Beatrix. Als premier leerde hij tussen 1977 en 1981 beiden kennen. Het onderhoud met Juliana verliep steeds in een gemoedelijke sfeer; de koningin schonk zelf de thee in. Dat Beatrix die door een lakei liet inschenken, was niet zonder betekenis. De gesprekken op maandagmiddag ervoer Van Agt onder haar regime als een wekelijks examen. Hij werd - zoals hij in de tv-documentaire Een roeping als beroep (1998) beeldend verwoordde - 'overhoord, doorgemeten en uitgemeten. De koningin weet alles. Het was peentjes zweten.' Het kabinet-Van Agt had na de troonsafstand van Juliana Koninginnedag en Bevrijdingsdag willen samenvoegen tot één nationale feestdag op 5 mei, maar Beatrix beschikte anders. Volgens Redmar Kooistra en Stephan Koole (in hun boek Beatrix, 2000) ontplofte Van Agt zowat van woede, verbolgen uitroepend: 'Er is hier één de baas en dat bent u niet.' De premier ondervond dat de vorstin een vrouw is die zich niet laat tegenspreken. 'Nou ja, daar heeft ze wel eens moeite mee. Maar ze weet dat luisteren voor iedereen, en zeker voor een koningin, van essentiële betekenis is.'
Ze kwijt zich van haar taak met de ijver van een ware workaholic. Prins Claus vertelde ooit dat zijn vrouw in het holst van de nacht anderhalf uur met premier Ruud Lubbers aan de telefoon zat. (Voor zover bekend was Lubbers de enige premier die haar tutoyeerde.) Ze leest alle staatsstukken, inclusief de voor het parlement ontoegankelijke notulen van de ministerraad. Ze streeft naar het uitoefenen van totale controle over de portefeuilles die onder haar bevoegdheid vallen. Er zal haar niets ontgaan.
Historicus Cees Fasseur kreeg Beatrix' toestemming om alle stukken in het Koninklijk Huisarchief over de eerste twintig huwelijksjaren van haar ouders te gebruiken voor zijn boek Juliana & Bernhard. Haar grootmoedigheid werd geprezen, maar publicatie van een biografie van haar vader stuit op haar veto. Robbert Ammerlaan zou het boek op basis van honderdzestig lange gesprekken met prins Bernhard en privédocumenten zó kunnen schrijven, maar hij mag niet van Beatrix. 'Ik heb de koningin een paar keer gesproken, steeds in verband met mijn boek over haar vader. En juist over dat onderwerp kan ik niet veel zeggen zonder weer de advocaat van de koningin op de stoep te krijgen,' meldt hij bedrukt.
Homohuwelijk
Voorafgaand aan officiële gelegenheden neemt de koningin steeds persoonlijk het draaiboek door, en onthoudt de bijzonderheden over gasten. De wethouder in een provinciestad denkt werkelijk dat de koningin zich herinnert dat zij elkaar drie jaar eerder al eens de hand drukten, maar dat soort weetjes staat vermeld in het door de hofhouding opgestelde scenario.
Bij haar aantreden als koningin reorganiseerde Beatrix de hofhouding. Ze introduceerde een strakke hiërarchie met aan het hoofd een grootmeester aan wie de hoofden van dienst voortaan verantwoording dienden af te leggen. Er kwam een strenge selectieprocedure voor gasten die in het paleis over de vloer mogen komen.
De regels zijn inmiddels versoepeld, maar tot enkele jaren geleden was het prominente genodigden als Van Mierlo, Wijers, Kombrink of Annelien Kappeyne van de Coppello niet vergund zich door hun partners naar koninklijke banketten te laten vergezellen omdat ze geen trouwboekje konden laten zien. In 1996 meldde The Daily Telegraph dat koningin Beatrix zich tegen het homohuwelijk had gekeerd. Boris Dittrich, toen Kamerlid voor D66, had zoiets al in de wandelgangen opgevangen, maar hij kreeg de bemoeienis van Beatrix met de wetgeving over het homohuwelijk niet bevestigd. Een aanwijzing, schrijft hij in zijn boek Een blauwe stoel in Paars (2001), was de cryptische uitspraak van staatssecretaris Elizabeth Schmitz dat 'het buitenland er weinig van zou begrijpen en dat het bij sommige PvdA- en VVD-ministers heel moeilijk lag'.
