VN MediagidsWaarom er geen Duitse Wilders is
Verkiezingscampagnes in Duitsland gaan over de bankcrisis, de werkgelegenheid, de pensioenen, de ziektekostenverzekering en het minimumloon. Geen woord over moslimfundamentalisme. ‘Nederland werd hier altijd als een rustig en verstandig land gezien, maar jullie zijn helemaal doorgedraaid.’
'Het is beschamend dat in een verdraagzaam land als Nederland de rechtse populisten van de Partij voor de Vrijheid vijftien procent van de stemmen hebben gekregen,' sprak Frank-Walter Steinmeier vertoornd. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, tevens lijsttrekker van de SPD bij de Bondsdagverkiezingen van 27 september, vormde het middelpunt van een grote campagnebijeenkomst van zijn partij op de Potsdamer Platz in Berlijn. Het was vrijdagavond 5 juni. De Nederlanders hadden net hun stem uitgebracht voor het Europees Parlement, de Duitsers zouden in het weekend volgen. Steinmeier riep de vierenzestig miljoen Duitse kiesgerechtigden op het Nederlandse voorbeeld niet te volgen. Er mocht geen enkele kans worden geboden aan 'nazi's en radicalen'.
De minister van Buitenlandse Zaken staat in Duitsland bekend als een geboren diplomaat die zich doorgaans uiterst behoedzaam uitdrukt. Het politieke beulswerk laat hij graag over aan de partijvoorzitter, betonsocialist Franz Müntefering. Die sprak de volgende morgen de menigte toe op de Steintorplatz in de Noord-Duitse stad Hannover. Onderwerp: de verkiezingsuitslag in het land dat bij de Duitsers tot voor kort bekend stond om zijn molens, tulpenvelden, coffeeshops en stranden waar je topless kunt zonnen. Maar nu riep Müntefering op alles te doen tegen 'de rechtse pest die in Europa weer om zich heen begint te grijpen'. De SPD-voorzitter over Geert Wilders en zijn geestverwanten: 'Ze proberen de maatschappelijke problemen op minderheden af te wentelen. Daarmee staan ze in een oude, racistische traditie. In Duitsland en in Europa moet niemand bang hoeven te zijn om vanwege zijn huidskleur of religie aan de kant te worden geschoven.'
Fascho's raus!
Nazi's en radicalen? Oude racistische ideeën? De rechtse pest? Wie dat in Nederland durft te zeggen van Geert Wilders, Fleur Agema en Hero Brinkman, krijgt meteen een veeg uit de pan. Die is politiek correct, lid van de linkse kerk en niet meer van deze tijd. Die onderschat het gevaar van de oprukkende islam en het straatterrorisme en luistert niet naar de burger. Die wil alleen maar kopjes thee drinken in de moskee, als hij al niet te horen krijgt dat hij demoniseert.
Ten oosten van Bad Bentheim denken ze daar anders over. Verkiezingscampagnes, zoals die nu voor de Bondsdag worden gevoerd, gaan over de bankcrisis, de werkgelegenheid, de hoogte van de pensioenen, de ziektekostenverzekering en het minimumloon. Geen woord over het gevaar van het moslimfundamentalisme, de ontwrichtende werking van immigratie, de moeizame inburgering van de Turken in Kreuzberg, de minaretten die uit de grond schieten of de gelijkenis tussen de Koran en Mein Kampf. Integendeel: alle partijen die kans maken op zetels in het nieuwe parlement benadrukken dat Duitsland een immigratieland is waar iedereen welkom is die de taal wil leren en de wet respecteert.
