VN MediagidsHeilige Job: de man die het land moet redden
Politiek 09.04.2010

Op 17 januari 2001 wordt Job Cohen geïnstalleerd als burgemeester van Amsterdam. Op 12 maart 2010 stelt hij zich kandidaat als lijsttrekker van de PvdA. In het boek Job Cohen, burgemeester van Amsterdam, dat donderdag verscheen, reconstrueerden Marcel Wiegman en Hugo Logtenberg, Cohens burgemeesterschap. Thijs Niemantsverdriet en Margalith Kleijwegt beschreven Job Cohen in Vrij Nederland in zijn nieuwe functies: die van lijsttrekker, partijleider en beoogd kandidaat-premier.
1. De lijsttrekker
Op 29 januari 2008 neemt Job Cohen plaats in de studio van NOVA. Tegenover hem zit Hero Brinkman, Kamerlid voor de PVV. Die ochtend heeft Brinkman een groot stuk gepubliceerd in de Volkskrant onder de kop 'Amsterdams bestuur is laf'. In het artikel beschuldigt hij burgemeester Job Cohen van angst en gebrek aan daadkracht rondom de omstreden El Tawheed-moskee. Zo schrijft hij onder meer: 'Ze laten zich voorliegen, negeren racisme en treden niet op tegen Marokkaanse veelplegers.' Ook noemt hij Cohen 'de slechtste burgemeester van Nederland'.
Het tweede deel van het gesprek in NOVA
Het wordt een pittig tweegesprek. 'U bent niet alleen laf, maar ook naïef,' voegt Brinkman de burgemeester toe. 'In de staat die u voorstaat,' riposteert Cohen, 'is er geen vrijheid voor iedereen. En dat is gek, want u bent toch van de Partij voor de Vrijheid?'
Aan het einde van het gesprek richt Cohen zich persoonlijk tot Brinkman. 'U heeft mij nu diverse keren de slechtste burgemeester van Nederland genoemd. Ik vind dat onnodig grievend. U doet het zodanig vaak dat het polariserend werkt.' Om te besluiten met een oer-Coheniaanse opmerking: 'Polariseren, dat leidt tot haat. En daar is nog nooit iemand beter van geworden.'
De confrontatie met Hero Brinkman was een pikant moment in de politieke carrière van Job Cohen. Het is de enige keer dat Cohen tot nu toe rechtstreeks de degens heeft gekruist met een PVV'er. En het is een van de weinige momenten dat hij zich publiekelijk laat provoceren. Vaak is de bestuurder Cohen ('Ik ben een weegschaal') afwachtend, op het saaie af. Zelden verheft hij zijn stem. Maar nu spatte de adrenaline van het scherm.
Is Cohen van plan de komende maanden op dezelfde manier de strijd aan te binden met de PVV? Bij zijn kandidaatstelling voor het PvdA-leiderschap, afgelopen vrijdag, leek hij een gematigder strategie voor ogen te hebben. Geconfronteerd met de eerste reactie van Geert Wilders op zijn kandidatuur - 'theedrinken, knuffelen en multiculti-aanbidden' - haalde Cohen zijn schouders op. 'Ik laat die opmerking graag aan de heer Wilders over,' zei hij. 'Het is niet verboden om dat te vinden.' Het is duidelijk: Cohen zal straks in zijn confrontaties met Wilders proberen de moral high ground te zoeken. Mensen tegen elkaar opzetten? Spelen op de man? Daar doet hij niet aan mee. Veel PVV-stemmers zal Cohen er niet mee winnen. Kiezers van SP, D66 en GroenLinks des te meer. En zelfs een aanzienlijk aantal CDA'ers en VVD'ers.

