VN MediagidsEberhard van der Laan: ‘Dat gegraai is gif’
Politiek / integratie 17.10.2009
Eberhard van der Laan maakt zich kwaad. Over ‘het obstakel Geert Wilders’. En over de PvdA en het gegraai. ‘Juist onze partij moet impeccable zijn.’
'Ik ben geen beroepspoliticus en dat zal ik ook nooit worden,' zegt de man die in de peilingen het best scoort van alle bewindslieden van het kabinet-Balkenende.
Geen beroepspoliticus? U bent minister!
'Het ministerschap is geen beroep. Het is een functie, een ambt. Je dient de samenleving een paar jaar. Zo kijk ik er tegen aan: je bent een tijdje minister en dan is het weer wegwezen.'
Waar komt die overtuiging vandaan?
'Van mijn vader. Die was huisarts in Rijnsburg in Zuid-Holland en zat naast zijn drukke praktijk voor de Anti-Revolutionaire Partij in de gemeenteraad. Dat hoorde zo.'
Wat hoorde zo?
'Dat je je bekreunt om je omgeving. Zo is het me van huis uit meegegeven.'
Uw vader was christen-democraat, u zit bij de PvdA.
'Ik ben in 1976 lid geworden vanwege Joop den Uyl. Al had ik nog meer bewondering voor de staatssecretaris van stadsvernieuwing in dat kabinet, Jan Schaefer. Veel studenten waren in die tijd lid van de CPN of de PSP. Dat was mij te sektarisch. Ik kan uren schelden op de PvdA, maar het is wel mijn partij.'
In 1982 - Schaefer was inmiddels wethouder in Amsterdam - werd Van der Laan korte tijd de rechterhand van Schaefer, de banketbakker uit de Pijp die beroemd werd door uitspraken als 'in geouwehoer kun je niet wonen'.
Wat sprak u in hem aan?
'Jan was ontzettend creatief en doelgericht in alles wat hij deed. Down to earth. Hij was geen anti-intellectueel, maar het tegendeel van een intellectueel. Hij was autonoom, het kon hem niet schelen wie hij een grote bek gaf. Als dat het goede doel maar diende. In die houding herkende ik me. Ik heb mijn gebreken, maar één ding: ik ben niet bang. Ik heb van huis uit geen talent voor horigheid meegekregen. De band tussen Schaefer en mij is tot zijn dood in 1994 blijven bestaan. In de jaren negentig was ik fractievoorzitter in de Amsterdamse gemeenteraad, naast een drukke baan als advocaat. Jan was op dat moment al zwaar ziek, hij had suikerziekte. Op mijn verzoek heeft hij een banenplan voor Amsterdam geschreven, de voorloper van de Melkertbanen. Vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 hebben we dat plan, 'Het werk ligt op straat', van deur tot deur verspreid. De Amsterdamse PvdA was de enige afdeling die dat jaar de verkiezingen won.'
Eberhard van der Laan is sinds vorig jaar november - of hij het nou leuk vindt of niet - beroepspoliticus. Zijn hele leven heeft hij met één been in de politiek gestaan.
Begin jaren tachtig vertrok hij bij het Amsterdamse stadhuis om advocaat te worden, eerst bij Trenité Van Doorne, later bij zijn eigen kantoor Kennedy Van der Laan, dat ondanks hooggestemde idealen (ook pro Deo-zaken, iedereen mocht in deeltijd werken en de kantine serveerde biologische gerechten) toch winstgevend bleek te zijn.
In de jaren negentig saneerde hij als fractieleider met harde hand de regenteske en verstarde Amsterdamse PvdA. Alle zittende wethouders kregen hun congé, net als het grootste deel van de gemeenteraadsleden. Nadat hij deze klus had geklaard, vertrok Van der Laan zelf ook. Een advocatenkantoor, een gezin en de gemeentepolitiek combineren werd hem te zwaar. Hij was - zoals zijn vriend Felix Rottenberg later tegen NRC Handelsblad zei - 'versleten als draadjesvlees'.
Een paar keer weigerde Van der Laan een kabinetspost. Tot hij in 2008 toehapte nadat Ella Vogelaar door de partijleiding was weggestuurd. Sindsdien is de voormalige taxichauffeur, bloemenverkoper, semi-professionele kaartspeler en bestuurder van onder meer het Verzetsmuseum, De Groene Amsterdammer, Het Parool en Kindercircus Elleboog verantwoordelijk voor het bijna onmogelijke beleidsterrein Wonen, Wijken en Integratie.
