VN MediagidsHans Couzy: ‘Balkenende kan de waarheid niet tegenhouden’

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek / Defensie 07.04.2007

Door Thijs Broer

Het ministerie van Defensie moet een einde maken aan de doof­potcultuur, vindt oud-bevelhebber van de landstrijdkrachten Hans Couzy. En Balkenende moet een onderzoek naar de steun aan de oorlog in Irak toestaan. 'Nederland is braaf achter Amerika aangehobbeld. Ik vind dat ónbegrijpelijk.'

'Bij de krijgsmacht heerst een cultuur van het zwijgen,' zegt Hans Couzy. 'Bij Defensie vindt men nog steeds dat er geen fouten kunnen worden gemaakt. Als je de vuile was buiten hangt, krijg je er onmiddellijk van langs. Zodra een militair meldt dat er iets is misgegaan, gaat zijn baas wild om zich heen slaan. Dat is bepaald geen aanmoediging voor openheid. Die doofpotcultuur wordt nog eens versterkt door de politiek, die vaak buitenproportioneel op fouten reageert. Daar wil ik niks mee goedpraten. Maar in iedere organisatie worden fouten gemaakt. Daar móét over gesproken kunnen worden. Geslotenheid past niet meer in deze tijd.'

Sinds twee mariniers vorige week uit de school klapten over intimidatie en bedreigingen in de krijgsmacht, is de discussie over de doofpotcultuur bij Defensie in alle hevigheid losgebrand. De twee militairen zeiden in Nova dat ze zwaar onder druk zijn gezet om verklaringen af te leggen die sergeant-majoor Eric O. zouden vrijpleiten van het overtreden van de 'geweldsinstructie', waardoor in 2003 een Iraakse plunderaar door een dodelijk schot werd geraakt. Eric O. werd na twee rechtszaken vrijgesproken, maar de verklaringen werpen een nieuw licht op de zaak. Volgens Hans Couzy, oud-bevelhebber van de landstrijdkrachten en voorzitter van de Federatie van Nederlandse Officieren, moet de kwestie worden opgevat als aansporing om de doofpotcultuur te doorbreken. 'Er is een totale cultuuromslag nodig, op alle niveaus,' zegt hij. 'Zo’n hardnekkig probleem los je niet op met een dagorder. De top zal het voorbeeld moeten geven. En het moet niet bij woorden blijven. Hogere officieren róépen nu allemaal dat ze openheid en transparantie heel belangrijk vinden, maar in de praktijk zie ik er nog niks van. Je zult hogere leidinggevenden heel intensief moeten begeleiden, bijvoorbeeld door coaching, zodat ze er voortdurend aan worden herinnerd dat ze openheid moeten stimuleren.'

Zelf kwam Couzy in zijn tijd als bevelhebber van de Landmacht, van 1992 tot 1996, keer op keer in de publiciteit met zijn openlijke kritiek op de plannen van zijn politieke superieuren, vooral rondom de uitzending van Nederlandse troepen naar Srebrenica. Hij verzette zich fel tegen het besluit de soldaten met een krachteloos mandaat naar de enclave te sturen. Toen Srebrenica twee jaar daarna onder de voet werd gelopen door de troepen van generaal Mladic, nam hij zijn soldaten in bescherming tegen vaak keiharde kritiek. Later kreeg Couzy het verwijt dat hij de politiek onvoldoende had geïnformeerd over mogelijke oorlogsmisdaden, waarvoor hij verantwoording aflegde voor de parlementaire commissie die Srebrenica onderzocht. 'Als bevelhebber heb ik zelf door schade en schande moeten leren hoe belangrijk openheid is. Ik realiseer me dat ik daarin soms tekort ben geschoten. Maar juist daardoor kan ik uit eigen ervaring zeggen dat het anders moet.'

Sinds zijn vertrek uit de landmacht in 1996 is het stiller geworden rond de man die indertijd wel 'de plaag van Den Haag' werd genoemd. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Twee jaar geleden werd Hans Couzy voorzitter van de Federatie van Nederlandse Officieren. En nu laat hij zijn stem weer horen. Over de doofpotcultuur bij Defensie. Over de missie in Afghanistan. En over de weigering van premier Balkenende om onderzoek te laten doen naar de besluitvorming over de Nederlandse steun aan de inval in Irak.
'De politiek mag openheid van de krijgsmacht verwachten. Maar de politiek moet zelf ook open durven zijn. Ik vind het onbestaanbaar dat premier Balkenende nog steeds het onderzoek naar de besluitvorming over Irak blokkeert. Ik begrijp wel dat hij bang is voor gezichtsverlies. Maar hij kan de waarheid niet blijven tegenhouden. Er móét een onderzoek komen naar Irak. Zo’n belangrijk besluit mag je niet lichtvaardig nemen. En je hoort er verantwoording voor af te leggen. Zeker als je je, zoals Balkenende, vier jaar lang hebt gepresenteerd als de man van normen en waarden. In moreel opzicht is hij het verplicht, en in democratisch opzicht. De Kamer heeft recht op informatie. Dat staat hij nu in de weg.'