Op de site van de SPD pronkt een beeldschoon donker meisje met haar stapel studieboeken. Op de conferentie 'Wir sind Deutschland' in het Willy-Brandt-Haus is vastgesteld dat integratie van minderheden vooral draait om goed onderwijs. De Groenen, vanouds voorstander van de multiculturele samenleving, verspreiden een folder met de afbeelding van een mediterraan ogende voetballer die scoort. De bijpassende slogan: 'Drin ist drin'. De moraal: wie eenmaal binnen is, mag blijven. De post-communisten van Die Linke maken zich zorgen over de werkloosheid en schooluitval onder Turkse jongeren, maar dat leidt niet tot een pleidooi voor gedwongen assimilatie. Partijbestuurder Ali Al Dailami: 'Integratie moet je niet afdwingen, maar stimuleren.' De liberale FDP zingt de lof van de 'culturele verscheidenheid' en prijst vooral de bijdrage van IT'ers uit Bangalore aan de Duitse economie. De conservatieve CDU spreekt de kiezers van Turkse komaf in twee talen gastvrij toe: 'Herzlich willkommen! Hos geldiniz!'
Zelfs de integratieparagraaf van de extreem-rechtse Nationaldemokratische Partei Deutschlands doet voor Nederlandse begrippen wat slapjes aan. Buitenlandse gasten, toeristen, studenten en mensen die een opleiding willen volgen, zijn 'natuurlijk van harte welkom'. Alleen buitenlanders zonder werkvergunning of verblijfsvergunning moeten na drie maanden hun koffers pakken. Maar politici die het in Duitsland wagen om opvattingen als die van de NPD naar voren te brengen, kunnen rekenen op marktpleinen vol boze burgers die 'Faschos raus!' scanderen.
Kunnen de oosterburen dan helemaal niet begrijpen waarom bij ons een partij hoge ogen gooit die liberale verworvenheden als de scheiding van kerk en staat, de vrouwenemancipatie, het homohuwelijk en het topless zonnen wil verdedigen tegen de aanstormende salafistische en wahabitische imams? Nee! Tijdens vele lunches en werkdiners in restaurant Borchardt, Café Einstein en Grill Royal in Berlin-Mitte slagen we er niet in onze Duitse gesprekspartners duidelijk te maken dat er verschil bestaat tussen het anti-islamitische populisme van Geert Wilders en het donkerbruine gedachtengoed van neonazistische splinters als de NPD, de Deutsche Volksunion en de Republikaner. Rechts populisme is rechts populisme, vinden Duitse politici en intellectuelen.
Tweede Wereldoorlog
In Borchardt eten we met Evelyn Roll, chef van de parlementaire redactie van de Süddeutsche Zeitung, auteur van een boek over de opkomst van Angela Merkel en winnaar van de prestigieuze Theodor Wolff Preis voor dagbladjournalistiek. Roll, die politieke wetenschappen studeerde aan de universiteit van Freiburg, kan zich voorstellen dat linkse populisten als de aanhangers van Oskar ('Iedereen rijk!') Lafontaine het nog ver gaan brengen in de Duitse politiek. De rechtse populisten niet. 'Daarvoor is de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in dit land nog te levendig,' zegt ze.
Een analyse die in de eetzaal van Café Einstein wordt onderschreven door dr. Tobias Dürr, hoofdredacteur van het sociaal-democratische magazine Berliner Republik. 'Bij onze politieke en intellectuele elite bestaat er consensus over dat sommige onderwerpen niet moeten worden gepolitiseerd. Zoals de angst voor de islam. Ik ben daar blij mee. Je gaat toch geen verkiezingscampagne voeren over de vraag of de islam een minderwaardig geloof is? Wat heeft het voor zin om anno 2009 nog te gaan discussiëren over de voor- en nadelen van de Turkse immigratie in de jaren zestig?'
Als er problemen met werkloosheid en schooluitval onder Turkse jongeren zijn, zegt Dürr, moet je die oplossen. Met onderwijsprogramma's. Met werkgelegenheidsprojecten. 'De manier waarop jullie in Nederland erover discussiëren, leidt tot de conclusie: moslims zijn niet te integreren, dus smijt ze eruit! Dat heeft toch geen zin? Dat kan helemaal niet. Nederland werd hier altijd als een rustig en verstandig land gezien, maar jullie zijn helemaal doorgedraaid. Wie vanuit Duitsland naar Nederland kijkt, zegt: zo moeten wij het dus níét doen.'