De woningcorporaties in Eindhoven komen in opstand, SGP'er Kees van der Staaij wil met de minister in debat over de scheiding van kerk en staat en PVV-leider Geert Wilders wil dat de Tweede Kamer uitzoekt of Van der Laan een ambtsmisdrijf pleegde door de vraag wat allochtonen kosten niet volledig genoeg te beantwoorden.
'Ik zou opzettelijk informatie hebben achtergehouden,' zegt Van der Laan zo neutraal mogelijk. Hij is bezig met het schrijven van een reactie op de aantijging van de PVV. 'Ik wil alleen zeggen dat de Kamer heeft vastgesteld dat we aan onze informatieplicht hebben voldaan.'
Als we Van der Laan 's avonds op zijn ministerie ontmoeten, heeft Theo, de kamerbewaarder, snel een bordje hutspot klaargemaakt. Van der Laan maakt een veel minder bedachtzame indruk dan collega's als Piet Hein Donner en Ernst Hirsch Ballin. Hij steekt onmiddellijk van wal, staat het woord niet meer af, overlaadt ons met commentaar ('ik weet wel dat jij in de jaren zeventig communist bent geweest, Van Weezel'), praat vol passie over zijn wijkenbeleid en spreekt voortdurend in de overtreffende trap. Want zoals je in de advocatuur leert: de aanval is de beste verdediging.
Het thema integratie is niet nieuw voor Van der Laan; in de tijd van Schaefer begonnen de wijken al te verkleuren. 'We maakten ons toen al zorgen over buurthuizen die per se allochtone vrouwen binnen wilden krijgen en daarom zeiden: laat het cursusgeld maar. Lazer op! riep ik toen al. Je moet mensen die in een gelijke situatie zitten ook gelijk behandelen!'
Werd u in die tijd voor rechts uitgemaakt?
'In de jaren negentig werd ik nieuw flinks genoemd. Maar dat was binnen de PvdA. Elke ochtend als ik op mijn advocatenkantoor kwam, kreeg ik van mijn collega's een onderhoudsdosis "doe normaal". Niemand wist wat zich de vorige avond tijdens de gemeenteraadsvergadering had afgespeeld. Daardoor snapte ik toen al de afstand die er tussen gewone burgers en politici bestond.'
Veel PvdA'ers probeerden met een grote boog om het onderwerp integratie heen te lopen.
'Dat klopt, maar mij is dat niet overkomen. Ik woonde vijfentwintig jaar in de Kinkerbuurt en De Baarsjes, een gemengde buurt in Amsterdam-West. Ik merkte hoe vervreemd de autochtone bewoners van de PvdA waren geraakt. Je mocht je er niet over beklagen als je Marokkaanse buren hun vuilnis over het balkon kieperden. Tijdens de verkiezingscampagne van 1990, toen ik kandidaat voor de gemeenteraad was, merkte ik hoe kwaad mensen op de PvdA waren. Ik zie me nog de trap oplopen in de Spaarndammerbuurt. Op de derde verdieping werd ik er bijna af gesodemieterd toen ik zei dat ik van de PvdA kwam. Toen we op de markt stonden, scheurden de kiezers de foldertjes die we uitdeelden in tweeën. We werden gehaat! We verloren dat jaar negen van onze eenentwintig gemeenteraadszetels. Dat stemde tot nadenken. Als je niet dom was, trok je de juiste conclusie.'
En die was?
'De PvdA was veel te regentesk geworden. We moesten onszelf democratiseren. We hadden goede bestuurders, alleen waren we even vergeten dat we ook nog de bevolking moesten vertegenwoordigen. We hadden de oude Amsterdammers in de steek gelaten. We hadden veel eerder tegen hen moeten zeggen: je bent geen racist als je erover klaagt dat je buren op de trap geen Nederlands met je willen spreken.'
Nu, twintig jaar later, zijn de kiezers nog steeds van de PvdA vervreemd. Wat heeft de PvdA de afgelopen decennia gedaan?
