VN MediagidsHoe gaat Bert Koenders het tij keren?
Bert Koenders, PvdA-minister voor Ontwikkelingssamenwerking, staat onder druk. Kritische rapporten en politieke meningsverschillen dreigen de maatschappelijke consensus onder zijn budget weg te slaan. Hoe gaat hij het tij keren?
'Ik ben blij dat het debat er is,' zegt Bert Koenders zeker vier keer tijdens ons gesprek. 'Het debat', daarmee doelt de minister op de discussie over de zin van ontwikkelingshulp, die sinds dit najaar gevoerd wordt op opiniepagina’s en in de politieke arena. De afgelopen maanden verscheen er een aantal scherpe rapporten over de besteding van ontwikkelingsgeld. De inspectiedienst van Koenders’ eigen ministerie leverde stevige kritiek op het Nederlandse Afrika-beleid van het afgelopen decennium. Een club uit onverdachte hoek, het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks, schreef een brochure met als titel ‘De falende staat van ontwikkelingssamenwerking?’. En onlangs verscheen het boek De crisis-caravaan, waarin journaliste Linda Polman een onthutsend beeld schetst van de noodhulpindustrie in Afrika. Allemaal koren op de molen van De Telegraaf, die de minister graag aanduidt als 'Dagobert Koenders'.
Het meeste opzien baarde het VVD-Kamerlid Arend-Jan Boekestijn met zijn pleidooi om het Nederlandse budget voor ontwikkelingssamenwerking te halveren omdat ons geld toch alleen maar zou verdwijnen in de zakken van corrupte Afrikaanse machthebbers. Boekestijn krijgt in de Tweede Kamer vooralsnog alleen steun van de PVV en Rita Verdonk, en tijdens het begrotingsdebat van ontwikkelingssamenwerking in de Tweede Kamer kreeg hij er stevig van langs. Maar hij heeft wel een oude Haagse consensus doorbroken: al decennia lang steunen de middenpartijen CDA, PvdA en VVD stilzwijgend de afspraak dat Nederland 0,8 procent van het bnp afdraagt aan ontwikkelingshulp. (Uit een recent onderzoek van bureau Motivaction bleek dat vierenzestig procent van de Nederlanders de hoogte van het ontwikkelingsbudget steunt – al vindt slechts zeventien procent dat het geld goed wordt besteed.)
Bert Koenders is not amused door de aanvallen van Boekestijn. ‘Toen de VVD in de regering zat,’ zegt hij op zijn werkkamer in het ministerie van Buitenlandse Zaken, ‘stond de partij altijd pal voor die norm. Nu zeggen ze ineens: al die internationale verplichtingen hoeven we niet meer na te komen. En ik vind dat Boekestijn zijn kritiek niet goed onderbouwt. Het zijn vooral slogans. Ik krijg de indruk dat het de VVD niet gaat om een betere ontwikkelingssamenwerking, maar om het geld in Nederland te houden. Ze voelen de hete adem van de PVV in hun nek.’
Ben u niet bang dat de consensus over de 0,8-norm onder uw ministerschap afbrokkelt?
‘In de Tweede Kamer heb ik geconstateerd dat er nog steeds brede steun voor die norm is.’ Maar dreigt met ontwikkelingssamenwerking niet hetzelfde scenario als enkele jaren terug met de multiculturele samenleving: een Haagse elite die signalen van ongenoegen negeert en uiteindelijk overvallen wordt door een soort volksopstand? ‘Ik denk dat die vergelijking niet opgaat. Er wordt meer gedaan dan ooit voor goede doelen in ontwikkelingslanden, ook door jongeren.’
Twee weken geleden besloot Bert Koenders zijn critici de wind uit de zeilen te nemen. Hij hield een spreekbeurt aan de Universiteit van Amsterdam, waarin hij ongemeen fel uit de hoek kwam. Koenders hekelde de ‘enorme versnippering’ van hulp bij grote subsidieontvangers. ‘Deze bedrijfstak is te veel gericht op zichzelf,’ zei Koenders. Hij kondigde aan de ‘hulpindustrie’ te zullen gaan ‘openbreken’.
Onder uw voorganger Van Ardenne kregen de grote ontvangers juist meer geld en armslag en moesten ze zich nadrukkelijker profileren. Nu zegt u: beter samenwerken en niet meer vanzelfsprekend geld naar de grote organisaties.
