VN MediagidsBang voor de burger
Samenleving 17.03.2001
Het gaat niet goed met de politieke partijen. Hun leden en kiezers laten het steeds meer afweten. Niet omdat die verwend en egoïstisch zijn geworden. Integendeel. Er was nog nooit zoveel maatschappelijk engagement als nu. Maar de politicus sluit er zijn ogen voor. Bewust.Zes experts buigen zich over een patiënt met een gewone-manfobie.
En? Wanneer bent u voor het laatst in touw geweest voor uw partij? Wat zegt u nu? U bent geen partijlid. Het spreekt u niet zo aan, die Haagse geheimtaal? U vindt dat het er alleen maar om gaat of iemand opstapt of blijft? Of, beter gezegd: dat het er alleen maar om gaat welke smoes er nu weer wordt gebruikt om niet op te stappen?
Maar u bent nog wel gaan stemmen, bij de laatste kamerverkiezingen? Nee, dat was in 1998. Niet in 1994. O, nu weet u het weer. In 1994 stemde u nog op D66. Maar in 1998 bent u het dus gewoon glad vergeten! Toen zat u brieven te schrijven voor Amnesty International. Ja ja. Dat vindt u belangrijker?
De gevestigde Nederlandse politieke partijen zijn nerveus over hun toekomst, en terecht. Ze staan van alle kanten onder druk. Op een enkele uitzondering na nemen hun ledenaantallen af en van die leden zijn er bovendien maar weinig in de partij actief. Bij elke nieuwe verkiezingsronde komen er minder burgers opdagen, die ook nog eens niet zo trouw zijn als vroeger: zestig procent van hen zweeft van partij naar partij. Intussen winnen concurrenten aan kracht, vooral op lokaal niveau. De invloed van plaatselijke partijen neemt toe, en Leefbaar Utrecht en Leefbaar Hilversum zijn zelfs zo succesvol dat ze mikken op een landelijke partij: Leefbaar Nederland. Henk Westbroek for president, het is de nachtmerrie van menige traditionele volksvertegenwoordiger.
Kort geleden werden de Haagse partijen opgeschrikt door een nieuwkomer die probeerde voet aan de grond te krijgen op het Binnenhof. Ieder mens telt, de supportersclub van Jacques de Milliano, had graag gezien dat het voormalige CDA-kamerlid zich opnieuw in het hol van de leeuw waagde. Maar die leeuw brulde collectief zo hard, dat De Milliano zich onthutst uit de voeten maakte. Was het jaloezie op deze 'ijdeltuit' of angst voor zijn bravoure?
Terwijl burgers zich massaal wenden tot maatschappelijke organisaties als Greenpeace, Natuurmonumenten en Amnesty International, terwijl de pers zich beperkt tot het Grote Binnenhof Poppenspel en het bedrijfsleven zich vol dédain afkeert van het Haagse, schaken politici onder de kaasstolp verder met elkaar. Oogkleppen op, vingers in de oren. Elke vernieuwing houden ze angstvallig tegen. Geen referenda, geen gekozen bestuurders, geen invloed van de kiezers op het partijprogramma, zelfs nauwelijks een openbaar debat. Maar hoe lang houden ze dat nog vol?
Vroeger stonden we allemaal rondom die kaasstolp en tuurden we naar binnen, opgewonden en nieuwsgierig naar elke volgende zet. Nu staan we er met onze rug naar toe en richten onze blik op plaatsen die er meer toe doen: de gemeente, de provincie, Europa, de industrie, de laboratoria, de maatschappelijke organisaties. De politiek verplaatst zich steeds meer uit Den Haag, maar de politici lijkt het niet te deren. Is er nog toekomst voor de gevestigde politieke partijen?
We gaan het uitzoeken. Een tafel, zes mensen, zes meningen, samen minder gedronken dan Raoul Heertje in zijn eentje doet, drie uur discussie. Eerst even voorstellen.
Jet Bussemaker (40), begin jaren negentig actief in GroenLinks, sinds 1998 Tweede-Kamerlid voor de PvdA. 'Ik dacht dat het nooit iets zou worden met GroenLinks.' Heeft dankzij haar tijd in Boston een grondige afkeer gekregen van het Amerikaanse politieke systeem. Werd PvdA-lid toen ze gevraagd werd voor het kamerlidmaatschap. Vindt dat politieke partijen vaker 'maatschappelijke coalities' moeten sluiten, maar niet omdat het zo slecht zou gaan met die partijen: 'De politicus heeft nog nooit zo dicht bij de burger gestaan.'
