VN MediagidsHoog bezoek in Kamp Holland
De minister van Defensie en de stafchef van de krijgsmacht bezochten vorige week Uruzgan. Bij de militairen ter plaatse overheerst scepsis over het welslagen van de missie.
Het is een mooi tafereel tijdens de helikoptervlucht van kamp Deh Rawod naar de basis in Tarin Kowt. We scheren op twintig meter boven het maaiveld langs de bergkammen en zandduinen van Uruzgan. Links van mij zit Femke Halsema, fractievoorzitter van GroenLinks, gehuld in scherfwerend vest en stalen helm. Ze kijkt glunderend uit het raampje. Op rechts generaal Peter van Uhm, de hoogste militaire baas van Nederland: de benen gestrekt, helm over zijn ogen getrokken en zijn handen over de buik gevouwen. 'Nergens kan ik zo goed slapen,' zegt Van Uhm na de landing, 'als in een helikopter of een vliegtuig.'

Drie dagen zijn ze in Afghanistan: Van Uhm, Halsema, en Defensie-minister Eimert van Middelkoop. Om opnamen te maken voor de talkshow Pauw en Witteman. Om de manschappen toe te spreken. Om medailles uit te reiken. En om poolshoogte te nemen van de situatie in het gebied. 'Zo'n bezoek is vreselijk belangrijk,' benadrukt minister Van Middelkoop bij herhaling, soms tot vervelens toe. 'We moeten de mannen hier laten zien dat we ze steunen, dat we trots op ze zijn.'
Die steun is hard nodig, want makkelijk hebben de Nederlanders het niet in Afghanistan. Dat wordt meteen duidelijk op de basis in Kandahar. We krijgen een 'briefing' van de commandant van de Nederlandse luchtmacht ter plaatse, kolonel Anton den Drijver. De commandant vertelt dat het voor zijn manschappen de drukste zomer is sinds de ISAF-missie in Afghanistan begon. In juni stonden ze maar liefst vijfendertig keer aangetreden voor een eerbetoon aan een omgekomen ISAF-soldaat: het hoogste aantal sinds het begin van de operatie.
En dat zijn alleen nog maar de militairen - een veelvoud aan burgers en opstandelingen is gesneuveld in de strijd. De sheets die de kolonel laat zien, geven een klinische opsomming van het dagelijkse strijdtoneel. 'Vuurcontact: 7 burgers gewond, 12 opstandelingen gedood, 1 ISAF-militair gedood.' 'Bombardement: 10 burgers gewond, 27 opstandelingen gedood, 3 ISAF-militairen gewond.'
Vanuit Kandahar zetten we in een Canadees propellervliegtuigje koers richting Tarin Kowt ('Tie Kee'). Hier, in het hart van het Nederlandse missiegebied, is het de afgelopen maanden relatief rustig geweest. Dat wil zeggen: sinds april zijn er geen Nederlandse slachtoffers meer gevallen. Wat niemand op dat moment kan bevroeden, is dat enkele dagen later opnieuw een militair zal sneuvelen: in de Baluchi-vallei reed de eenentwintigjarige soldaat eerste klasse Jos ten Brinke op een bermbom.
Timide
De rolverdeling binnen ons gezelschap is duidelijk. Minister van Middelkoop spreekt de troepen toe terwijl ze netjes in het gelid staan. De portee van zijn stump speech: Den Haag is trots op jullie, jullie doen belangrijk werk, we boeken vooruitgang. Generaal Van Uhm is voor de tweede keer in Tarin Kowt sinds zijn zoon Dennis hier in april om het leven kwam. Hij betoont zich een echte troepenman: hij praat met de manschappen, van hoog tot laag, en dist smakelijke anekdotes op uit zijn lange militaire carrière. Femke Halsema discussieert met militairen. Nee, ze heeft echt niets tegen de soldaten hier. Sterker nog, ze bewondert hun moed en vakkundigheid. Waar ze wél tegen is, is het politieke besluit om troepen te legeren in Urzugan.

Op Tarin Kowt lopen nog een vijftiental types rond die er overduidelijk niet thuis horen. Het is de crew van Pauw en Witteman, die hier hun talkshow opnemen. Het contrast tussen de twee anchor men is frappant. Jeroen Pauw banjert rond als een jongetje op schoolreis, camera om de nek en blik op nieuwsgierig. Witteman is enigszins timide en laat de grappen over zijn inmiddels befaamde vliegangst rustig over zich heen komen. Het enige dat de beide mannen gemeen lijken te hebben, is hun kledij: een witte linnen broek met lichtbruine Palladium-schoenen.
Een uur na aankomst op de basis in Tarin Kowt sta ik in de open klep van een pantserrupsvoertuig en kijk mijn ogen uit. We zijn op weg naar het stadje Tarin Kowt, waar minister Van Middelkoop een bezoek brengt aan de gouverneur van Uruzgan. Op straat is het een drukte van jewelste. Afghanen sleutelen aan motoren; voor hun krakkemikkige hutjes liggen grote stapels watermeloenen. Sinds de komst van de Nederlanders, vertellen de militairen, is er meer bedrijvigheid in Tarin Kowt. Maar is het ook veiliger geworden? Ze betwijfelen het. We verplaatsen ons in een colonne van tien voertuigen met tot de tanden toe gewapende militairen. Op de compound van de gouverneur kan de minister pas uitstappen nadat overal op strategische plekken scherpschutters zijn gaan zitten.
Heterdaad
Terug in het kamp ben ik aangenaam verrast door de openhartigheid waarmee de militairen (manschappen én officieren) over de missie praten. Toch is het gevoel dat na al die gesprekken overheerst: het gaat niet goed. Alle mooie verhalen over opbouwwerk ten spijt zijn de Nederlandse militairen de meeste energie kwijt aan het handhaven van de status quo. Ze vechten tegen een vijand die geen scrupules kent, zij aan zij met Amerikanen die door hun vaak hardhandige optreden weinig vrienden maken bij de lokale bevolking. Als NAVO-militairen moeten ze zich aan een eindeloze reeks regels en voorschriften houden, terwijl de taliban zich helemaal nergens iets aan gelegen laat liggen.

De Nederlanders mogen dan betere wapens hebben en gepantserde voertuigen - toch is het een ongelijke strijd. Is dat alles een reden om de missie als mislukt te beschouwen? vraag ik. Nee, zeggen de militairen. We zijn hier om te voorkomen dat het erger wordt, en dat is ook belangrijk. Maar kan de politiek alsjeblieft ophouden te doen alsof er vooruitgang geboekt wordt in Afghanistan?
Het grootste probleem in Uruzgan is misschien wel de ongrijpbaarheid van de vijand. Een onderofficier in Deh Rawod legt het me helder uit. We staan getweeën in de brandende zon op de noordwal van het kamp, terwijl minister Van Middelkoop verderop aan de zoveelste briefing wordt onderworpen. 'De taliban op heterdaad betrappen lukt bijna nooit,' zegt de onderofficier. 'En we kunnen ook niet zomaar gaan schieten. Stel, ik zie in de verte een man met een baard in de grond wroeten. Is dat een taliban die een bermbom legt? Of een boer die zijn land bewerkt? Je weet het niet.' Hij kijkt in de richting van de akkers langs de rivier de Helmand. 'Wij gaan de strijd tegen de taliban niet winnen,' zegt hij. 'De bevolking zal het moeten doen.'
Buiten het kamp, onderweg.
Lezersoproep
U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.
