VN MediagidsHoe de vrijheid uit de politiek verdween
Politiek / Samenleving 08.09.2010
Kamerleden die in alle vrijheid kunnen stemmen, ze bestaan nauwelijks nog. Hoe komt dat? En keert met het gedoogkabinet het dualisme terug?
Als het aan onderkoning Herman Tjeenk Willink had gelegen, had Nederland dit najaar een heel ander kabinet gekregen dan de rechtse coalitie waaraan Mark Rutte, Maxime Verhagen en Geert Wilders wekenlang in grote stilte werkten. Ook Paars-plus had niet de voorkeur van de man die van 25 juni tot 6 juli de besprekingen over de kabinetsformatie leidde. De vice-president van de Raad van State was er heilig van overtuigd dat de politieke versplintering die aan het licht was gekomen bij de Tweede Kamerverkiezingen vroeg om een onorthodox antwoord. De politieke partijen moesten in het landsbelang een stap opzij zetten. Het nieuwe kabinet diende bij voorkeur te bestaan uit onafhankelijke, ervaren bestuurders die niet aan de leiband van hun fracties in de Tweede Kamer liepen. Dan kon met een beknopt regeerakkoord worden volstaan en zou de Kamer weer toekomen aan haar belangrijkste taken: het controleren van de macht en het voeren van het open, vrije debat.
Tjeenk Willink, de belangrijkste adviseur van de koningin, noemde naar buiten toe geen namen van zulke excellente bestuurders. Maar wie de afgelopen maanden het nieuws had gevolgd, kon ze moeiteloos invullen: D66'ers Alexander Rinnooy Kan van de SER en Hans Wijers van AkzoNobel, Pieter Winsemius, die altijd wordt genoemd als er vraag is naar originele VVD-denkers, Cees Veerman, de charismatische oud-Landbouwminister die voor de vakantie in Vrij Nederland te kennen gaf geen nee te zullen zeggen als er een beroep op hem werd gedaan.
De gesprekken die Tjeenk Willink voerde met de leiders van de vijf middenpartijen (VVD, PvdA, CDA, GroenLinks en D66) sterkten hem in de overtuiging dat een traditioneel meerderheidskabinet bijna niet te vormen viel. Rutte en Cohen waren tijdens de verkiezingscampagne zo tegen elkaar van leer getrokken dat een kabinet van VVD én PvdA aan de kiezer nauwelijks was uit te leggen. Hetzelfde gold voor PvdA en CDA die elkaar onder leiding van Balkenende en Bos de tent hadden uitgevochten. Halsema en Pechtold wilden dolgraag regeren maar alleen als ze nodig waren om een meerderheid te vormen. Alle mogelijkheden die de revue passeerden, leken tot een patstelling te leiden.
Tjeenk Willink in zijn eindverslag van 5 juli ('Aan de Koningin'): 'Zelf heb ik aan die mogelijkheden toegevoegd de mogelijkheid van een kabinet bestaande uit bewindspersonen afkomstig uit de vijf partijen zonder nauwe binding met de Kamer.'
In de ministerskamer van de senaat en in zijn achtertuin in Scheveningen wees de informateur zijn gesprekspartners nadrukkelijk op de voordelen van deze 'vijfde variant'. Te lang hadden kabinet en Kamer elkaar in een wurggreep gehouden. De coalitiepartners zetten zichzelf klem met uitgebreide regeerakkoorden. De oppositie zocht zijn toevlucht in machteloze woede-uitbarstingen aan de interruptiemicrofoon. De kloof tussen de politiek en de burger was er alleen maar groter door geworden. Dít was de kans om de impasse te doorbreken.
Niemand wilde.
Met sint-juttemis
Alle vijf de partijleiders spraken hun waardering uit voor de analyse van Tjeenk Willink. Maar uiteindelijk gaven partijpolitieke overwegingen de doorslag. Alle vijf zagen ze liever hun eigen vertrouwelingen in het kabinet dan onafhankelijke types die hun eigen gang zouden kunnen gaan. Alexander Pechtold, die in het voorjaar van 2009 een zakenkabinet een serieuze mogelijkheid noemde, wees de optie 'op dit moment' af. Net als Femke Halsema, die vond dat eerst over Paars-plus moest worden gepraat.