Als Beatrix inderdaad geen voorstandster was van het homohuwelijk, dan heeft ze haar mening inmiddels herzien. Ze excuseerde zich twee jaar geleden omstandig toen ze een uitnodiging om in Bergen op Zoom de Roze Zaterdag bij te wonen niet kon accepteren. 'Temeer aangezien ik het gedachtegoed waarvan de Roze Zaterdag een expressie is, een warm hart toedraag,' schreef ze de organisatoren.
Heeft ze een persoonlijk onderhoud met een politicus, ambassadeur of functionaris, dan zal ze nauwgezet naar diens welzijn en de vorderingen op diens werkterrein informeren. Ze geeft ongezouten haar mening over brandende kwesties en noteert driftig alles wat gezegd wordt in cahiers met een kartonnen kaft. Die aantekeningen worden later ter voorbereiding van een volgende ontmoeting gebruikt. 'Op audiëntie bij de majesteit was net een feuilleton,' meldt Gualberto Hernandez telefonisch vanuit Curaçao. In 1984 beëdigde Beatrix hem als gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen in zijn standplaats Den Haag.
'Mijn echtgenote was mee, maar ze moest in een zijkamer van het paleis wachten. Ze mocht niet mee naar binnen,' herinnert hij zich. 'De beëdiging was iets tussen de koningin en mij; er mochten geen foto's worden gemaakt. Daarna had ik elke twee maanden een dienstbespreking met haar. Ze was zeer in de Antillen geïnteresseerd en bleek van de kleinste dingen op de hoogte. Doordat ze alles opschreef, konden we de draad van de vorige bespreking weer oppakken als we elkaar weer zagen. We gingen gewoon verder waar we waren opgehouden.'
Ambassadeur overgeplaatst
Het is afhankelijk van de mate van sympathie voor de monarchie of de kunst van Beatrix om veel informatie te absorberen als een bewijs voor haar betrokkenheid dan wel als betutteling wordt uitgelegd. Staatssecretaris Aad Nuis van Cultuur ontkende in 1996 dat theatergezelschap Toetssteen zesduizend gulden subsidie was onthouden omdat het toneelstuk Emily de koningin onaangenaam had getroffen, maar wat was die ontkenning waard?
Negen jaar eerder zei minister Elco Brinkman van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) dat zijn weigering om de P.C. Hooft-prijs aan de prins Bernhard vijandig gezinde auteur Hugo Brandt Corstius toe te kennen 'absoluut niet' door het hof was ingestoken, maar de journalisten Kooistra en Koole melden in hun boek Beatrix het tegenovergestelde: 'Als Lubbers de kwestie met de koningin bespreekt, wordt hem in overweging gegeven met haar gevoelens ernstig rekening te houden.'
In 1994 werd de Nederlandse ambassadeur Eduard Roëll van Zuid-Afrika overgeplaatst naar Brussel, naar verluidt omdat Beatrix ontstemd was over diens escapade met een Deense vrouw voor wie hij enige tijd zijn echtgenote had verlaten. Minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken betitelde het verhaal tot 'complete onzin', de ambassadeur hield het op 'grote onzin' en als journalisten bij de vorstin zelf polsen hoe het zit, bezigt ze het woord 'onzinnig'.
In werkelijkheid had Beatrix wel degelijk aangedrongen op het vertrek van de overspelige ambassadeur, onthulde Harry van Wijnen op gezag van 'meervoudige bronnen' in De macht van de kroon (2000). Het leugentje om bestwil was geheel conform de grondwet, betoogde hij: 'Doordat Van Mierlo krachtens zijn constitutionele plicht de koningin uit de wind moest houden, kon hij zichzelf niet nader verklaren en was hij tegenover de Kamer gehouden een motivering voor de overplaatsing van de ambassadeur te geven die op een aantal plaatsen in strijd met de werkelijkheid was.'
