VN MediagidsKamer kiest Kerry

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 23.10.2004

Door Rudie Kagie

In de Verenigde Staten is Kerry’s politieke toekomst nog hoogst onzeker. Maar in VN’s schaduwverkiezing onder leden van de Tweede Kamer – want de Amerikaanse president is in zekere zin ook ónze president – triomfeerde hij alvast. ‘Kerry lijkt me gewoon positiever als mens.’

Het is dat het gelukstelegram werd afgeschaft, anders had John F. Kerry er een uit Nederland moeten krijgen in de trant van: ‘You won, lucky you.’ In de Verenigde Staten is zijn politieke toekomst nog hoogst onzeker, maar hij triomfeerde alvast in een schaduwverkiezing onder leden van de Tweede Kamer. Zevenenzeventig van de honderdzevenendertig parlementariërs die we vroegen wie de nieuwe president van de VS zou moeten worden, kozen voor Kerry. Dat is een mooie meerderheid, zelfs als we erin waren geslaagd om de mening van álle honderdvijftig kamerleden te polsen.

George W. Bush blijft steken op vijftien stemmen, nog geen twintig procent van wat Kerry vergaart.

Derde is Ralph Nader, de radicale Don Quichot die zich bij voorbaat kansloos in de Amerikaanse stembusstrijd begeeft. Nader is onder Haagse volksvertegenwoordigers half zo favoriet als Bush. Zeven geachte afgevaardigden herkennen in Nader de ideale president.

Bij deze pikante uitslag moet direct worden aangetekend dat bijna een kwart van de kamerleden allerminst popelt om in onze trans-Atlantische poll het achterste van de tong te laten zien. De ‘wie van de drie’-vraag ontlokte niet zelden een verontwaardigd gesputter alsof we naar het persoonlijke banksaldo van de geënquêteerden informeerden. Een kwart van de door ons benaderde kamerleden (38 van de 137) meent dat hun keuze het volk geen snars aangaat. Een verdeelde uitslag zou er immers op kunnen duiden dat de neuzen niet één kant op wijzen. Daar houden ze aan het Binnenhof niet van, helemaal niet als dat aan de drukpers wordt toevertrouwd.

Op dit punt hebben de PvdA en D66 dit keer absoluut niets te vrezen. De fracties scharen zich als een blok, zij het incidenteel onder toevoeging van bezorgde mitsen en maren, achter John Kerry. Ook de tweekoppige SGP-fractie heeft geen bedenktijd nodig. Het wordt daar een volmondig Bush, de beschermer van het ongeboren leven die ‘qua godsdienstige oriëntatie het dichtst bij ons staat’. De ChristenUnie daarentegen klemt de kaken op elkaar. Gewoon niks zeggen, dan zeg je niks verkeerd.

