VN MediagidsNa de Europese verkiezingen
De benoemingstombola
Nu er een nieuw Europarlement is gekozen, kan het schaakspel rond de nieuwe Europese Commissie beginnen. Gaat het parlement net als vijf jaar geleden zijn tanden laten zien?
Rocco Buttiglione. De meeste Europarlementariërs krijgen nog altijd spontaan een grijns op hun gezicht als ze de naam horen. De kwestie-Buttiglione, vijf jaar geleden, wordt door velen beschouwd als het mooiste moment uit de dertigjarige geschiedenis van het Europees Parlement.
Wat gebeurde er ook alweer in oktober 2004? José Manuel Barroso, de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, presenteerde zijn ploeg met commissarissen. De Italiaanse kandidaat heette Rocco Buttiglione, minister van Europese Zaken in de regering-Berlusconi. Buttiglione was een uitermate conservatieve christen-democraat die nauwe banden onderhield met het Vaticaan - en dat niet onder stoelen of banken stak. Zo liet hij zich met regelmaat afkeurend uit over zaken als homoseksualiteit, abortus en werkende vrouwen. Zijn kandidatuur viel slecht bij veel Europarlementariërs. Zeker omdat hem ook nog eens de post Justitie was toebedeeld, waaronder het anti-discriminatie beleid van de Unie valt.
Op 11 oktober moest Buttiglione in het parlement verschijnen voor de Commissie Burgerlijke Vrijheden. Hij werd stevig ondervraagd. Op vragen van de Nederlandse Europarlementariër Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) antwoordde hij dat hij homoseksualiteit beschouwde als 'een zonde'. Ook zei hij: 'In het huwelijk beschermt de man de vrouw zodat die rustig kinderen kan krijgen.' Sociaal-democraten, liberalen en groenen waren furieus. De Commissie Burgerlijke Vrijheden stemde met één stem verschil tegen Buttigliones benoeming.
Dat was historisch: nog nooit was een eurocommissaris afgestemd tijdens een hoorzitting in het parlement. En dus had Barroso een probleem. Enkele weken later moest het Europees Parlement zijn fiat geven aan diens nieuwe ploeg. Maar het parlement heeft niet het recht om individuele commissarissen tegen te houden. Alleen de commissie als geheel kan worden weggestemd. In de loop van oktober 2004 werd het Barroso duidelijk: als hij aan Buttiglione vasthield, zou zijn hele ploeg wel eens kunnen sneuvelen. Op 25 oktober besloot hij zijn commissie niet in stemming te laten brengen. Een week later trokken de Italianen Buttigliones kandidatuur in. Er kwam een andere Italiaanse eurocommissaris.
In het Europees Parlement knalden de champagnekurken. Met hun powerplay in de zaak-Buttiglione hadden de volksvertegenwoordigers in feite een bevoegdheid afgedwongen die in geen enkel Europees verdrag staat: invloed op de toekomstige keuze van eurocommissarissen. Kathalijne Buitenweg glundert nog altijd als ze eraan terugdenkt. 'Het was fantastisch,' zegt ze. 'Ineens realiseerden we ons: we hebben de macht.'
Amerikaans systeem
De afgelopen dertig jaar zijn de bevoegdheden van het Europees Parlement stapje voor stapje uitgebreid. Dat gebeurde bij ieder nieuw Europees verdrag. Maar vaak ook trok het parlement zelf de macht naar zich toe. Zo is de praktijk van hearings met toekomstige eurocommissarissen nergens vastgelegd. In de jaren negentig begon de Duitse parlementsvoorzitter Klaus Hänsch er simpelweg mee - sindsdien is het usance. De affaire-Buttiglione vormde de apotheose van dit proces.