Cohen heeft in tegenstelling tot zijn voorganger Wouter Bos geen enkele ervaring met campagnevoeren. Hij werkte zijn leven lang in benoemde bestuursfuncties: rector magnificus van de Universiteit Maastricht, staatssecretaris van Onderwijs en van Justitie, burgemeester van Amsterdam. Nog nooit hoefde hij een ambt publiekelijk te bevechten. Maar verkiezingscampagnes zijn riskante ondernemingen, waarin een zorgvuldig opgebouwde reputatie in no time aan gruzelementen kan gaan en kleine misstapjes grote gevolgen hebben. Een eerste uitglijdertje maakte Cohen al meteen bij zijn kandidaatstelling: hij vergat een paar woorden te wijden aan Hans van Mierlo, de politieke grootheid die de dag ervoor was overleden. Te gretig om de arena in te stappen om Wilders te bevechten. Cohen erkende zijn fout en bood 's avonds bij Pauw en Witteman zijn excuses aan.
'Ik vermoed dat Cohen een heel goede campaigner is,' zegt André Krouwel, politicoloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en PvdA-lid. 'Als burgemeester zag ik hem wel eens in debat met gewone burgers. Dan kreeg hij regelmatig een hoop verwijten. Die ging hij niet uit de weg. Het probleem zou eerder kunnen zijn dat Wilders alleen stellingen poneert en nooit direct in debat gaat.'
De vraag is of Cohen zich in de campagne zal omringen met mensen die hem tegenspreken. Bos deed dat niet. Op het hoogtepunt van de verkiezingsstrijd in 2006 bleef hij opereren als een control freak die alle touwtjes in handen wilde houden - 'tot en met de punten en komma's van het laatste persbericht,' zoals een PvdA-Kamerlid zegt. Het gevolg was dat hij, in tegenstelling tot Jan Peter Balkenende, uitgeput de eindstreep passeerde. Cohen zal dus moeten zorgen voor een compact campagneteam dat snel schakelt - niet een bureaucratische moloch met zeven verschillende vergadergremia, zoals in 2006. 'Vier mensen, meer heb je niet nodig,' zegt André Krouwel.
En wat als Jan Peter Balkenende zich toch in het premiersduel tussen Cohen en Wilders weet te mengen? De enige kans voor Balkenende om een rol te spelen in de campagne is door aandacht te vragen voor de belabberde staat van de overheidsfinanciën. Het CDA zal proberen Cohen weg te zetten als linkse potverteerder, die de belastingen wil verhogen en de hypotheekrenteaftrek afschaffen om het gigantische begrotingstekort af te lossen. Iemand die misschien vaderlijk en betrouwbaar over komt, maar ondertussen je portemonnee leeghaalt. En als jurist en lokaal bestuurder bovendien weinig verstand heeft van de Nederlandse polder.
André Krouwel maakt zich daar niet zo'n zorgen over. 'Zo'n opstelling van Balkenende zal de PvdA alleen maar de gelegenheid geven om zich extra te profileren als een sociale partij.' Bovendien slaagt het CDA er sinds de val van het kabinet steeds slechter in om de kaart te spelen van betrouwbare bestuurderspartij. In vergelijking met de rustige burgervader Cohen oogt Balkenende op dit moment vooral als een chauffeur die zijn auto vier keer in de berm heeft gereden.
Maar toch: zal Cohens teflon-laagje in een keiharde verkiezingsstrijd intact blijven? Hij heeft het vermogen om politiek overeind te blijven waar anderen struikelen, zoals bij het debacle met de Amsterdamse Noord/Zuidlijn. Dat was op lokaal niveau. De vraag is hoe dat straks zal gaan, als hij in de campagne te maken krijgt met raspolitici als Maxime Verhagen, Alexander Pechtold en Geert Wilders. Zal Cohen behendig en gemeen genoeg zijn tijdens de debatten? Of moet hij het juist hebben van zijn rustige mij-krijg-je-niet-gek houding? Zijn superieure uitstraling kan ook ergernis wekken.

