VN MediagidsGek van Geert

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek / wilders 13.09.2010

Door Thijs Niemantsverdriet

Foto: Roger Dohmen / HH
Foto: Roger Dohmen / HH

Politicoloog Meindert Fennema dook in het hoofd van Geert Wilders en kwam boven met een merkwaardig boek vol onjuistheden en populistische oordelen over anderen.

'Hij stelde bij de komende presentatie van het akkoord met een volstrekt en totaal (!) ander verhaal te komen dan de VVD en het CDA. Hij raadde de collega's aan om op dat moment maar een andere kant op te kijken en voorspelde dat de hoofden van de coalitiepartners rood zouden kleuren.'

De brief van CDA'er Ab Klink - nu al een historisch document - laat op onthullende wijze zien hoe Geert Wilders opereerde tijdens de gestrande formatie van een rechts kabinet. Als het waar is wat Klink schrijft (Wilders heeft gezegd zich 'niet te herkennen' in diens openhartige schriftuur), rijst de vraag: waarom speelde Wilders zulk hoog spel tijdens de gesprekken? De politicus bevond zich in een buitengewoon comfortabele positie. Zijn PVV is de derde partij van het land, en in de peilingen zelfs de grootste. CDA en VVD waren volledig van hem afhankelijk om over een Kamermeerderheid te beschikken. En in de gedoogconstructie waarover werd onderhandeld, kreeg Wilders het zoet en niet het zuur: geen verantwoordelijkheid, wel invloed.

Toch bleef hij zich, blijkens de brief van Klink, ook aan tafel bij formateur Opstelten gedragen als een querulant. Hij dreef zijn gesprekspartners zo tot wanhoop ('Anderen aan tafel schrokken daarvan,' schrijft Klink) dat een van hen de formatie uiteindelijk torpeteerde. Ook naar buiten toe bleef de PVV-leider provoceren, gezien zijn desavouering van CDA-voorzitter Henk Bleker ('een zeurpiet'), en zijn voornemen om op 11 september een anti-islam speech te houden op Ground Zero.

Steeds een stapje verder gaan, steeds heftigere uitspraken doen - dat is het verhaal van Geert Wilders sinds hij op de kop af zes jaar geleden de VVD-fractie verliet en voor zichzelf begon. Maar waar komt die drang tot shockeren en provoceren vandaan - ook als het zijn eigenbelang lijkt te schaden? What makes him tick? Dat is de vraag die Wilders' eerste serieuze biograaf, de Amsterdamse politicoloog Meindert Fennema, tracht te beantwoorden in zijn afgelopen week verschenen boek Geert Wilders. Tovenaarsleerling.

Vrouwelijke Kamerleden

Fennema, voormalig CPN'er, is hoogleraar politieke theorie van de etnische verhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. Een aantal jaar geleden sprong hij als linkse intellectueel in de bres voor Hans Janmaat, de verguisde voorman van de Centrumdemocraten. Hij vond het belachelijk dat Janmaat, die in 2002 overleed, was veroordeeld wegens rassendiscriminatie voor een uitspraak die sinds Fortuyn behoort tot de politieke mainstream ('We schaffen, zodra we de mogelijkheden en de macht hebben, de multiculturele samenleving af.') Ook vond Fennema dat de weduwe van Janmaat, die in de jaren tachtig een been verloor door toedoen van links activistengeweld, excuses verdiende van de staat.

In Wilders heeft Fennema opnieuw een studieobject gevonden waar links Nederland het schuim van op de mond krijgt. En opnieuw heeft hij gekozen voor de weg van de empathie. 'Ik heb,' zo schrijft hij in het voorwoord, 'in dit boek geprobeerd mij in de positie van Geert Wilders te verplaatsen, hoe moeilijk dat soms ook was.' De PVV-leider zelf kreeg Fennema niet te spreken - hij heeft hem zelfs nog nooit ontmoet. Zijn verhaal is dus gebaseerd op openbare bronnen: boeken, krantenartikelen, Kamerhandelingen, plus een enkel gesprek met een oude vriend of collega van Wilders.

Het heeft geresulteerd in een merkwaardig boek. Op het ene moment is het een vlot lezende kroniek van zes jaar Haagse politiek. Op het andere moment is het een soort roman, waarin Fennema in het hoofd van Wilders tracht te kruipen. Dan staan er ineens zinnen als: 'Wilders herinnerde zich nog goed...', en 'Wilders voelde zich vreselijk schuldig.' Bizar is de passage waarin Fennema beschrijft hoe stagiaires, journalistes en vrouwelijke Kamerleden van andere fracties in de rij staan voor een one night stand met de zwaarbewaakte Wilders. 'Het besef dat zij iets deden waarmee ze de gekwelde politicus een moment van bevrijdend plezier konden bezorgen, zorgde voor extra seksuele opwinding.'

