Vrij Nederland Jan Jaap de Graeff: ‘Natuur is handel in emotie'
Vanavond debatteert de Tweede Kamer over het natuurakkoord dat staatssecretaris Henk Bleker met de provincies sloot. 'Een waardeloos akkoord', vindt Jan Jaap de Graeff, de directeur van Natuurmonumenten.
Foto: Ivo van der Bent
Jan Jaap de Graeff: ‘Natuur is handel in emotie'
Vanavond debatteert de Tweede Kamer over het natuurakkoord dat staatssecretaris Henk Bleker met de provincies sloot. 'Een waardeloos akkoord', vindt Jan Jaap de Graeff, de directeur van Natuurmonumenten.
Het VVD-lid, tevens kamerheer van de koningin en 'de vleesgeworden polder', is het afbraakbeleid van het kabinet en de spelletjes van Bleker meer dan zat. 'Ik vind het gewoon oneerlijk.'
Jan Jaap de Graeff is een beminnelijke man met een voorliefde voor de ironische formulering en het understatement. Maar het zijn ook voor de kamerheer van de koningin in Zuid-Holland, die de majesteit regelmatig helpt bij ontvangsten en recepties, lastige tijden om kalm en beschaafd te blijven. Het kabinet waar zijn partij de VVD deel van uitmaakt, hakt met de botte bijl op het natuurbeleid in. De man die het beulswerk uitvoert, staatssecretaris Bleker, heeft een nogal vrije verhouding met feiten, argumenten en afspraken. En al vlakt de uitstroom nu een beetje af, de leden hebben de vereniging Natuurmonumenten, waarvan hij de algemeen directeur is, de afgelopen jaren bij bosjes verlaten.
‘Daar lig ik wakker van,’ zegt De Graeff in zijn werkkamer op landgoed Schaep en Burgh, het hoofdkwartier van Natuurmonumenten. ‘Een tijdlang heel erg, nu heb ik iets meer afstand genomen. Anders heb je geen leven meer en dat is ook niet goed voor de club. Ik houd graag dingen in de hand en wil ergens komen. Dat is me ook regelmatig gelukt in het leven. Maar dit heb ik voor een deel niet in de hand en daar kan ik niet goed tegen.’
Eind vorig jaar schreef De Graeff namens negenenveertig organisaties een alarmbrief aan Bleker over diens nieuwe natuurwet. ‘Met dit ontwerp wetsvoorstel worden decennia van gericht natuurbeleid in één beweging overboord gezet en worden gebieden en soorten op grote schaal vogelvrij verklaard,’ vonden ze eendrachtig. Met zijn wet probeert Bleker onder alles uit te komen wat meer is dan waar Europa hem toe verplicht. ‘Volstrekt onverdedigbaar,’ zegt De Graeff. ‘We wonen in een druk en vol land. Internationale regels zijn vaak een gemiddelde van wat in Europa is afgesproken. Dat je in dit land soms meer moet doen, lijkt mij volkomen redelijk.’
De nieuwe natuurwet maakt korte metten met de ‘beschermde natuurmonumenten’. Drieënzestig domeinen die niet onder het Europees beschermde Natura 2000-gebied vallen, waaronder juweeltjes als het Bronnenbos bij Beek en de Tafelbergheide bij Blaricum, zijn nu aan de provinciale goden overgeleverd. De Graeff haalt een brief van het Goois Natuurreservaat uit zijn kast. Die club heeft sinds 1932 met succes gestreden om de Gooise heidegebieden niet ten prooi te laten vallen aan oprukkende villawijken. Het Goois Natuurreservaat schreef Bleker in een boze brief bang te zijn dat de heides bezwijken als de bestemmingsplannen het laatste houvast zijn. ‘De staatssecretaris heeft een romantisch beeld van de streek,’ zegt De Graeff. ‘Zijn redenering is dat burgers daar mans genoeg zijn om te zorgen dat het goed gaat. Mijn antwoord daarop is, en dat heb ik hem ook gezegd, dat het in Vlagtwedde, waar hij vandaan komt, echt anders is dan onder de rook van de Randstad.’
Met het opheffen van de beschermde natuurmonumenten verliezen ook typisch Nederlandse landschappelijke waarden als rust en openheid hun wettelijke status, vreest De Graeff. ‘Aan de rand van de Waddenzee kon je geen grote flat bouwen. Dan verstoorde je de openheid. Die bescherming verdwijnt.’