Zes van de zesentwintig VVD-parlementariërs die we spraken (één fractielid was uitlandig), twijfelen nog tussen Bush en Kerry. Vier willen er niks over zeggen. Een twaalfstemmig meerderheidskoor in de VVD-fractie is pro Kerry. Met inbegrip van voorzitter Jozias van Aartsen, die zijn keuze voor Kerry toelicht door erop te wijzen dat het voor hem ‘49 tegen 50 procent’ is: ‘Madeleine Albright heeft me overtuigd.’ De vier Bush-aanhangers in de VVD-fractie (Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink, Zsolt Szabó, Hans van Baalen en Bibi de Vries) prijzen unaniem ’s mans buitenlandse politiek die vanwege Irak aller steun verdient. Hoewel ook VVD’er Willebrord van Beek ‘grote waardering’ heeft voor het Irak-beleid van Bush, neigt hij toch naar Kerry: ‘Ik voel me ideologisch het meest verwant met de Democraten. Als ik hoor wat Bush over homo’s of ethische kwesties te berde brengt, krijg ik kippenvel.’ Gert Jan Oplaat zwicht eveneens voor Kerry, terwijl hij Bush ‘in totaal een geschikter persoon’ vindt. Voor Oplaat geeft het Amerikaanse landbouwbeleid de doorslag. ‘Voor de Nederlandse boer is het beter als Kerry wint. Een Amerikaanse boer krijgt twee en een half keer zoveel subsidie als een boer in Europa; onze concurrentiepositie is onder Bush nog verder verslechterd. Willen we vrije handel krijgen, dan hebben we meer aan Kerry.’ Hetzelfde buitenlandse beleid dat voor vier VVD’ers een reden is om zich pontificaal achter Bush op te stellen, is voor vier andere liberale afgevaardigden juist een reden om voor Kerry te kiezen. ‘Bush had het conflict in Afghanistan tot een goed einde moeten brengen. Ook in Irak heeft hij steken laten vallen, hoewel ik het goed vind dat Saddam is verdreven,’ zegt Ayaan Hirsi Ali. ‘Ik ben Bush ontzettend zat,’ meldt Frans Weekers. ‘De bestrijding van het terrorisme in Afghanistan heeft hij goed gedaan, maar in Irak zijn verkeerde taxaties gemaakt.’ Janneke Veenendaal vindt Bush ‘drie keer niks’ en kiest ondanks bedenkingen voor Kerry ‘die een draagvlak bij de Verenigde Naties en Europa wil zoeken. Het is toch van de zotte dat Bush weigert zich bij het VN-tribunaal aan te sluiten omdat hij bang is dat daar een Amerikaanse militair berecht kan worden?’ Eske van Egerschot is het daar helemaal mee eens. ‘Kerry legt meer nadruk op overleg, kent meer waarde toe aan allianties en geeft Europa een grotere rol dan Bush.’

Een opgetogen Bush-fan keerde de VVD onlangs de rug toe en ging als eenmansfractie verder. ‘Bush is een president met ballen,’ roept Geert Wilders. ‘Bush heeft goede geopolitieke beslissingen genomen. Het is onzin dat hij de wereld zou hebben misleid.’

De PvdA-fractie – van de tweeënveertig gekozenen waren er twee onbereikbaar – steunt eensgezind Kerry, die ‘realistisch’ (3x), ‘integer’, ‘internationaal georiënteerd’ en ‘tenminste nog een klein beetje progressief’ wordt genoemd. Vier sociaal-democratische kamerleden verzuchten dat Kerry niet hun ideale kandidaat is, maar het enige alternatief voor Bush. John Leerdam zou het liefst op running mate John Edwards stemmen: ‘Dat is iemand die rijk is geworden in de advocatuur, maar nog steeds de taal van het volk spreekt. Als Kerry afhaakt, zou het mooi zijn als Edwards bij de volgende verkiezingen doorgaat met Hillary Clinton. Dat is eigenlijk waar ik op zit te azen.’ Wat Diederik Samsom betreft, zou Kerry zich best wat fermer van Bush mogen onderscheiden. ‘Als Bush zegt dat hij Kerry “too liberal— vindt, bedoelt hij precies het omgekeerde van wat ik daar onder versta. Bush vindt Kerry te links, ik vind hem veel te liberaal.’ Ook volgens Sharon Dijksma is Kerry ‘behoorlijk vlak’, maar: ‘Bush vind ik echt helemaal niks. Zijn buitenlandse politiek is een gevaar voor de wereldvrede, hij scherpt de tegenstelling tussen de islamitische en westerse wereld aan.’ Thea Fierens verwacht niet dat in Amerika veel zal veranderen als Kerry president wordt. ‘Toch kies ik voor hem, want ik ben fel anti-Bush. Ik heb die man nog nooit iets horen zeggen wat redelijk was.’ Fractievoorzitter Wouter Bos zegt dat hij het ‘heel bemoedigend’ zou vinden als Kerry wint. ‘Iedereen die denkt dat de politiek steeds oppervlakkiger wordt, komt bedrogen uit als Kerry president wordt. In de debatten was hij buitengewoon inhoudelijk bezig. Bij hem ging het tenminste ergens over. Met name zijn internationale oriëntatie spreekt me aan.’