Hedy d'Ancona, van 1989 tot 1994 minister van WVC: 'Toen ik aan haar werd voorgesteld, zei ze: kunt u dat verschrikkelijke logo van WVC niet veranderen? Ik antwoordde dat ik het wél een mooi logo vond en het een dure grap zou worden. Maar dat is Beatrix ten voeten uit. Gevraagd en ongevraagd geeft ze te kennen of ze iets mooi of lelijk vindt. Als ze officieel een theatervoorstelling bezoekt, zal ze na afloop altijd eerlijk zeggen of ze er al dan niet van genoten heeft. Als het haar minder is bevallen, komt ze daar rond voor uit.'
Beatrix denkt ook graag mee over het repertoire dat tijdens het Bevrijdingsconcert onder auspiciën van het Nationaal Comité 4 en 5 mei wordt uitgevoerd. De binnenkort aftredende comitévoorzitter Els Swaab zal haar werkbesprekingen die ze altijd in februari met de koningin voerde, gaan missen. 'Het hele programma van de kranslegging op de Dam en van het concert de volgende dag nam ik dan nauwgezet met haar door. Daar viel op dat moment niet veel meer aan te wijzigen, maar met haar suggesties over bijvoorbeeld uit te nodigen sprekers konden we een volgende keer iets doen. Meteen op 6 mei belt een hofdame gedetailleerd door wat Beatrix van de Dodenherdenking en het Bevrijdingsfeest vond. Dat commentaar nemen we mee in onze evaluatie. Na afloop van het concert is de koningin steeds volstrekt duidelijk in haar mening over de muziek. Ze zegt wat volgens haar beter zou kunnen, maar als ze het geweldig vond, zegt ze dat ook.'
Kroonprins Willem-Alexander liet inmiddels weten dat de vijfde mei wat hem betreft geen vrije dag hoeft te worden. Daar denkt het Nationaal Comité 4 en 5 mei dus anders over. 'Op het moment dat hij koning wordt, gaan we de discussie met hem aan,' zegt scheidend voorzitter Els Swaab. 'Ik denk dat als de kroonprins beter is ingevoerd, hij het belang van een vrije dag op 5 mei vanzelf gaat inzien.'
Oranjewarmtegebrek
Ien Dales, PvdA-minister van Binnenlandse Zaken, wilde in 1991 de bekwame partijgenote Saskia Stuiveling tot president van de Algemene Rekenkamer benoemen. Te laat, het VVD-Kamerlid Henk Koning had zojuist een persoonlijke lobby bij Beatrix achter de rug. 'Mijn stellige indruk was dat de koningin mij wilde,' vertelde Koning onlangs in het televisieprogramma Reporter. Nadat het premier Lubbers duidelijk was geworden dat majesteit Koning prefereerde, werd deze korte tijd later in het ambt beëdigd.
Of neem hoogleraar volkenrecht Pieter Kooijmans die in 1992 Ruud Lubbers op bezoek kreeg. De premier was op zoek naar een opvolger van de voortijdig afgetreden minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek. Toen Kooijmans antwoordde dat hij allerminst stond te trappelen om minister te worden, zei Lubbers: 'Ik vind dat je ook moet weten dat de koningin heel graag wil dat jij het wordt.' Dit argument deed Kooijmans van gedachten veranderen. 'Misschien ben ik wat dat betreft ouderwets,' zei hij in Reporter, 'maar als het staatshoofd je vraagt, dan moet je van goeden huize zijn om daar afwijzend op te reageren.'
Volgens Reporter maakte de vorstin aan minister Hans Alders van Milieu duidelijk dat ze nog te weinig merkte van het 'verpakkingsconvenant' dat het bedrijfsleven had doen beloven om minder verpakkingsmateriaal te gebruiken. Met een directielid van Albert Heijn toog de minister naar paleis Noordeinde om aan te tonen dat in de emballage wel degelijk minder karton werd verwerkt. De koningin had volgens Alders een 'terecht punt' naar voren geschoven. 'Ze signaleerde dat als iets verandert in de schappen van de supermarkt, ervoor gezorgd moet worden dat iedereen dat in de gaten heeft. In feite zei ze dat communicatie een integraal onderdeel moet zijn van het te voeren beleid.'