Gerommel
Dit jaar zaten de natuurorganisaties al drie keer met de staatssecretaris om de tafel om hem aan het verstand te peuteren dat hij echt de verkeerde weg inslaat. Maar bij het laatste overleg begin februari bekende Bleker dat hij de wet al in het kabinet had afgetikt en er geen ruimte meer was voor wezenlijke veranderingen. ‘Dit is gerommel. Ik heb nog nooit meegemaakt dat er een consultatieronde met maatschappelijke organisaties was terwijl het wetsvoorstel al in de ministerraad was geweest,’ zegt De Graeff, die toch al heel wat jaren meeloopt.
Schotse Hooglander op de bedreigde Tafelbergheide. Foto: Marco Okhuizen/HH
Het is niet de eerste keer dat de directeur van Natuurmonumenten het gevoel heeft dat er spelletjes met hem worden gespeeld. Hij wijst naar buiten, naar het Capitool achter het landhuis Schaep en Burgh. Daar had hij een gesprek met ambtenaren van Bleker over een ander heikel dossier: hoe het verder moet met de ecologische hoofdstructuur, het netwerk van natuurgebieden dat de Nederlandse natuur tot een geheel moet smeden. ‘Ik zei tegen Blekers ambtenaren dat we best willen nadenken over het ruilen van enkele van onze terreinen die buiten de ecologische hoofdstructuur liggen, met gebieden waar nu meteen iets moet gebeuren. Waar wij niet toe bereid zijn, is cash maken uit de natuur. Als dat beeld ontstaat, ebt het vertrouwen van onze leden en de mensen die ons erfenissen en giften geven, weg. Ik heb dat zeer nadrukkelijk gezegd met het verzoek dat aan de staatssecretaris over te brengen. Eerst werd ik door een onderhandelingspartner gebeld met de vraag: wat heb jij weggegeven? Toen kwam Bleker met een tekst waarin stond dat de verkoop van grond door organisaties als de onze tot de mogelijkheden behoort. Zo gaat dat dan, maar zo moet het niet gaan.’
Het gesteggel over de verkoop van gronden is deel van de strijd over het natuurakkoord met de provincies. Afgelopen september legde het Interprovinciaal Overleg zich daar na lange onderhandelingen met veel tegenzin bij neer. ‘Wij vonden en vinden het een waardeloos akkoord,’ zegt De Graeff. ‘Eigenlijk wordt de hele operatie ecologische hoofdstructuur ongeveer afgebroken. Er wordt maar de helft gerealiseerd van wat oorspronkelijk de bedoeling was. Ook is onvoldoende duidelijk of er genoeg geld is voor beheer van datgene wat er overblijft.’
Toch had het Interprovinciaal Overleg het idee dat een akkoord met deze staatssecretaris het maximaal haalbare was. Toen moest het nog naar de twaalf Provinciale Staten en naar de Tweede Kamer. Minister Donner waarschuwde: als een van de provincies niet tekent, hebben we geen akkoord. ‘Stoere taal, ongetwijfeld bedoeld om druk te zetten op alle afzonderlijke provincies dat ze zouden meewegen dat ze het voor de rest zouden bederven als ze hun handtekening weigerden,’ becommentarieert De Graeff. ‘Niemand had het verwacht, maar in Brabant besloten ze als eerste niet te tekenen. Vervolgens hebben de drie noordelijke provincies ook gezegd dat ze hun handtekening niet zetten. Volgens de redenering van Donner is het nu over en uit. Maar de politiek is lenig. Kamerlid Koopmans van het CDA heeft een motie ingediend die inhoudt dat het kabinet zaken moet doen met provincies die wel hebben getekend, daarmee implicerend dat de anderen buiten de overigens tamelijk beperkte prijzen vallen. Daar heb ik geen goed woord voor over. Je spreekt van tevoren iets met elkaar af. Nu het anders loopt dan ze denken, gaan ze de spelregels veranderen. Dat is wat er feitelijk is gebeurd, in een doorzichtig opzetje tussen staatssecretaris Bleker en zijn partijgenoot Koopmans.’