Vreemdelingenhaat taboe
Twee dagen later drinken we opnieuw een Grosse Braune bij Einstein. Dit keer in het gezelschap van Matthias Geis, biograaf van oud-minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer en toonaangevend politiek commentator van het weekblad Die Zeit. Elke donderdag lopen politici sidderend naar de kiosk om te kijken wat Geis nu weer over hen heeft geschreven. 'Vanwege onze geschiedenis bestaat er in Duitsland een taboe op alles wat zweemt naar politiek radicalisme,' zegt de topjournalist. 'Dat geldt ook voor de anti-islamitische agitatie van iemand als Wilders. Bij ons heerst angst voor elke vorm van extremisme omdat we er verdomd slechte ervaringen mee hebben.'
Eind jaren negentig woedde er in de Duitse politiek nog wel een heftige strijd over de integratie van de Turken in Neukölln en Kreuzberg, vertelt Geis. Links en rechts stonden toen met gebalde vuisten tegenover elkaar. De rood-groene regering van Gerhard Schröder en Joschka Fischer wilde dat Turkse kinderen die in Duitsland waren geboren naast hun Turkse paspoort ook automatisch een Duits paspoort zouden krijgen. CDU en de Beierse CSU waren daar mordicus tegen. Het eindigde met een compromis: een Duits paspoort voor Turkse kinderen van wie de ouders langer dan acht jaar in Duitsland verbleven. Even later wilde minister van Binnenlandse Zaken Otto Schily de rode loper uitrollen voor IT'ers uit India en andere hoogopgeleide buitenlanders. CDU en CSU vonden dat het geld beter in onderwijs voor Duitse kinderen kon worden gestopt ('Kinder statt Inder'). Schily won.
Sinds de grote coalitie van CDU en SPD regeert, zijn de verhoudingen gepacificeerd. Volgens Geis is dat te danken aan Angela Merkel en haar christen-democratische minister van Binnenlandse Zaken Wolfgang Schäuble: 'Er wordt nu nog steeds gediscussieerd over integratie, maar op een beheerste manier. De CDU is ermee opgehouden het onderwerp te politiseren.' Van zijn woonplaats Offenburg in Baden-Württemberg tot Cairo in Egypte houdt Schäuble toespraken over de rechten en plichten die bij integratie horen. Hoogstpersoonlijk richtte hij de Deutsche Islam Konferenz op om de dialoog tussen de Duitse overheid en moslimorganisaties op gang te houden. Geis: 'Schäuble was de man die in 1999 actie voerde tegen het dubbele paspoort. Maar hij heeft de knop omgezet. Hij hamert op het belang van integratie en de Duitse taal leren, maar integratie houdt wel in dat mensen hier blijven. De minister maakt daar erg veel werk van. Het is een soort missie voor hem geworden.'
Een Kulturkampf tegen de islam als geheel voeren haalt geen serieuze politicus in Duitsland in zijn hoofd. 'Een figuur als Wilders kan hier niet landen,' zegt de Zeit-redacteur: 'Zijn ideeën worden als een vorm van vreemdelingenhaat beschouwd en vreemdelingenhaat is taboe.'
Verbijstering
In het voormalige gebouw van de Reichsversicherungsbank, opgericht door Otto Graf von Bismarck, huist tegenwoordig het Wissenschaftszentrum Berlin für Sozialforschung, vergelijkbaar met onze Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Aan het instituut doen honderdveertig economen, sociologen en historici fundamenteel onderzoek. De in juni van dit jaar overleden topsocioloog Lord Dahrendorf verdiepte zich er in de sociale en politieke theorie.
