VN MediagidsWijnand Duyvendak: ‘Ik heb de achtbaan zelf in werking gezet’

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 23.08.2008

Door Max van Weezel / Harm Ede Botje

Wijnand Duyvendak kijkt nog één keer terug op de affaire die hem zijn Kamerlidmaatschap voor GroenLinks kostte. ‘Ik was voorstander van directe actie, maar heb altijd geprobeerd degenen die geweld tegen personen predikten af te remmen. Dat is de rode draad.’

'Ik sluit niet uit dat ik in de Kamer terugkom. Nu vond ik het verstandig een stap opzij te zetten. Om rust en ruimte te creëren, om mijn autonomie te herwinnen. Ik zat in een achtbaan. Ik was de controle kwijt. Daarom moest dit. Maar dat wil niet zeggen dat ik de politiek verlaat.'

Twee dagen na de dramatische persconferentie waarin hij zijn aftreden bekendmaakte, zit de verketterde Wijnand Duyvendak rustig aan een houten tafel in zijn achtertuin. Hij drinkt vruchtensap en kijkt terug op de meest hectische week van zijn leven. Een week die begon met dat persbericht dat de indruk wekte dat hij nog steeds trots was op de inbraak bij het ministerie van Economische Zaken in 1985. Terwijl volgens hem in het boek waar het bericht naar verwijst (Klimaatactivist in de politiek) juist blijkt dat hij tegenwoordig de mening is toegedaan dat het doel niet alle middelen heiligt.

'Ik heb de achtbaan zelf in werking gezet, dat is het pijnlijke. Ik ben er voor verantwoordelijk dat het zo naar buiten is gekomen. In het boek staat dat ik de inbraak toen een groot succes vond, maar dat ik zulke acties nu ten principale afwijs. In het persbericht ontbreekt die relativering. Daarmee heb ik mezelf schade berokkend. Ik dacht: mensen zullen wel nieuwsgierig zijn naar hoe ik me heb ontwikkeld. In plaats daarvan is er meteen snel en hard over me geoordeeld. Dat zegt veel over het rechtse klimaat dat nu in Nederland heerst. Het heeft me verbaasd dat serieuze kranten letterlijk overnamen wat de website GeenStijl over me schreef. Terwijl dat geen journalistiek medium is, maar een actiegroep die campagne tegen me voerde. Heel legitiem en ook heel effectief, maar je moet het niet verwarren met journalistiek.'

U werd op die website een extremistische terrorist genoemd, een abces, een tumor die moest worden weggesneden uit de parlementaire democratie.
'Die harde oordelen, die vergroving van het taalgebruik, dat gescheld, dat is onderdeel geworden van onze politieke cultuur en dat vind ik verschrikkelijk. Het is schelden in plaats van argumenteren en uitzoeken geworden.'

In 1985 drukte u zich niet milder over uw tegenstanders uit. Na de inbraak bij Economische Zaken publiceerde u in het blad 'Bluf!' de namen van hoge ambtenaren. Met de oproep hun rust te verstoren.
'Ik heb dingen gedaan waarvan ik nu denk: hoe kon ik dat doen? Pas sinds een paar dagen weet ik dat als gevolg van die publicatie een serieuze poging tot brandstichting bij de toenmalige directeur-generaal energie, George Verberg, is gedaan. Dat was nooit onze bedoeling. Toen we die adressen in Bluf! plaatsten, dachten we aan pesterijtjes als: misschien gaan lezers nu een kilo zand voor hun deur storten of een bestelling bij Wehkamp plaatsen en die daar laten afleveren. Ik vind het afschuwelijk dat Verberg is bedreigd. Ik zat in een wereldje waar permanent heftige debatten werden gevoerd over de vraag hoe ver je met actievoeren mocht gaan. Daar heb ik me flink in geroerd. Ik was voorstander van directe actie, maar heb altijd geprobeerd degenen die geweld tegen personen predikten af te remmen. Dat is de rode draad. Zo was ik. Ik maakte deel uit van een radicaal milieu, maar binnen die verhoudingen was ik een matigende kracht. De hardliners scholden me uit, die vonden me een kruidenier en een grutter. Ze vielen me aan, ik werd door hen als een politieke tegenstander gezien. Alleen valt dat achteraf moeilijk te bewijzen.'