Vorige week sloot Bleker een nieuwe deal met het Interprovinciaal Overleg. Al is dit akkoord volgens Drenthe nóg beroerder, de provincies lijken er zich toch tandenknarsend bij neer te leggen. De Graeff zou ook een beetje opgelucht zijn als aan de patstelling een einde komt. ‘Niemand wist waar hij aan toe was. Alle projecten kwamen tot stilstand.’ Ook kan de directeur van Natuurmonumenten zich wel vinden in het principe dat de provincie een grotere verantwoordelijkheid krijgt voor het natuurbeleid. ‘Die staat toch iets dichter bij de natuur en de mensen die het betreft. Maar het is niet zo dat het Rijk zijn handen er helemaal vanaf kan trekken. Soms heb je het idee dat dat is wat ze het liefst willen. Maar zo simpel gaat dat niet, al was het maar omdat de ecologische hoofdstructuur het verbinden van natuurgebieden inhoudt die de provinciegrenzen overschrijden. Maar het woord verbindingen is überhaupt geschrapt uit de conceptteksten, zonder een letter te besteden aan de vraag wat dat betekent. Dat vind ik gewoon oneerlijk. Maak dan een duidelijke politieke keuze. Dan kunnen we daar een debat over hebben. Maar nu worden ze weggeschreven zonder enige inhoudelijke verantwoordelijkheid af te leggen. Dat stuit me tegen de borst.’
Sla erop
Het zijn felle woorden voor een man die het polderen in zijn bloed heeft. ‘Ik ben niet iemand die achter een belang aanloopt. Ik zoek steeds een synthese tussen meerdere belangen,’ zei hij in een interview bij zijn aanstelling als directeur van Natuurmonumenten in 2003. ‘Dat heb ik altijd gedaan, en het is nog steeds wie ik ben,’ zegt hij nu. ‘Toen ik bij VNO-NCW bezig was met het afsluiten van
de grote milieuconvenanten, werkte ik zo. In mijn tijd als dijkgraaf van Schieland was ik natuurlijk de vleesgeworden polder. Bij Natuurmonumenten wil ik opnieuw een bruggenbouwer zijn. Nederland is de polder. We moeten het samen op een priegelig oppervlak redden. Maar we leven nu in een gepolariseerd klimaat en daar moet ik soms aan meedoen. Dat is voor mij persoonlijk wel een lastige opgave. Ik heb me nog nooit in mijn loopbaan geuit over de kwaliteiten van bewindspersonen. Nu heb ik dat wel gedaan, onder andere in jullie profiel van Henk Bleker. Ik heb tegen hem gezegd dat hij organisaties als de mijne die zich traditioneel hebben ingespannen om bruggen te bouwen, nu in een positie manoeuvreert dat ze niet anders kunnen dan opponeren.’
Ook het Bronnenbos bij Ubbergen dreigt zijn beschemde status te verliezen. Foto: Flip Franssen/HH
Die opgedrongen rol is niet zonder gevaar voor De Graeff, want voor hij het weet vervreemdt hij een deel van de achterban van zich. ‘Natuurmonumenten is natuurlijk geen radicale club. Er zitten mensen met allerhande maatschappelijke opvattingen tussen. Ik heb twee stapeltjes brieven op mijn bureau liggen. Aan de rechterkant van mensen die zeggen: geef die Bleker en Rutte toch een kans, jullie zijn veel te radicaal. Ze doen hun beklag of zeggen op. Maar er is ook een stapel aan de linkerkant van mensen die zeggen: sla erop. Hier is een kabinet dat de natuur afbreekt, en jullie maar nette taal bezigen.’
Vorig jaar zei u dat Natuurmonumenten een scherper profiel moet krijgen en dichter bij de mensen moet staan.
‘Trouw zette mij op de eervolle negenennegentigste plaats van de duurzame top honderd. Daar stond bij dat Natuurmonumenten en ongetekende nu eindelijk zeiden waar het op stond. Duidelijker zijn we dus wel geworden. Wel worden we nog steeds vaak geframed als arrogante, afstandelijke lui die een hek om natuurterreinen zetten. Volstrekt ten onrechte. Maar ik vind dat wij die beeldvorming nog niet voldoende hebben gekanteld. We moeten doorgaan met het zoeken van contact met de mensen, ze invloed geven als het gaat om het beheer van onze natuurgebieden en enquêteren om te weten wat ze ervan vinden. Dan zal langzamerhand dat beeld veranderen.’
In de natuurverkenning die het Planbureau voor de Leefomgeving onlangs uitbracht staat dat…
‘Volkomen ten onrechte.’
Wat precies?