Adjunct-directeur van de afdeling Demokratie: Strukturen, Leistungsprofil und Herausforderungen is dr. Bernhard Wessels, die vijftien boeken en honderden papers publiceerde over het kiessysteem, de kloof tussen politiek en burger en de kwaliteit van de democratie. Ook doceert hij aan de Humboldt Universiteit aan Unter den Linden. 'Uit vergelijkend onderzoek in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Scandinavië blijkt dat de electorale markt voor rechts-populistische partijen overal even groot is,' analyseert Wessels in een werkkamer van het WZB-gebouw, waar een serene rust heerst. 'In alle Europese landen heeft ongeveer twintig procent van het electoraat zich afgekeerd van de traditionele politieke partijen. Iets meer dan de helft daarvan denkt discriminerend over etnische minderheden. De grote vraag is hoe het politieke systeem met dat gegeven omgaat. En dat verschilt van land tot land.'
In Duitsland zijn rechts-radicale partijen en populistische burgerinitiatieven er niet in geslaagd munt uit de onvrede te slaan. Ze zijn nooit verder gekomen dan een paar zetels in de deelraad van Keulen-Noord, de gemeenteraad van Hamburg en de Landtag van Oost-Duitse deelstaten als Saksen en Mecklenburg-Vorpommern. Bij verkiezingen voor de Bondsdag halen ze bij elkaar nog geen drie procent. 'De Duitse politieke cultuur kent veel ingebouwde remmen tegen het populisme en tegen extreem-rechts,' zegt Wessels. 'De gevestigde partijen reageren heel snel op alles wat maar enigszins doet denken aan neonazisme. Ze zeggen: wat jullie beweren, is onzin. De media doen dat. Het onderwijs. Er bestaat een heel brede consensus over dat zulke uitlatingen niet acceptabel zijn.'
Dat geldt vooral voor het voormalige West-Duitsland. In het oosten ligt het een slag anders. 'In de DDR werd het antifascisme van bovenaf opgelegd. Na de val van de Muur stortte die traditie in elkaar. Een hele generatie werd werkloos. Dat wekte frustraties. Oost-Duitsland kent daardoor een aantal brown areas. Maar de meeste proteststemmers kiezen niet voor populistisch rechts maar voor populistisch links: Die Linke van Oskar Lafontaine.'
Kan Wessels zich voorstellen dat een Duitse Partij voor de Vrijheid (niet nazi, wel tegen de islam) vaste voet aan de grond zou kunnen krijgen? 'Nee. De consensus is zo breed dat ook van zo'n partij zou worden gezegd: het zijn vreemdelingenhaters. Ze zouden meteen in de hoek van de neonazi's worden gedrukt. Met de redenering: extreem-rechts is nazi en nazi is slecht.'
Kan hij zich voorstellen dat er in Duitsland een partij wordt opgericht zonder leden en met maar één leider - zoals de PVV bij ons? 'Nee. Dat is het Führerprinzip. Een partij zonder leden en zonder interne democratie zou in Duitsland niet kunnen. Dat is in 1949 in de grondwet vastgelegd.'
Kan hij zich voorstellen dat een van de partijen in de Bondsdag zou eisen dat de regering uitrekent wat allochtonen de belastingbetaler kosten? 'Dat zou bij ons uiterst moeilijk liggen. Onderscheid maken op grond van bloedverwantschap en afkomst slaat hier niet aan. Wie dat durft voor te stellen, desavoueert zich zelf.' In Nederland wordt dat inmiddels heel gewoon gevonden. Wessels: 'Ik heb de ontwikkelingen in Nederland met verbijstering gadegeslagen.'
Nie wieder
Extreem-rechts is nazi en nazi is slecht. Het hoeft geen verwondering te wekken dat zoveel Duitsers die vergelijking snel trekken. Duitse schoolkinderen krijgen het 'Nie wieder' met ijzeren consequentie ingeprent met lespakketten als 'Regieren nach Auschwitz' en 'Unser Papa war in Stalingrad'. Er gaat geen avond voorbij of de ARD brengt een documentaire over de jodenvervolgingen in Wit-Rusland of de mislukte aanslag op Hitler in 1944. Terwijl het ZDF de zoveelste aflevering uitzendt van een serie over de brute overval op Polen.
