Vrij Nederland Interview Kathleen Ferrier

‘Ik spring niet door elke hoepel’

Door Thijs Broer

Foto: Joost van den Broek Foto: Joost van den Broek

Interview Kathleen Ferrier

‘Ik spring niet door elke hoepel’

Door Thijs Broer

Kathleen Ferrier, dissident tegen wil en dank in de CDA-fractie, vertrekt uit de politiek. Voor het eerst lucht zij haar hart.

Toen Geert Wilders op zaterdag 21 april wegliep uit het Catshuisoverleg, voelde niemand zich zo bevrijd als CDA-Kamerlid Kathleen Ferrier. ‘Het was een moment van intense opluchting. In het Catshuis waren de onderhandelaars net overeen gekomen dat er in 2013 vijfhonderd miljoen van het budget voor ontwikkelingssamenwerking af zou gaan, en in de jaren daarna zevenhonderdvijftig miljoen per jaar. Ik had die ochtend in een e-mail aan mijn fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma en aan partijvoorzitter Ruth Peetoom laten weten dat ik onmogelijk met die bezuiniging akkoord kon gaan. Ik maakte me al op voor een herhaling van het scenario van 2010: wéér een hevig conflict in de fractie, wéér de vraag: wijs ik het hele akkoord af? Kom ik alleen te staan? Blijf ik in de Kamer of vertrek ik? En als ik niet vertrek, hoe geloofwaardig ben ik dan? Toen het bericht kwam dat Wilders de boel had opgeblazen, was ik bij een EO-viering in de Jaarbeurs in Utrecht. Ik wist niet wat ik hoorde. Opeens viel alle spanning van me af.’

De laatste twee jaar in de Tweede Kamer waren niet de makkelijkste voor Kathleen Ferrier. Door haar verzet tegen de samenwerking van het CDA met de PVV tijdens de kabinetsformatie werd ze opeens publiek bezit als ‘dissident’ in haar partij, samen met Ad Koppejan. Ze werd geprezen om haar moed, maar ook verguisd om haar vermeende gebrek aan loyaliteit. Toen het kabinet er eenmaal was en Ferrier in de Kamer bleef, kon ze het voor niemand meer goed doen. Terwijl er verhalen gingen over hoe ze onder druk werd gezet in de CDA-fractie, klonk er aanhoudende kritiek van buiten: waarom liet ze niet vaker van zich horen als Wilders zich misdroeg of als het CDA instemde met hardvochtig asielbeleid? Wat bleef er over van haar mooie principes?

In een deftig hotel in Utrecht blikt Ferrier met Vrij Nederland voor het eerst terug op de moeilijkste periode in haar politieke leven. ‘Ik werd beschouwd als potentiële lafaard óf als potentiële verrader,’ zegt ze. ‘Ondanks al die verwijten vind ik zelf dat ik fier overeind ben gebleven.’

In mei maakte u bekend na de verkiezingen niet meer beschikbaar te zijn voor de Kamer. Was dat uw eigen beslissing?
‘Ja. Tien jaar in de Kamer is genoeg. Het is tijd om plaats te maken.’

Als partijvoorzitter Ruth Peetoom een dringend beroep op u had gedaan om in de Kamer te blijven, was u dan wel beschikbaar geweest?
‘Als de partij een dringend beroep op me doet, neem ik dat altijd serieus.’

Maar dat is niet gebeurd.
‘Nee.’

Uw mededissident Ad Koppejan wilde wel op de lijst. Maar hij bedankte toen hij plaats 19 kreeg.
‘Dat is heel verdrietig voor Ad, hij is een zeer toegewijd Kamerlid. Ik ben ook teleurgesteld. Een prominente plaats op de lijst voor Ad had grote symbolische betekenis kunnen hebben: dat er in het CDA ruimte is voor een ander geluid. Maar die keuze is niet gemaakt.’