Job Cohen presenteerde weken later zijn eigen plan voor een 'extraparlementair kabinet' van de vijf middenpartijen. Maar tegenover Tjeenk Willink hield hij de boot nog af. Evenals Mark Rutte. Maxime Verhagen noemde een kabinet op afstand van de Kamer niet onbespreekbaar maar pas 'als laatste optie'. Met andere woorden: met sint-juttemis. Dus moest Tjeenk Willink Hare Majesteit aanraden tóch de vorming van een traditioneel meerderheidskabinet te laten onderzoeken. Met om te beginnen een speurtocht naar de mogelijkheden van Paars-plus.
Maar hij besloot wel naar buiten te brengen hoe hoog het hem zat. In een voor een informateur hoogst ongebruikelijke 'persoonlijke bijlage bij het eindverslag' schetste Tjeenk Willink de voordelen die zo'n kabinet op afstand zou hebben gehad: een korter regeerakkoord, meer vrije kwesties waarover de Kamer het laatste woord mocht spreken, partijleiders die vanuit het parlement het kabinet kritisch konden blijven volgen. Voordeel was ook dat dan ook in grotere vrijheid over de ideeën van verkiezingsoverwinnaar Wilders gedebatteerd kon worden. Maar daar moest dan wel tegenover staan dat het kabinet streng moest waken over de grondrechten en de waarden van de rechtsstaat.
Verstikkende wurggreep
Aan die 'persoonlijke bijlage' was veel denkwerk vooraf gegaan. Tjeenk Willink heeft al jaren de goede gewoonte alles wat hij schrijft eerst voor te leggen aan bevriende geleerden als staatsraad Kees Schuyt, de Belgische rechtsfilosoof René Foqué en cultuurcriticus Paul Kuypers, die in de jaren tachtig Tjeenk Willink al bijstond bij de reorganisatie van de rijksdienst. Kuypers, ook nog oud-directeur van het Amsterdamse debatcentrum De Balie, las mee en voorzag de tekst van kritische kanttekeningen. 'Herman maakt zich al jaren zorgen over de manier waarop de politiek zich ondergeschikt heeft gemaakt aan het bestuur,' zegt hij. 'Het politieke dreigt uit de politiek te verdwijnen, zoals Foqué het heeft genoemd. De zaak moet uit elkaar worden getrokken. Dat kan als mensen met grote bestuurlijke kwaliteiten het kabinet vormen en het parlement meer ruimte neemt voor fundamenteel politiek debat. Dat stond Herman voor ogen.'
Het liep anders. Rutte, Cohen, Pechtold en Halsema verzekerden de informateur dat ze serieus over Paars-plus gingen praten maar dat duurde niet langer dan twee weken.
Tjeenk Willink had nog even de hoop dat Lubbers, die op 21 juli als informateur aantrad, het kabinet op afstand alsnog zou weten te realiseren. Het kwam er niet van. Rutte, Verhagen en Wilders deelden de oud-premier al snel mee dat ze er met zijn drieën wel uit zouden komen. Het zou de zoveelste keer zijn dat de Nederlandse politiek er niet in slaagt zich te bevrijden uit de verstikkende wurggreep waarin kabinet en Kamer elkaar gevangen houden.
Bij elke kabinetsformatie nemen de onderhandelaars zich voor zich niet maandenlang in achterkamertjes op te sluiten, het regeerakkoord tot een paar hoofdlijnen te beperken en zo snel mogelijk over te gaan tot de samenstelling van een hecht team van bestuurlijke zwaargewichten. En elke keer mislukt het.
Welke mechanismen doorkruisen telkens weer de goede bedoelingen? Oorspronkelijk worden Kamerleden geacht in alle vrijheid - zonder last of ruggespraak - te stemmen. Waardoor komt daar in de praktijk zo weinig van terecht? Hoe is de vrijheid uit de politiek verdwenen?