Arjo Klamer (47), hoogleraar economie van kunst en cultuur en oud-lid van de inmiddels opgeheven beweging Ieder mens telt, overtuigd euroscepticus. Houdt van het politieke experiment, is teleurgesteld in de geslotenheid van Nederlandse politici en het Nederlandse politieke systeem. Werd in zijn tijd in Iowa geraakt door het Amerikaanse stelsel. Gelooft in persoonlijke vertegenwoordigers in de Kamer.
Marnix van Rij (40), partijvoorzitter van het CDA. Werd door zijn collega's bij ABN Amro voor gek verklaard toen hij besloot wethouder in Wassenaar te worden. Kreeg vervolgens van zijn kamerkringvoorzitter te horen 'hoe hij het in zijn stomme hersens haalde' om als plaatselijke minkukel op de opiniepagina's van Trouw zijn mening te geven over het WAO-vraagstuk. Wil politiek bedrijven vanuit idealen.
Jan Nagel (61), oprichter van Leefbaar Nederland en beoogd voorzitter van die partij. Bezit een indrukwekkend PvdA-verleden, maar heeft inmiddels alle geloof in de gevestigde politieke partijen verloren. Meent dat de oude ideologische tegenstellingen voorbij zijn en dat mensen alleen geïnteresseerd zijn in praktische oplossingen van problemen. Dat noemt hij 'politiek dichter bij de mensen brengen'.
Philip van Praag (52), wetenschappelijk medewerker politieke wetenschappen en sinds jaar en dag PvdA-watcher. Werd in 1974 lid van de PvdA en bezocht zijn laatste afdelingsvergadering in 1977. Constateert dat politici dankzij hun vertechnocratiseerde jargon niet in staat zijn de mensen aan te spreken. Verheugt zich op het effect dat Leefbaar Nederland in het parlement op de gevestigde partijen zal hebben. Opschudden die handel!
Mirjam de Rijk (38), partijvoorzitter van GroenLinks, oud-activist. Ketende zich vroeger aan hekken vast van kerncentrales en maakte plannen om de wereld te verbeteren. Vindt dat de regering en de Kamer losser moeten komen van elkaar, maar is het met Bussemaker eens dat het niet zo slecht gaat met de politieke partijen als hun disgenoten wel beweren. Opmerkelijk in dit verband: 'Ik was drie jaar geleden zelf niet eens lid.'
Ze werd het wel en daarmee kan meteen een fabel van tafel: dat mensen geen zin hebben politiek actief te worden omdat ze zo'n uitzichtloos lang traject moeten doorlopen voordat ze komen waar ze willen zijn – aan de top. Eerst acht jaar blaadjes rondbrengen voor de afdeling, dan van je afdeling via je gewest of kamerkring naar het landelijk niveau, en dan nog eens tien jaar op je tenen lopen. Dat was vroeger gebruikelijk, begin jaren negentig, toen Van Rij van zijn kamerkringvoorzitter vreselijk op zijn donder kreeg. 'Ik was na dat telefoontje even stil. Ik dacht, dat heb ik niet helemaal goed begrepen en verstaan, ik vroeg: "Wat zegt u?" en toen kreeg ik nog een keer die tekst. "Hoe ik het in mijn stomme hersens haalde..." Als ik ooit iets wilde bereiken in de partij moest ik nooit meer schrijven. Toen ben ik ongeveer twintig stukjes op de opiniepagina's gaan schrijven.' Iedereen lacht, een kwajongen, daar houden ze allemaal wel van. Vooral bij een andere partij.
Hij werd toch partijvoorzitter. Maar, geeft Van Rij onmiddellijk toe, dat doet weinig af aan het feit dat partijen in de regel nog altijd tamelijk gesloten zijn en daarom niet zo aantrekkelijk voor nieuwkomers.
To put it mildly. Jan Nagel zegt het wat directer: 'In alle partijen is het de partijtop die de baantjes verdeelt. Wat wij willen met Leefbaar Nederland – daarin zijn wij de enige partij – is dat iemand die ons programma onderschrijft zich kandidaat kan stellen, die komt alfabetisch op de lijst van het kiesdistrict. Vervolgens gaan zulke mensen campagne voeren en bepalen de kiezers in het kiesdistrict – en niet de leden of de partijtop – de volgorde van de lijst.'