'Ik werd beschouwd als potentiële lafaard óf als potentiële verrader'

Op dinsdag 31 augustus 2010 barstte de bom. Maxime Verhagen en Mark Rutte waren op dat moment al weken aan het onderhandelen met Geert Wilders over een kabinet met gedoogsteun van de Partij voor de Vrijheid. Kathleen Ferrier en Ad Koppejan, die al in juni hadden laten weten grote bezwaren te hebben tegen samenwerking met de PVV, hadden een voorbehoud gemaakt bij het begin van de onderhandelingen. ‘Daardoor was het van meet af aan duidelijk dat wij misschien niet akkoord zouden gaan. Eind augustus werden Ad en ik ons er steeds meer van bewust dat het de verkeerde kant op ging. Het was een enorme spagaat. Daarom vroegen we een vertrouwelijk gesprek aan met de onderhandelaars Maxime Verhagen en Ab Klink en met Henk Bleker, toen interim-partijvoorzitter. Maar tot onze stomme verbazing riepen ze meteen een speciale fractievergadering bijeen. Wij wisten niet dat Ab Klink op hetzelfde moment óók had verklaard tegen verdere gesprekken met Wilders te zijn. Bijna de hele fractie keerde zich tegen ons. Opeens stonden we bekend als de drie dissidenten, terwijl we dat helemaal niet hadden gewild. We wilden het oplossen binnen de fractie.’

Volgens betrokkenen reageerde Verhagen met huilbuien en slaande deuren. Bleker suggereerde dat u uit de partij zou worden gezet, Piet Hein Donner dreigde ermee dat u uw Kamerzetel zou moeten opgeven. Kloppen die verhalen?
‘Ja. Er heerste paniek. We werden van alle kanten onder druk gezet.’

Was het dreigement van Donner in strijd met het staatsrecht?
‘Ja. Wat Piet Hein zei kón helemaal niet. Wij zijn niet akkoord gegaan met de suggestie dat we de Kamer zouden moeten verlaten. Ik spring niet door elke hoepel.’

Uiteindelijk koos u er toch voor het eindresultaat van de onderhandelingen af te wachten. Heeft u nog overwogen op eigen kracht verder te gaan in de Kamer?
‘Nee, geen moment. Ad en ik hadden net zo veel recht van spreken als de anderen in de fractie. Daarom heb ik ook niet de weg van de minste weerstand gekozen en mijn zetel ter beschikking gesteld. Bovendien: het kabinet zou er toch wel komen, met de steun van de SGP. Ad en ik hebben besloten ons neer te leggen bij de wens van de meerderheid op het partijcongres in oktober. Zo werkt het in de democratie. In een brief aan de fractie, een “handreiking”, hebben we wél duidelijk gemaakt dat we de uitvoering van het regeerakkoord kritisch zouden volgen, in het bijzonder wat betreft de gelijkwaardigheid in onze kleurrijke samenleving, het sociale en het groene gezicht van de partij. Ik wist waar ik aan begon.’

Dat klonk mooi, maar in de praktijk heeft u anderhalf jaar lang altijd met de fractie meegestemd.
‘Wij hebben altijd gezegd: onze doelen bereiken we het best ín de fractie. Onderschat niet welke preventieve werking van onze opstelling is uitgegaan.’

Toen het gedoogkabinet aan het werk ging, klonk al snel het verwijt dat er van u en Koppejan nauwelijks meer een kritisch geluid werd vernomen.
‘Dat heb ik vaak te horen gekregen, ook uit mijn eigen achterban. Maar als Kamerlid kun je je werk veel effectiever doen in stilte, binnen de fractie.’

Maar er is toch ook zoiets als uw moreel gezag als volksvertegenwoordiger?
‘Een moreel appèl is mooi, maar als het je doelen in de weg zit, wat heb je er dan aan? Je kan je moreel gezag ook op een andere manier tot uiting laten komen, door de doelen die je binnen de fractie bereikt. Dat is meer waard dan het grote publiek laten zien hoe dapper je bent.’

Wat heeft u dan binnen de fractie voor elkaar gekregen?
‘Ad en ik hebben bijvoorbeeld met een paar anderen in de fractie gezorgd voor belangrijke aanpassingen in de nieuwe Bijstandswet. Door de huishoudtoets zouden gezinnen met meerdere bijstandsuitkeringen onder het bestaansminimum terecht kunnen komen. Wij hebben geregeld dat die gezinnen bij de gemeenten bijzondere bijstand kunnen krijgen. Het ontwikkelingsbudget staat nog steeds op 0,7 procent van het BNP. We hebben bij minister Leers bedongen dat illegaliteit niet strafbaar wordt gesteld maar alleen als overtreding wordt aangemerkt. En we hebben ervoor gezorgd dat Mauro, de Angolese asielzoeker, in Nederland mocht blijven.’