Cultuur van achterkamertjes
In een lommerrijk hofje achter de Haagse Javastraat woont Jan Schinkelshoek. Sinds 1972 wandelt hij al op het Binnenhof rond. Eerst als verslaggever van de Haagsche Courant, toen als voorlichter van Bert de Vries, Ruud Lubbers en Ernst Hirsch Ballin. Na een periode als directeur communicatie bij de Rabobank werd Schinkelshoek in 2006 in de Kamer gekozen. Vier jaar lang ijverde hij voor de versterking van de positie van het parlement. Op zijn initiatief onderwierp de Kamer zich maandenlang aan een proces van zelfreflectie. Als nummer zevenentwintig op de lijst overleefde hij de electorale slachting van 9 juni niet. Al maakt hij een nieuwe kans wanneer voldoende CDA-Kamerleden doorschuiven naar het kabinet.
Er was een tijd dat de regering regeerde en het parlement controleerde, zegt Schinkelshoek. Maar daarvoor moet je wel terug naar de negentiende eeuw. 'Thorbecke zei bij het aantreden van zijn eerste kabinet: wacht op onze daden! In die tijd was de Kamer een soort herensociëteit, toen kon dat nog. Het veranderde bij de opkomst van de katholieke en sociaal-democratische volksbewegingen. Die wilden de beloften aan hun achterban waarmaken. Als je in Den Haag wat wilt bereiken, moet je van tevoren afspraken maken. Zo werd het oorspronkelijke dualisme doorkruist.'
Zijn eigen geestelijke voorvaderen - de antirevolutionairen - verzetten zich tegen die ontwikkeling: 'Nog in de jaren vijftig weigerde AR-voorman Jan Schouten regelmatig te overleggen met zijn eigen bewindslieden. Hij zei tegen minister Jelle Zijlstra: uw plaats is achter de regeringstafel en die van mij ervóór! KVP-voorman Carl Romme zorgde ervoor dat hij tijdens de kabinetsformatie een vinger in de pap had. Maar zelf bleef hij in de Kamer en vanaf het moment dat de nieuwe ministersploeg aantrad, stelde hij zich dualistisch op. In de halve eeuw daarna heeft alleen VVD-leider Frits Bolkestein het nog zo aangepakt. Verder niemand. De cultuur van de achterkamertjes is steeds verder opgerukt.'
Regeringen die veel willen bereiken, hebben de neiging zo weinig mogelijk aan het toeval over te laten. Hetzelfde geldt voor de Kamerfracties. Als ze invloed willen hebben, staan ze sterker als ze met één mond spreken. Daar is fractiediscipline voor nodig. Schinkelshoek: 'Je hebt grotere vrijheid als je voor jezelf gaat, maar dan krijg je minder voor elkaar.'
- 'Als je in Den Haag wat wil bereiken moet je van tevoren afspraken maken'
Een glaasje Corenwijn
Het zijn de fractieleiders die over het regeerakkoord onderhandelen. Zij hebben de neiging alles zo veel mogelijk dicht te timmeren. Zodat ze niet voor verrassingen worden gesteld door hun eigen bewindslieden of door de coalitiepartners. Maar zodra het kabinet er zit, zijn de regeringspartijen met handen en voeten aan die afspraken gebonden en heeft de oppositie het nakijken. Om elk risico op ontsporingen uit te sluiten, wordt er ook tussentijds steeds vaker en intensiever overlegd tussen bewindslieden en de top van hun fracties. De laatste decennia zijn vooral die onderonsjes hand over hand toegenomen.