'Bluf!' publiceerde niet alleen namen van ambtenaren, maar ook foto's van stillen en politiemensen.
'Ik heb me daar altijd ongemakkelijk bij gevoeld. Maar mijn tegenstanders zullen zeggen: hij probeert zich er onder uit te draaien.'

Wijnand Duyvendak werd geboren in het 'doodsaaie' Zeist. In 1978 ging hij studeren in Amsterdam. Met grote verwachtingen: 'Ik dacht dat ik de wereld ging veranderen, ik had het gevoel dat ik terechtkwam waar het gebeurde.' De studentenbeweging met al haar marxistische haarkloverijen was niet aan hem besteed. 'Ik kwam bij de Asva en daar zag ik de huidige burgemeester van Leeuwarden, Ferd Crone, die een verhaal hield over de klassenstrijd. Ik dacht: waar gaat dit over? Bij een cursus Studie in dienst van het volk kwam ik Paul Rosenmöller tegen. Daar moest je eerst de verzamelde werken van Marx doornemen. Ik voelde me dakloos. Het was mij veel te abstract. Via via kwam ik in contact met de kraakbeweging. Ik hoorde bij de eersten die in de Indische buurt kraakten. Bij de Groote Keyser kwam je gelijkgezinden uit andere buurten tegen. We zetten ons af tegen de 68'ers, we waren teleurgesteld in de universiteit, de punkcultuur kwam op. Onze doelen waren heel concreet: tegen speculatie, auto's de stad uit, zorgen dat documenten openbaar werden gemaakt. In de kraakbeweging vond ik mijn politieke plek.'

De antimilitaristische groepering Onkruit en de redactie van het blad Bluf! volgden. Het vaste kunstje van Onkruit: inbreken, documenten achterover drukken en die publiceren in Bluf! Eén keer kreeg Duyvendak zes weken gevangenisstraf voor zo'n inbraak. Achteraf verbaast het hem dat politie en justitie de groepering nauwelijks een strobreed in de weg legden: 'In mei 1981 braken we op klaarlichte dag in bij het Provinciaal Militair Commando. Dat was gevestigd in een villa aan het Vondelpark. De documenten die we vonden, gooiden we het raam uit. Ze dwarrelden over de straat. Ik krijg er nu nog romantische gevoelens bij. We dachten dat we gearresteerd zouden worden, maar er kwam helemaal geen politie. Na twintig minuten heb ik gezegd: zullen we maar weer gaan?'

In april 1982 vernielde Onkruit in Madurodam een replica van het Witte Huis dat daar was neergezet in het kader van tweehonderd jaar vriendschap tussen Nederland en Amerika. 'Dat vond ik achteraf echt een heel slechte actie. Het was destructief. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik daarbij betrokken was. Ik heb bij Sonja op Zaterdag de actie verdedigd. Ik ben ook toen niet vervolgd. Niets van gehoord. Nooit.'

Die zomer drongen de actievoerders van Onkruit een atoombunker binnen in de duinen bij Goes. 'We hebben de zware metalen deuren achter ons dichtgetrokken. Ze hebben er anderhalve dag over gedaan om ons er uit te krijgen. Daar kwamen de politie, het leger en de koninklijke marechaussee aan te pas. Uiteindelijk zijn we gearresteerd en drie dagen vastgehouden. Ik dacht: nu komt er een proces van. Maar ik kreeg bericht dat het OM de zaak had geseponeerd wegens "groot maatschappelijk belang". Dat kun je je nu niet meer voorstellen.'

Rond 1987 kwam Duyvendak tot de conclusie dat niet alleen Onkruit, maar ook Bluf! en de rest van de actiebeweging van de jaren tachtig op een dood spoor waren beland. Een deel van de krakers koos voor een rustiger leven in hun door de gemeente aangekochte panden, anderen sloten zich op in hun eigen gelijk en begonnen onder de mysterieuze naam RaRa met gewelddadige acties tegen bedrijven die handel met Zuid-Afrika dreven, zoals de Makro en Shell. 'Er braken onderlinge ruzies en conflicten uit, mensen stapten op, er heerste chagrijn.'