‘Maarten Hajer, de directeur van het Planbureau, komt met een verhaal dat natuur een feest is en goed voor het klimaat, de gezondheid en de economie, en dat natuurorganisaties dat eindelijk eens zouden moeten zien. Wat krijgen we nou? De verhalen die we al jaren vertellen en opschrijven en de dingen die we doen in onze natuurgebieden komen daar op neer. Ik neem het het Planbureau kwalijk dat onze terreinbeheerders in een paar bijzinnen worden weggezet als mensen die dat nog niet begrepen hebben. Dan denk ik: kom op Maarten, dat is misschien politiek opportuun voor je, maar het vertoont echt geen gelijkenis met de werkelijkheid. Daar word ik kwaad over, dat merk je wel, godverju.’
Elite-natuur
Het Planbureau schrijft dat natuurorganisaties de laatste jaren het accent te veel hebben gelegd op ecologische doelen en dat weinig mensen het beleid nog begrijpen. Natuurmonumenten is bezig met ‘elite-natuur’, sneerde ook Bleker. Bij de staatssecretaris wil het er niet in dat polders verzopen moeten worden en bossen gekapt om nieuwe natuur te scheppen. Bleker vindt vele boeren en burgers aan zijn zijde. Zo maakt actiecomité ‘Red ons bos’ zich er boos over dat bulldozers voor het mede door Natuurmonumenten bedachte plan Heiderijk gaten slaan in eindeloze bossen tussen Nijmegen en Mook.
Is Natuurmonumenten ook niet een beetje medeschuldig aan die beeldvorming? Klopt het dan niet dat er te veel accent is gelegd op ecologische doelen en te weinig op de beleving van de natuur door burgers?
‘Natuurlijk zit daar iets in. Maar ik maak echt bezwaar tegen “de laatste jaren” waar het Planbureau het over heeft. We liggen echt al een tijd op een andere koers. Dat kan ik bewijzen in woord en daad. Heiderijk ken ik niet goed. Maar in zijn algemeenheid kan ik zeggen dat als er bos is en wij vinden dat er hei moet komen, we eerst praten met de mensen in de streek. Als ze allemaal zeggen: dat willen we niet, moeten we het niet doen. Maar dat betekent niet dat alles altijd hetzelfde moet blijven. Veel eentonige bossen zijn door Natuurmonumenten omgevormd in gemengde met groot en klein en loof en naald, waardoor ze veel aantrekkelijker zijn geworden. Maar je moet het altijd in overleg en geleidelijk doen en nooit met het kapmes erin gaan zonder de mensen te raadplegen.’
De Graeff wijst uit het raam naar het landgoed dat zich daar ontvouwt. ‘Dat was vijf jaar geleden volstrekt dichtgegroeid. We hebben gezegd dat we het gingen restaureren. Daar hebben we uitgebreid over gesproken met alle mensen in de streek. Op een goed moment hebben we gekapt. Dat heeft geen commotie gegeven, en kijk eens hoe het er nu uitziet, een plaatje.’
Foto: Ivo van der Bent
Hoogleraar landschapsgeschiedenis Theo Spek zei in Vrij Nederland dat natuurbeheerders verder moeten schrijven aan de biografie van het landschap. Vanuit die gedachte verzette hij zich tegen nieuwe natuur die een heel landschap stript om er iets nieuws te scheppen.
‘Wat we bijvoorbeeld gedaan hebben op het eiland Tiengemeten kun je omschrijven als grootschalig strippen. Maar er is daar wel iets geweldig moois geboren waar ontzettend veel mensen plezier van hebben en waar zeer veel vogels komen. Het is maar net hoe je het vertelt. Je kunt ook opschrijven dat die verdomde natuurbeschermers met hun grote bulldozers daar zijn gekomen en de hele boel hebben platgeragd om nieuwe natuur te maken.’
Natuurmonumenten wilde toestaan dat er in het IJmeer gebouwd wordt, in ruil voor verbetering van de waterkwaliteit. Stel je dan niet ook de ecologische waarde boven de beleving van het open landschap?
