VN MediagidsLessen uit Downing Street

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Buitenland / Politiek 14.03.2011

Door Thijs Niemantsverdriet

Foto: Roel Rozenburg
Foto: Roel Rozenburg

Mark Rutte kan nog wat opsteken van de Britse premier David Cameron. Diens regering hervormt namelijk wél. ‘In die fluwelen handschoen zit een ijzeren vuist.’

In januari dit jaar reisde Mark Rutte naar Londen voor een bezoek aan zijn collega David Cameron. De plaatjes zagen er mooi uit: Rutte en Cameron bij de voordeur van Downing Street 10, Rutte en Cameron in witte fauteuils bij de open haard, Rutte en Cameron die elkaar geanimeerd de hand schudden.

David Cameron is een groot voorbeeld voor onze premier. Drie jaar geleden, toen beiden nog in de oppositie zaten, bezocht hij hem voor het eerst. Sindsdien heeft Rutte, verklaard anglofiel, het vaak over zijn Britse vriend. Ze hebben veel gemeen: ze zijn even oud (allebei 44), van goede komaf en in het bezit van een optimistisch karakter. Ze communiceren vaardig. Ze hebben economisch rechtse ideeën, maar zijn progressief op cultureel en maatschappelijk gebied. Rutte kopieerde zelfs even Camerons 'groen-rechtse' agenda - al werd die snel weer terzijde geschoven toen de verkiezingen in zicht kwamen.

Sinds 2010 is zowel Rutte als Cameron premier in een coalitie van liberalen en conservatieven. Beiden ambiëren historische bezuinigingen die veel maatschappelijk verzet oproepen. En voor zowel Cameron als Rutte wordt 2011 het jaar van de waarheid: zullen ze erin slagen hun ingrijpende plannen door te voeren?

Toch is er ook een groot verschil tussen de twee heren. Waar het kabinet van Mark Rutte vrijwel uitsluitend bezuinigt en hervormingen doorschuift, willen Cameron en de zijnen de komende jaren structurele veranderingen doorvoeren op vrijwel elk gebied: zorg, onderwijs, uitkeringen, staatsinrichting. Ook de Britse regering gaat ingrijpend bezuinigen om het begrotingstekort terug te brengen: tachtig miljard pond in de komende vier jaar. Maar daarnaast is er nog een andere ambitie: de Britse samenleving ingrijpend veranderen.

Natuurlijk, de positie van Rutte en Cameron is niet één op één te vergelijken. De Britse premier is niet afhankelijk van de gedoogsteun van een rechts-populistische gedoogpartner. Het debat over integratie speelt in Groot-Brittannië nog niet zo'n grote rol als in Nederland, en een aantal belangrijke sociaal-economische hervormingen - ontslagrecht, WW, verhoging van de AOW-leeftijd - zijn al onder voorgaande regeringen geregeld. Bovendien is er een andere politieke cultuur en een ander kiesstelsel.

Maar het is toch opmerkelijk dat David Cameron enkele fundamenteel andere keuzes maakt dan Rutte. Nu de Nederlandse premier écht aan de slag moet - met of zonder meerderheid in de Eerste Kamer - kan hij nog wat leren van zijn Engelse soulmate: qua beleid, qua stijl en qua ideologie. Vijf lessen uit Downing Street.

1. Hamer niet zo op law and order

De afgelopen twee decennia was het in Groot-Brittannië usance om een keihard law and order-beleid te voeren. De Conservatieve regering van John Major begon ermee. Toen Tony Blair in 1997 met Labour aan de macht kwam, werd er nog een schepje bovenop gedaan. 'Prison works,' luidde het adagium. Het resultaat: de gevangenissen puilen uit, het land hangt vol met camera's - maar de bevolking voelt zich geen haar veiliger.

'Er is op dit moment een diep verlangen bij de regering om macht af te staan'

In hun oppositiejaren probeerden de Conservatieven dat beleid nog eens te overtreffen. Het leverde hun het imago op van de 'nasty party', en droeg bij tot hun gebrek aan electorale aantrekkingskracht. Maar David Cameron heeft het roer omgegooid, mede dankzij de wat 'softere' Liberal Democrats. En dus vormt het veiligheidsbeleid van de huidige Britse regering zo ongeveer het spiegelbeeld van dat in Nederland. Terwijl Justitiebewindslieden Fred Teeven en Ivo Opstelten de ene na de andere repressieve maatregel afkondigden, wil hun Britse collega Ken Clarke juist minder mensen in de gevangenis stoppen. Er komen meer taakstraffen en boetes, een veertigurige werkweek voor gevangenen en aparte behandeling voor geesteszieke misdadigers. Ook overweegt de regering een einde te maken aan de ultrastrenge wetgeving tegen asociaal gedrag, die straffen stelt op zaken als het te luid bedrijven van de liefde.