Tja, daar kunnen de anderen niet aan tippen. Van Rij wijst op 'zijn' kamerleden Camiel Eurlings en Annie Schreijer-Pierik die met voorkeurstemmen in het parlement terecht zijn gekomen. 'Het CDA is de enige partij met vertegenwoordigers uit alle provincies.' Hij benadrukt uit en te na hoe belangrijk de regio is voor de CDA-kamerleden: 'Ze hebben liever een stukje in De Limburger dan in de Volkskrant, echt waar!' Met de directieven van de GroenLinks-top valt het ook nogal mee, vindt De Rijk. Elk partijlid van GroenLinks mag stemmen op het congres, als hij zich maar op tijd aanmeldt: '680 mensen nu', als dat niet democratisch is?
'Nee', zegt Nagel, 'jullie met je leden. Laat het over aan je kiezers!' maar ze luisteren niet, ze prikken met hun vorken in de lucht: punt een, punt twee, want ze zijn nog niet klaar met hun verhaal. 'Gewone' politiek geïnteresseerde mensen mogen digitaal meedenken met het CDA (Van Rij: 'Negenduizend mensen hebben al gereageerd'), een 'kern' oprichten bij GroenLinks (Wat is dat, Mirjam? 'Een groep mensen die zich niet geroepen voelt om via de plaatselijke afdelingen politiek te bedrijven en die zich samen tegen de landelijke GroenLinks-politiek aan bemoeien. Ze hoeven niet uit dezelfde plaats te komen'), of zich melden bij de kenniscentra van de PvdA.
Hoezo wordt de burger buitengesloten? De deur staat wagenwijd open, de rode loper gaat uit. En dan is de kloof een heel eind gedicht. (Bussemaker: 'In de jaren vijftig, toen was de afstand tussen burgers en politici pas groot. Toen stonden politici nog op een voetstuk. Politieke partijen nu hebben wel het probleem dat ze de afweging van belangen naar buiten moeten verwoorden.')
Zo. De rug weer tegen de leuning. Nou jullie.
Pfff, halen Arjo Klamer, Jan Nagel en Philip van Praag hun schouders op. Praten. Alsof het alleen daarom gaat. Alsof je er dan bént.
Want meepraten, ja, het zal best. Je kunt wel praten totdat je een ons weegt. Wat koop je daarvoor? Het gaat om twee andere dingen. Ten eerste: meebeslissen, zodat je invloed hébt. En ten tweede: de door jou gekozen vertegenwoordiger ter verantwoording kunnen roepen. Zodat je je invloed hóúdt.
'Waar het in wezen om gaat, is dat elke Nederlander die geschikt is voor een bepaalde functie, of dat nou burgemeester, nationale ombudsman of voorzitter van de NOS is, daar een goede kans op moet hebben. Nu wordt dat bepaald door je partijpolitieke kleur en door de betreffende partijtop,' snuift Nagel verontwaardigd. 'En de mensen die dat doordrukken kun je niet wegkrijgen, omdat de top ze de hand boven het hoofd houdt.'
Klamer knikt, hij is niet voor niets aanhanger van het Amerikaanse model waar een persoonlijke band met de kiezers voorop staat. 'Democratie betekent dat mensen zich betrokken voelen bij het politieke proces en daarover op alle niveaus met elkaar praten. In Den Haag bestaat een regentencultuur. En jij' – Klamer wijst naar Jet Bussemaker – 'bent dan in naam een volksvertegenwoordiger, maar in de praktijk heb je veel meer redenen om je vooral te bemoeien met andere kamerleden en met de partijtop dan met de mensen die jou gekozen hebben. Want jouw lot hangt van die partijtop af; die zal uiteindelijk beslissen wat er de volgende verkiezingen met jou gaat gebeuren. Het is bovendien ook helemaal niet duidelijk wie jij vertegenwoordigt, dat is een amorfe massa. Daarmee wil ik niet zeggen dat het Amerikaanse systeem in alle opzichten beter is, maar het is wel een feit dat de mensen daar weten wie ze vertegenwoordigen en dat ik als burger weet wie ik kan aanspreken.'
'Je kunt mij ook een mailtje sturen,' werpt Bussemaker tegen (m.bussemaker@tk.parlement.nl), 'of een brief.' Nou, dat had ze maar beter niet kunnen zeggen. Hoe vaak heeft Klamer niet geprobeerd met de PvdA in discussie te gaan over Europa, om maar wat te noemen? En denk maar niet dat er iemand bereid is om een avondje te komen, hoor. Dus ze moet nu niet net doen of het allemaal zo open is, daar in Den Haag. Het zit daar namelijk 'hermetisch op slot'. Dat laat Bussemaker niet op zich zitten. 'Nodig me maar uit,' roept ze, 'ik kom graag!'
