VN MediagidsGeert Wilders: 'Ik ben van nature recalcitrant'

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek / wilders 31.07.2004

Door Nausicaa Marbe

Met zijn radicale uitspraken over moslims en zijn pleidooi voor de verrechtsing van zijn partij vormt Geert Wilders in z’n eentje de uiterste rechtervleugel van de VVD. Zijn provocaties worden hem niet in dank afgenomen. Ook niet door zijn fractiegenoten. Maar dat kan het enfant terrible van de liberalen niet schelen. ‘De VVD moet weer een debatpartij worden. Weg met de angst voor verdeeldheid!’

Vlak voor Geert Wilders’ vertrek naar een strand in het Midden-Oosten verschijnt het Human Development Report van de Verenigde Naties. Daarin wordt gewaarschuwd tegen gedwongen inburgering van immigranten en gepleit voor wereldwijd multiculturalisme. Richtlijnen die haaks staan op de overtuigingen van het VVD-kamerlid Wilders (1963), die regelmatig in opspraak raakt door zijn onconventionele uitspraken over inburgering van moslims. Zijn opmerking eerder dit jaar dat hij hoofddoekjes ‘rauw lustte’, brandmerkte hem voor velen definitief als ultraconservatieve provocateur.

Een week voor de verschijning van het VN-rapport pleitte hij in een tienpuntenplan voor een verrechtsing van de VVD, voor zero tolerance jegens migranten die niet integreren, met als uiterste straf verlies van de Nederlandse nationaliteit. Wilders, bellend vanaf een lawaaierig perron: ‘Ik ga me níéts aantrekken van dat VN-rapport. Het staat bol van het cultuurrelativisme: precies wat we níét moeten hebben. Al onze integratieproblemen komen voort uit cultuurrelativisme. Nederland moet vooral een eigen koers varen.’

Een paar dagen eerder roept hij ‘Welkom!’ in de deur van zijn Venlose flat met uitzicht over de Maas. Niets in de spaarzaam ingerichte zitkamer verraadt een sedentair leven. Middelpunt is een vol bureau met daarnaast een koffer. Wilders en zijn echtgenote pendelen wekelijks tussen de Limburgse thuisbasis en een Utrechtse flat. Hij is net terug van een uitstapje in Oekraïne. Maar zelfs terwijl hij in Odessa de plaatselijke maffia gadesloeg, haalde hij de vaderlandse krantenkoppen met de discussiepunten die hij en collega Oplaat lanceerden. Wilden ze door deze actie de VVD-fractie met kopzorgen het reces insturen?

Wilders vraagt toestemming om te roken en steekt van wal: ‘De tien punten waren bedoeld voor een bijeenkomst in maart; VVD-Limburg wilde praten over de partijkoers. Maar nadat prinses Juliana overleed, werd de vergadering naar september verplaatst, vandaar dat de discussiepunten nu naar de leden gaan. We wilden daarmee geen rotzooi trappen binnen de VVD. Ik begrijp wel dat de media dit suggereren, want koppen als “Schisma binnen de VVD— of “Wilders valt Van Aartsen aan— zijn spannend. En ja, ons eerste punt heet Recht(s) op je doel af terwijl Van Aartsen een hekel heeft aan de links-rechtsdiscussie. Maar dit is niet tegen hem bedoeld. God knows, vorig jaar was ik voorzitter van de commissie die de profielschets voor onze nieuwe fractievoorzitter moest maken en het is geen geheim dat mijn sympathie bij hem lag. Nog steeds. Maar we verschillen vaak van mening en dan moet ik – en hier heb ik een hekel aan – altijd uitleggen dat ik hem níét aanval.

In Den Haag is niet veel steun voor het discussieplan. Maar in Limburg hoor ik: geweldig! Ik word lid van de VVD! Zelfs partijleden die het niet met alle stellingen eens zijn, zijn blij dat er eindelijk discussie komt. Dáár ging het om. Wij willen hier vaker in debat dan alleen tijdens de algemene vergaderingen. De VVD moet weer een debatpartij worden. Weg met de angst voor verdeeldheid! Laat zien dat de VVD een huis is waar álle soorten liberalen voor hun standpunten mogen knokken!’ Hij klapt in zijn handen: ‘Dát is pas daadkracht. Dat proberen ze nu in de kiem te smoren, maar dat zal ze niet lukken.