Duyvendak ging zich toeleggen op meer reguliere activiteiten als het organiseren van een referendum over een autoluwe binnenstad en de aanleg van een Bulderbos uit protest tegen de uitbreiding van Schiphol. In 1996 schreef De Telegraaf dat de recherche Duyvendak in de jaren tachtig had verdacht van betrokkenheid bij RaRa. Wat het oud-Kamerlid tot op de dag van vandaag stellig ontkent: 'Ik voelde me juist machteloos, omdat de gewelddadige stroming bezig was de beweging waaraan ik mijn hart had verpand over te nemen. In 1989 heb ik een grote geweldloze spektakelblokkade georganiseerd bij het Shell-laboratorium in Amsterdam-Noord. Dat was precies in de tijd dat RaRa benzinestations in de fik stak. Wij wilden laten zien dat het anders kon. Diezelfde week pleegde RaRa een bomaanslag waarbij ze een felle verklaring tegen ons verspreidde. Wie gelooft dan nog dat ik bij RaRa heb gezeten? Ik hoop overigens dat de mensen achter RaRa nu ook de bereidheid tonen hun identiteit te onthullen en hun daden op te biechten.'

In zijn deze week verschenen boek Klimaatactivist in de politiek neemt Duyvendak met terugwerkende kracht afstand van de inbraken in de jaren tachtig. Veel van zijn voormalige strijdmakkers vielen over hem heen. Ook GroenLinks-kopstukken als Europarlementariër Joost Lagendijk, de Amsterdamse wethouder Maarten van Poelgeest en oud-senator Leo Platvoet vonden dat hij wel erg resoluut met zijn verleden brak.

Verloochent u zichzelf niet?
'Het misverstand is ontstaan dat Femke Halsema en ik nu tegen elke vorm van buitenparlementaire actie zijn. Demonstraties en petities kunnen wél. Bedrijfsbezettingen en blokkades, ik mis ze soms. Maar dingen zoals ik die heb gedaan - adressen openbaar maken, waardoor anderen ambtenaren konden gaan bedreigen - zijn afschuwelijk geweest. Daar heb ik spijt van. Klaar. Ook van de inbraken die we toen pleegden, vind ik nu dat ze leiden tot te veel eigenrichting en wildwest. We miskenden met die acties de centrale rol die het parlement dient te spelen. Als de meerderheid een besluit heeft genomen, hoor je je daar bij neer te leggen en dat deden we niet.'

De inbraak van Onkruit bij de Contra Inlichtingen Dienst in 1984 heeft wel opgeleverd dat de geheime diensten in Nederland nu beter worden gecontroleerd.
'Dat is waar, maar het was wel eigenrichting. Uiteindelijk is dat gevaarlijk.'

Dan maar geen belangrijke onthullingen?
'Dan maar geen onthullingen. Of op een andere manier.'

En als je zo stukken over de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog in Irak in handen kan krijgen?
'Ik zou zeggen: niet doen.'

Emile Fallaux schreef in VN dat u met inbraken als die bij het PMC de openbaarheid een grote dienst bewees.
'Destijds vond ik dat ook. Nu niet meer. Daar ben ik echt in veranderd. Ik ben het dus ook fundamenteel oneens met Fallaux.'

GeenStijl noemt u een misdadiger, de oude actievoerders begrijpen u niet meer. Het heeft iets don quichotterigs.
'Ik zal er nog veel discussie over moeten voeren, maar dat doe ik graag als het nodig is.'

Voorlopig zal Duyvendak dat buiten het parlement moeten doen. Hij ziet een nieuwe rol voor zichzelf weggelegd: als gangmaker van een brede maatschappelijke coalitie tegen de klimaatverandering. Hij hoopt dat de milieubeweging, maar ook de kerken en het welwillende deel van het bedrijfsleven daaraan meedoen. 'Daar zou ik mijn schouders onder willen zetten.' Maar zal hem dat worden gegund? Duyvendak: 'Ik heb een stap terug gezet door uit het parlement te gaan. Ik hoop dat daar een soort reinigend effect van uitgaat, een catharsis. Op een gegeven moment is alles wel gezegd, denk ik. Ik ga er vanuit dat ik weer gewoon maatschappelijk kan functioneren.'


Lezersoproep

U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.

redactie op 22.05.2012 -

Teflon Bram

Komt Moszkowicz overal mee weg?

Marian Husken op 15.05.2012 -