Onderzoeker Van Praag springt Klamer bij en rakelt het vuurtje nog extra op. 'Politici zijn met problemen bezig waar grote groepen van de bevolking zich niet in herkennen, vaak bureaucratische problemen waar ze in vertechnocratiseerde termen over praten. Ze zijn niet in staat de mensen aan te spreken. Dat is het aardige van een club als Leefbaar Hilversum en andere lokale partijen. Ik weet natuurlijk niet hoe lang dat stand houdt, maar die lukt het wel.'
Ho, roept Van Rij. Dat er een crisis in de politiek is – akkoord. 'Daar waar de maatschappelijke problemen het grootst zijn, in de steden, is geen enkele politieke partij op dit moment in staat om ook maar iets te vertolken van wat er bij die burgers leeft.' Dat de Haagse top vervreemd is van zijn achterban – klopt. 'De grootste partij in Nederland zijn de burgers die niet meer komen stemmen.'
Maar dat wij met onze handen in de zakken staan toe te kijken, dat wij al zowat afgeschreven zijn, dat jullie het lijk al zien drijven – nee. Een CDA'er is sowieso niet erg gevoelig voor de boodschap dat het gedaan is met zijn partij. Die heeft hij al te vaak gehoord. En Van Rij luistert al helemaal niet naar zulke onzin. Want Van Rij is Aan Het Werk. En Hoe.
'Focusgroepen,' zegt hij, en de anderen proberen niet verbaasd te kijken. Eerst internet, en nou dit weer. Ze worden wel erg voorlijk bij het CDA. Focusgroepen stellen het verkiezingsprogramma op, en dat werkt als volgt. Van Rij heeft zijn partijraad zover gekregen dat er geen tweehonderdzesendertig onderwerpen aan de orde zullen komen in het CDA-verkiezingsprogramma, maar slechts tien thema's. 'En bij elk van die tien thema's mogen tien ideeën aan de orde komen. De focusgroepen hebben de opdracht om die te selecteren. In die groepen zitten allemaal mensen die niets met het partijbestuur te maken hebben, dat is juist zo leuk. Je mobiliseert je leden. Zijn die honderd ideeën binnen, dan gaat een programmateam daar een kernachtig pamflet van twintig pagina's van maken: ons verkiezingsprogramma. Dan komt het erop aan – en dat is heel spannend – of het de beweging van onderop is die uiteindelijk dat programma bepaalt, of Jan Peter Balkenende die vanuit de fractie zegt: "Ja, maar dit kan niet want hierover heb ik al afspraken met de VVD-fractie."' Dan komt het op hém aan, wil hij maar zeggen. De vernieuwende partijvoorzitter versus de behoudende fractie.
Nagel wordt er niet koud of warm van. 'Een discussie van de vorige eeuw,' kritiseert hij scherp. Hij hamert er maar weer eens op: 'Waarom geven jullie de kiezers niet meer macht? Omdat daar dezelfde argumenten tegenin worden gebracht als indertijd tegen de invoering van het algemeen kiesrecht: kun je dat die mensen wel toevertrouwen, hebben ze er wel verstand van? Gewoon koudwatervrees voor de directe democratie.'
'Ja,' vindt ook Van Praag, 'je kunt de kiezers zelfs de kandidatenlijst laten vaststellen. Daar loop je ontzettend veel risico mee, maar ik zou het wel een heel spannend experiment vinden.' Te spannend voor de huidige politiek, hij constateert het met spijt. 'Nederlandse politici zijn doorlopend bezig met risicominimalisering.'
Dat verklaart de geslotenheid op alle fronten. 'Het is een cultuur van de angst,' vindt Klamer. Geen invloed van buiten, en – ondanks alle kenniscentra en wat dies meer zij – geen debat met de buitenwereld.
Waarom is dat? En kan dat ook anders?
Van Praag: 'Elke vier jaar komt er een nieuwe generatie parlementariërs die het allemaal anders willen gaan doen, en na een jaar of twee zie je dat ze meedraaien in datzelfde mechanisme. Er zit dus iets in die instituties in Den Haag, in de dwang die er uitgaat van de dagelijkse besluitvorming, die leidt tot dit soort cultuur.'
