Vrij Nederland Te vroeg gejuicht?
Foto: Roel Rozenburg De turbulentie van de afgelopen week betekent vooralsnog het gelijk van Hero Brinkman, alleen een ledenpartij kan leden van dubieus allooi buiten de deur houden
Te vroeg gejuicht?
Links Nederland lacht zich krom om de onthullingen over de PVV. Maar Wilders zou er best eens sterker uit kunnen komen.
Een oud-militair die ontucht pleegt en dreigt bij zijn buren door de brievenbus te plassen, een voormalig hordeloper met losse handjes en een ranzig sms-bedrijf in Hongarije en een oud-onderwijzer die zijn cv opleukt en vervolgens moet uitleggen dat hij schooldirecteur had kúnnen zijn als-ie het gewild had: progressief Nederland lacht zich krom om de onthullingen over de PVV-parlementariërs Eric Lucassen, James Sharpe en Richard de Mos. En dan is er nog het kamerlid Marcial Hernandez, die vervolgd dreigt te worden vanwege een matpartij in een Haags café.
De linkse partijen grijpen hun kans, Femke Halsema en Alexander Pechtold voorop. Wilders heeft toch altijd zo’n grote mond over anderen? Waarom houdt hij dan Lucassen, die zijn veroordeling wegens ontucht zelfs voor zijn partijleider heeft verzwegen, wél de hand boven het hoofd? In de pers wordt de PVV alom vergeleken met de LPF. Hier en daar wordt zelfs gesuggereerd dat de neergang van Wilders is ingezet. Op websites als Joop.nl heerst een uitgelaten stemming over de naderende ‘implosie’ van de PVV. En de Volkskrant schrijft: ‘Zes jaar was hij heer en meester, in zijn eigen partij en ver daarbuiten. Opeens lijkt dat voorbij.’
Voor progressief Nederland is het verleidelijk zich over te geven aan schadenfreude. Maar wordt er niet te vroeg gejuicht?
Voor het eerst werd vorige week uitgebreid gespeculeerd over de val van het kabinet. Wat zou er gebeuren als Lucassen uit de PVV-fractie werd gezet maar vasthield aan zijn kamerzetel? Dan was het gedoogkabinet z’n meerderheid kwijt en kon het struikelen over elke kiezelsteen. Maar de vraag is hoe wenselijk het zou zijn als het kabinet nu al onderuit zou gaan. Wéér verkiezingen, met misschien een nog onmogelijker uitslag, wéér een eindeloze formatie, terwijl de economische crisis nog steeds niet bezworen is. En dan?
Bovendien: de PVV ís niet de LPF. Pim Fortuyn was dood toen zijn erfgenamen er een bende van maakten en Balkenendes eerste kabinet ten val brachten. Geert Wilders, nog altijd onbetwist leider van zijn beweging, is springlevend. Voorlopig laat hij het helemaal niet tot een kabinetscrisis komen, al was het maar om zijn achterban te laten zien dat hij geen wegloper is. Dus mocht Lucassen blijven, na een publiekelijke spijtbetuiging. Alleen de portefeuille van de ‘Gorilla van het Vondelkwartier’ is voor straf drastisch uitgekleed. Een fraaie vertoning was het niet, maar vooralsnog was het wel effectief. De oppositie doet alsof het kabinet in zwaar weer terecht is gekomen door de affaire-Lucassen. Maar het lijkt erop dat de VVD-CDA-coalitie juist van de heibel kan profiteren.
- Niet de linkse partijen, maar VVD en CDA profiteren
Tijdens de formatie, toen in het CDA een woeste discussie losbarstte over mogelijke gedoogsteun van Geert Wilders, betoogden door de wol geverfde partijstrategen als Hans Hillen (nu minister van Defensie) en Piet Hein Donner (nu minister van Binnenlandse Zaken) dat een gedoogconstructie de ideale manier was om Wilders de wind uit de zeilen te nemen. Zo konden de christen-democraten laten zien dat ze de kiezers van Wilders niet negeerden. Door de samenwerking zou Wilders worden gepacificeerd en daarmee geleidelijk zijn aantrekkingskracht verliezen. En als er LPF-achtige toestanden in de PVV zouden ontstaan, zou het kabinet er niet door worden geraakt. Dezelfde tactiek werd bij de VVD door Ivo Opstelten bepleit. De rechtse partijstrategen lijken nu gelijk te krijgen.
Critici van het gedoogkabinet – waaronder Vrij Nederland – waarschuwen al vele maanden dat CDA en VVD zich laten gijzelen voor de PVV. Maar wat weinig mensen hebben voorzien, is dat Wilders ook zichzélf gegijzeld heeft in deze gedoogconstructie. Hij kon Lucassen onmogelijk uit de fractie gooien zonder de meerderheid van de coalitie op het spel te zetten. De komende maanden zal Wilders zich koest moeten houden: wie zich laat voorliegen door een ontuchtpleger en hem vervolgens uit politiek opportunisme laat zitten, moet over anderen niet te hard van de toren blazen. Voor de VVD en het CDA betekent dat: een volgzamere gedoogpartner.
Voor premier Rutte is de affaire intussen een prachtige gelegenheid om zich staatsmannelijk boven het rumoer te verheffen. Voor de camera’s weigerde hij keer op keer vriendelijk maar beslist op de kwestie in te gaan: ‘Dit is echt een zaak van de PVV.’ Zijn boodschap aan critici als Alexander Pechtold: ‘Hij zal merken dat hier een stevige coalitie zit. Steviger misschien dan hij nu denkt.’