‘Vanaf dag één van mijn ministerschap heb ik geluisterd naar de organisaties. Nu heb ik een paar richtingen gegeven die zinnig zijn. Eén daarvan is dat er een betere balans moet komen tussen concurrentie en samenwerking. Maar ik leg nog helemaal niets op. ’
Werkt uw kritiek op de ‘hulpindustrie’ niet averechts? Het geeft de critici van ontwikkelingshulp de kans om te zeggen: zie je wel, zelfs de minister vindt dat het niet goed gaat!
‘Ach, dat vind ik een beetje overgevoelig. Ik speel helemaal niemand in de kaart. Voor deze discussie hebben we de VVD echt niet nodig, al wil ik ze er wel graag bij betrekken. Het is een debat in de hele ontwikkelingssector.’
U bent een groot voorstander van samenwerking met het bedrijfsleven.
‘Moderne ontwikkelingshulp zal niet alleen maar gefinancierd kunnen worden met publiek geld. Het bedrijfsleven heeft ook zijn verantwoordelijkheid.’
Werkt dat niet juist de versnippering in de hand waar u zich zo tegen verzet? Er zijn talloze bedrijven die iets willen doen, en die reizen dan allemaal op eigen houtje af naar Afrika.
‘Je moet een onderscheid maken tussen de hoeveelheid mensen die een probleem proberen op te lossen en de manier waarop ze samenwerken. Als méér mensen meedoen, is er altijd versnippering. Dat vind ik prima, zolang we maar niet over landen heen gaan vallen. Laat wat mij betreft duizend bloemen bloeien, als het maar in samenwerking gebeurt.’
Vrij Nederland onthulde enkele weken geleden een geheime bespreking tussen u en PvdA’ers uit de top van grote ontwikkelingsorganisaties.
‘Het sop is de kool niet waard. Ik was in de Tweede Kamer voor een vergadering. Toen heb ik drie kwartier van tevoren met een aantal partijgenoten gesproken. Het is nooit over geld gegaan, het ging over een gezamenlijke strategie in het debat. Daar is niets geks aan. Het was gewoon een discussie tussen sociaal-democraten over ontwikkelingssamenwerking.’
Maar voor de beeldvorming was het een beetje vervelend, toch? PvdA’ers die achter de schermen van alles met elkaar bekokstoven.
‘Ik vond het een goede bijeenkomst. Alle politieke partijen zitten in ontwikkelingsorganisaties. De VVD en het CDA houden net zo goed dit soort vergaderingen, het heeft niets te maken met belangenverstrengeling. De volgende keer dat ik zo’n uitnodiging krijg, ga ik net zo hard weer.’
Heeft u het boek ‘De crisiskaravaan’ van Linda Polman gelezen?
‘Ja. Ik vond het een karikatuur van de humanitaire hulp. Ze stelt belangrijke vragen, maar doet geen recht aan de mensen die met gevaar voor eigen leven in Somalië en Soedan en Congo proberen om de hulp goed terecht te laten komen. Ik ben het niet eens met de stelling dat humanitaire hulp conflicten alleen maar verlengt en soms zelfs de oorzaak ervan is. Het is echt niet zo dat het conflict in Darfur gefinancierd wordt met de hulpverlening ter plekke.’
Uw critici zeggen: Azië heeft zichzelf zonder ontwikkelingshulp uit het moeras getrokken, dus waarom moet er zoveel geld naar Afrika?
‘Die zelfstandigheid van Azië is echt een misvatting. Neem Zuid-Korea. Dat heeft aanvankelijk massaal ontwikkelingshulp gekregen. Aziatische landen hebben de tijd gehad zich aan de globalisering aan te passen. Niet in één keer, door abrupte liberalisering van markten, maar door er langzaam maar zeker in te groeien. Afrika staat niet sterk, maar het is wel zelfverzekerder aan het worden. Je hoeft daar echt niet meer met een opgeheven vingertje te komen en te zeggen: als u het niet zo en zo doet, zijn we weg. De koloniale verhoudingen zijn voorbij.’
Maakt u zich wel eens zorgen om uw baan?
‘Nee. Geen moment.’
Sinds de val van Ella Vogelaar kan bij een PvdA-bewindspersoon elke werkdag blijkbaar de laatste zijn.
‘Het is heel tragisch voor mevrouw Vogelaar, ze was een fijne collega, maar onder de huidige omstandigheden had ze niet voldoende gezag meer. Ik zie geen reden om aan te nemen dat dit voor mij ook het geval is.’
Lezersoproep
U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.