Het begon - ten tijde van het kabinet-Den Uyl - in ongedwongen sfeer. De sociaal-democraten hielden elke donderdagavond een 'progressief etentje' in restaurant Berloth. De confessionelen sloegen terug met een eigen informeel beraad in het iets chiquere etablissement Royal aan het Lange Voorhout. Schoven eerst nog alleen de bewindslieden en de fractievoorzitter in de Kamer aan, het gezelschap dijde allengs uit. Jan Schinkelshoek maakte als rechterhand van de christen-democratische fractieleider Bert de Vries die ontwikkeling mee in de jaren tachtig, tijdens de kabinetten-Lubbers. 'Toen ik erbij kwam, hielden we regelmatig overleg op het Catshuis. Met de CDA-ministers, Bert en mijzelf. We noemden dat het Corenwijnberaad, omdat de protestanten aan het eind van de middag altijd om een glaasje Corenwijn vroegen. De katholieken niet. Ruud Lubbers wilde altijd een biertje. Jan de Koning heeft hem Corenwijn leren drinken. Aanvankelijk was het een gesprek met de benen op tafel. Later werd dat Catshuisberaad een instituut. Met een agenda en goed voorbereide stukken. De partijvoorzitter kwam erbij, de voorzitter van de fractie in de Eerste Kamer. Plus legertjes politiek adviseurs en voorlichters. Zo is bij ons het bewindspersonenoverleg ontstaan.'
Gevangenen van een systeem
Bij de sociaal-democraten, altijd al dol op vooroverleg in eigen kring, ging het niet anders. In 1989 traden ze toe tot het derde kabinet-Lubbers en meteen werd een BPO opgericht. Elke donderdag werd op het ministerie van Financiën - waar vice-premier Wim Kok de scepter zwaaide - de vergadering van de ministerraad voorbereid in aanwezigheid van ministers, staatssecretarissen, fractieleden, voorlichters en medewerkers. Leuk vond niemand het, want er moest zwaar worden bezuinigd en de bewindslieden raakten al snel verwikkeld in een onderlinge loopgravenoorlog over wie het meest moest inleveren. In het boek Regerenderwijs. De PvdA in het kabinet-Lubbers/Kok deed toenmalig minister Relus ter Beek van Defensie zijn beklag. Van een open gesprek over de politieke hoofdlijnen kwam niets terecht, zei hij: 'Met een batterij van twintig, vijfentwintig man slaat elke creativiteit dood.' Ter Beek vond het een vloek dat de kabinetsvergadering tot in de details werd voorbesproken: 'Mijn god, hoe we in de ban waren van de ministerraad en die verrekte begrotingscyclus! We waren de gevangenen van een systeem.'
Klaas de Vries, nu bijzonder hoogleraar praktijk en cultuur van het Nederlandse parlement aan de Radboud Universiteit Nijmegen, wist niet wat hij meemaakte toen hij in 1998 minister van Sociale Zaken in het tweede kabinet-Kok werd. De Vries was Kamerlid geweest en daarna tien jaar lang hoofddirecteur van de Vereniging Nederlandse Gemeenten en voorzitter van de SER. Als minister werd hij er mee geconfronteerd hoe de fractie zich via het bewindspersonenoverleg voortdurend met zijn werk bemoeide. 'Ik vind het vanzelfsprekend dat de bewindslieden af en toe overleggen met de fractievoorzitter. Maar het ging inmiddels veel verder. De hele fractie probeerde bij de ministers op schoot te kruipen. Dat deugt niet. Ze horen je beleid achteraf te controleren.'
Naar verzuchtingen als die van Ter Beek en De Vries werd door de PvdA niet geluisterd. Toen de partij na vijf jaar oppositie in 2007 weer in het kabinet (Balkende IV) kwam, vond vice-premier Wouter Bos het vanzelfsprekend dat zijn politiek assistent Lianne Raap de wekelijkse fractievergadering bijwoonde. Officieel als toehoorder. Sommige fractieleden beschouwden haar als een spion die elke kritische opmerking aan de PvdA'ers in het kabinet zou doorbriefen. Toch mocht ze blijven. Toen de sociaal-democratische bewindslieden in februari 2010 vanwege Uruzgan uit het kabinet stapten, gebeurde dat al helemaal niet volgens de regels van het dualisme. De stekker werd er uitgetrokken tijdens een bijzondere bijeenkomst van het bewindspersonenoverleg - met Italiaans buffet vooraf - op het ministerie van Financiën. Gastheer: Wouter Bos. Rond de tafel: de ministers Koenders, Plasterk, Cramer en Van der Laan, de staatssecretarissen Timmermans en Albayrak, partijvoorzitter Ploumen, senator Noten, de Tweede Kamerleden Hamer, Samsom en Van Dam alsmede de gebruikelijke verzameling voorlichters en PA's. Het bewindspersonenoverleg, ooit begonnen als samen een biefstukje eten, was inmiddels uitgegroeid tot een volwaardig schaduwkabinet.