‘Ik ben een van de krachten geweest achter het plan dat je een drieslag in de regio Amsterdam-Almere zou kunnen maken. Een grote opknapbeurt voor het IJmeer-Markermeer in combinatie met meer huizen en meer infrastructuur. Er ligt nu een IJmeer-Markermeer met een kwaliteit van niks. De waterkwaliteit is slecht en de vogelstand gaat achteruit. Niemand keek daarnaar om. In combinatie met de twee andere ontwikkelingen was dat een kans daar wat aan te doen. Ik sta daar nog steeds achter, maar door schade en schande wijs geworden, zeg ik wel dat groene baten voor de rode kosten uit moeten gaan. Anders weet ik wel hoe het gaat. Dan worden eerst de huizen gebouwd en blijkt er geen geld meer over te zijn voor de natuur.’
Actiegroep De Kwade Zwaan vindt dat Natuurmonumenten met de vijand collaboreert door zich neer te leggen bij de aantasting van het open landschap.
‘Laten we even reëel zijn. We hebben over een oeververbinding altijd gezegd: als die er moet komen, moet hij onder het water door. Dus geen brug. Dat uitzicht moet ongestoord blijven. Het stukje dat bij Almere buitendijks gebouwd zou worden, is vanaf de dijk bij Uitdam waar de Kwade Zwanen wonen een stipje aan de horizon.’
Was het dan voor jullie een conditio sine qua non dat die oeververbinding onder water kwam?
‘Natuurlijk, we zijn niet gek.’
Een blik in het archief leert dat die voorwaarde niet altijd even helder was. In 2005 legde Jan Jaap de Graeff in NRC Handelsblad uit waarom zijn vereniging geen bezwaar had tegen de bouw van een zes kilometer lange brug tussen Amsterdam en Almere, als de ecologische teloorgang van het IJmeer maar werd gestopt. ‘Je kunt heel mooie bruggen bouwen,’ zei hij toen. ‘Dat vind ik nog steeds,’ zegt hij nu. ‘Maar het debat is daarna doorgegaan van weerszijden. En op dit punt hebben we onze positie aangescherpt.’
Hard tegen hard
Al heeft Natuurmonumenten niet louter vrienden en dreigt de grote afbraak van het natuurbeleid, De Graeff blijft welgemoed. ‘Ik heb een geweldige baan. Het gaat over iets wat mij zeer na aan het hart ligt. Ik heb nog nooit een omgeving meegemaakt waar zo veel verschillende mensen van zo veel kwaliteiten zitten. Honderd jaar tegenwind zorgt voor heel veel creativiteit. Maar het is niet makkelijk om deze club aan te sturen en de emoties te kanaliseren. De groene wereld kan ook zeer hard zijn.’ Op de complexiteit van zijn job heeft hij zich wel wat verkeken, geeft De Graeff toe.
‘Natuurmonumenten is deels ongelooflijk zakelijk. Ik leid een grote organisatie die gaat over grond en steen, over kopen en pachten. Aan de andere kant is het een handel in emotie. Wat is natuur? Waar moet het heen? Wat vind je van de jacht? De mensen zijn enorm betrokken, maar ook heel moeilijk stuurbaar. Een hier door mij geïntroduceerd grapje is: een besluit is een hinderlijke interruptie van een discussie. Het tweede waar ik mij op verkeken heb, is dat je hier je eigen kost moet verdienen. Je moet je inkomsten en ook je ledenaantallen op peil houden, en dat lukt niet goed op dit moment. Dat vind ik zelf ook moeilijk. Marketing is geen onderdeel geweest van mijn loopbaan. Als iemand bij mij komt met een marketingplan, dan kan ik intellectueel controleren of het klopt, maar ik heb geen gevoel of het werkt.’
Voelt u zich verantwoordelijk voor het ledenverlies?
‘Ja, soms meer dan goed voor me is. Voor een deel kan ik er weinig aan doen. Mensen worden minder makkelijk lid van iets dan vroeger. Ze binden zich minder, dat is een gegeven. De hele politieke aandacht voor het thema natuur is ook minder geworden, en er is natuurlijk de economische crisis. Dat verklaart ons verlies tot op zekere hoogte, maar niet helemaal. Waar zitten nu de knoppen waar je aan kan draaien? En is het niet zo dat als je zo lang gestegen bent een zekere afname ook wel weer te overzien is? Dat is een ongelooflijk lastig vraagstuk. Ik denk zelf dat het grote aantal vaste leden dat we in het verleden gekend hebben, bijna een miljoen, niet meer terugkomt. Ik denk dat we het veel meer zullen moeten hebben van incidentele giften, voor een bepaald doel of periode.’