Níémand heeft het over de inhoud van de tien punten. Dat steekt. Ik pleit tenslotte niet zomaar voor levenslang na drie ernstige misdrijven. Ik vraag daarmee meer aandacht voor criminaliteit. En als ik me verzet tegen Turkije in de Europese Unie, zeg ik niet: Turkije is melaats. Begrijp mij goed, Turkije heeft mijn sympathie. Net als mijn buurman, maar daarom trekt hij nog niet bij mij in. Ik vind Turkije een waardevolle Navo-bondgenoot en economische partner, maar ook een noodzakelijke buffer tussen de unie en landen als Syrië en Iran. Een Europa dat aan die staten grenst, is te kwetsbaar. Ik hoef Turkije ook niet te belonen omdat het de enige “islamitische democratie— is. We zijn hypocriet in die steun. We willen een seculier Turkije, maar als het leger tegen islamitische radicalen optreedt, schreeuwen we moord en brand over de mensenrechten. Last but not least: ik zie niets in de islamisering van Europa die met de grote migratiestroom zou toenemen. Maar als je dat zegt, word je in de verkeerde hoek gedrukt. We zitten aan onze taks wat de migratie aangaat, hebben onze handen vol aan integratie.’

Assimilatie in plaats van integratie, is een van Wilders’ oude inburgeringsdeviezen. Tel daarbij het nieuwe voorstel over het verlies van het Nederlanderschap en de vraag rijst of dit land zich volgens hem van zijn islamitische burgers moet ontdoen.

Fel: ‘Helemaal niet. Of mensen de islam omarmen, moeten ze zelf weten. Maar als het geloof de integratie belemmert of tot wetsovertredingen leidt, dan verdien je het Nederlanderschap niet. Wanneer dan wel? Ik zou willen dat iedereen die na een veel zwaardere test dan nu Nederlander wordt, met tranen in zijn ogen en de hand op de borst voor de Nederlandse vlag het volkslied opdreunt. En zich daadwerkelijk Nederlander voelt. Natuurlijk kun je patriottisme niet controleren. Maar waarom mag verkeerd gedrag geen gevolgen hebben voor je paspoort? Integreren met behoud van eigen identiteit, prima. Maar als dat niet werkt, is het tijd voor sancties. Dan maak je maar een contract met voorwaarden voor het Nederlanderschap. Kijk niet naar de beren op de weg, toon daadkracht! Wetten komen in dit land op een nette manier tot stand, we zijn geen bananenrepubliek. Wat is er mis met assimilatie als mensen hier wil wonen? Als je hoge eisen stelt, haal je bovendien meer uit ze. Als ze oprecht het Nederlanderschap willen, doen ze wat gevraagd wordt. Of niet. Eigen verantwoordelijkheid.

Ik stel de dingen op scherp, anders krijg je geen debat. Maar geloof me, het is fijner om je werk te doen zonder tegen je eigen bewindslieden op te treden. En het is geen feest om altijd kritiek van je fractie te moeten verduren. Of anderen aanvallen. Als Marcel van Dam schrijft dat ik nog erger ben dan Janmaat, denk ik: potverdomme, zal ik reageren of niet. Uiteindelijk laat ik het van me afglijden, ik weet dat ik koosjer ben. Ik kan mezelf in de spiegel aankijken en zeggen: veel mensen zijn het met me eens. Dus ga ik door. Wel moet je een dikke huid ontwikkelen. Hoe? Door het almaar over de inhoud te hebben. Zo krijg ik vaak alsnog een meerderheid in de Kamer achter me. Zoals toen ik voor maatregelen pleitte tegen de moskee waar dat boek werd geprezen waarin stond dat homoseksuelen uit het raam moeten worden gegooid. Ik ben geen Don Quichot, ik heb argumenten.