'Veel mensen denken dat het Europarlement weinig macht heeft,' zegt Tom Eijsbouts, hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam, 'maar het is een andere vorm van democratie. In de meeste Europese landen kiezen de parlementen een regering. In Brussel is dat niet zo, want de commissie wordt benoemd door de nationale regeringsleiders. Dus vinden de confrontaties tussen parlement en uitvoerende macht plaats op andere momenten: bij benoemingen, bij het goedkeuren van de begroting, bij parlementaire onderzoeken. Dat lijkt op het Amerikaanse systeem. Obama is niet gekozen door het Congres, maar voert er wel voortdurend strijd mee.'
Nu er een nieuw Europarlement is gekozen, kan het schaakspel om een nieuwe Europese Commissie beginnen. En dus luidt een logische vraag: gaat het parlement straks weer zijn tanden laten zien, net als vijf jaar geleden bij Buttiglione? Kathalijne Buitenweg denkt van wel. 'De nieuwe commissarissen zullen zeker harder aan de tand worden gevoeld. Ik denk dat de Europarlementariërs met een wensenlijstje zullen komen. De kandidaten zijn straks gedwongen daar op in te gaan.'
Wie de voorzitter van de nieuwe commissie wordt, lijkt steeds duidelijker. Barroso wil een tweede termijn. En hoewel er veel kritiek op hem is (hij zou onzichtbaar zijn en geen visie hebben), hebben de meeste Europese regeringsleiders zich achter zijn kandidatuur geschaard. De pittige nederlaag van de sociaal-democratische fractie bij de Europese verkiezingen is een verdere opsteker voor Barroso. De kans is nu heel klein dat zij een alternatieve kandidaat naar voren schuiven voor Barroso, die een christen-democratische achtergrond heeft. Tijdens de Eurotop van 18 en 19 juni in Brussel zal hij waarschijnlijk worden herbenoemd.
Dwarsliggers
Daarna begint het schuiven rond de posten in de commissie. Neelie Kroes, de Nederlandse eurocommissaris, wil graag verder. Maar premier Balkenende, die over de voordracht beslist, houdt de boot vooralsnog af. Tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer weigerde hij vorige week zijn steun uit te spreken voor Kroes. Ook wilde hij niet zeggen welke andere kandidaten hij mogelijk naar voren schuift (en of hij zelf toevallig interesse heeft voor het voorzitterschap - een hardnekkig gerucht). Wel gaf Balkenende iets prijs over de strategie die het kabinet de komende maanden gaat voeren: 'Eerst moeten we een zware portefeuille binnenhalen, daarna de juiste persoon erbij kiezen.'
Dat is klinkklare nonsens, zegt Buitenweg. 'Alsof het zo werkt in Brussel! Het gaat juist omgekeerd: eerst worden de kandidaten voorgedragen, daarna de posten verdeeld. Waarom kreeg Kroes vijf jaar geleden die zware portefeuille Mededinging? Omdat Barroso per se een vrouw op die post wilde.'
En er is nog een onzekere factor in de benoemingstombola: het aantal eurocommissarissen. Volgens het huidige Verdrag van Nice hoeven niet alle zevenentwintig lidstaten een commissaris af te vaardigen. Volgens het nieuwe Verdrag van Lissabon wel. Maar dat verdrag is nog steeds niet door alle EU-landen geratificeerd, en het treedt op zijn vroegst in werking op 1 januari 2010. In oktober is er eerst nog een referendum in Ierland, waarvan de uitkomst lang niet zeker is. Er zijn nog meer dwarsliggers, zoals de Tsjechische president Klaus.
En wat te denken van de situatie in het Verenigd Koninkrijk? Daar hebben de Conservatieven, die vrijwel zeker binnen een jaar de verkiezingen zullen winnen, beloofd een referendum te houden als het verdrag nog niet is geratificeerd. Zo'n volksraadpleging in het eurosceptische Verenigd Koninkrijk zou wel eens het einde kunnen betekenen van 'Lissabon'. En dat is slecht nieuws voor het Europarlement, dat volgens het verdrag nieuwe bevoegdheden zou krijgen op het gebied van immigratie, justitie en landbouwpolitiek.
