VN Mediagids'Nederland ís geen dwerg'

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek / Europa 04.10.2003

Door Max van Weezel

Van de staatssecretaris hoeft het niet, zo'n referendum over Europa. Maar als het ervan komt, dan gaat Atzo Nicolaï met alle liefde de boer op voor de Unie. Zoals hij in Brussel ook met verve het Nederlandse belang behartigt. Vooral als de collega's in de Unie, en zijn critici in Nederland, hem dan een kruidenier vinden.

Nederland dreigt ten prooi te vallen aan provincialisme, signaleerde vice-president Herman Tjeenk Willink van de Raad van State in maart. Discussies over de Navo en de toekomst van de Europese Unie worden elders gevoerd. 'Wij waren het afgelopen jaar vooral met onszelf bezig.'

'We zitten hier maar wat te prutsen,' vond ook president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank. De wereld staat in brand en wat doen wij? 'Nederland is vooral bezig met de eigen, kleine sores.'

Ten aanzien van de Europese uitbreiding heerst in Den Haag een kruideniersmentaliteit, merkte voorzitter Herman Wijffels van de Sociaal-Economische Raad op. Terwijl er grote economische belangen op het spel staan. En minister Laurens Jan Brinkhorst van Economische Zaken – volbloed Europeaan – sprak zijn vrees uit voor een 'binnenlandisering van de politiek'. Alom heerst de vrees dat Nederland als gevolg van de Fortuyn-revolte geen boodschap meer aan de buurlanden heeft.

Allemaal niet waar, zegt Atzo Nicolaï, die zich sinds de vorming van Balkenende II op buitenlandse reizen minister van Europese Zaken mag noemen (voor het binnenland blijft hij gewoon staatssecretaris). 'Er heeft een verschuiving plaatsgevonden,' zegt hij: 'Meteen na de Tweede Wereldoorlog had Nederland een idealistische blik op Europa. Het ging niet alleen om financieel voordeel, een oorlog als die tussen Duitsland en Frankrijk mocht zich nooit meer herhalen. De generatie die dat sentiment koesterde, is bezig uit te sterven. Voor de jongeren van nu is het bestaan van Europa een fait accompli. Ze hebben vrienden in Lissabon, vliegen in het weekend even op en neer naar Parijs. Daar ligt geen idealisme aan ten grondslag. We zijn nuchterder geworden en ik vind dat een goede ontwikkeling. What's in it for me? – dat is de tijdgeest. Daarbij past dat er nu een regering zit die zegt: we laten ons in Europa niet de kaas van het brood eten.'

Dat is de visie van de VVD, uw partij. Maar in dit kabinet zitten ook vertegenwoordigers van CDA en D66, partijen die traditioneel Eurofiel zijn. Denken die er niet anders over?
'Balkenende II is Europees-gezinder dan het kabinet met de LPF. Er wordt meer over buitenlands beleid gediscussieerd. Ikzelf ben noch euroscepticus, noch eurogelovige. Bij geen van beide voel ik me thuis. Ik zie mezelf als een europragmaticus.'

De kritische opmerkingen van de onderkoning, de bankpresident en de Ser-voorzitter imponeren hem niet. 'Vorig najaar heeft de Nederlandse regering gezegd: we willen de toelating van Polen en de Baltische Staten tot de EU op ons gemak kunnen bekijken. Toen werd meteen gezegd: Nederland legt alleen een boekhoudkundige maatstaf aan. Ik vind dat je best hardop mag vragen: wat gaat het ons kosten, zijn die landen er klaar voor? Andere landen zitten op zo'n moment ook hun knopen te tellen. Nederland is niet de kruidenier van Europa. De Polen speelden het ook hard. Te veel op de centen? Ik vind het een misplaatst verwijt.' Met nadruk: 'Deze regering legt de nadruk op het nationale eigenbelang en dat wordt dan verkeerd genoemd. Maar we zijn echt niet het enige land dat dat doet. De anderen spelen het soms alleen slimmer dan wij. We zijn de grootste nettobetaler binnen de EU. Nu er tien landen met een economische achterstand bijkomen, moeten we wel op ons qui-vive zijn. De bewering dat de andere landen idealistischer zouden zijn dan wij vind ik van een gevaarlijke vorm van naïviteit getuigen.'

Zijn we te lang het gekke Gerritje van Europa geweest?

'Als het om het geld gaat, hebben we er niet voldoende bovenop gezeten. We droegen te veel af en kregen er te weinig voor terug. Dat is verbazingwekkend. We willen in Nederland een sobere overheid. Dat moet dan ook voor Europa gelden.'

Wijffels zei een tijdje geleden in 'Vrij Nederland': ik krijg ambassadeurs over de vloer die zich over deze houding van Nederland verbazen.

'Ik heb veel vragen gekregen over de opkomst van Pim Fortuyn. En vervolgens over de moordaanslag. Het paste niet bij het vreedzame en vriendelijke beeld van Nederland dat ze in het buitenland hadden. Maar dat je de nadruk op het eigenbelang legt, vinden ze in Europa normaal.'