Een dagje Berlijn loopt al snel uit op de bezichtiging van de ene na de andere plek waar de herinnering aan twee wereldoorlogen en twee dictaturen levend wordt gehouden. In het kolossale Museum für Deutsche Geschichte aan Unter den Linden wordt getoond hoe de Republiek van Weimar in de jaren twintig ten prooi viel aan partijen die prat gingen op hun sterke leider en milities die elkaar op straat te lijf gingen - van de SA tot de communistische Rote Frontkampferbund en het sociaal-democratische Eiserne Front. De vroege geschiedenis van het Derde Rijk wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van talloze propagandaposters. Daaronder de afbeelding van een gehandicapte met de tekst: '60.000 Rijksmark kost de levenslange verzorging van deze man. Volksgenosse, das ist auch dein Geld!' Zo werden de geesten rijp gemaakt voor euthanasie op gehandicapten.
Aan de overkant van het museum - op de Bebelplatz - ligt een glazen plaat verzonken in de kasseien. Als je er doorheen kijkt, zie je in de diepte lege boekenkasten. Op deze plek werden op 10 mei 1933 in opdracht van Joseph Goebbels twintigduizend boeken van joodse, communistische en pacifistische auteurs verbrand. Een korte wandeling en je bent bij het Holocaust-Mahnmal met in het souterrain een expositie over de Wannsee-conferentie waar tot de Endlösung der Judenfrage werd besloten. Even verderop lagen de hoofdkwartieren van de SS en de Gestapo. Daar is nu de openluchtexpositie Topographie des Terrors.
Omdat ook de communistische dictatuur niet mag worden vergeten, werden na de Wende een DDR-museum en een Stasimuseum ingericht. Wie dan nog niet genoeg heeft, kan met de S-Bahn naar het Haus der Wannsee-Konferenz of met bus 123 naar Gedenkstätte Plötzensee, de executieplaats waar talloze verzetsstrijders werden terechtgesteld.
In de avonduren kan men een rondvaart bij kaarslicht maken over de Spree en het Landwehrkanal. De toeristengids wijst dan op huizen langs de oever waar voor de oorlog beroemde joodse artsen en intellectuelen woonden. En wie zich 's nachts doodmoe naar zijn hotelkamer begeeft, struikelt over de Stolpersteine die kunstenaar Gunter Demnig in het trottoir heeft gemetseld voor de huizen van gedeporteerde joden.
Wankel kunstwerk
En dat is dan nog alleen wat geïnteresseerde toeristen te zien krijgen. Voor de Duitsers zelf is er al helemaal geen ontsnappen aan. De Bundeszentrale für politische Bildung brengt bussen vol scholieren naar Berlijn. Elk lid van de Bondsdag wordt geacht minstens drie keer per jaar een groep gewone burgers uit zijn of haar eigen kieskring rond te leiden. Wat krijgen die burgers dan zoal te zien? Op een dinsdag in augustus heet SPD-Bondsdaglid Petra Merkel een groep burgers uit de Berlijnse wijk Charlottenburg-Wilmersdorf (kieskring 81) van harte welkom. 'Wilt u eerst de kelder van de Rijksdag zien?' vraagt ze monter. 'Kom maar mee!' In de kelder staat een merkwaardig kunstwerk: het Archiv der deutschen Abgeordneten van Christian Boltanski. Het bestaat uit twee wanden vol kastjes met daarop de namen van alle politici die tussen 1919 - het begin van de Weimar Republiek - en 1999 - de verhuizing van Bonn naar Berlijn - in de Bondsdag werden gekozen. De kastjes van de meer dan honderdvijftig afgevaardigden die door de nazi's werden vermoord, zijn van een zwarte rouwband voorzien. Het kunstwerk staat zo wankel mogelijk opgesteld. Als je er tegenaan loopt, kan het omvallen. Petra Merkel: 'Dat is om de kwetsbaarheid van de parlementaire democratie te benadrukken.'