Iedereen kijkt naar Jet Bussemaker, tenslotte een ervaringsdeskundige.
'Er is coalitiemonisme gekomen, daar zijn we allemaal verantwoordelijk voor, ook het CDA,' steekt Van Rij grootmoedig de hand in eigen boezem. 'Dat resulteert in dikke regeerakkoorden, gestold wantrouwen en geen enkele communicatie vanuit Den Haag met de kiezer.'
'Bijna elk kamerlid zegt dat het debat te weinig over de grote lijnen gaat. Maar uiteindelijk verandert er niets,' vindt De Rijk.
Bussemaker legt uit waarom het steeds maar weer misgaat. 'Ik vind dat in de Kamer het debat veel te weinig op hoofdlijnen wordt gevoerd, echt veel te weinig. We sluiten ons allemaal op, we doen er allemaal aan mee, en via een heel vreemde symbiose met de pers versterkt dat elkaar ook nog eens. Kijk naar vanavond, het gaat hier ook te veel alleen over Den Haag. Het probleem van de Kamer is dat iedereen met kleine onderdelen van het beleid bezig is, waardoor het debat vertechnocratiseerd is. Ik ben ook voor een klein regeerakkoord, maar hoe werkt dat? Toen ik het er destijds met Jacques Wallage over had of het allemaal niet wat korter kon, zei hij: "Ja hoor, maar iedereen wil op zijn onderdeel toch dat alles goed geregeld wordt. Dan gaan we sociale zaken wel wat minder goed regelen." Toen dacht ik ook: maar dat wil ik natuurlijk niet. Een korter regeerakkoord zal er niet komen, ook niet als andere partijen de coalitie vormen. Want daarvoor is vertrouwen nodig, en dat ontbreekt zelfs hier, vanavond.'
Maar, zegt Van Praag, als iedereen redeneert zoals jij, begint zo dus wél de ellende: 'We leggen graag alles tot in detail in het regeerakkoord vast, met als resultaat dat er nooit een debat op hoofdlijnen plaatsvindt in de Kamer en parlementariërs zich altijd profileren op detailpunten. Een beperkter regeerakkoord zou ervoor zorgen dat het debat in de Kamer veel belangrijker en spannender wordt, want dan staat de uitkomst niet al bij voorbaat vast. Maar geen enkele partij durft dat aan.' De Rijk sluit zich daarbij aan: 'In Nederland mogen partijen die samen een coalitie vormen zich niet van elkaar onderscheiden, het is helemaal taboe om iets eigens te zeggen.'
Nou, over dat taboe kan Klamer over meepraten. Een keertje wist hij met zijn eurosceptische verhalen wél door te dringen tot de PvdA. 'Daar reageerden ze enorm geschokt op mijn uitspraken, "hoe durf je zulke nationalistische taal uit te slaan," enzovoorts. Na het gesprek werd ik opgebeld door drie PvdA-leden die zeiden: "Eigenlijk had je wel gelijk." Ik vroeg: "Waarom heb je dat niet gezegd?" Toen antwoordden ze: "Ja, dat kan niet, ik kan daar niet over beginnen, dat kán gewoon niet."'
'Dit is een volstrekt onbekend verhaal voor mij,' reageert Bussemaker afgemeten. 'In het algemeen vind ik dat politieke partijen minder bang zouden moeten zijn om conflicten en afwegingen van argumenten te laten zien.' O ja? Deze voorzet móét ingekopt worden. Van Rij is er als eerste bij: 'Waarom hoorden we dan niets over het euthanasiedebat in de PvdA?'
Bussemaker: 'Wij hebben daar toevallig een heel goed debat over gevoerd.'
Van Rij: 'Waarom weten wij daar dan niets van?'
Bussemaker: 'Ik denk dat Melkert wel geprobeerd heeft om iets van dat debat in een stemverklaring die hij namens de fractie heeft afgelegd...'
Van Rij (onderbreekt haar): 'Dat is een technocratisch verhaal!'
Bussemaker: 'Ons standpunt is het eindpunt van een heel lang debat dat daarover is gevoerd op allerlei plekken.'
Van Rij: 'Maar niemand weet dat, niemand weet dat!'