De grote landen vonden het niet leuk dat u tijdens de top in Athene samen met uw Belgische collega een protestontbijt organiseerde tegen het plan om een Europese president te benoemen. De Opstand der Dwergen, werd die actie genoemd.

'Er zijn een paar heftige momenten geweest, ja. Sommige landen waren het misschien ontwend dat Nederland – als het moet – een lastpak kan zijn. Maar deze actie was nodig. Er dreigde een machtsgreep van de grote landen. Er dreigde een president te worden benoemd die aan het handje van hoofdsteden als Londen, Parijs en Berlijn liep. Een zonnekoning, zoals ik hem toen heb genoemd. Op zo'n moment mag je best powerplay spelen. Waar ik me tegen verzet is de salamitactiek die bij Europese besluitvorming vaak wordt toegepast. Eerst wordt gezegd: Polen moet wel klaar zijn voor toetreding tot de EU. Vervolgens is het: Polen is er niet klaar voor, maar we moeten het land toch maar toelaten. Je krijgt nauwelijks de tijd om zo'n besluit met je eigen parlement te bespreken. Het lijkt op een trein die door dendert. Ik heb de neiging om op zo'n moment mijn vinger op te steken en te zeggen: ik leg me daar niet bij neer, we hebben toch afgesproken dat Polen aan de gestelde criteria moet voldoen? Het klinkt stoer maar ik vind het niet erg als ze me dan een onaardige man vinden.'

Zijn assertieve houding – vergeleken bij die van voorgangers als Michiel Patijn en Dick Benschop – wekte aanvankelijk verwondering bij de ambtenaren van Buitenlandse Zaken ('Ze zeiden: Atzo, soms is iets een fait accompli'). De reactie van zijn collega-bewindslieden uit andere landen had iets schizofreens ('In de wandelgangen waren ze het met me eens. Maar dat bleek dan niet uit hun stemgedrag tijdens de vergadering. Ik kreeg weleens de indruk dat ze mij de kastanjes uit het vuur lieten slepen'). Termen als Opstand der Dwergen irriteren hem: 'Nederland ís geen dwerg. We hebben behoorlijk veel invloed en een sterke positie. Maar als de Franse president en de Duitse bondskanselier met elkaar dineren, zitten we natuurlijk niet aan tafel. Dus moet je de verhoudingen soms op scherp stellen.'

Moeilijk valt hem dat niet, zegt hij. 'Je moet niet meteen zenuwachtig worden als het een keer botst.' Een benadering die uit de toon valt in een milieu waar het geen gewoonte is om elkaar de waarheid te zeggen: 'De diplomatieke wereld is supervoorzichtig. Dat ligt me niet zo. In Europese vergaderingen komt het vaak voor dat de voorzitter vraagt: heeft iemand nog wat te zeggen? Dan kan het minutenlang stil blijven. Wie haalt de kastanjes voor ons uit het vuur, vraagt iedereen zich dan af. Als je dat doet, krijg je pas na afloop weer complimenten.' De oud-secretaris van de Raad voor Cultuur en oud-VVD-parlementariër: 'Het heeft een voordeel als je niet uit die wereld komt.' Dat moet zijn waarde bewijzen nu het moment suprême – de intergouvernementele conferentie over de Europese grondwet – is aangebroken.
Een kamermeerderheid heeft zich voor een referendum over die grondwet uitgesproken. Ook VVD-fractieleider Van Aartsen is daarvoor. Het kabinet zat er niet op te wachten.

Zuinige mond: 'Nee, ikzelf sta ook niet als voorstander van het instituut referendum bekend. En ik denk er niet anders over sinds de VVD-fractie zich wel voor dat referendum heeft uitgesproken. Maar de Kamer is vóór, de Raad van State ook. We wachten af wat de volksvertegenwoordiging doet. We zijn ons ervan bewust welke kant de bal oprolt. Als het tot een referendum komt, zullen wij ons Europese beleid verdedigen.' Gretig: 'En ik zal dat met verve doen. We gaan dan niet alleen avondjes voor de incrowd beleggen. Ik hoop in dat geval op een echt scherp debat.'
CDA-fractievoorzitter Verhagen heeft al gezegd dat de VVD de bevolking niet mag oproepen tegen de Europese grondwet te stemmen. Uw partij heeft zich tijdens de formatiebesprekingen op een volmondig ja vastgelegd, zegt hij.

'Dan leest hij het regeerakkoord anders dan ik. Het kabinet, de Kamer moet nog een definitief standpunt bepalen. Hoe kun je dan op de uitkomst vooruitlopen? Ik vond dat een voorbarige opmerking van Verhagen.'