Op de eerste verdieping is de Andachtsraum, ingericht door beeldhouwer Günther Uecker. Gelovige Bondsdagsleden komen hier op vergaderdagen om halfnegen 's ochtends bidden. Door het hele gebouw klinkt dan het gebeier van de grote Dom van Keulen. Bij de inrichting van de kapel is aan alle gezindten gedacht: christenen, joden, hindoes, boeddhisten en moslims. Het enige raam in de ruimte is naar Mekka gericht. Het bescheiden houten kruis op het altaar kan desgewenst worden weggelegd. 'De Bondsdag wil hiermee tot uitdrukking brengen dat het christendom in Duitsland niet het dominante geloof is,' zegt Merkel.
De lounge waar de parlementariërs buiten het zicht van de pers met lobbyisten en politieke adviseurs kunnen smoezen, is tevens Gedenkstätte für die verfolgten, verfemten und ermordeten Mitglieder des Reichstages. Aan de muur hangt een schilderij van Katharina Sieverding dat de ruggengraat verbeeldt die politici dienen te hebben wil het nooit meer tot een bloedige dictatuur komen. Op een standaard liggen de levensbeschrijvingen van de vermoorde parlementariërs. Merkel slaat een van de boeken open op de pagina van Ernst Heilmann, een SPD'er die in april 1940 in het concentratiekamp Buchenwald werd omgebracht. Vanuit cafetaria Käfer, waar de afgevaardigden terecht kunnen voor hun Jägerschnitzel, heb je uitzicht op een wand vol slordige inscripties die Russische soldaten bij de bevrijding van Berlijn in mei 1945 hebben achtergelaten.
We verlaten de Rijksdag via de westelijke poort met daarboven het opschrift 'Dem Deutschen Volke'. Een plaquette herinnert eraan dat die spreuk is aangebracht door de joodse bronsgieters Albert en Siegfried Loevy.
Is dat allemaal niet een beetje veel van het goede? Petra Merkel vindt van niet. 'Laatst was hier een groep Zwitserse jongeren. Die vonden het heel goed dat wij zoveel aandacht besteden aan onze geschiedenis. Een geschiedenis die je niet kunt en mag ontlopen.'
Aanstootgevend exhibitionisme
Natuurlijk bestaat niet heel Duitsland uit schuldbewuste, antifascistische, antiracistische, politiek correcte sociaal-democraten. In de jaren negentig gingen nogal wat asielzoekerscentra in de hens. Toen regende het boze briefkaarten vanuit Nederland richting bondskanselier Helmut Kohl. Sommige christen-democratische en liberale politici hebben wel degelijk geprobeerd de rechtse proteststemmers voor zich te winnen. Zoals Roland Koch, die tijdens de verkiezingscampagne in Hessen in 2008 fel van leer trok tegen criminele allochtone jongeren. En Jürgen Rüttgers ('Kinder statt Inder') in Noordrijn-Westfalen. Twee weken geleden liet hij zich nog ontvallen dat hij Roemeense gastarbeiders 'lui en onbetrouwbaar' vindt. Angela Merkel floot hem onmiddellijk terug.
In de Domstad Keulen is recent veel te doen geweest over de voorgenomen bouw van een reusachtige moskee in de wijk Ehrenfeld. De burgerbeweging Pro Köln, die met leuzen als 'nee tegen de islamisering' relatief het dichtst in de buurt van de PVV komt, voerde een handtekeningenactie en organiseerde demonstraties. In september 2008 ging een gepland anti-islamiseringscongres op het laatste moment niet door. Duizenden linkse tegenbetogers gingen de straat op onder de leus 'Kein Rassismus bei uns in Köln'. Toen het tot gewelddadige botsingen dreigde te komen, besloot de politie het congres te verbieden. De burgerbeweging haalde bij de gemeenteraadsverkiezingen van 30 augustus 5,4 procent. Er kwamen felicitaties binnen van Filip Dewinter van het Vlaams Belang en de Oostenrijkse FPÖ. Maar SPD, CDU en FDP kondigden meteen aan niet met Pro Köln te zullen samenwerken.