Heeft u een idee aan welke knoppen u kan draaien?
‘Wij moeten in de eerste plaats weer duidelijk maken wie we zijn en waar we voor staan en dat we geen onderdeel van de overheid zijn. We moeten meer dan voorheen de harten van de mensen raken. Dat lukt je niet met een technische benadering. Ook niet door te zeggen dat je bij ons kan fietsen en wandelen. Dan ben je niet beter dan het eerste het beste plantsoen. Die harten raak je wel door altijd te vertrekken vanuit wat de mensen die hier werken zo na aan het hart ligt: de verwondering en fascinatie voor de natuur.’
Prutsen met een beekje
Die fascinatie had De Graeff zelf van jongs af aan. ‘Een van mijn eerste beelden uit mijn kinderjaren is dat ik bij een chalet in Zwitserland aan het prutsen was met een beekje. Ik herinner mij ook dat ik als jongetje van zeven bij Verbier een berg omhoog moest. Toen ik halverwege de beklimming begon te hyperventileren, kreeg ik een enorme klap van mijn vader die vond dat ik mij aanstelde. Soms lig je dan voor de rest van je leven op de bank bij de psycholoog, maar voor mij was dat het einde van elke weerstand. Sindsdien heb ik het lopen in de bergen altijd fantastisch gevonden.’
De Graeff, afkomstig uit een Leidse familie van juristen en artsen, studeerde waterzuivering in Wageningen. Maar dat vak was hem toch te technisch. ‘Waterzuivering speelt zich vooral af in laboratoria. En alles wat ik in mijn handen heb, laat ik vallen. Ik kon heel goede verslagen schrijven, maar ze gingen meestal nergens over.’ Daarom verdiepte hij zich in zijn afstudeerfase ook in bedrijfskunde en recht. Hij schreef een boek in het milieurecht en kwam bij de Wetenschappelijke Raad voor de Regering terecht. Als ambtenaar bij Neelie Kroes hield hij zich bezig met de waterkwaliteit. Later was hij negen jaar dijkgraaf van Schieland en moest hij zorgen dat ze in de polder bij Rotterdam droge voeten en zuiver water hielden. Als voorzitter van de Unie van Waterschappen was hij op het afscheid van zijn voorganger Frans Evers bij Natuurmonumenten. Toen hij daar over de met bomen omzoomde laan liep, dacht hij: dat is een mooie baan. En alsof het in een vloek en een zucht is verstreken, begint het einde van zijn carrière nu alweer in zicht te komen.
Nog een laatste ambitie?
‘Toen ik hier kwam, zei ik: Natuurmonumenten is een nestje waar vanaf oprichter Jac Thijsse allemaal takjes bij zijn gelegd. Als ik er nog een paar bij heb gelegd en het iets mooier en rijker kan achterlaten dan ik het gevonden heb, ben ik tevreden. Verwacht van mij geen heroïsche daden, zo zit ik niet in elkaar. Dat was als dijkgraaf ook niet zo. Daar was ik ook de zeventigste vanaf het jaar 1273. Wat ik wel graag wil, is dat we meer spreken namens de mensen die ons steunen, losser staan van de overheid en meer onze eigen centjes verdienen door ook wat te gaan ondernemen. Wat ik voor ogen heb, is een zelfstandiger en zelfbewuster Natuurmonumenten dat midden in de samenleving staat. Als dat op de rails staat, stop ik er een keertje mee.’
Is het nu niet wat te optimistisch om te denken dat u er in deze tijd nog takjes bij kunt leggen?
‘Ik vind het een heel bedreigende en slechte tijd. Het is ongelooflijk oppassen dat het natuurbeleid niet wordt afgebroken, ook al omdat de effecten van de bezuinigingen niet onmiddellijk zichtbaar zijn. Als je een orkest niet meer betaalt, houdt het gelijk op met spelen.’ De Graeff wijst naar buiten. ‘Het orkest van de natuur speelt nog wel een tijdje door. Alhoewel het niet makkelijk is, blijf ik strijdbaar en opgewekt. Als ik hier ga zitten sippen, schiet niemand daar iets mee op.’
Over Tomas Vanheste
Tomas Vanheste (1968) werkt sinds 2001 als freelancer en vanaf 2004 als vaste redacteur bij Vrij Nederland. Hij schrijft over kwesties op het gebied van wetenschap, milieu en ruimtelijke ordening en interviewt grote denkers.