Uit het CDA-kamp stijgen mistige signalen op. Aanvankelijk snappen wij, telefonische opiniepeilers namens het weekblad Vrij Nederland, er niets van. We bellen ons suf, spreken antwoordapparaten in, leggen fractiemedewerkers trouwhartig uit wat de bedoeling is, maar van de spraakzame welwillendheid waarmee vertegenwoordigers van andere partijen hun keus toelichten, valt bij het CDA weinig te bespeuren.

‘Ik ga over ontwikkelingssamenwerking, niet over buitenlands beleid,’ bromt Kathleen Ferrier.

‘Ik ben geen woordvoerder buitenland, dan moet je bij Henk Jan Ormel zijn,’ gromt Cisca Joldersma.

‘Ik woon niet in Amerika, ik ga dus geen stemverklaring geven,’ knort Henk Jan Ormel.

CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen, die eerder voor de microfoon van het Radio 1-journaal bekende dat hij een zwak koestert voor presidentskandidaat Bush, belt niet terug. Geleidelijk wordt duidelijk dat menige prominente CDA’er, alsof het afgesproken werk is, een zak over het hoofd trekt als we daar op een christelijk tijdstip met ons vragenlijstje aankloppen. Omdat veelvuldig wordt doorverwezen naar fractievoorlichter Stephan Schrover, informeren we bij hem naar de oorsprong van de schichtige respons. Dat is beleid, legt Schrover uit. Ooit is afgesproken dat het CDA zich uitsluitend een oordeel aanmatigt over buitenlandse zusterpartijen. Aangezien noch de Republikeinen, noch de Democraten in die categorie vallen, onthoudt het CDA zich van een visie op de Amerikaanse nek-aan-nekrace. Maar omdat Schrover wel begrijpt dat door die houding een gat dreigt te vallen in de polonaise waar het gros van de Tweede Kamer wél geestdriftig op inhaakt, belooft hij de fractieleden nog eens aan hun recht op vrije meningsuiting te herinneren. Daar heeft Schrover een speciaal apparaat voor, de zogeheten blackberry, een handzaam zakcomputertje dat parlementariërs van het laatste fractienieuws op de hoogte houdt. Gevolg: met taaie volharding lukt het uiteindelijk om vierendertig (van de vierenveertig) CDA-ers naar hun mening te vragen. Twaalf van de CDA-afgevaardigden, iets meer dan een kwart van de fractie, willen verklappen welke kandidaat hun voorkeur heeft. We turven zeven keer Kerry, vier keer Bush en zowaar één keer Nader.

‘Een proteststem tegen de manier waarop de debatten worden gevoerd,’ motiveert dwarsligger Rikus Jager zijn keus voor Ralph Nader. ‘Van mij mag hij een boel stemmen krijgen, zodat duidelijk wordt dat er heel andere onderwerpen belangrijk zijn dan Bush en Kerry in hun campagnes aanroeren. Ik zou het electoraal systeem in de Verenigde Staten ingrijpend willen veranderen.’ De vier Bush-stemmers vinden dat diens ‘opvattingen het meest aansluiten bij die van het CDA’ (Rendert Algra), ‘hij staat borg voor een zekere continuïteit in het beleid van zijn voorganger Clinton’ (Bart van Winsen), ‘hij is de enige kandidaat die denkt vanuit zijn geloofsovertuiging’ (Aart Mosterd) en ‘bij hem weet je tenminste wat je krijgt’ (Joop Atsma). De zeven Kerry-fans in de CDA-fractie prijzen diens bereidheid om een dialoog met de Europese Unie aan te gaan en zijn ideeën over een sociale markteconomie. Irak wordt bij het CDA niet genoemd. ‘Kerry lijkt me gewoon positiever als mens,’ vat Jos Hessels zijn bewondering voor Kerry samen.