Hoe komt Fennema aan deze informatie? De bronvermelding ontbreekt. Hebben de betrokken dames hem dit verteld? Is het een toefje fictie om het verhaal spannender te maken

Het absolute kwaad

Fennema begint zijn boek in de zomer van 1990, wanneer een zesentwintigjarige Geert Wilders solliciteert naar een baan als fractiemedewerker bij de VVD. Hij wordt aangenomen vanwege zijn fenomenale kennis van het sociale verzekeringsstelsel. VVD-leider Bolkestein is meteen van hem gecharmeerd. Na een gesprek van vijftien minuten wist hij dat de Limburger een aanwinst was voor zijn fractie: 'Hij leidde Wilders naar de deur van zijn kamer. Wilders keek door het raam naar de McDonald's aan het Spui. Bolkestein gaf hem een hand. "Ik wens u veel succes.'''

De invloed van Bolkestein is een terugkerend thema. Fennema's these luidt dat Wilders het karwei van islamkritiek afmaakt waar Bolkestein begin jaren negentig - tot woede van de linkse intelligentsia - mee begon. Wilders en Bolkestein hebben wel meer overeenkomsten: ze werken allebei als een bezetene, hebben een bloedhekel aan recepties en small talk, en ze weten precies hoe ze een bommetje in de media tot ontploffing kunnen brengen. Hoewel het nergens expliciet staat, moet Bolkestein wel de tovenaar zijn waar Wilders blijkens de titel een leerling van is.

- Fennema heeft Wilders' retoriek overgenomen.

Volgens Fennema zijn er twee sleutelmomenten in Wilders' carrière. Om te beginnen de jaren 2002-2003, wanneer de VVD onder de voet wordt gelopen door Pim Fortuyn. Wilders raakt kortstondig de Kamerzetel kwijt die hij in 1998 na acht jaar buffelen als fractiemedewerker had verworven. Bij zijn terugkeer in het parlement begint hij op te trekken met het nieuwe VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali, die hem definitief bewust maakt van het gevaar van de islam as such - en niet slechts de radicale elementen ervan.

Het tweede sleutelmoment is de zomer van 2007, de PVV is inmiddels met negen man vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. In de Volkskrant publiceert Wilders een opiniestuk waarin hij de Koran vergelijkt met Mein Kampf en oproept tot een verbod van het heilige boek der islamieten. Een maand later vergelijkt hij in een ander artikel de profeet Mohammed met Hitler. Zijn radicalisering is hiermee voltooid, redeneert Fennema: de islam is verworden tot het absolute kwaad. Vanaf nu ziet Wilders het moslimgeloof als een totalitaire ideologie en de moslims in Nederland als een vijfde colonne, net als de communisten destijds. 'Wilders had zich het discours van de antifascisten toegeëigend,' schrijft Fennema. 'De leus "Nooit Meer Fascisme" werd door Wilders niet ingezet tegen racisme en vreemdelingenhaat, maar tegen de islam.'

Fennema citeert uitvoerig uit Wilders' geschriften en optredens in de Kamer. Ook geeft hij telkens een uitgebreide politieke context. Maar de vraag die ons bij aanvang in het vooruitzicht is gesteld - wat beweegt Wilders? - wordt nergens overtuigend beantwoord. Zelf dekt Fennema zich in het voorwoord al in tegen deze kritiek, door te stellen dat een afgewogen oordeel over het optreden van Wilders 'vooralsnog onmogelijk' is en dat hij 'dat oordeel daarom graag aan de lezer' laat. Hij geeft 'verklaringen, maar geen oordelen'.

Toch velt Fennema over andere zaken wél voortdurend oordelen - en behoorlijk stevig ook. Zo schrijft hij over de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in het kabinet Balkenende-II: 'De strategie van Donner en Remkes was theedrinken en meebuigen.' De beroemde 'De Nederlander bestaat niet'-rede van prinses Maxima was een 'onversneden GroenLinkse toespraak'. En het RTL4-'premiersdebat' tijdens de afgelopen campagne werd 'door presentator Frits Wester slecht geleid.'