Scheten in een netje
Nóg dodelijker voor het door iedereen met de mond beleden dualisme tussen kabinet en Kamer zijn de van alle kanten dichtgetimmerde regeerakkoorden die sinds 1982 in zwang zijn. De lossere afspraken, die voordien golden, maakten plaats voor boekwerken vol punten en komma's waaraan de coalitiefracties zich zonder voorbehoud moesten committeren. Bij de vorming van het centrumrechtse kabinet-Lubbers I werden op advies van de informateur, de toenmalige vice-president van de Raad van State mr. Willem Scholten, voor het eerst niet alleen de fractievoorzitters, maar ook de meest relevante fractiespecialisten bij de onderhandelingen ingeschakeld. Om lekken naar de pers te voorkomen werd hen een strikt spreekverbod opgelegd en werden ze enige dagen eenzaam opgesloten in de Haagse Julianakazerne. Met resultaat. Voorheen spraakzame parlementariërs doken opeens bij nadering van bevriende journalisten schichtig weg in het herentoilet of namen de telefoon op met 'Nee, ik kan niets zeggen!', nog voordat er één vraag was gesteld.
Tegenwoordig is dat bij kabinetsformaties heel normaal.
In 1982 vond Scholten dat hij goede redenen had om de Kamer in zo'n keurslijf te dwingen. Er heerste een economische crisis, de werkloosheid greep om zich heen. Er moesten ingrijpende maatregelen worden genomen. Het vorige kabinet - Van Agt/Den Uyl - was al na acht maanden ten val gekomen. Nu was er behoefte aan stabiliteit. Bovendien: de VVD had aangeboden samen met het CDA orde op zaken te stellen maar vertrouwde de christen-democraten op financieel terrein voor geen cent. De liberalen waren destijds niet de enigen. De sociaal-democraten haalden nog graag de uitspraak van hun vroegere voorman Jaap Burger aan: 'Afspraken met de confessionelen, dat zijn scheten in een netje.' De D66'ers de gevleugelde woorden van hun oud-minister Hans Gruijters: 'Als ik een christen-democraat een hand geef, tel ik altijd even mijn vingers na.'
Memootjes vol suggesties
Achter zijn gloednieuwe iPad - in spijkerbroek en gestreept overhemd - zit Ed Nijpels aan een tafeltje in de Utrechtse stationsrestauratie. In 1982 was hij de VVD-leider die onder streng toezicht van mr. Scholten met het CDA onderhandelde. 'Als je met het CDA ging regeren zonder strakke afspraken, wist je dat ze in de Kamer overspel zouden gaan plegen met de linkse partijen. Dat wilde ik voorkomen.' Vandaar dus dat uitgebreide regeerakkoord. Nijpels maakte er zelfs een soort doctrine van die hij het 'strategisch monisme' doopte. In het blad Liberaal Reveil schreef hij er een gewichtig essay over, vol voetnoten. Grinnikend vist hij een exemplaar uit zijn plastic mapje: 'Kijk eens hoe erudiet ik toen was!' De essentie: de Grondwet schrijft nergens voor wat het dualisme precies inhoudt. Het is een kwestie van accenten leggen. Nijpels nu: 'De oppositie schreeuwde natuurlijk moord en brand. Lubbers I zou de Tweede Kamer buitenspel hebben gezet. Maar dat hoorde bij het gebruikelijke rollenspel. Zodra de oppositie in de regering zat, deed ze precies hetzelfde.'