Zo gaat het dus als je pakweg twee jaar in het parlement zit. Wat merkte Klamer er ook alweer over op? Dat Haagse lieden alleen gericht zijn op Haagse lieden. 'Mijn indruk is dat als je eenmaal in dat systeem zit, je vooral bezig bent elkaar te overtuigen. Je kiezers zie je als het uitkomt, als je nog een avondje vrij hebt.' Toen Ieder mens telt nog bestond, is het idee van een burgerjury bedacht. Laat politici zo af en toe eens gewone mensen overtuigen van hun opvattingen. Klamer vindt het nog steeds een goed idee. 'Tegenover zo'n jury moet je je argumenten anders formuleren, je kunt niet technocratisch zijn, je moet precies zeggen waar het op staat en praten in een taal die mij aanspreekt.'
Zo Klamer al enige illusies had op dit punt, dan helpt Van Praag die onmiddellijk de wereld uit. 'Waarom denk je dat politici tegen referenda zijn? Dan moeten ze het debat aan met goed opgeleide, goed geïnformeerde burgers. Daar houden ze niet van.' Is Bussemaker dan hypocriet wanneer ze coalities van politieke partijen met maatschappelijke organisaties bepleit? Want dat doet ze, en ze vindt dat dat nu veel te weinig gebeurt. 'Ik hoop dat politieke partijen zich veel meer naar buiten gaan richten en minder alleen met elkaar in discussie gaan.'
Goed idee, zegt Van Rij, ik heb het laatst nog uitgevoerd. 'Ik heb omdat de maatschappelijke discussie over euthanasie ontbrak, allerlei maatschappelijke organisaties aangeschreven, van ouderenbonden tot en met moslimorganisaties, voor- en tegenstanders. Het resultaat daarvan is dat dinsdag 13 maart de tegenstanders een petitie aanbieden tegen het wetsvoorstel zoals dat nu bij de Eerste Kamer ligt. Dat had jouw partijtop toch moeten doen, Jet, die maatschappelijke discussie voeren? Waarom gebeurt dat niet?'
En dat is dan weer behoorlijk strategisch gedacht voor de man die even tevoren nog met droge ogen beweerde dat 'partijen elkaar hun succes moeten gunnen'. Want, zoals Van Praag terecht opmerkt: 'Wat jij nu doet, Marnix, is de tegenstanders mobiliseren. De euthanasiewetgeving is juist aangedreven vanuit de maatschappij en niet vanuit de politiek.'
De conclusie is onvermijdelijk: zelfs aan deze tafel zitten partijtijgers elkaar vliegen af te vangen en zich ten koste van elkaar te profileren. Dan roept Van Rij wel een keer tussendoor 'sorry, Jet, dit is te persoonlijk', maar ondertussen. Zo wordt het natuurlijk nooit wat.
Is de vraag die we aan het begin stelden beantwoord? Is er nog toekomst voor de gevestigde politieke partijen? Zo divers als het gezelschap is, zo verdeeld is het antwoord.
Bussemaker en De Rijk zijn er niet zo pessimistisch over. De burger heeft nog nooit zoveel mogelijkheden gehad om zich met de politiek te bemoeien. Die politici moeten dan wel meer naar die burgers luisteren, en de resultaten van die gesprekken vertalen in concrete politieke uitkomsten. Maar dan is er nog hoop.
Van Praag is ervan overtuigd dat partijen die duidelijk links of duidelijk rechts zijn blijven bestaan. Maar voor bijvoorbeeld het CDA ziet hij het somber in. Op lokaal niveau zullen álle gevestigde partijen het heel moeilijk krijgen, omdat daar nauwelijks meer politiek langs ideologische scheidslijnen wordt bedreven.
Nagel en Klamer geven geen stuiver voor de politieke toekomst van de huidige partijen. De 'communities rond gemeenschappen' van Klamer en het directe-democratiemodel van Nagel sluiten volgens hen veel beter aan bij wat kiezers willen. Praktische politiek, door mensen die verantwoording afleggen aan een achterban met wie ze een persoonlijke band onderhouden. Dat heeft de toekomst, denken zij.
Van Rij tenslotte ziet het gevaar dat de nieuwkomers vormen voor de oude partijen, maar hij gelooft niet dat het spel voor partijen die zich op een ideologie baseren is afgelopen. Maar kleiner worden zullen ze wel, ook zijn eigen CDA.
Allemaal zijn ze het erover eens dat er een einde moet komen aan het Torentjesoverleg en aan de vuistdikke regeerakkoorden. Maar belangrijker lijkt dat volksvertegenwoordigers de angst voor hun eigen achterban overwinnen. Want als ze meer met elkaar in gesprek blijven dan met de kiezers, betekent dat op den duur de dood in de pot voor 'Den Haag'.