Fennema - zo bekruipt je als lezer het gevoel - heeft zich dermate goed in Wilders verplaatst, dat hij meteen ook diens retoriek heeft overgenomen. Dat is het meest pregnant in het hoofdstuk over het strafproces tegen de PVV-leider, waar Fennema helemaal los gaat tegen 'de columnisten van de PvdA en D66' en 'gesubsidieerde anti-discriminatiebureaus' als Nederland Bekent Kleur. Misschien dat Fennema gelijk heeft - maar van een eerbiedwaardige professor verwacht je toch wel iets afstandelijker kwalificaties.

Daarnaast bevat het boek een groot aantal feitelijke onjuistheden. Zo stelt Fennema dat Wilders' nee-campagne bij het referendum over de Europese Grondwet aanvankelijk werd overschaduwd door de affaire Hirsi Ali-Verdonk. Maar het referendum was in 2005, en de affaire in 2006. Het meest pijnlijk is Fennema's slordigheid in een passage over de enorme nederlaag van de PvdA bij de Europese Verkiezingen van 2009. Fennema beweert dat PvdA-leider Wouter Bos toen 'een dolkstoot' in de rug van lijsttrekker Thijs Berman plaatste door vlak voor de verkiezingen te verklaren dat hij niet op hem zou stemmen. In werkelijkheid vertelde Bos negen dagen na de verkiezingen dat hij voor een andere kandidaat had gekozen.

Vrijwel volledige isolatie

In welk opzicht is Geert Wilders. Tovenaarsleerling dan wél geslaagd? Het schetst een aardig beeld van het functioneren van de PVV-fractie, met name van de geslotenheid en regelrechte vijandelijkheid jegens journalisten die daar heerst. Er is een interessante passage over Wilders' aanvallen op het Koningshuis (Wilders, zo constateert Fennema, is de eerste rechtse politicus ooit die het op de Oranjes heeft voorzien). En Fennema wijst er terecht op dat Wilders' monsteroverwinning op 9 juni helemaal niet onvermijdelijk was. In de strijd om de rechts-populistische stem had de PVV aanvankelijk stevige concurrentie te duchten van Rita Verdonk. In het voorjaar van 2008, vlak na het verschijnen van Fitna, stond Wilders in de peilingen op 9 zetels en Verdonk op 23. De echte doorbraak van de PVV vond pas plaats nadat Trots op Nederland door onderlinge ruzies geïmplodeerd was.

Fennema is op z'n best wanneer hij beschrijft hoe voortdurende bewaking Wilders' leven in een hel heeft veranderd. Alleen in de streng beveiligde fractievertrekken lijkt de PVV-leider enigszins te kunnen ontspannen. Daarbuiten leeft Wilders sinds de moord op Theo van Gogh in vrijwel volledige isolatie en onder constante druk. Zelfs als hij bij de begrafenis van zijn vader hartverscheurend moet huilen, wordt hij omringd door mannen met oortjes.

Fennema is er eerlijk over: Wilders' haast onmenselijke bestaan heeft bij hem 'een gevoel van sympathie' opgewekt voor zijn studieobject. Tegelijkertijd komt hij nergens op het idee dat de oorzaak van Wilders' radicalisering over de islam misschien juist gelegen is in die constante doodsbedreigingen van radicale moslims. Op die manier worden Wilders' echte drijfveren nergens overtuigend blootgelegd. Ab Klink lijkt in zijn vijf A4'tjes de PVV-leider beter te hebben geduid dan Fennema in bijna driehonderd pagina's.

dhr

Geplaatst door: peter klein reacties

"Ab Klink lijkt in zijn vijf A4'tjes de PVV-leider beter te hebben geduid dan Fennema in bijna driehonderd pagina's." En dat zegt alles van deze schrijver, omdat de andere onderhandelaars gezegd hebben niet achter de inhoud van de brief van klink te staan.
Alsof deze recensie naar deze conclusie toegeschreven is.
Cheap

gek van geert

Geplaatst door: rsn reacties

Het is goed dat Niemantsverdriet op feitelijke onjuistheden wijst. Helaas erkent hij feitelijke juistheden niet; zijn recensie ademt tegenzin in de uitkomsten van Fennema. Psychologen noemen dat selectieve perceptie; ik noem dat bevooroordeeldheid.

[reageren]


Lezersoproep

U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.

redactie op 22.05.2012 -

Teflon Bram

Komt Moszkowicz overal mee weg?

Marian Husken op 15.05.2012 -