De oud-VVD-leider heeft een punt. De economische voorspoed nam toe en af, de werkloosheid groeide en daalde maar de gedetailleerde regeerakkoorden bleven. Lubbers zat als premier boven op de haverkist. Vanaf zes uur 's ochtends bestookte hij bewindslieden, ambtenaren maar ook Kamerleden met memootjes vol suggesties. Soms hielp hij de parlementariërs zelfs met het formuleren van kritische vragen aan het kabinet: zichzelf dus. Onder zijn bewind groeide het Torentje van de premier uit tot de centrale meld- en regelkamer van de Nederlandse politiek. In plaats van het parlement. Maar de sociaal-democraten konden er ook wat van.
Het dikste regeerakkoord
Toen Lubbers werd opgevolgd door Kok, bleef het Torentje het centrum van de macht. De regeringsverklaring van het eerste paarse kabinet stond bol van de goede voornemens: 'Het dualisme vormt een kernpunt van onze benadering.' Er leek een frisse wind te gaan waaien door de Nederlandse politiek maar dat duurde niet lang. VVD-leider Bolkestein, die na de kabinetsformatie had besloten zelf in de Kamer te blijven, vatte de lofzang op het dualisme in de regeringsverklaring naar de smaak van PvdA en D66 wel heel ruim op. Hij hield zich aan de letter van het regeerakkoord maar nam daarbuiten alle vrijheid om in lezingen, essays en tijdens optredens in de Kamer te ageren tegen het softe vreemdelingenbeleid, de uitbreiding van de Europese Unie en de hoogte van de ontwikkelingshulp. De linkse partijen beschouwden dat als 'oppositievoeren tegen de eigen coalitie'. Dus werd geprobeerd Bolkestein binnen de touwen te houden via herstel van het Torentjes-overleg. Tekenend voor het monisme van de sociaal-democraten is de uitspraak van toenmalig fractievoorzitter Jacques Wallage: 'Als het om de lijnen naar het kabinet gaat, is Bolkestein in het nadeel. Ik heb de premier. We bellen elkaar meerdere malen per dag.' En het regeerakkoord van het tweede paarse kabinet werd met rond de honderd pagina's het dikste uit de Nederlandse geschiedenis.
In VN van 17 juli jongstleden verdedigde Wim Kok de continuering van het Torentjesoverleg. Het verwijt dat hij achterkamertjespolitiek bedreef, heeft hij zich nooit aangetrokken: 'Als premier moet je weten wat er speelt, en niet alleen via de kranten. Je moet elkaar in de ogen kijken.' Met afspraken in achterkamertjes hoefde niets mis te zijn zolang het kabinet daarna maar verantwoording aflegde aan de Kamer. Zijn opvolger Jan Peter Balkenende schafte het wekelijkse overleg in het Torentje af maar volgens Kok was dat geen verbetering: 'Sinds het Torentjesoverleg in diskrediet is geraakt, worden er andere methoden gevolgd om de thermometer er regelmatig in steken. Het overleg is nog even intensief, maar minder transparant.'
Ook oud-minister Klaas de Vries vindt wekelijks overleg tussen de top van het kabinet en de fractieleiders van de coalitiepartijen 'totaal vanzelfsprekend'.
Als het over gebrek aan dualisme gaat, zit het probleem volgens hem in iets anders: de volgzaamheid van de Kamerleden. Die is sinds de halverwege de jaren negentig sterk toegenomen. Bij de PvdA werd de selectiemethode van Kamerleden toen drastisch veranderd: voordien stuurden de partijgewesten hun eigen vertegenwoordiger naar Den Haag, nu wordt de voordracht gedaan door een centrale kandidaatstellingscommissie die dicht bij de partijleiding staat. 'Kamerleden hoeven zich daardoor nooit meer te verantwoorden tegenover de achterban, alleen tegenover de partijtop. Dat systeem werkt in de hand dat er geen mensen in de fractie komen die de leiding onwelgevallig zijn.'
Een schrijnend voorbeeld noemt De Vries het lot van oud-WBS-directeur Paul Kalma, die na één termijn in de Kamer op een onverkiesbare plaats werd gezet. 'Als een van de weinigen in de fractie had hij de moed om tegen de stroom in te gaan. Daar keken ze hem scheef op aan. Het is schandelijk wat de partij met hem heeft gedaan.'