Negentig procent van de vragen die ik in de Kamer stel, gaat over de schending van mensenrechten in het Midden-Oosten en hoe we daarin verandering kunnen brengen. Dat is mijn drive: die mensen verdienen beter. Ik kan me ontzettend opwinden over landen zonder democratie. Probeer in Saoedi-Arabië met een bijbel over straat te lopen: je krijgt dertig jaar gevangenisstraf – als je geluk hebt. Vorige week kreeg ik anoniem bezoek: Iraanse journalisten wier krant door de regering gesloopt is. Ik heb veel kritiek op Israël, maar ben ook een grote vriend van dat land: het enige in de regio waar een minister-president met één stem verschil naar huis kan worden gestuurd.

- Mijn vrouw geeft me dagelijks goede raad, die ik vervolgens niet opvolg.

Toen ik zeventien was, ging iedereen na school naar Israël of naar Australië. Ik wilde ook op reis en ging daarvoor werken bij Kühne, de augurkenfabriek vlak over de grens. Vervolgens naar Israël. Ik was toen een enorme lastpak, deed alles wat God verboden had, had een grote bek. In Israël laadde ik liever nachtenlang brood in vrachtwagens, dan dat ik mijn ouders geld liet opsturen. Maar die reis heeft me gevormd. Ik trok ook door Syrië, Egypte en Turkije. Een jongen met een rugzak die de volgende dag moest zien te halen. In Egypte zat ik bij mensen thuis brood te eten, maar toen ik over politiek begon, gingen de deuren dicht of werd ik op straat gezet. Het lijkt een heel dynamische regio, maar schijn bedriegt. Ik had toen nauwelijks ideologisch besef, laat staan politieke ambities, maar ik leerde er wel wat armoede en angst betekenen.

Ik was geen wereldverbeteraar. Vraag me niet waarom, maar als tiener wilde ik verpleger worden. En later journalist. Schrijven wil ik nog steeds, maar dat gaat nauwelijks samen met mijn baan. Ik was vierendertig toen ik in de Kamer kwam, greep de kans die ik kreeg. Sinds kort word ik op straat vaak herkend en aangesproken. Leuk. Laatst nog door een stewardess, en zelfs in China zag ik Nederlanders naar me kijken. Dan hoor je: daar heb je die VVD’er met dat blonde haar.

Nee, hè, we hebben het lang volgehouden om níét over mijn haar te praten. Dit kapsel dateert uit 1983. Omdat in de zomer mijn haar altijd blonder werd, vroeg ik aan de kapper om die kleur te handhaven. Ik heb sindsdien zoveel commentaar gekregen dat ik het maar zo laat. Ik ben van nature al recalcitrant, maar word het nog meer als mensen me vragen om iets te veranderen. Ik blijf mezelf trouw. Ik zeg ook al twintig jaar wat ik denk, al verkettert de hele wereld me. Nooit wijken, tenzij iemand je echt kan overtuigen van het tegendeel.

Mijn vrouw geeft me dagelijks goede raad, die ik vervolgens niet opvolg. Dan gaan we met vakantie en wil ik bijvoorbeeld in zo’n land per se een minister ontmoeten. Mijn vrouw werkt ook keihard, maar ze kan de knop naar vrije tijd makkelijker omzetten. Zou ik van haar moeten leren.

Eigenwijs zijn we beiden. Zij is Hongaarse en ik ontmoette haar een jaar voor de omwentelingen in Oost-Europa. Ze werkte op de handelsafdeling van de Hongaarse ambassade en woonde op een flat waar geen Nederlanders mochten komen. Maar daar trokken we ons niets van aan. Ze sprak toen al vloeiend en accentloos Nederlands. Ze was als kind vaak in Nederland geweest, want haar vader had een postzegelvriend in Breda. Toen ik haar aan vrienden voorstelde, maakten die grapjes dat ík wel de buitenlander leek, vanwege mijn Limburgse tongval. Mijn vrouw is Hongaarse in hart en nieren, maar ze voelt zich absoluut thuis in Nederland, al reist ze veel voor haar werk. Dat komt goed uit, want zelf werk ik ook bijna elk weekend. Als zij er wel is, zegt ze: je moet leren relativeren en wat rustiger aan doen. Ik zou meer tijd aan haar moeten besteden. Maar ik vind het een voorrecht om volksvertegenwoordiger te zijn en wil daar het maximale uit halen. Ook op zondag.