2. De kandidaat-premier
Waarom zijn zoveel mensen zo enthousiast over de komst van Cohen als voorman van de PvdA? Hij is de zestig inmiddels ruimschoots gepasseerd en dus niet de jonge hemelbestormer die de verbeelding weer aan de macht brengt. Nee, Cohen is een geboren regent die al heel jong wist wat goed voor anderen was. Dat dat niet altijd goed afliep, blijkt uit de anekdote die hij anderhalf jaar geleden in Vrij Nederland vertelde. In de tweede klas van de middelbare school werd de dertienjarige Job afgezet als klassenvertegenwoordiger: 'Ik had bepaald dat het klassenfeestje om half tien afgelopen moest zijn, mij leek dat een redelijk tijdstip. Blijkbaar dachten mijn klasgenoten daar anders over.'
Besturen is Cohens tweede natuur. Of het nu het studentencorps in Groningen was of de muziekvereniging, hij voelde zich altijd meteen thuis op de plek waar beslissingen genomen werden, dat zo'n functie betekende dat hij verantwoordelijkheid moest nemen vond hij niet meer dan vanzelfsprekend.
De laatste keer dat Cohen in Den Haag werkte, was als staatssecretaris van Justitie in het tweede paarse kabinet, van 1998 tot 2001. Hij ging over Vreemdelingenzaken, op dat moment hét hoofdpijndossier van Den Haag. Eind jaren negentig kwamen er jaarlijks zo'n veertigduizend asielzoekers naar Nederland, die in eindeloze procedures belandden. Het gevolg: tenten die in maïsvelden op de Veluwe moesten worden opgezet om mensen onderdak te geven. VN liep begin 1999 met Cohen mee. Op Schiphol bekeek de staatssecretaris het glazen hok waar uitgeprocedeerden hun laatste uren in Nederland doorbrengen. 'Waarom is het zo open?' vroeg een timide Cohen. Hij verzocht iedereen tijdens het werkbezoek een 'eerlijk' in plaats van 'gewenst' antwoord te geven. 'Zachte heelmeesters maken stinkende wonden,' zei hij. 'Als we het proces goed kunnen laten verlopen, verdwijnen de emoties die het onderwerp zo beladen maken, namelijk de combinatie van machteloosheid en zieligheid.'
In 2000 stond Cohen voor de moeilijke taak een nieuwe vreemdelingenwet te maken. Hij nam een prijzig adviesbureau in de arm, overlegde met alles en iedereen en loodste de wet vervolgens zonder noemenswaardig protest door de Kamer. Met zijn doortastende aanpak oogstte hij lof, maar ook kritiek vanwege het hoge achterkamertjesgehalte. Dat kon Cohen geen donder schelen. Sommige dingen, zei hij, krijg je nu eenmaal niet in het openbaar voor elkaar.
Aan het eind van dat jaar werd hij geïnstalleerd als burgemeester van Amsterdam. Hij was een afstandelijke burgervader die de Amsterdammers niet meteen aan zijn borst drukte, zoals zijn voorganger Schelto Patijn.
In de maanden na 11 september 2001 leek Cohen nog niet helemaal te beseffen hoe geïsoleerd veel mensen in zijn stad leefden.
En dat dat tot radicalisering kon leiden. Vlak na de aanslag op de Twin Towers was Cohen aanwezig op een ROC in Amsterdam-West tijdens een debat over radicalisering. Toen Tarik, een van de leerlingen, riep hoe goed het was dat het Westen eens lekker werd aangevallen, veerde Cohen even op. Hij wilde weten wat Tarik dacht en waarom. Na diens antwoord leunde hij weer achterover.
Pas na de moord op Theo van Gogh, in november 2004, besefte Cohen dat er meer moest gebeuren. Hij liep van de ene discussie naar de andere met eigenlijk maar één boodschap: keer je niet af van de samenleving, doe mee! Als hij een vervelende opmerking naar zijn hoofd kreeg, deed hij alsof hem dat niet raakte. 'Ik kan heel goed ijzig zijn.'