Alle bewindslieden, bestuurders en ambtenaren die kennismaakten met de bemoeizuchtige kant van Beatrix haasten zich te zeggen dat zij grondwettelijk het recht heeft om zich gevraagd en ongevraagd over prangende kwesties uit te spreken. In geen ander Europees land heeft de monarch zoveel constitutionele bevoegdheden als hier. Negen jaar geleden pleitte Thom de Graaf, toen voorzitter van de D66-fractie in de Tweede Kamer, ervoor om de 'koning' (zo heet majesteit in de Grondwet) niet langer deel te laten uitmaken van de regering. Wekelijks zet zij haar handtekening onder zo'n honderdzestig koninklijke besluiten.
Het idee dat ze door te weigeren om te tekenen de democratische besluitvorming zou kunnen blokkeren, doet potsierlijk aan. Natuurlijk haalt ze het niet in haar hoofd, maar als het uitsluitend symbolisch is, is er volgens De Graaf niets op tegen om de regels aan te passen. De koningin is voorzitter van de Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van dezelfde regering als waar zij deel van uitmaakt. 'Een beetje raar,' vindt hij. En partijen zijn toch mans genoeg om zélf een kabinetsinformateur aan te wijzen?
In het debat over de toekomst van de monarchie kreeg De Graaf weinig handen op elkaar. CDA en VVD verweten hem 'gebrek aan oranjewarmte'. Premier Wim Kok roemde in een notitie aan het parlement de 'duidelijk positieve waarde en betekenis' die de koning voor bestuur en samenleving heeft 'en die behouden dient te blijven'. Als enige partij had de SP jarenlang 'afschaffing van het koningshuis' in het partijprogramma staan, maar vier jaar geleden werd dat punt geschrapt, volgens Jan Marijnissen omdat het 'geen prioriteit' heeft.
De Graaf, nu burgemeester van Nijmegen, zegt dat zijn voorstellen niet door een republikeinse overtuiging werden ingegeven. Ook wil hij niet tornen aan het traditionele recht van de koningin om 'te worden geïnformeerd, aan te moedigen en te waarschuwen'. 'We hebben vierhonderd jaar geschiedenis met het Huis van Oranje,' zegt hij. 'Wat mij betreft gaan ze dóór, alleen niet meer als deel van de regering. Ik pleit voor een duurzame monarchie. En dan denk ik aan een samenbindend element boven alle partijen uit, zeker in tijden van nood.'
Wanneer treedt ze af?
- Prinses Beatrix werd op 30 april 1980 koningin der Nederlanden. Ze was toen tweeënveertig jaar - de leeftijd die Willem-Alexander op 27 april zal bereiken. Dat detail geldt als een van de aanwijzingen dat een wisseling van de kroon niet lang meer op zich zal laten wachten.
- De Grondwet geeft een vorst weliswaar het recht tot de laatste snik aan de macht te blijven, maar tot dusver liet niet één Oranje het zo ver komen.
- Drie jaar geleden gaf een enquête van de NOS al aan dat 70 procent van de bevolking vindt dat de koningin haar taken vóór 2010 moet overdragen aan de kroonprins; een uitslag die Beatrix moeilijk naast zich neer kan leggen.
- De koningin liet weten dat ze na haar troonafstand weer wil gaan wonen op kasteel Drakesteyn, dat in 1959 haar eigendom werd. Nu een ingrijpende renovatie (inclusief het aanbrengen van een lift) van het buitenverblijf is voltooid, kan de verhuizing naar Lage Vuursche elk moment plaatsvinden.
- Iedereen lijkt klaar voor de overdracht, inclusief uitgeverij Atlas, die de kloeke biografie Koning Willem IV 'direct na de abdicatieaankondiging' zal laten verschijnen