Een ministerspost? Ik zou die niet weigeren, maar het is de vraag of ik daar gelukkig mee zou zijn. Kan ik nooit meer onomwonden zeggen wat ik denk. Ik ben bovendien niet populair. En ook niet carrièregericht. Dan had ik meer moeten letten op wat ik zei en minder mensen boos moeten maken. Het is voor mij vooral een kwestie van overleven in de Kamer. Zo’n opmerking over die hoofddoekjes heeft veel deuren dichtgegooid, terwijl ik juist met moslimvrouwen wilde praten. Hadden we misschien iets van elkaar kunnen leren. Ik wil in de toekomst meer letten op termen die van mijn boodschap afleiden.

Dat felle, confronterende heb ik in ieder geval niet van thuis. Mijn moeder is een zachte, lieve vrouw die ik vroeger door mijn ongehoorzaamheid veel verdriet heb aangedaan. Als er een ding is waar ik spijt van heb, dan is het dat. Ze heeft het niet verdiend. En mijn vader is een rustige man. Opstandigheid werd thuis niet gestimuleerd. Mijn moeder heeft nu ook moeite met mijn optredens. Ze zegt regelmatig: is het wel verstandig wat je doet? Pas op, let op jezelf. Ze wordt natuurlijk ook met alle bedreigingen geconfronteerd.

Maar ik ben nog lang niet klaar. Ik heb gepleit voor verrechtsing en wil kijken of dat lukt. Ik heb een gruwelijke hekel aan links. Links heeft de wereld nauwelijks vooruit geholpen. Links vertrouwt de overheid meer dan het individu en dat staat mij tegen. Hoe kleiner de PvdA, hoe beter. Helaas is dat nog niet zover. Daarom juist moeten we naar rechts en niet naar het midden. Frits Bolkestein zei ooit en hij heeft daarin groot gelijk: als mensen kunnen kiezen tussen echt links en neplinks, kiezen ze altijd voor echt. Los van het feit dat de problemen in ons land een rechtse aanpak behoeven, moeten we ook electoraal naar rechts. Als morgen iemand als Peter R. de Vries opstaat of als de Burke-stichting een conservatieve partij opricht, verliezen we veel stemmen. Ik ga nu de haarvaten van de partij in om de mensen te overtuigen van mijn koers. We zien wel waar het eindigt. Dat geldt ook voor mij. Maar ik wil nu de discussie niet belasten met een persoonlijke keuze. Dat zou niet fair zijn.’

Hij lijkt voorlopig voor de route van de VVD te kiezen. Maar zal ook in zijn gelijk volharden. Zijn bekendste criticaster doet dat ook. Voormalig fractievoorzitter Hans Dijkstal spreekt al een jaar lang schande over de verrechtsing van de VVD en de ‘intolerantie’ van Wilders en Hirsi Ali jegens moslims. Wederom klapt Wilders in zijn handen: ‘Príma, laat Dijkstal zeggen wat hij vindt. Politiek is niets voor bange mensen: als je uitdeelt, moet je ook incasseren. Ik krijg het liefst inhoudelijke kritiek, maar flink uithalen mág. Hij vindt me een klootzak, so what? Maar als hij over de jodenster begint en Van Aartsen il capo noemt, schiet hij door in zijn frustratie. Ik vermoed – want ik heb hem niet gesproken en hij heeft mij ook niet persoonlijk benaderd met zijn kritiek – dat hij nog steeds niet begrijpt waarom hij de verkiezingen van 2002 heeft verloren. Ineens snoepte Fortuyn al onze stemmen weg. Ik hoor Dijkstal nog zeggen: rustig blijven, het is een hype. Terwijl een blínde kon zien dat het niet zo was. Hij was verlamd, voerde geen campagne meer. Misschien is zijn droom om premier te worden toen aan diggelen gevallen. Hoe dan ook: mijn stijl is mijn stijl en als dat Dijkstal niet bevalt, pech.’