Clarkes 'rehabilitation revolution' komt uiteraard ook voort uit praktische overwegingen: de Britse politie en justitie moeten stevig bezuinigen en gevangenen kosten nu eenmaal klauwen met geld. Maar er lijkt ook echt een besef te zijn neergedaald in de regering-Cameron dat harder straffen simpelweg niet werkt. En dat vergt behoorlijk wat moed: de afgelopen maanden heeft Clarke, een zeventigjarige jazzliefhebber en veteraan uit de Thatcherjaren, voortdurend aanvallen moeten trotseren van rabiate tabloids en de rechtervleugel van zijn eigen partij.

2. Toon compassie met uitkeringstrekkers

Een van de grootse ambities van de regering-Cameron ligt op het gebied van uitkeringen. In Groot-Brittannië bestaat een lappendeken aan verschillende soorten bijstand. Die gaan samengevoegd worden tot één standaardtoelage, en dat moet in de komende jaren een besparing opleveren van tientallen miljarden ponden.

De hervorming van de bijstand is het levenswerk van Iain Duncan Smith, de minister van Sociale Zaken. Smith, een voormalige legerofficier die doorgaans wordt aangeduid met zijn initialen IDS, was in het begin van vorig decennium kortstondig leider van de Conservatieven. Dat deed hij zo onwaarschijnlijk slecht dat collega's achter zijn rug grapten dat IDS eigenlijk stond voor 'In Deep Shit'. In 2003 moest Duncan Smith het veld ruimen.

Daarna vond hij zichzelf opnieuw uit als hoeder van 'broken Britain', de blanke Britse onderklasse die al decennialang gevangenzit in een web van werkloosheid, schulden, gebroken relaties en verslaving. Hij richtte een denktank op en publiceerde het ene lijvige rapport na het andere over het leven aan de onderkant. Nu mag hij die plannen als minister in de praktijk brengen.

Zijn belangrijkste doel is niet de bezuinigingen, zegt Duncan Smith. Het gaat hem om iets anders: een einde maken aan de fundamentele ongelijkheid in de Britse samenleving. In bijna ieder interview noemt hij vol verontwaardiging het voorbeeld van de wijk Calton in Glasgow, waar de gemiddelde levensverwachting vijfenvijftig jaar is - 'lager dan in de Gazastrook, verdomme!' Je zou bijna denken dat er een Labourpoliticus aan het woord is.

De plannen van Duncan Smith lijken enigszins op wat het kabinet-Rutte van plan is. Ook Rutte vindt dat er te veel mensen in de bijstand zitten die gewoon zouden kunnen werken - het is zelfs een van zijn core beliefs. Maar het verschil zit hem in de aanpak: waar het Nederlandse kabinet de botte bijl gaat hanteren, zijn de plannen van Duncan Smith redelijk gebalanceerd. Hij zet de aanval in op de lappendeken aan 'armoedevallen': subsidies voor lage inkomens die het aantrekkelijker maken om thuis voor de tv te zitten dan om de handen uit de mouwen te steken. Arbeid moet lonen. Dus investeert hij eerst 2,6 miljard euro in het sociale stelsel voordat hij gaat bezuinigen. Sommige werkende armen zullen er de komende tijd vijfentwintig pond per week op vooruit gaan.

Natuurlijk is er kritiek op Duncan Smith. Die betreft vooral zijn timing: Groot-Brittannië zit nog altijd midden in een recessie en de werkloosheid zal de komende jaren door de bezuinigingen alleen maar toenemen. Hoe wil de minister miljoenen werklozen aan een baan helpen, als die banen er helemaal niet zijn? Ook het moralistische randje van zijn agenda kan niet altijd op instemming rekenen - bijvoorbeeld zijn plan om het huwelijk te bevorderen via fiscale voordelen voor getrouwde stellen.

Maar vrijwel niemand twijfelt aan de oprechtheid van IDS. In de Britse politiek heerst een opmerkelijke consensus over zijn plannen. Ook Labour is van mening dat er iets moet gebeuren aan het verpletterende aantal van vijf miljoen uitkeringsafhankelijke Britten. 'Het gaat om maatregelen waar Noordwest-Europa al veel langer mee bezig is,' zegt Nick Pearce, directeur van de centrum-linkse denktank IPPR.