Sinds 'Srebrenica' heeft Nederland een aantal lessen geleerd. Militaire missies moeten aan veel strengere criteria voldoen, zoals een duidelijk mandaat en een duidelijke commandostructuur. Maar één belangrijke les wil maar niet tot de politiek doordringen, meent Couzy. 'Als we iets hadden moeten leren van de militaire missies van de laatste decennia, dan is het wel dat geweld niet de oplossing is van politieke conflicten. Bommen helpen niet. Dat geldt voor de vredesmissie in Bosnië, voor het ingrijpen van de Navo in Kosovo, en zeker voor de inval in Irak. Iedereen wist dat er na de dood van Saddam een strijd om de macht zou komen. Dat het een burgeroorlog zou worden, is totaal geen verrassing. En toch heeft Amerika zich laten leiden door het idee dat je met geweld een regime change kan opleggen, en zelfs democratie. Er is in die tijd al voortdurend gezegd: begin pas aan zo’n actie als je een politieke oplossing in beeld hebt. Anders maak je het alleen maar erger. Dat is gebeurd. En Nederland is er braaf achteraan gehobbeld. Ik vind dat ónbegrijpelijk.'

Vorige week bracht KRO’s Reporter een geheime nota van Buitenlandse Zaken aan het licht waaruit blijkt dat Nederland indertijd vrijwel kritiekloos de Amerikaanse argumenten voor een inval in Irak heeft overgenomen. De Nederlandse inlichtingendiensten wisten dat het bewijs voor het bestaan van massavernietigingswapens in Irak flinterdun was, maar de regering bracht alleen naar buiten wat van pas kwam bij het legitimeren van de inval.

'Dat verbaast me niks,' zegt Couzy. 'Nederland wil heel graag loyaal zijn en geen vuile handen maken. Daarom is er gekozen voor politieke steun aan de inval. Maar de vraag is: hoever gaat die loyaliteit? Iedereen die er een beetje in thuis was, had grote bedenkingen bij het verhaal van de Amerikanen. Maar de Nederlandse regering trok zich daar niets van aan en herhaalde letterlijk de Amerikaanse argumenten: dat Saddam een 'reële dreiging' zou zijn voor het Westen, en dat hij over massavernietigingswapens zou beschikken. De Nederlandse regering beweerde dat ze zich mede baseerde op rapporten van de inlichtingendiensten, maar ook dat berustte niet op de waarheid.'

De regering heeft dus het parlement voorgelogen?
'De regering heeft op zijn minst een belangrijk deel van de waarheid verzwegen. Dat wordt nu nog eens bevestigd door de halsstarrigheid waarmee Balkenende zich verzet tegen een onderzoek.'

U was geen voorstander van de inval in Irak. Ligt het anders in Afghanistan?
'Ja, dat vind ik wel. In Afghanistan was er wél een plan hoe het verder zou moeten na het verdrijven van de taliban. Nederland heeft daar vanaf het begin heel actief aan bijgedragen. De ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerkinghebben heel intensief samengewerkt aan een vijfjarenplan. Dat verklaart mede waarom het daar nu veel beter gaat dan in Irak, zeker in de noordelijke provincies. Ook in Uruzgan doen Nederlandse militairen heel goed werk.'

Van wederopbouw komt daar nog weinig terecht. Vooralsnog wordt er vooral gevochten.
'Dat is waar. Ik ben laatst bij een briefing geweest van de laatste Nederlandse commandant van het Nederlandse bataljon in Uruzgan. Daar bleek dat er in Uruzgan veel meer gevochten wordt dan hier in het nieuws komt. Laten we wel wezen: we hebben geluk gehad dat er aan Nederlandse kant nog geen doden gevallen zijn. Dat geluk laat ons een keer in de steek. Maar de Nederlandse militairen zijn heel professioneel. Om met de wederopbouw te beginnen, moet het eerst veilig zijn. Bij het debat over de uitzending naar Uruzgan in de Kamer deed de PvdA alsof de wederopbouw door de Nederlanders te scheiden zou zijn van de vechtmissie. Ik vond dat schandalig. Bij een vertrouwelijke briefing van de Kamer was al gebleken dat vechten en opbouwwerk hand in hand zouden gaan. De Kamer wist precies hoe de vork in de steel zat.'

In augustus eindigt de Nederlandse missie in Uruzgan. Moet Nederland zich dan uit het gebied terugtrekken?
'Alleen als er een ander land bereid is de missie van ons over te nemen. Maar het ziet er niet naar uit dat dat gaat lukken. Minister Bot van Buitenlandse Zaken heeft het in de laatste maanden van zijn ministerschap nog geprobeerd in Noorwegen. Het antwoord was nee. Ik verwacht niet dat zich op korte termijn nog een andere kandidaat zal aandienen. De druk op Nederland om in Uruzgan te blijven, zal de komende maanden steeds groter worden. De politiek zal daar een beslissing over moeten nemen. Maar bij Defensie liggen de scenario’s al klaar voor als de missie verlengd wordt. De voorbereidingen zijn al in gang gezet, de eenheden worden nu al getraind. Dat lijkt me verstandig. Ik vind: als je wederopbouw vooropstelt, zoals Nederland, kun je het niet maken na twee jaar weg te lopen. Niet tegenover de Afghanen die je aan hun lot overlaat, en niet tegenover de Nederlandse soldaten die er elke dag hun leven wagen. Dan is alles wat de afgelopen paar jaar met heel veel pijn en moeite is opgebouwd in één klap weg.'

 


Lezersoproep

U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.

redactie op 22.05.2012 -

Teflon Bram

Komt Moszkowicz overal mee weg?

Marian Husken op 15.05.2012 -