Bij de LPF verslaat Bush met de hakken over de sloot zijn rivaal. Hij krijgt vier stemmen, een meer dan Kerry. ‘Bush heeft van zijn fouten geleerd, hij is door schade en schande wijs geworden,’ vindt Mat Herben. ‘Bush doet het geweldig, vooral de manier waarop hij de terreur aanpakt,’ zegt Hilbrand Nawijn. ‘Kerry vind ik ook een aansprekende man, maar ik denk niet dat je met hem de oorlog tegen terreur wint,’ laat Joost Eerdmans weten. Gerard van As heeft ‘veel aan te merken’ op Bush, ‘maar toch zou ik op hem stemmen omdat Kerry weinig ervaring heeft en niet sterk overkomt’. De drie LPF-kamerleden die voor Kerry opteren, doen dat ‘gevoelsmatig’ (João Varela), ‘omdat hem een rechtvaardiger maatschappij voor ogen staat dan Bush’ (Margot Kraneveldt) en ‘omdat Bush vanwege zijn grove fouten in Irak vervangen moet worden’ (Max Hermans).

De zes kamerleden van D66 zijn eenparig in hun oordeel. Zes keer Kerry. ‘Omdat Bush zich aan de wereldopinie niets gelegen laat liggen. De manier waarop hij de oorlog in Irak is begonnen, daar deugt natuurlijk ook niks van,’ dicteert fractievoorzitter Boris Dittrich via zijn mobieltje vanuit een volle Haagse tram. Lousewies van der Laan gaat ervan uit dat Kerry in de binnenlandse politiek ‘een beetje in de stijl van D66 zal opereren’, dat wil zeggen: ‘Veel aandacht voor zorg en onderwijs, in plaats van belastingverlaging voor de rijken.’

De GroenLinks-fractie gaat net niet voltallig overstag voor Kerry. Kamerlid Kees Vendrik aarzelt. Hij ziet veel in Ralph Nader (‘een man naar mijn hart, hij heeft veel gedaan voor de groene politiek in de Verenigde Staten’) maar sluit niet uit dat hij op het laatste moment voor Kerry capituleert: ‘Daar zou ik strategisch op stemmen als blijkt dat Nader het niet redt.’ Naïma Azough kiest voor Kerry, ‘maar ik zou op Nader stemmen als ik wist dat die iets zou kunnen bereiken. Zijn visie op abortus, emancipatie en milieu sluit beter aan bij de visie van mijn partij.’ Dat fractievoorzitter Femke Halsema het liefst ziet dat Kerry naar het Witte Huis verhuist, berust vooral op een hartgrondige weerzin tegen Bush: ‘Hij pakt de oorlog in Irak volkomen verkeerd aan, hij zorgt voor een tweedeling in Amerika.’ Bush is ‘een ramp voor de wereld’ (Evelien Tonkens), ‘een catastofe voor de sociale zekerheid’ (Ineke van Gendt), ‘desastreus voor de wereldvrede’ (Farah Karimi) en ‘een bedreiging voor de wereldvrede en het milieu’ (Wijnand Duyvendak). Kortom, de fractie van GroenLinks is in meerderheid van mening dat Kerry (de formulering is van Marijke Vos) ‘het gewoon veel beter voor heeft met de wereld dan Bush’.

