VN MediagidsHoe noemen we het kabinet?
Politiek / Haagse streken / formatie 11.10.2010

Mark Rutte heeft gezegd dat zijn ploeg ‘het kabinet Rutte-Verhagen’ gaat heten. Maar ook al ben je premier, de naam van je kabinet heb je niet zelf in de hand. Die wordt bepaald door de spraakmakende gemeente van politici, spindoctors en journalisten - een verre van democratisch proces. En de kans dat Rutte’s wens wordt gehonoreerd, is klein.
Hoe vaak heet een kabinet naar de premier én de vice-premier? Voor zover ik weet alleen kabinet Schermerhorn-Drees (de eerste regering na de Duitse bezetting) en het kabinet Van Agt-Wiegel (dat opereerde onder vergelijkbare omstandigheden: krappe meerderheid, dissidenten bij het CDA, fikse bezuinigingen voor de boeg). Dat was tussen 1977 en 1981. Maar toen er in 1982, 1986 en 1989 opnieuw tweepartijenkabinetten aantraden, heetten die helemaal niet Lubbers-Van Aardenne, Lubbers-De Korte of Lubbers-Kok. Nee, het was gewoon Lubbers-I tot en met III. De opvolger van Lubbers, Wim Kok, had helemaal pech: hoewel hij acht jaar premier was, zijn zijn kabinetten niet de geschiedenis ingegaan als Kok-I en II, maar als Paars-I en II.
Jan Peter Balkenende slaagde er vervolgens wél in zijn kabinetten naar zichzelf genoemd te krijgen. Mooi, zal hij aanvankelijk gedacht hebben. Maar al snel werd dat juist pijnlijk, omdat het ene kabinet na het andere sneuvelde. Vier naar jezelf genoemde kabinetten in acht jaar tijd is ook niet zaligmakend.
Vermoedelijk dus geen ‘kabinet Verhagen-Rutte’. Hoe zit het met de andere benamingen die de afgelopen maanden circuleerden? ‘Wilders-I’, zoals de PvdA consequent schijnt te gaan zeggen? Aardig voor de polarisatie, maar feitelijk onjuist. ‘Bruin-I’, gepromoot door het Amsterdamse PvdA-raadslid Geke van Velzen? Insinuerend en volkomen misplaatst. Hetzelfde geldt voor de variant ‘knetterbruin’. Ook de benamingen die betrekking hebben op het hoge oude mannengehalte van deze regering (‘rollatorkabinet’, ‘mastodontenkabinet’) zijn wat aan de makkelijke kant en komen niet in aanmerking.
De beste omschrijving lijkt me eigenlijk: ‘kabinet Rutte-Verhagen-Wilders’. Want als er één ding duidelijk werd bij de presentatie van het regeer- en gedoogakkoord, is het dat Geert Wilders enorme invloed gaat krijgen op het kabinetsbeleid. De geest van Wilders waart door het akkoord, dus waarom niet ook in de naam?
Er is alleen één probleempje: het is een nogal lange naam. (Het vijfpartijenkabinet van Joop den Uyl werd niet voor niets uitsluitend naar de premier genoemd.) Daarom opteer ik voor ‘het kabinet-RVW’, zoals gemunt afgelopen zaterdag door Marc Chavannes in NRC Handelsblad: kort, kittig en doet denken aan spannende topografische afkortingen in het buitenland als BHV (Brussel-Halle-Vilvoorde) en NRW (Noord-Rijn Westfalen).
Is het kabinet tenminste in één aspect een beetje internationaal.
Lezersoproep
U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.