U heeft geroepen dat Mauro niet mocht worden teruggestuurd. Uiteindelijk heeft het CDA ervan gemaakt dat hij mocht blijven als hij een studiebeurs zou aanvragen. Maar dat mocht hij toch al. Dat is toch een sigaar uit eigen doos?
‘Wij hebben ervoor gezorgd dat hij zijn aanvraag voor een studiebeurs in Nederland mag afwachten, en niet in Angola. Dat was geen sigaar uit eigen doos.’

Een hele serie andere omstreden maatregelen van dit kabinet heeft u wel geslikt. Zoals de bezuiniging op passend onderwijs. U heeft zelfs een motie van uw eigen congres om die bezuiniging te vertragen, genegeerd.
‘De VVD wilde vijfhonderd miljoen bezuinigen op het passend onderwijs, door de inzet van het CDA is het driehonderd miljoen geworden. En wat die vertraging betreft: die wilden wij ook, maar daar kan je alleen voor pleiten als je weet waar je het geld dan wél vandaan haalt. Ik werk niet mee aan het uitschrijven van ongedekte cheques. Uiteindelijk is dat uitstel er trouwens wel gekomen.’

U heeft de afgelopen twee jaar een paar keer in het openbaar kritische dingen gezegd over de samenwerking met de PVV. Bijvoorbeeld toen Maxime Verhagen had betoogd dat de vrees voor buitenlandse invloeden begrijpelijk en terecht zou zijn. Maar daarna was het meteen weer stil. Op wat voor manieren bent u onder druk gezet om uw mond te houden?
‘De afdeling voorlichting van de fractie maakte duidelijk dat ik goed moest nadenken over de effecten van wat ik zei. Ik heb erop gewezen dat ik daar wel degelijk over nadacht, dat ik mijn eigen geluid liet horen, en dat ik daar van de partij begrip voor verwachtte.’

Foto: Henk Braam/HH Foto: Henk Braam/HH

Vanaf het begin van de laatste kabinetsperiode gingen er al verhalen over de manier waarop Ferrier binnen de CDA-fractie werd gemangeld. De wrange grap ging zelfs rond dat er snel op het knopje werd gedrukt als ze met een stapel dossiers naar de lift kwam rennen. De verhalen over pesterijen, erkent Ferrier, waren niet uit de lucht gegrepen.

Kunt u zelf voorbeelden geven van zulke pesterijen?
‘Toen ik had gezegd dat Sybrand van Haersma Buma in het debat over de regeringsverklaring meer afstand tot Wilders had moeten nemen, stond de volgende dag meteen in De Telegraaf dat de CDA-fractie mij spuugzat zou zijn. Anonieme fractiegenoten noemden me “narcistisch” en “een ongeleid projectiel”. Zoiets is niet leuk. Op zulke laffe acties kan je maar op één manier reageren: zwijgen en erboven staan.’

En verder?
‘Pesterijen zitten vaak in kleine dingen die moeilijk te bewijzen zijn. Ik zat bijvoorbeeld namens het CDA in een internationale assemblee van parlementariërs. Bij de laatste jaarvergadering was ik gekozen als speciale rapporteur over duurzame ontwikkeling. Met een Algerijnse collega had ik een resolutie voorbereid, die ik op de volgende bijeenkomst moest verdedigen. Ik had daar erg veel tijd in gestoken. Maar uiteindelijk kreeg ik van mijn fractiebestuur geen toestemming om erheen te gaan. Ik dacht: ze gúnnen het me gewoon niet. Dat vond ik heel erg moeilijk.’

Heeft u het gevoel dat Sybrand van Haersma Buma, nu partijleider, u voldoende heeft gesteund?
Stilte. ‘Je weet hoe vluchtig politiek is, het is altijd zoeken naar een precair evenwicht. Dat is wel eens lastig geweest.’