Tijdens een besloten bijeenkomst voor Marokkaanse en Turkse organisaties op het Mondriaan Lyceum in Amsterdam-West, de school waar Mohammed B. zijn havo-diploma haalde, stond er een andere Cohen dan in 2001.
'Ik begrijp dat u bang bent,' zei hij tegen de honderden mannen en paar vrouwen in de zaal. 'Maar ik vraag u, haal kracht uit uw angst. Laat me zien wie u bent, zeg me wat uw opvattingen zijn.' Het voornamelijk mannelijke publiek riep verontwaardigd dat Marokkaanse jongens geen stage konden vinden. 'Schiet niet in de verdediging,' hield Cohen zijn inmiddels tot het kookpunt verhitte gehoor voor. Om er met nadruk aan toe te voegen: 'Neem-uw-eigen-verantwoordelijkheid!'
Erik Gerritsen, die tot 2007 gemeentesecretaris was in Amsterdam, denkt dat Cohen in zijn nieuwe functie genoeg critici om zich heen zal verzamelen. 'Als hij ergens goed in is, dan is het in het organiseren van tegenspraak. Hij geniet er juist van als mensen het niet met hem eens zijn. Hij beseft dat dat nodig is om hem scherp te houden en is blij als je hem stevig van repliek dient.'
Tijdens brainstormsessies, vertelt Gerritsen (nu bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Amsterdam), zit Cohen achterover in zijn stoel en houdt hij heel lang zijn mond. Eerst laat hij alle mensen aan tafel aan het woord. 'Zo geeft hij iedereen het idee dat ze een bijdrage leveren. Pas aan het eind zegt hij wat hij vindt en vanaf dat moment is hij onvermurwbaar.'
In de beeldvorming is Cohen vooral een softe bestuurder die veel praat en niet hard optreedt tegen criminaliteit en extremisme. Maar dat bestrijdt hij. Tijdens zijn kandidaatstelling gaf Cohen een bloemlezing uit zijn law and order-beleid van de afgelopen negen jaar: cameratoezicht, preventief fouilleren in de hele stad, islamitisch terrorisme aanpakken. 'Soms was het op de rand van de wet, maar ik heb het gedaan in het belang van de veiligheid.'
Ook Erik Gerritsen weerspreekt dat het beleid onder Cohen soft zou zijn geweest. 'Cohen was keihard, minstens zo hard als Opstelten. Het zou mij niet verbazen als het politiebeleid in Amsterdam steviger is dan dat in Rotterdam.'

3. De partijleider
'De partij,' zei Job Cohen bij zijn kandidaatstelling voor het lijsttrekkerschap, 'is een belangrijk onderdeel van mijn leven en geschiedenis. Niet zozeer vanwege de partij zelf, maar meer om haar uitgangspunten.'
Job Cohen is nooit een partijtijger geweest. Binnen de PvdA was hij altijd his own man. In zijn vierenveertig jaar als partijlid heeft hij zich nooit nadrukkelijk aan een bepaalde stroming, generatie of vriendenclub binnen de partij verbonden.
Dat is ook zijn grote kracht, zeggen PvdA'ers. Wouter Bos had wél allerlei groepjes waarin hij selectief winkelde, van zijn uitgebreide e-maillijst tot het Mercurius-beraad dat hij tot de verkiezingen van 2006 parallel aan het campagneteam consulteerde. 'Zoveel adviseurs, dat kwam wat chaotisch over,' zegt Diederik Samsom, Tweede Kamerlid en Bos-vertrouweling. 'En Wouter voelde zich daardoor soms eenzaam. Bij Job is dat minder zo. Hij heeft geen supervertrouwelingen.' René Cuperus van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid: 'Wat mooi is aan Cohen is dat persoon en programma één zijn. Zijn stijl van besturen valt helemaal samen met zijn opvattingen. Net als bij Obama.'