Wim Kok vindt dat het topoverleg in Den Haag sinds zijn vertrek alleen maar minder transparant is geworden. Daar zit wat in. Jan Peter Balkenende had zich als fractieleider, voordat hij premier werd, voorgenomen dat alles anders en beter moest dan onder Paars. Ook de verhouding tussen een nieuw kabinet en de Kamer. Hij wilde af van de gedetailleerde regeerakkoorden: 'Politieke vrijheid wordt op die manier ontnomen en het dualisme wordt uitgehold.' Met één A-4tje kon worden volstaan. 'Zo ontstaat een veel volwassener verhouding tussen regering en parlement. Het debat wordt spannend en er komt ruimte voor bezieling in de politiek.'
Verstrikt in ruzies
Wéér kwam er van de goede bedoelingen weinig terecht. Na de verkiezingen van 2002 - het waren de hoogtijdagen van de Fortuyn-revolte - werd het regeerakkoord als kwalijk paars relict overboord gezet. Daarvoor in de plaats kwam het 'strategisch akkoord', later het 'hoofdlijnakkoord'. Het Torentjesoverleg verdween. Balkenende wilde geen potentaat maar een primus inter pares zijn.
Spannend werd het inderdaad, maar misschien niet zoals de jeune premier het had bedoeld: zijn eerste kabinet met VVD en LPF ging na zevenentachtig dagen strijdend ten onder, ook Balkenende II, III en IV haalden niet ongeschonden de eindstreep.
Door het gebrek aan regie voelden de fractievoorzitters van de coalitiepartijen zich genoodzaakt op de stoel van het kabinet te gaan zitten. Tijdens etentjes in Restaurant Saur en Brasserie Berlage herschreven Verhagen, Van Aartsen en Dittrich eigenhandig de miljoenennota. Het zelfde trio sloot op de kamer van Verhagen een deal over de WAO en de opheffing van de NPS. Tot woede van de oppositie die dit pas écht achterkamertjespolitiek vond.
Dramatisch werd de situatie onder het christelijk-sociale vierde kabinet-Balkenende dat in februari 2007 aantrad. Vanaf het begin was onduidelijk wie de macht uitoefende en wie de macht controleerde. De drie partijleiders Balkenende, Bos en Rouvoet namen zelf zitting in het kabinet, maar verwachtten wel gehoorzaamheid van de kant van hun fracties. Niet alleen aan het coalitieakkoord dat 'Samen werken, samen leven' heette, maar ook aan de 'side letters' en mondelinge afspraken die over het Irak-onderzoek en de aanschaf van de JSF waren gemaakt.
De fractieleiders Van Geel, Tichelaar (later Hamer) en Slob zagen met lede ogen hoe het kabinet verstrikt raakte in ruzies over de versoepeling van het ontslagrecht, het Europees referendum en de missie in Uruzgan. Als niemand rust in de tent bracht, moesten zíj het wel doen. Zo verdween het 'de regering regeert, de Kamer controleert' volledig uit het zicht. Met als ontluisterend dieptepunt de gang van zaken rond het Catshuisakkoord dat voorjaar 2009 over de bestrijding van de economische crisis werd gesloten. Met niet alleen Balkenende, Bos, Rouvoet en Donner maar ook Van Geel, Hamer, Slob én FNV-voorzitter Agnes Jongerius aan tafel. Zo'n schandelijke vermenging van verantwoordelijkheden had de oppositie nog nooit meegemaakt. Tot overmaat van ramp verklaarde Pieter van Geel in de Kamer dat de ruimte voor de oppositie om nog iets aan het akkoord te veranderen 'buitengewoon beperkt' was. Ziedende reacties vielen hem ten deel. Alexander Pechtold vond dat de Kamer buitenspel was gezet. Femke Halsema sprak van een 'wurgakkoord'. Rita Verdonk merkte niet ten onrechte op: 'Dit is weer achterkamertjespolitiek.' En Geert Wilders verliet met zijn voltallige fractie de zaal: 'Blijven zitten als een circuspaard, daar pas ik voor.'