U heeft de afgelopen twee jaar onder enorme spanning gestaan. Wat waren voor u de meest emotionele momenten?
‘Ik ben van nature een opgewekt mens. Ik heb al die tijd geen enkele keer gehuild. Behalve toen Twan Huys me vlak voor een uitzending van Nieuwsuur vroeg of ik vaak aan mijn vader moest denken. Mijn vader is altijd erg belangrijk voor me geweest. Als president van Suriname heeft hij laten zien hoe belangrijk moreel gezag in de politiek is. Dat gezag mis ik momenteel wel in politiek Den Haag. Het gaat om meer dan jezelf. Mijn vader is in januari 2010 overleden. De afgelopen twee jaar heb ik heel vaak gedacht: wat zou hij vinden van wat ik nu doe? Dus toen Twan Huys die vraag stelde, kwamen de tranen. Een ander emotioneel moment was bij het CDA-congres waar gestemd werd over de samenwerking met de PVV. Toen aan het eind het Wilhelmus gezongen werd, “Mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God mijn Heer”...’
Plotseling wellen er tranen op in haar ogen. ‘Sorry.’ Stilte.

Waarom wordt u daar zo door geraakt?
‘Het was een ontzettend heftige periode, met eenzame momenten. Door die woorden, “mijn schild ende betrouwen”, ben ik me er altijd weer van bewust dat je er uiteindelijk niet alleen voor staat.’

'Ik dacht: ze gúnnen het me gewoon niet. Dat vond ik heel erg moeilijk.'

Vindt u dat u gelijk hebt gekregen met uw verzet tegen samenwerking met de PVV?
‘Ik wil niet triomfantalistisch doen, maar er is wel gebleken dat die samenwerking het land en de partij geen goed heeft gedaan. Voor de internationale reputatie van Nederland is het erg slecht geweest. En de partij staat nu in sommige peilingen op twaalf zetels, bijna een halvering. Het CDA heeft nu onder leiding van Ruth Peetoom weer voor een middenkoers gekozen. Daar hoort de christen-democratie ook thuis: de partij moet mensen binden, zeker in deze tijd van polarisatie. Maar die koers moeten we wel vasthouden.’

Hoe voelt het om nu te vertrekken uit de Tweede Kamer?
‘Ik ben na al die jaren opeens niet meer verantwoordelijk voor de uitspraken van anderen. Dat is een prettig gevoel. Er ligt opeens een hele wereld open. Het is ook een proces van loslaten. Tien jaar lang heb ik meer tijd doorgebracht in de Kamer dan in mijn eigen huis. In de Kamer heb ik een band gekregen met dierbare mensen, vooral met mijn medewerkers, de bodes, de beveiliging, het personeel in het restaurant. Juist die dagelijkse contacten zal ik missen.’

Wat is het belangrijkste dat u in al die jaren hebt bereikt?
‘Ik heb eraan kunnen bijdragen dat de visie op ontwikkelingssamenwerking is veranderd. Toen ik in de Kamer kwam, stond de ontwikkelingssamenwerking al onder druk. Steeds vaker werd de vraag gesteld: hoe effectief is die hulp eigenlijk? Wat hebben we eraan? In 2006 heb ik in mijn boek Armoede – de angel in onze rijkdom uiteengezet dat de ontwikkelingssamenwerking aan een fundamentele heroriëntatie toe is. Ontwikkelingslanden zijn veel mondiger geworden. Landen als Brazilië en India zijn niet langer afhankelijk van het Westen, ze ontwikkelen zich tot geduchte concurrenten. Maar het superioriteitsgevoel in de westerse wereld zit erg diep. We moeten af van het paternalisme dat de ontwikkelingshulp heel lang heeft gekenmerkt. Samenwerking op basis van gelijkwaardigheid is noodzaak geworden. De ideeën die ik in mijn boek heb ontvouwd, werden Kamerbreed ondersteund. Daar ben ik trots op.’

Wat waren uw mooiste momenten?
‘Dat waren de momenten dat ik mensen mee kreeg voor mijn ideeën. En misschien ook dat de Mexicaanse regering me afgelopen jaar de Azteekse Adelaar heeft toegekend, de hoogste onderscheiding die Mexico kent, voor de manier waarop ik me in de Nederlandse politiek heb ingezet voor de democratie en voor Zuid-Amerika. Alleen al die naam: de Azteekse Adelaar!’

06-07-2012