VN MediagidsFemke Halsema (2002 - 2010)
Politiek / GroenLinks 18.12.2010
Acht jaar geleden, vrijwel op de kop af, werd Femke Halsema de opvolger van Paul Rosemöller. De omstandigheden waarin die overdracht plaatsvond, verschilden behoorlijk van die van nu. In november 2002 was GroenLinks een partij in het defensief. De ‘Fortuyn-verkiezingen’ van mei dat jaar waren op een bittere teleurstelling uitgelopen: één zetel verlies in plaats van de voorspelde winst.
Net als de PvdA, VVD en D66 werd GroenLinks volledig overvallen door de plotse golf van haat tegen Paars - en dat terwijl de partij de belangrijkste opponent van het kabinet-Kok was geweest. Rosemöller was door zijn felle oppositie tegen Pim Fortuyn hetzelfde lot ten deel gevallen als PvdA-lijsttrekker Ad Melkert: fortuynistisch Nederland hield hem verantwoordelijk voor de moord op Pim. De kogel kwam immers van links. Murw gebeukt door de vele dreigementen aan zijn gezin gooide Rosemöller de handdoek in de ring.
In december 2010 zijn de omstandigheden anders. GroenLinks is een florerende partij. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in juni boekte de partij van Halsema haar derde zege op rij, na winst bij de Europese Verkiezingen in 2009 en een knappe groei bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart. Op lokaal niveau wordt driftig meebestuurd. De partij kreeg er de afgelopen jaren duizenden leden bij. En qua ideeën en imago is GroenLinks op dit moment hip, jong en volkomen bij de tijd – geen partij met zoveel bloggende en twitterende volksvertegenwoordigers.
De transformatie die GroenLinks heeft ondergaan, wordt meteen duidelijk als je de fracties van 2002 en 2010 vergelijkt. In 2002 bestond de GroenLinks-afvaardiging uit voormalige milieu-activisten (Wijnand Duyvendak, Marijke Vos), linkse feministen (Evelien Tonkens) en oud- vakbondsbestuurders (Ineke van Gent). In 2010 zitten er in de GroenLinks-bankjes onder meer een ex-bankier (Bruno Braakhuis), een 26-jarige whizzkid in pak (Jesse Klaver) en een gesjeesde Marokkaanse student die zich verzet tegen multi-culti gewauwel (Tofik Dibi).
- Niemand kon de CDA-premier zo geraffineerd het bloed onder de nagels vandaan halen als Halsema
Dit is allemaal de verdienste van Halsema. In het midden van het vorige decennium had ze het lef om de koers van haar partij grondig te verleggen. Weg van de linkse drammerigheid, het verzorgingsstaatfetisjisme en het slachtofferdenken dat bij GroenLinks regelmatig de kop op stak. In haar nota ‘Vrijheid eerlijk delen’ bepleitte Halsema een liberalere agenda (overigens zonder het woord ‘liberalisme’ ooit in de mond te nemen): financiële soliditeit, versoepeling van het ontslagrecht en beperking van de ww-duur waren enkele agendapunten. GroenLinks verschoof zijn solidariteit: van oudere werknemers met verworven rechten naar ‘outsiders’ op de arbeidsmarkt, zoals jongeren, vrouwen, zzp’ers. Het leverde Halsema de titel ‘liberaal van het jaar’ op van de JOVD – een prijs die ze met een brede glimlach in ontvangst nam.
Ondertussen ontwikkelde Halsema zich tot een uitmunted debater. Acht jaar lang vormde ze de werkelijke oppositie tegen de kabinetten Balkenende-II tot en met IV: altijd scherp, altijd inhoudelijk, vaak geestig. Niemand kon de CDA-premier zo geraffineerd het bloed onder de nagels vandaan halen als Halsema. En de wijze waarop ze met Alexander Pechtold van D66 tijdens een nachtelijk spoeddebat het kabinet-Balkenende IV zo’n beetje het laatste duwtje gaf, vormde een van de parlementaire hoogtepunten van dit jaar. Na het vertrek van Jan Marijnissen en Wouter Bos is Halsema’s afscheid opnieuw een domper voor liefhebbers van goed debat.
Maar terug naar november 2002. In één opzicht komt de situatie van toen overeen met die van nu: vanuit de Trêveszaal regeert een rechtse meerderheid en staat GroenLinks buiten de macht. En dat terwijl er in beide gevallen langdurig gepreludeerd was op regeringsdeelname. In 2002 leek GroenLinks klaar om na het paarse tijdperk toe te treden tot een sociaal-christelijke coalitie met het CDA. Het werd CDA-VVD-LPF. Dit jaar zette Halsema - die geen gelegenheid onbenut liet om de Regierungsfähigkeit van haar partij te benadrukken - haar geld op Paars-plus.
Dat het er niet van kwam, was niet haar schuld. Er was nu eenmaal een rechtse meerderheid van 76 zetels. Rutte blies met zijn ‘piketpaaltjes’ Paars-plus op. En Cohen faciliteerde vervolgens ongewild een rechts minderheidskabinet. Halsema ging nog tot het uiterste om regeringsdeelname van Wilders te verhinderen: midden augustus klopte ze aan bij Ernst Hirsch Ballin van het CDA om te spreken over een ‘groen- rechts’ alternatief van VVD, CDA, D66 en GL. Het mocht niet baten.
Daarom moeten Halsema’s gedachten de laatste maanden toch zijn teruggegaan naar november 2006: het moment dat GroenLinks zich als derde coalitiepartner bij CDA en PvdA kon voegen. Halsema liet de beker aan zich voorbijgaan, waarna de ChristenUnie aanschoof. Zelf heeft ze altijd ontkend dat haar partij wegliep voor de formatiebesprekingen: het was toch onbegonnen werk geweest, want het CDA had de onderhandelingen hoe dan ook laten vastlopen. (Dit had de CDA-fractie zelfs in een een geheime stemming unaniem besloten, beweerde Halsema naderhand in achtergrondgesprekken). Maar hoe het ook zij, die hardnekkige indruk van vaandelvlucht is altijd blijven bestaan – ook bij enkele prominente partijgenoten die buitengewoon boos waren over de gemiste kans. Bij haar afscheid gisteren zei Halsema dat ze die ‘beeldvorming’ rondom november 2006 ‘accepteerde’.
Hoe zal Femke Halsema de geschiedenis ingaan? Als de partijvernieuwer die GroenLinks prepareerde voor het landsbestuur? Of als de getalenteerde politica die haar belangrijkste doel – regeringsdeelname – uiteindelijk nooit bereikte? Het antwoord is niet meer aan haarzelf, maar aan de historici. En, bovenal, aan haar opvolger Jolande Sap.
Eerdere interviews
Lezersoproep
U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.