Sinds zijn kandidatuur is de PvdA bevangen door euforie. 'Op het partijbureau ligt iedereen in katzwijm,' zegt Diederik Samsom. 'Men vindt het echt een eer om voor Job te werken. Het zindert daar.' Mocht Cohen de verkiezingen winnen, dan zal de uitgelatenheid alleen maar toenemen. Maar als het daarna tegenzit - moeizame coalitie, zware bezuinigingen, Cohen als premier te weinig op de bres voor zijn eigen partij - zal het gemor beginnen. De PvdA is nu eenmaal geen partij die prettig omgaat met zijn leiders.
Bovendien is PvdA met de komst van Cohen niet ineens bevrijd van zijn identiteitscrisis. In heel Europa vallen sociaal-democratische partijen zo'n beetje uit elkaar omdat ze onvoldoende antwoord hebben op thema's als migratie en globalisering. 'Dat verandert natuurlijk niet met Job Cohen,' zegt René Cuperus. 'Hij loopt tegen dezelfde problemen aan.' De PvdA heeft van alle partijen het meeste last van de groeiende tweedeling tussen hoog- en laagopgeleiden, winnaars en verliezers van de globale kenniseconomie. De eersten vertrokken naar D66 en GroenLinks, de laatsten vonden hun heil bij de SP en de PVV. Bos wilde de Wilders-stemmers terughalen bij de PvdA. 'Dat zijn onze mensen,' was zijn favoriete slogan. Cohen zal zich in eerste instantie meer op de hoogopgeleiden richten, denkt Cuperus. 'De PVV-stemmers komen misschien ooit wel terug, maar dat duurt zeker nog tien jaar.'
Wat zijn de politieke opvattingen van Job Cohen? Hij heeft zich binnen de PvdA nooit tot een bepaalde ideologische richting bekeerd. Hij is bovenal pragmaticus. 'De grote vraag is of Cohen wel een grote visie heeft,' zegt oud-gemeentesecretaris Erik Gerritsen. 'Hij laat zich iedere keer door verschillende mensen informeren en formuleert op basis daarvan zijn visie. Hoe hij er komt doet er niet zo toe, als hij maar ergens op uitkomt.'
Op het sociaal-economische vlak is Cohen meer een klassieke sociaal-democraat dan Wouter Bos. Met de Derde Weg van Blair en Clinton, waar Bos aanvankelijk zeer van gecharmeerd was, heeft hij weinig op. In zijn boek Binden, dat afgelopen najaar verscheen, zegt Cohen onomwonden dat oud-premier Wim Kok een fout maakte toen hij in 1995 de ideologische veren afschudde. PvdA'ers bevestigen dat Cohen stevig heeft meegedacht over de J.M. den Uyl-lezing van afgelopen januari, waarin Wouter Bos afstand nam van de liberale koers van zijn partij in de jaren negentig. Dat Cohen opener staat voor samenwerking met de SP dan Bos, past helemaal in dat beeld.
Tijdens zijn acceptance speech beperkte Cohen zich slechts tot algemene opmerkingen over de economie. Hij benadrukte vooral dat hij een 'fatsoenlijke samenleving' voor ogen heeft. Dat lijkt rechtstreeks afgekeken van de normen en waarden-agenda van premier Balkenende. Maar het begrip 'fatsoenlijke samenleving' komt uit het boek The Decent Society van de Israëlische filosoof Avishai Margalit. De belangrijkste taak van de overheid en haar instituties, betoogt hij, is om haar burgers niet te vernederen. Als Cohen zegt dat hij een 'fatsoenlijke samenleving' wil, bedoelt hij dus: niet de samenleving van Wilders. Daarmee is 'fatsoen' in één klap van een wat burgerlijk CDA-begrip veranderd in de rallying cry tegen het rechtse populisme.
Lezersoproep
U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.