3. Hervorm het kiesstelsel

De Britse regering wil ook iets doen aan het vermolmde kiesstelsel. Dat is te danken aan Camerons coalitiepartner, Nick Clegg van de Liberal Democrats. Tijdens de kabinetsformatie in mei vorig jaar, die zich in een voor Nederlandse begrippen verbijsterend korte tijd voltrok (vijf dagen), speelde Clegg een knap staaltje blufpoker. Hij onderhandelde tegelijkertijd met zowel Labour als de Conservatieven en wist op die manier Cameron te bewegen tot een referendum over een van de kroonjuwelen van de Liberal Democrats: een nieuw kiesstelsel. Op 5 mei kan de Britse bevolking zich uitspreken.

De hervorming die wordt voorgelegd is minder ingrijpend dan wat Clegg eigenlijk wilde. Het gaat om een systeem waarin de kiezer kandidaten kan rangschikken naar voorkeur, zoals ook in Australië gebeurt. Er komt geen evenredige vertegenwoordiging: het traditionele Britse districtenstelsel blijft overeind. Ook zal de campagne voor het referendum een enigszins merkwaardig karakter hebben: de Liberal Democrats (en het grootste deel van Labour) zijn vóór, terwijl de Conservatieven hebben bedongen dat zij tegen mogen zijn.

Nick Clegg (links) en David Cameron willen een einde aan de tweedeling in het onderwijs
Nick Clegg (links) en David Cameron willen een einde aan de tweedeling in het onderwijs

Maar als de Britten op 5 mei 'ja' zeggen - en die kans is best groot - dan doet de regering iets waar in Nederland nog uitsluitend over gepraat wordt: de kloof met de kiezer (enigszins) dichten. Ook in Groot-Brittannië voeren wantrouwen en woede jegens de politieke elite hoogtij - stevig aangewakkerd door pijnlijke onthullingen over hun exorbitante declaratiegedrag, anderhalf jaar geleden. Daar moet iets aan worden gedaan, en een iets rechtvaardiger kiesstelsel zou een stap in de goede richting zijn.

Ook de Nederlandse politiek kampt met een gebrek aan democratische legitimatie, maar echte bestuurlijke hervormingen heeft het kabinet-Rutte niet in petto. Er wordt fiks gesneden in het aantal volksvertegenwoordigers: minder statenleden, minder raadsleden, eenderde minder zetels in de Tweede en Eerste Kamer. Of dat gaat lukken, is maar zeer de vraag: voor een dergelijke grondwetswijziging is tot twee keer toe een tweederde meerderheid vereist in beide Kamers. En er wordt niets gedaan aan het zotste onderdeel van de Nederlandse staatsinrichting: de getrapte verkiezing van de Eerste Kamer.

4. Maak het onderwijs traditioneler

Uitmuntend onderwijs is de levensader van een postindustrieel West-Europees land: dat weten Cameron en de zijnen buitengewoon goed. Vandaar dat ze hebben besloten tot een stevige verhoging van de collegegelden, tot soms tienduizend euro per jaar. De studenten zijn uiteraard niet blij: eind vorig jaar liepen hun protesten in Londen uit op gewelddadige confrontaties met de politie. Maar de gedachte van Cameron is helder: als de Britse universiteiten niet méér geld krijgen, zullen ze de slag verliezen met de buitenlandse - met name Amerikaanse - universiteiten. En dat is slecht voor het land.

In het middelbaar onderwijs moet een einde komen aan een oneerlijke tweedeling. In Groot-Brittannië zijn twee soorten scholen: peperdure private kostscholen (public schools) als Eton, Harrow en Winchester. En openbare scholen (de overgrote meerderheid), die met name in de grote steden van abominabel niveau zijn. De conservatieve minister van Onderwijs, Michael Gove, wil hier een derde categorie aan toevoegen: free schools. Ouders die ontevreden zijn over de buurtschool, of een bepaalde levensovertuiging aanhangen, mogen straks hun eigen school beginnen. Ze krijgen daarvoor subsidie, mits ze voldoen aan bepaalde voorwaarden. Goves plannen zijn niet onomstreden: critici vrezen dat de free schools alleen gunstig uitpakken voor assertieve, hoogopgeleide ouders of goed georganiseerde geloofsgemeenschappen. 'Alleen regio's met veel middeninkomens zullen profiteren van deze hervormingen,' zegt Simon Lee, politicoloog aan de universiteit van Hull.