De meeste bewonderaars van Ralph Nader in de Tweede Kamer zitten bij de SP, waar hij de favoriet bij vijf van de acht fractieleden is. Ook bij voorman Jan Marijnissen, die zich er van tevoren wél even van zou vergewissen dat hij zijn stem uitbrengt in een kiesdistrict dat door Democraten wordt gedomineerd. ‘Daar kan het geen kwaad om op Nader te stemmen. Er moet een einde komen aan het tijdperk-Bush, maar laten we niet vergeten dat Kerry heeft ingestemd met de oorlog in Irak. Die twee ontlopen elkaar niet zoveel.’ Buitenlandwoordvoerder Harry van Bommel flapt er uit dat hij voor Kerry zou kiezen, maar hij herziet die mening onmiddellijk: ‘Nee, schrijf maar op: Nader. Als hij het dit keer niet wint, maakt hij misschien de volgende keer een kans. De gedachte dat je aan Bush een rechtse president zou hebben en aan Kerry een linkse is volkomen onterecht. Het is lood om oud ijzer.’ Ook bij Agnes Kant (‘zijn stem moet gehoord worden’), Jan de Wit (‘hij vertegenwoordigt de oppositie’) en Krista van Velzen (‘voor Bush of Kerry wil ik geen verantwoording nemen’) staat Ralph Nader bovenaan. De overige drie SP-ers kiezen zuchtend, ‘om strategische redenen’, voor de haalbare kaart van John F. Kerry.

Ali Lazrak, de gedroste SP-parlementariër, zou op Kerry stemmen. ‘Of het nou Kerry of Bush wordt, ik zou willen dat Amerika een president krijgt die zich gaat verdiepen in de Arabische wereld,’ zegt hij. ‘Het zou helemaal mooi zijn als hij de taal leert spreken. Het gebrek aan communicatie tussen de twee culturen leidt tot een hoop onmin.’

We legden alle ondervraagde kamerleden de stelling voor dat de Amerikaanse president in zekere zin ook onze president is. De uitslag is verrassend: fifty-fifty. ‘Helemaal mee eens,’ vinden zesenvijftig respondenten. ‘Onzin,’ zeggen zesenvijftig andere geënquêteerden. Vijfentwintig keer noteerden we ‘geen commentaar’. De eenpitters Lazrak en Wilders wijzen de stelling af, evenals SGP en ChristenUnie. Alleen de afgevaardigden van D66 onderschrijven collectief dat het Amerikaanse staatshoofd ‘in zekere zin’ ook ons land regeert. De andere fracties zijn verdeeld, met een lichte bijval (21 tegen 18) bij de PvdA vóór de stelling en een zwakke ontkenning (8 tegen 13) onder VVD’ers. De geringe animo om te antwoorden, reduceert de peiling onder CDA’ers (8 eens, 9 oneens) tot een onbetrouwbare afspiegeling van hoe de fractie over de reikwijdte van de presidentiële macht denkt. Dat de stelling voor meer dan één uitleg vatbaar is, blijkt uit het stemgedrag van de SP: vier beamen dat het Amerikaanse staatshoofd ons mééregeert, vier spreken dat tegen, maar alle fractieleden ergeren zich aan het ‘schoothondjesgedrag’ van het kabinet-Balkenende. ‘Sinds 11 september 2001 zijn wij allen Amerikanen,’ vindt Harry van Bommel. Hij kondigt aan dat hij in een open brief aan president Bush stemrecht gaat eisen. ‘Bush heeft een aantal besluiten genomen die de hele wereld aangaan. Als wij allemaal Amerikanen zijn, dienen we ons daar zeker tegenaan te bemoeien.’

Ex-minister Klaas de Vries (PvdA) erkent dat Bush in belangrijke mate verantwoordelijk was voor het internationale vaarwater waar Nederland in terechtkwam. ‘Dat getransporteer van macht naar sterke mannen die daar vervolgens op hun eigen manier gebruik van maken, staat mij ontzettend tegen,’ zegt De Vries. ‘Ik geloof zeer in een pluriforme samenleving waarin mensen hun invloed via de volksvertegenwoordiging kunnen laten gelden.’ Daarmee loopt het kamerlid onbewust alvast vooruit op twee andere vragen die op ons lijstje staan. Nee, noch van een tweepartijenstelsel volgens Amerikaans model, noch van een gekozen regeringsleider moet De Vries iets hebben.