Uiterlijk lijkt Nicolaï weinig op de macho-politicus die hij verbaal is. Ook zijn voorgeschiedenis (staflid bij het ministerie van WVC, Raad voor de Kunst, Raad voor Cultuur) doet niet vermoeden dat er een hardliner in hem schuilgaat. Nicolaï ('ik kom uit een vrijzinnig-liberaal gezin. Over alles werd bij ons gediscussieerd thuis') vindt zichzelf allesbehalve een benepen conservatief. In zijn puberteit zette hij zich tegen het liberalisme van zijn ouders af: 'Ik was links, droeg van die hippie-achtige kralenkettingen.' Maar vanaf zijn achttiende stemde hij VVD. Dat het liberale gedachtegoed de zwakken in de samenleving weinig te bieden heeft, gelooft hij – anders dan in de jaren tachtig – niet meer: 'Het liberalisme biedt de armen van alle politieke stromingen juist de meeste kansen. Het doet een appel op mensen om op eigen benen te staan. In mijn persoonlijke leven probeer ik dat beginsel ook hoog te houden. Mijn vrienden weten dat ik er niet ben om eindeloos bij uit te huilen.'

Als hij aan Nederland denkt, ziet hij een land dat zich nog steeds te veel koestert in het leed dat menselijke schepsels kan overkomen. 'Er bestaat een groot zieligheidsgevoel in Nederland. Het is niet zo erg als twintig jaar geleden toen je alleen maar lief voor elkaar mocht zijn. Maar die zieligheidscultus is nog steeds niet voorbij. Terwijl ik ervan overtuigd ben dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Als je onder de huidige omstandigheden extra geld uittrekt voor de zieken, zwakken en misselijken lijkt dat sociaal maar het ís het niet. Want in de praktijk werkt het asociaal uit.'

Nicolaï heeft er dan ook weinig moeite mee het door de demonstranten van Keer het tij (én door bisschop Van Luyn) 'hardvochtig' genoemde kabinetsbeleid voor zijn rekening te nemen: 'We willen de werklozen weer aan een baan helpen. Dat is het tegendeel van hard en harteloos. Ik kan me erover opwinden dat de rooms-katholieke kerk doet alsof het dit kabinet alleen maar om de grote economische belangen gaat. Dit is geen kabinet van econometristen. Dat vind ik misselijk makende insinuaties. Het gaat ons juist om mensen. Alleen: het is nu pijn lijden om daar later beter van te worden.'

De VVD-fractie was bang dat de linkervleugel van het CDA bij de Algemene Beschouwingen in beweging zou komen.

'Ik heb er begrip voor dat sommigen binnen het CDA moeite hebben met onze harde maatregelen. Zolang ze er maar wél voor blijven staan. Dat is gebeurd. De CDA-fractie verdient daarvoor een groot compliment. Ik ben blij dat we een coalitie hebben die durft door te pakken.'

De liberale politicus kan er begrip voor opbrengen dat de media hem niet meteen politiek wisten te plaatsen. Hij was belangenbehartiger van de culturele sector geweest. Als kamerlid – met politie en justitie in zijn portefeuille – hamerde hij op law and order. Nu heeft hij als staatssecretaris de strijd met het spilzieke Europa aangebonden. Over coalitiegenoot D66 zegt hij: 'Dat vind ik aardige mensen, maar ik kies toch liever voor het heldere liberalisme van de VVD dan voor hun halfslachtigheid.' Maar later in het gesprek benadrukt hij het belang van links-liberale thema's als de legalisering van het homohuwelijk. Bovendien is hij een natuurmens, in zijn vrije tijd een fanatiek vogelaar.

Het huis van het liberalisme kent vele kamers, zei Thorbecke. Waar woont Nicolaï precies? Voor alle politieke leiders die de VVD in sneltreintempo versleet, heeft hij een goed woordje over. Wiegel 'belichaamde niet het liberalisme zoals mijn ouders dat graag zagen' maar was een meester in het bespelen van de achterban. Nijpels met zijn Veronica-liberalisme 'joeg een frisse wind door de partij'. De studieuze Voorhoeve was geen geboren politicus 'maar in zijn gedachtegoed kon ik me goed vinden'. Dijkstal was te veel een exponent van Paars en liet zich welgevallen dat de politieke tegenstellingen tussen links en rechts met de mantel der liefde werden bedekt: 'Maar ik geef niet op hem af. De negatieve kwalificaties die binnen de partij over hem zijn uitgestort, vind ik misplaatst'. Eén VVD-leider steekt volgens Nicolaï met kop en schouders boven alle anderen uit: Frits Bolkestein, de man die hem op een culturele bijeenkomst ontdekte en hem aanraadde beroepspoliticus te worden.'Bolkestein heeft lef. Zijn onafhankelijkheid van geest spreekt me zeer aan.'

Lef tonen, het hard durven spelen – het voorbeeld van Bolkestein staat hem voor ogen. Zeker nu de intergouvernementele conferentie begint. 'Ik ben een politicus, ik wil wat bereiken. Ik heb niet de habitus van de klassieke beroepsdiplomaat.'


Lezersoproep

U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.

redactie op 22.05.2012 -

Teflon Bram

Komt Moszkowicz overal mee weg?

Marian Husken op 15.05.2012 -