VN MediagidsHet CDA en de grote stad
Het viel enigszins weg ten midden van de vele scheldpartijen en vermaningen, maar opmerkelijk was het zeker: het voorstel dat Sybrand van Haersma Buma lanceerde op de eerste dag van de Algemene Beschouwingen.
In zijn inbreng vroeg de CDA-fractievoorzitter om méér geld voor basisschoolleerlingen met een taalachterstand. Sympathiek plan, kan niemand op tegen zijn. Maar toen kwam de pay-off. Het leek Buma een goed idee als dat geld niet gelijkelijk verdeeld zou worden over alle gemeenten, maar uitsluitend daar terecht zou komen waar de taalachterstanden het meest nijpend zijn: de vijf grootste steden. 'Het CDA,' sprak de fractievoorzitter, 'wil daarmee ook een impuls geven aan de toekomst van de grote stad.'
Het CDA dat zich bekommert om de grote stad? Opzienbarend. De laatste vijftien jaar hebben de christendemocraten bijzonder weinig affiniteit getoond met grootstedelijke problematiek. In de jaren van Ruud Lubbers was de partij nog aantrekkelijk voor de middenklasse en welgestelden in de grote steden. Maar onder Jan Peter Balkenende ontwikkelde het CDA zich vooral tot de kampioen van ruraal en suburbaan Nederland. In de provincie waren de stemmen te halen voor het CDA, meenden zijn politieke strategen, niet onder al die allochtonen en kosmopolieten die de grote steden bewonen. Liever campagnevoeren in Echt-Susteren dan in de Schilderswijk.
- Het CDA dat zich bekommert om de grote stad? Opzienbarend.
De electorale gevolgen van deze houding zijn rampzalig gebleken. De grote steden zijn volledig overgenomen door de PvdA en – meer recentelijk – D66 (gegoede buurten), GroenLinks (opkomende wijken) en de PVV (verloederde stadsdelen). In vrijwel geen enkele stad met meer dan 100.000 inwoners is het CDA nog een factor van betekenis. In Utrecht heeft de partij vier raadszetels. In Rotterdam en Den Haag drie. In Amsterdam twee. In de hoofdstad haalde het CDA bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 slechts 3,3 procent van de stemmen – minder dan de Partij voor de Dieren. Dat is om te huilen, toch?
Als het CDA weer verkiezingen wil gaan winnen, moet het dus weer voet aan de grond zien te krijgen in grootstedelijk Nederland. Dat was ook één van de aanbevelingen van de commissie-Frissen, die de verpletterende nederlaag van vorig jaar onderzocht. Maar tot voor kort wilde niemand in de partij hier iets mee. In 2009 publiceerde Hamilcar Knops, een nijvere medewerker van het Wetenschappelijk Instituut, het lijvige rapport 'De stad terug aan de mensen'. Juist het CDA met zijn nadruk op gemeenschap en bezielende verbanden, zo schreef Knops, zou aantrekkelijk moeten zijn voor de bonte verzameling mensen die in de grote stad wonen. Zijn boekwerk verdween ongelezen in een partij-la.
Met Buma's interventie tijdens de Algemene Beschouwingen lijkt nu, heel voorzichtig, een ommekeer gaande. Of die ommekeer doorzet, is nog maar zeer de vraag: het CDA moet nog minstens drie andere electorale groepen (Limburgers, jongeren, sociaal voelende protestanten) zien terug te winnen wier belangen lang niet altijd overeenkomen met die van de grotestedelingen. Het verhaal van het CDA over de grote stad zal verder moeten gaan dan het oormerken van wat overheidsgelden. En er zullen aansprekende kandidaten moeten worden gevonden in grote steden: zo heeft het CDA pas sinds kort weer een Amsterdams Kamerlid (Marieke van der Werf) nadat er jaren lang niet één hoofdstedelijke CDA'er in het parlement zat.
Van Haersma Buma's motie over taalachterstand haalde de volgende dag een meerderheid in de Tweede Kamer. Het is toch nog even wennen: het CDA, voor al uw grootstedelijke problematiek.
Lezersoproep
U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.