Dat zou best eens kunnen kloppen. De laatste peilingen van de Politieke Barometer en Maurice de Hond lijken het gelijk van Hillen, Donner en Opstelten in ieder geval te bevestigen. De PVV verliest drie tot vijf zetels vanwege de onthullingen. Maar de progressieve partijen profiteren niet van de heibel; het zijn de regeringspartners die de winst opstrijken.
- Alleen al fysiek zal Wilders niet in staat zijn al deze mensen voortdurend op de vingers te kijken
Ook voor VVD en CDA geldt dat één zwaluw nog geen zomer maakt. De vraag is: wat betekenen de affaires rond Lucassen, Sharpe en De Mos op den duur voor de PVV? Geert heeft de gewone man met al zijn zonden een plek in de Kamer teruggegeven en kan bij zijn achterban nog steeds een potje breken. De overgrote meerderheid van zijn kiezers lijkt het hem vooralsnog allemaal te vergeven. Voor veel van zijn aanhangers is Wilders door de heibel in zijn fractie alleen maar menselijker geworden: ook onze Geert kan fouten maken, maar hij heeft er spijt van en gaat dapper door. Die waarneming wordt geschraagd door De Hond: verreweg de meeste PVV-kiezers houden vertrouwen in hun leider, voor 95 procent staan ze nog achter zijn ideeën. Dat is waar progressief Nederland zich écht druk over zou moeten maken.
De affaires van de afgelopen week maken ook iets anders duidelijk: de PVV kan niet op de huidige voet verder. Geert Wilders trekt binnen zijn partij aan alle touwtjes: hij bespreekt het kabinetsbeleid met Rutte en Verhagen, voert wekelijks overleg met fractievoorzitters Blok en Van Haersma Buma, coördineert alle mediaoptredens van zijn Kamerleden en bemoeit zich met elk dossier dat in het parlement besproken wordt – tot en met het wel of niet ondertekenen van de meest onbenullige motie. Daarnaast is hij bezig om als een bezetene honderden kandidaten te werven voor de Statenverkiezingen in maart.
Deze werkwijze is simpelweg niet vol te houden. Straks beschikt Wilders over twaalf Statenfracties, twee gemeenteraadsfracties, een bataljon senatoren, een afvaardiging in het Europees Parlement en een vierentwintig man tellende Tweede Kamerfractie. Alleen al fysiek zal hij niet in staat zijn al deze mensen voortdurend op de vingers te kijken. Nog los van de vraag of hij kan voorkomen dat er rotte appels tussen zitten. Ook in de samenwerking met het minderheidskabinet is de huidige werkwijze niet vol te houden: Kamerleden van VVD en CDA klagen nu al dat ze moeilijk kunnen samenwerken met hun PVV-collega’s, omdat Geert Wilders aan elke afspraak zijn fiat moet geven.
Vroeger of later zal de PVV op een andere manier georganiseerd moeten worden. Kamerleden zullen meer de ruimte moeten krijgen. De partij zal opener moeten worden naar de media. De kweekvijver van volksvertegenwoordigers zal uitgebreid moeten worden. Kortom: Wilders zal macht uit handen moeten geven.
Maar precies over deze kwestie zijn de meningen binnen de PVV hevig verdeeld. Afgelopen week lekten twee interne notities uit: een van het opstandige Kamerlid Hero Brinkman, en een van Wilders’ rechterhand Martin Bosma. Brinkman werpt zich op als de grote pleitbezorger van meer democratie binnen de PVV. Bosma is zijn felste tegenstander. De turbulentie van de afgelopen week betekent vooralsnog het gelijk van Brinkman: alleen een volwassen ledenpartij kan effectief rekruteren en lieden van dubieus allooi buiten de deur houden. Bovendien zal de PVV op die manier minder afhankelijk worden van één persoon. Want, vraagt Brinkman retorisch, wat als Wilders straks geen fractieleider meer is – ‘gewild of ongewild’?
Bosma’s contranotitie is vooral gericht op machtsbehoud. Met een ledenstructuur en een jongerenbeweging, schrijft hij, zullen ‘infiltraties aan de orde van de dag zijn’, gaan opstandige kamerleden over tot het ‘opruien van leden’ en ‘zullen allerlei niet-volwassenen namens de PVV [...] dingen gaan roepen waar we geen enkele invloed op hebben.’ Op zich heeft Bosma gelijk: op korte termijn zal interne partijdemocratie alleen maar tot méér onrust leiden. De nieuwe PVV-fractie herbergt een aantal Kamerleden die niet alleen geïnteresseerd zijn in ideologische scherpslijperij over de islam, maar zich liever hard maken voor beter onderwijs, veiligheid op straat en kleinschalige zorg. Zij zullen erop aandringen dat de PVV minder een one issue-partij wordt. Daarmee komen ze in botsing met hardliners als Bosma, Sietse Fritsma en Wilders zelf, die vooral de islamkaart willen spelen.
Maar als de PVV sterker uit deze affaire wil komen en zich blijvend wil vestigen in het Nederlandse politieke landschap, zal Wilders toch een deel van de regie uit handen moeten geven. Het is een duivels dilemma: accepteert de PVV-leider meer tegenspraak in zijn eigen gelederen, met alle ongewisheden van dien? Of neemt hij het risico dat zijn partij op termijn vastloopt? Zolang Wilders het enige partijlid is, zal hij die vraag in zijn eentje moeten beantwoorden.
Over Thijs Broer
Thijs Broer (1970) schrijft sinds 1997 voor Vrij Nederland. Religie en ethische kwesties waren tot januari 2006 zijn terrein, waarna hij politiek redacteur werd.
Over Thijs Niemantsverdriet
Thijs Niemantsverdriet (1978) is sinds 2004 redacteur van Vrij Nederland. In het najaar van 2007 liep hij stage bij het weekblad Newsweek. Sinds januari 2008 werkt hij bij Vrij Nederland op de politieke redactie.