Vijftien van de veertig geënquêteerde PvdA-parlementariërs, onder wie fractievoorzitter Wouter Bos, zien wél iets in een drastische ophoging van de kiesdrempel, die maar twee grote partijen zullen overleven. Bos: ‘In zoverre dat het dan meteen na de verkiezingen duidelijk moet zijn wie het land gaat regeren, zoals met het kiesstelsel van vóór 1917 het geval was. Nu kan het zo zijn dat de winnende partij toch niet in de regering komt. Daarmee houd je de kiezer voor de gek.’ Jet Bussemaker woonde een tijdje in Amerika en had dankzij het tweepartijenstelsel snel door hoe de politiek daar functioneerde. ‘Het is duidelijk en overzichtelijk, maar het sympathieke van het Nederlandse stelsel vind ik dat kleine partijen het verschil kunnen maken.’ Misschien dat het er ooit van komt, maar voorlopig is een dergelijke omwenteling niet aan de orde, vermoedt Jacques Tichelaar. ‘Ik sluit niet uit dat we hier ooit een driepartijenstelsel krijgen, maar twee partijen is te weinig. Dat past niet in de Nederlandse cultuur.’

Bovendien is in de Tweede Kamer geen meerderheid voor een tweepartijenstelsel. Los van de overzichtelijke groep voorstanders in PvdA-kring tonen vier VVD’ers, twee LPF’ers en solist Wilders (‘maar dat hangt ervan af hoe groot mijn eigen partij wordt’) zich ontvankelijk voor het idee dat Nederland ooit genoeg zal hebben aan één rechtse en één linkse partij. Eenentwintig stemmen vóór, dat is bij lange na niet voldoende om het systeem aan het wankelen te brengen. Het machtige CDA moet er niet aan denken dat twee partijen de macht in het parlement gaan verdelen. Het idee van een gekozen regeringsleider krijgt bij het CDA evenmin de handen op elkaar, terwijl de complete D66-fractie daar vóór is. ‘Ik ben druk bezig met de voorbereiding van een wetsvoorstel voor een gekozen minister-president,’ zegt Boris van der Ham. ‘Dan zijn we in één klap van de achterafkamertjespolitiek rond de formatie af,’ vult D66-fractieleider Boris Dittrich aan.

Verdeeld over zeven fracties wordt het idee van de gekozen regeringsleider door in totaal vierendertig parlementariërs gedragen. De SP is voor afschaffing van het koningshuis, maar de vijf fractieleden die een democratisch gekozen staatshoofd willen, schrikken terug voor een president die zoveel te vertellen heeft als Bush. Bij de voorstanders voegen zich vijftien PvdA’ers, twee VVD’ers, een GroenLinkser (Ineke van Gendt: ‘Ja, ik ben republikein’) en vijf LPF’ers. Plus Geert Wilders, die wil dat het volk ‘niet alleen op de president, zoals in Amerika, maar bijvoorbeeld ook op de sheriff’ kan stemmen. ‘Dat zorgt ervoor dat mensen dienstbaar worden aan hun kiezers.’

We informeerden tenslotte nog even of de geënquêteerden naar de vier rechtstreeks uitgezonden debatten tussen de kandidaten hadden gekeken. Gemiddeld tweeënveertigduizend Nederlanders bleven daar tussen drie en vijf uur ’s nachts voor wakker, dat is 0,3 procent van de bevolking. Onder kamerleden ligt dit percentage dertig keer hoger. Negentien hunner, negen procent van de ondervraagde volksvertegenwoordigers, zetten de wekker om de verbale strijd tussen Bush en Kerry op de voet te volgen. In Amerika zijn ze er pas op 2 november uit. De politieke verhoudingen daar liggen een stuk gecompliceerder dan in Den Haag.


Lezersoproep

U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.

redactie op 22.05.2012 -

Teflon Bram

Komt Moszkowicz overal mee weg?

Marian Husken op 15.05.2012 -