Maar minister Gove is ervan overtuigd dat zijn plannen ten goede zullen komen aan de sociaal zwakkeren. Zelf is hij een voorbeeld van social climbing: als pientere adoptiefzoon van een vishandelaar uit Aberdeen wist hij met studiebeurzen de universiteit van Oxford te bereiken. Hij is zich dus bewust van de emanciperende werking van onderwijs. Gove stelt een bonus in voor leerlingen uit achterstandmilieus: hoe meer arme kinderen, hoe meer geld voor een school.

Ook Rutte wil iets doen aan het niveau van het onderwijs, zegt hij. Maar hem ontbreekt het inzicht dat leidend is voor de Engelse regering: het onderwijs zou wel eens gebaat zou kunnen zijn bij wat meer 'ouderwetserij'. Minister Gove vindt dat het onderwijs weer traditioneler moet worden, met meer geschiedenis en minder cultuurrelativisme. Hiervoor krijgt hij lof van linkse commentatoren, die vinden dat de vorige Labourregering wel veel geld heeft gestopt in nieuwe schoolgebouwen, maar te weinig in het onderwijs zelf. 'Gove heeft een beetje een negentiende-eeuwse visie op onderwijs,' zegt Nick Pearce van IPPR. 'Maar dat hij het onderwijsniveau wil verbeteren, is absoluut iets positiefs.'

5. Biedt perspectief

Behalve een heleboel bezuinigingen, heeft David Cameron ook een vergezicht voor het Nieuwe Engeland dat hem voor ogen staat. Dat vergezicht noemt hij Big Society. De kern van Camerons verhaal is ongeveer dit. De overheid is niet zaligmakend, en de markt ook niet. Het heil zal dus moeten komen van kleine, lokale organisaties - vergelijkbaar met het 'maatschappelijk middenveld' in Nederland. De komende jaren gaat de Britse overheid een groot deel van haar taken in handen leggen van burgers zelf: buurtcomités, ouderverenigingen, religieuze organisaties, liefdadigheidsinstellingen. Willen ouders een eigen school beginnen? Dat kan. Wensen burgers hun eigen politiecommissaris te kiezen? Prima. Nemen buurtbewoners graag de lokale visafslag of de met sluiting bedreigde pub over? Binnenkort mogelijk.

Als het aan Cameron en de zijnen ligt, wordt Groot-Brittannië ondergedompeld in een creatieve chaos van lokale initiatieven. Er komt minder bureaucratie en meer transparantie. Niet alles zal lukken, waarschuwt de regering, maar al met al zal Groot-Brittannië een beter land worden. 'Er is op dit moment een diep verlangen bij de regering om macht af te staan,' zegt Christian Guy van de Centre for Social Justice (CSJ), de vroegere denktank van Iain Duncan Smith. 'Dat is hoogst ongebruikelijk, en mensen waarderen dat.'

Cameron in geen verkapte Thatcheriaan
Cameron in geen verkapte Thatcheriaan

Vanuit de oppositie is er kritiek op de Big Society. Volgens Labour is het allemaal lulkoek, bedoeld om de draconische bezuinigingen te overgieten met een sympathiek sausje. Cameron doet alsof hij de zorg, het onderwijs en bestuur aan de burgers teruggeeft, maar in feite houdt hij uitverkoop aan de vrije markt. 'Cameron is een trouwe leerling van Margaret Thatcher,' zegt Simon Lee van de universiteit van Hull. 'Hij kan alleen niet met dezelfde slogans komen aanzetten als in de jaren tachtig, omdat de mensen zich nog de pijn van toen herinneren. Dus heeft hij de Big Society bedacht.'

Maar dat is iets te kort door de bocht. Een verkapte Thatcheriaan is Cameron niet: de term 'Big Society' is zelfs expliciet gekozen als breuk met het snoeiharde individualisme van de Iron Lady, die ooit zei: 'There is no such thing as society.' De premier, zo moeten ook zijn tegenstanders toegeven, gelooft écht in de Big Society. Dat komt door zijn achtergrond: hij groeide op in het rurale, welgestelde Oxfordshire, waar de vertegenwoordigers van de civil society - de Rotary, de jachtclub - een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven zijn.