In Berlijn was deze zomer de situatie in de Tiergarten - het park tussen het oosten en het westen van de stad - het gesprek van de dag. Daar deden zich elk weekend wrijvingen voor tussen de Turkse families, die daar massaal komen barbecuen, en de homo's die verderop naakt door het park paraderen om elkaar te ontmoeten. Van de ene kant werd geklaagd over de stapels afgekloven schapenbotten, van de andere zijde over aanstootgevend exhibitionisme. Het gemeentebestuur breekt zich nu het hoofd over passende maatregelen. Maar tot de nationale politiek dringen zulke voorvallen nauwelijks door.
Straatfeest voor Turkse homo's
Prof.dr. Ruud Koopmans is geen Duitser, maar Nederlander. De alumnus van de Universiteit van Amsterdam is hoogleraar sociale conflicten en veranderingen aan de VU, maar sinds april 2007 ook directeur van de afdeling 'Migratie, integratie, transnationalisering' van het WZB te Berlijn. Op zijn naam staan elf boeken en ontelbare artikelen. Vaak gaan die over de overeenkomsten en verschillen tussen het Nederlandse en het Duitse integratiebeleid.
Koopmans vanuit zijn kamer in de wetenschappelijke oase aan de Reichpietschufer: 'In Nederland is de toon lang gezet door de aanhangers van de multiculturele gedachte. De overheid is pas eisen gaan stellen aan immigranten toen populisten als Pim Fortuyn en Geert Wilders opkwamen. Nu proberen de politici het goed te maken door extra streng te zijn. Duitsland heeft de omgekeerde ontwikkeling doorgemaakt. Daar is het integratiebeleid heel lang restrictief geweest, en wordt het pas de laatste jaren liberaler. Je kunt vaststellen dat de Duitse aanpak beter heeft gewerkt. De autochtonen hebben geleidelijk aan de veranderde situatie kunnen wennen. De Turken ook. In Kreuzberg, waar ik woon, is elke maand een straatfeest voor Turkse homo's. Dat zie ik nog niet gebeuren in Delfshaven of Slotervaart.'
Een ander verschil, volgens Koopmans: 'Wij in Nederland dragen de erfenis van de verzuiling met ons mee. Dat maakt het voor organisaties op islamitische grondslag makkelijk om eisen te stellen. Dat geldt voor de oprichting van islamitische scholen, of voor islamitische advocaten die weigeren op te staan voor de rechter. In Nederland leidt dat regelmatig tot spanningen. Zulke controverses komen in Duitsland veel minder voor.'
Nóg een verschil: 'In Duitsland wordt de onvrede bij de autochtonen wél gekanaliseerd door de gevestigde partijen. CDU en CSU verzetten zich tegen de dubbele nationaliteit en tegen toetreding van Turkije tot de Europese Unie. In Nederland heeft Frits Bolkestein die rol gespeeld in de jaren negentig. Maar toen de paarse kabinetten kwamen en binnen de VVD de links-liberalen het voor het zeggen kregen, was er geen gevestigde partij meer die de onvrede een stem gaf. In dat gat is Fortuyn gesprongen, en later Wilders.'
Dat alles hoeft nog niet te betekenen dat in de toekomst geen Duitse Wilders zal opstaan. 'De gevestigde partijen zijn het nu eens over een gematigde koers. Je zou je kunnen voorstellen dat dat op den duur kansen schept voor een populistische beweging op de rechterflank.'
Voorlopig blijkt dat nergens uit. Of bedriegt de schijn? Koopmans' collega dr. Bernhard Wessels: 'Een belangrijk verschil tussen Nederland en Duitsland is dat wij gespaard zijn gebleven voor aanslagen. Jullie hebben twee politieke moorden meegemaakt. Als dat bij ons zou gebeuren, zou het politieke klimaat snel kunnen omslaan.'
Lezersoproep
U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.