Hoogleraar Eijsbouts maakt zich niet zo'n zorgen. Hij put, paradoxaal genoeg, hoop uit de groei van eurosceptische partijen in het Europees Parlement. 'Dat is een uitstekende zaak. Het parlement politiseert. Dat zal de pro-Europese middenpartijen op termijn dwingen om duidelijker stelling te nemen. Als de politisering doorzet, volgen de constitutionele structuren vanzelf. Zo is het altijd gegaan. Ook als het Verdrag van Lissabon strandt.'
José Manuel Barroso kan zich alvast schrap zetten: de tijden van vóór Rocco Buttiglione komen niet meer terug.
Slaag voor socialisten
Bij de Europese verkiezingen hebben de sociaal-democraten vrijwel overal in Europa een ongenadig pak slaag gekregen. Niet alleen de PvdA viel terug naar een historisch dieptepunt - van zeven naar drie zetels in het Europees Parlement - ook in Duitsland braken de sociaal-democraten een diepterecord, met eenentwintig procent van de stemmen. De Franse socialisten haalden amper de helft van het aantal kiezers van Sarkozy's conservatieve UMP. In Italië werd centrum-links weer eens verslagen door Silvio Berlusconi. En in Engeland wordt Labour onder Gordon Brown al de 'party of the living dead' genoemd: wankelend op weg naar het graf.
Over het dramatische verlies in Nederland en Duitsland wordt gezegd dat de sociaal-democraten de prijs betalen voor meeregeren als kleinere partner. Maar ook in landen waar de socialisten in de oppositie zitten, kregen ze op hun donder. Kennelijk worden de sociaal-democraten overal in Europa gezien als representanten van een gevestigde orde die aan vervanging toe is.
Dat roept de vraag op: waarom hebben de christen-democraten, die ook bijna overal in het centrum van de macht zitten, minder klop gekregen? Eén van de verklaringen kan zijn dat de hardste aanvallen van de eurosceptici de afgelopen maanden vooral gericht waren op het bolwerk van de sociaal-democraten, die veel langer dan de christen-democraten hebben vastgehouden aan het ideaal van een multiculturele, open samenleving. Met groot effect. Overal in Europa zijn de eurosceptici in opmars. Barry Madlener van de PVV krijgt straks gezelschap van een kleurrijk stel geestverwanten: de Oostenrijkse FPö van wijlen Jörg Haider is flink gegroeid, uit Finland komen de Ware Finnen, en de ultranationalistische Jobbik-partij uit Hongarije wist net als de PVV uit het niets vier zetels te veroveren.
De reactie van Thijs Berman, Europees lijsttrekker van de PvdA, op de dramatische nederlaag van zijn partij is typerend voor het onvermogen van de sociaal-democratie om met de groeiende euroscepsis om te gaan. Eigenlijk had hij een pro-Europese campagne willen voeren, vertelde Berman zondagavond tijdens de verkiezingsuitzending van de NOS. Maar toen er een tamelijk Europa-kritisch verkiezingprogramma kwam, heeft hij dat toch maar uitgedragen. De conclusie van Berman luidde: met euroscepsis win je geen verkiezingen.
De vraag is alleen: zou de PvdA dan wel gewonnen hebben met een blij pro-Europees verhaal? Dan waren er misschien minder kiezers overgelopen naar het triomferende D66, maar aanzienlijk méér naar het kritische kamp van de SP. Dat is de spagaat van de sociaal-democraten: wat ze aan de linkerkant kunnen winnen, verliezen ze op rechts - en andersom.
Het ziet ernaar uit dat de socialisten in het Europees Parlement, inclusief Thijs
Berman, straks gewoon weer overgaan tot de orde van de dag. Met de oppermachtige centrum-rechtse EVP hebben ze nog steeds een comfortabele meerderheid, terwijl de eurosceptici waarschijnlijk veroordeeld zijn tot een rol aan de zijlijn. Maar dat is een bedrieglijke werkelijkheid: van hun spagaat zijn de sociaal-democraten nog lang niet verlost.
De Europese verkiezingsuitslagen, per land en partij.
Lezersoproep
U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.