Of het echt iets wordt met de Big Society weten we waarschijnlijk pas over enkele jaren. Misschien wordt het een daverend succes. Misschien werkt het alleen daar waar mensen gek worden van de vele regeltjes, zoals de doorgedraaide arbowetgeving. Misschien wordt het een faliekante mislukking. Maar het valt in ieder geval te prijzen dat Cameron zijn plannen onderbouwt met een visie, een samenhangend verhaal.

Dat is precies wat het Nederlandse kabinet ontbeert. Voordat Mark Rutte premier werd, liet hij zich graag voorstaan op zijn intellectuele nieuwsgierigheid: hij las Friedrich von Hayek, Isaiah Berlin en Thomas Mann. Maar in het regeerakkoord staat niet eens het begin van een intellectuele gedachtegang. We moeten het doen met oneliners als 'Lik op stuk en vandalen gaan betalen'.

Het dichtst in de buurt van een intellectuele onderbouwing van het kabinetsbeleid komt het boek De schijn-elite van de valse munters. De auteur: niet Rutte, en zelfs geen VVD'er of CDA'er, maar PVV-ideoloog Martin Bosma.

Ten slotte een opmerking over politieke stijl. David Cameron, zegt vrijwel iedereen in Groot-Brittannië, heeft een andere manier van regeren dan zijn verre voorganger Margaret Thatcher. Waar de Iron Lady genoot van de confrontatie, is Cameron meer van de harmonie. Dat komt, behalve door het feit dat hij in een coalitie zit, ook door een diepgewortelde wens om een nice chap gevonden te worden. Tot nu toe lijkt dat te werken: uit onderzoek blijkt dat veel Engelsen kritisch zijn over de regering, maar de premier een sympathieke vent vinden. Dat geldt ook voor Rutte.

Maar gaat het Cameron wel lukken om zijn radicale hervormingen door te drukken als hij ruzie uit de weg gaat en zich liever opstelt als de premier van alle Engelsen? 'Cameron hoeft zich geen zorgen te maken,' zegt de conservatieve commentator Bruce Anderson. 'Hij zal nog genoeg vijanden krijgen. The fight will come to him. En hij zal de strijd op een zachte manier aangaan, met een fluwelen handschoen. Maar in die fluwelen handschoen zit een ijzeren vuist.'

Dat zal Mark Rutte als muziek in de oren klinken.

Grondwetswijziging

Geplaatst door: Max reacties

Kleine correctie: bij een wijziging van de Grondwet is er voor de eerste lezing slechts een normale meerderheid nodig. Alleen bij de tweede lezing is een tweederdemeerderheid nodig.

Te rooskleurig

Geplaatst door: O. Spengler reacties

Niemantsverdriet schetst zowel de algemene situatie in Groot-Britannië als de motieven van Cameron en zijn collegas veel te rooskleurig. De Britse keizer snakt naar een kiesstelsel dat zo eerlijk is als in Nederland. Cameron's Big Society wordt algemeeen als holle retoriek beschouwd.

Het liberalisme van de LibDems is meer D66 dan VVD en de coalitie is weinig populair bij de LibDem achterban. Cameron en Clegg zullen een equivalent van de Falklandoorlog nodig hebben (Libië?) om niet onderuit te gaan bij de volgende verkiezingen.

Het kan nog gebeuren

Geplaatst door: Eric Verbrugge reacties

Law en order zullen met de pvv toch flink erin gehamerd blijven worden. Dit vind ik goed, maar de nodige hervormingen in het strafsysteem blijven uit. Dat is trouwens echt de kern van dit stuk, waar Cameron hervormt en daardoor kan snijden, snijdt Rutte alleen maar. Jammer is dat.

Maar het is nog niet te laat. De ideologische visie en de hervorming van de sociale zekerheid zijn zeker nog mogelijk voor dit kabinet, dit zijn net zo goed CDA punten als VVD punten, en de pvv zal het zeker delen.

Rutte is slechts een schaamtelioze Opportunist

Geplaatst door: Aart Dekker reacties

"Rutte kopieerde zelfs even Camerons 'groen-rechtse' agenda - al werd die snel weer terzijde geschoven toen de verkiezingen in zicht kwamen."
Dit typeert Mark Rutte: een schaamteloze opportunist.

[reageren]


Lezersoproep

U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.

redactie op 22.05.2012 -

Teflon Bram

Komt Moszkowicz overal mee weg?

Marian Husken op 15.05.2012 -