Hij geeft toe: de harde toon jegens moslims waartegen Dijkstal zich verzet, heeft nog tot weinig geleid. ‘Problemen worden nu wel benoemd, maar zelden aangepakt. Het is de hoogste tijd voor actie. De radicale islam groeit wereldwijd. Saoedi-Arabië is een kruitvat, met het risico op grote internationale verdeeldheid en een oliecrisis. In Afghanistan zijn we terug naar af. Pakistan is nóg gevaarlijker dan Irak. We hebben kortom niet eens het begin van een oplossing.

Ik háát incidenten, maar ben bijna zover dat ik blij zou zijn met een incident: dan krijgen we tenminste een debat. Ik ben de afgelopen jaren langs ministeries van Buitenlandse Zaken in Washington, Londen, Parijs en Berlijn geweest. Wat dáár aan kennis ligt! Om te smúllen, ik likte er mijn vingers bij af. En bij ons op Buitenlandse Zaken? Daar zitten vier man en een paardenkop, bij wijze van spreken. Wij denken over de radicale islam als een ver-van-mijn-bedshow. Vier jaar geleden schreef ik een stuk over massavernietigingswapens in Iran. In Nederland wilde niemand me informatie geven. In Washington en Parijs wel. Het heeft me een reces gekost, maar ik heb een boekje gemaakt voor de regering. Want zonder analyse kun je geen beleid maken. We gaan nu van incident naar incident. En we zijn bang om een godsdienst te “stigmatiseren—. Ik wil niet fulmineren tegen de islam, mij gaat het om de kwetsbaarheid van Nederland. Ik kan geen namen noemen, maar ik weet van bronnen op verscheidene departementen dat er weinig deugt aan de Nederlandse aanpak van terrorisme. Neem Schiphol. Zeven diensten houden zich daar bezig met terrorisme en werken volledig langs elkaar heen. Zelfs een richtlijn over wat dreiging is, ontbreekt.

Ik ben geen bestuurder, ik ben een raspoliticus, dus vergeef me als ik soms wat kort door de bocht ga. Maar het is een teken van zwakte dat wij hier oplossingen zoeken in praten. Het is hier not done om een imam te veroordelen. In Duitsland ging de rood-groene coalitie samen met de CDU en de CSU akkoord over een wet die het mogelijk maakt geistliche Brandstifter aan te pakken. In Nederland zegt Donner, als antwoord op mijn motie dat een moskee na een wetsovertreding gesloten moet worden, in ontstellende onnozelheid dat hij volgens het gelijkheidsbeginsel dan ook een slagerij die de warenwet overtreedt moet aanpakken. Met zulke grapjassen hebben we hier te maken. Gebrek aan hygiëne stelt Donner gelijk aan de imam die oproept tot de jihad. Dus blijft de radicale moslim boven de wet staan.’

Geïrriteerd: ‘Juist als je níéts doet, scheer je alle moskeeën en alle moslims over één kam. Pas als je de moskee die de wet overtreedt aanpakt, zuiver je de andere. Nu denken veel mensen: het zijn allemaal enge fundamentalisten. Ontdoe dan, zeg ik, de meesten van dat stigma! Maar dat krijg ik er in Den Haag niet doorheen. Dat maakt mij kwaad. Maar ik ga mijn agenda wel uitvoeren, vraag me alleen niet met wie, waar en wanneer. Wacht maar af.’ ?

 

[reageren]


Lezersoproep

U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.

redactie op 22.05.2012 -

Teflon Bram

Komt Moszkowicz overal mee weg?

Marian Husken op 15.05.2012 -