Arie Slob geeft toe dat de uitspraak van Pieter van Geel niet erg handig was ('Daar waren Mariëtte Hamer en ik níet blij mee'). Maar dat de christelijk-sociale coalitie zich voortdurend aan kamertjeszonde overgaf, noemt hij een karikatuur. Slob in de koffiekamer van Hotel Wientjes in zijn woonplaats Zwolle: 'Ik zelf heb het Torentje van Balkenende zo lang mogelijk vermeden. Maar als er echt grote problemen zijn, móét je elkaar wel opzoeken. Tijdens het Catshuisoverleg is een groot deel van het regeerakkoord herschreven. Dat kan niet buiten de fracties om.' Bovendien heerste er animositeit tussen Balkenende, Bos en Donner: 'Daardoor konden we als fractieleiders minder aan het kabinet overlaten dan ik zou hebben gewild.'
Volgens Slob had de oppositie ook boter op zijn hoofd: 'Pechtold en Halsema stonden voortdurend op het kabinet in te beuken. Wilders liep weg. Rutte diende een paar maanden later een motie van wantrouwen tegen het hele kabinet in. Dat was ongehoord. Op zo'n manier maak je het open debat óók onmogelijk.'
Gewetensbezwaren
Aan haar keukentafel in Amsterdam-Oost vertelt Femke Halsema hoe mooi het had kunnen worden als Paars-plus er deze zomer was gekomen. Met als het aan haar had gelegen een kort regeerakkoord, alleen over de aanpak van de economische crisis. Met ruimte voor gewetensbezwaarde Kamerleden om al dan niet in te stemmen met nieuwe regelingen voor kwesties als de donorregistratie en de acceptatieplicht in het bijzonder onderwijs, als kabinet en Kamer maar binnen de Europese richtlijnen en de mensenrechtenverdragen bleven. 'We hebben het er zelfs over gehad dat bewindslieden zich vaker op gewetensbezwaren moeten kunnen beroepen. Dat is nu lastig wanthet kabinet spreekt met één mond. Stel dat Paars-plus er was gekomen, dan had je je kunnen voorstellen dat ministers het recht hadden gekregen te zeggen: ik voer de motie uit maar blijf het er principieel mee oneens. Als je niet alleen Kamerleden maar ook bewindslieden het recht geeft in dit soort kwesties hun geweten te volgen, krijg je een veel vrijere en meer open relatie tussen kabinet en Kamer.'
Het mocht niet zo zijn. Op het moment dat wij dit schrijven, lijkt het rechtse kabinet met gedoogsteun van de Partij voor de Vrijheid op komst. Een minderheidskabinet naar Deens model. Zou dát het dualisme kunnen bevorderen?
In de stationsrestauratie van Utrecht zegt oud-VVD-leider Nijpels: 'Wis en waarachtig. Met de komst van zo'n kabinet worden de verhoudingen dualistischer dan ooit sinds de Tweede Wereldoorlog. In het regeerakkoord zal staan dat VVD en CDA naar een Kamermeerderheid mogen zoeken voor wetsvoorstellen waar Wilders het niet mee eens is. Zonder dat Wilders daar crisis over mag maken. Dít is het moment waarop de Kamer meer te vertellen krijgt. Zo'n gedoogkabinet is een cadeautje aan het parlement.'
Jan Schinkelshoek, Arie Slob, Klaas de Vries en Femke Halsema geloven er niets van.
Slob: 'Als dat rechtse kabinet er komt, beschikken ze over een minimale meerderheid in de Tweede Kamer. Ze kunnen niets aan het toeval overlaten. Dat zal juist tot méér fractiediscipline leiden. En tot méér achterkamertjespolitiek.' Schinkelshoek: 'Zo'n coalitie zal zich in allerlei bochten moeten wringen om zelfs Hero Brinkman binnenboord te houden.'
De Vries: 'Meer vrijheid voor het parlement? Ik zou daar maar niet op rekenen.'
Lezersoproep
U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.