'Too little, too late. We moeten de kiezers laten zien dat er nu wél iets gebeurt. We pakken de inburgering aan, de huwelijksmigratie. De eisen om hiernaartoe te komen, worden aangescherpt. Met huwelijksmigratie importeer je achterstanden en wij houden nu rekening met de spankracht van degenen die dat moeten opvangen. Leraren die met wallen onder hun ogen voor de klas staan, de docenten die analfabete nieuwkomers begeleiden. We kiezen ook voor hen, dat is redelijk fundamenteel, een aantal jaar geleden was dat not done. Ik wil niet zeggen dat dit baanbrekend is, maar voor mijn partij is het nieuw. Ik was in gesprek met een aantal vrouwen in Alphen aan den Rijn. Ze volgden een goed georganiseerde inburgeringscursus. Ik vroeg ze of ze de cursus als een cadeau of als een verplichting beschouwden. "Een verplichting," antwoordde bijna iedereen. Van zo'n antwoord schrik ik.'
Eberhard van der Laan is een idealist. Hij gelooft in een toekomst van de PvdA als partij die, net als vroeger, de gewone man verbindt met de avant-garde, met de gegoede middenklasse.
Frans Timmermans zei laatst tijdens een bijeenkomst van happyChaos in Amsterdam dat hij veel ziet in samenwerking met GroenLinks en D66 omdat de PvdA de gewone man toch niet terugkrijgt.
Fel: 'Nooit, nooit, nooit! We moeten niet vergeten waar we vandaan komen! Het was de arbeidersklasse die rond 1890 voor goed onderwijs vocht, voor stemrecht, de achturige werkdag. Hoe kan de PvdA de gewone man nu afschrijven?'
Tegenwoordig wonen de vroegere PvdA-stemmers in Almere en steunen veel van hen de PVV.
'Je hebt een geschiedenis, idealen. Denken jullie dat de mensen in Almere rotzakken zijn? Totaal niet. Wij hebben te weinig voor ze gedaan en daarom voelen ze zich in de steek gelaten. Als we oprecht in gesprek gaan, komen ze terug. Op het moment dat wij de gewone man/vrouw afschrijven, is het met ons gebeurd.'
Amsterdam anno 1990 was nog niets vergeleken bij het klimaat dat nu in het land heerst. De peilingen voorspellen al maanden dat de partij van Geert Wilders na de verkiezingen een van de grootste wordt. De Nieuw Flinks-voorman van toen wordt nu als een softie afgeschilderd die weigert serieus op de vragen van de PVV over de kosten van allochtonen en de kopvoddentaks in te gaan. Van der Laan doet alsof de aanvallen op zijn persoon hem onberoerd laten. Hij noemt de PVV-leider tegenover ons kortaf 'een sta-in-de-weg' bij het oplossen van integratieproblemen.
We hebben gehoord dat u tijdens bijeenkomsten met integratiedeskundigen heeft verteld dat jonge moslimkinderen bang zijn in Nederland. Bang voor Wilders.
Als door een wesp gestoken: 'Wie heeft jullie dit verhaal verteld? Daar ga ik niet op in, dat is te persoonlijk.'
Na enig aarzelen vertelt hij het toch. Het was in de tijd dat Wilders op de Deense televisie zei dat tientallen miljoenen moslims die problemen veroorzaakten Europa uit moesten worden gezet.
Veel Marokkanen en Turken reageerden met de opmerking dat ze in een land waar dit soort dingen werden gezegd, niet wilden wonen. Prima, vond Wilders: 'Hoe minder moslims, hoe beter.'
Precies op dat moment ontving Van der Laan op zijn ministerie vijftien leerlingen van een islamitische school. Ambitieuze scholieren die campagne hadden gevoerd om tot klassevertegenwoordiger gekozen te worden. 'Die vroegen zich af: zijn we wel veilig hier? Het was een afschuwelijke opmerking van Wilders. Onverantwoordelijk. Want degenen die zich het meest inzetten om er in Nederland wat van te maken, raken door zo'n opmerking diep teleurgesteld. Dat zijn de eersten die denken: ik trek het niet meer.'
Conclusie?
'Ik realiseerde me op dat moment hoe belangrijk het is om de uitspraken van Wilders te demonteren. Het gaat me nog niet eens om voorstellen als "we moeten Marokkaanse voetbalvandalen door hun knie schieten" of "als kinderen zich misdragen, zetten we hun ouders het land uit."'
Met stemverheffing: 'Ik wil gewoon niet dat kinderen aanleiding hebben 's nachts wakker te liggen. Dat moeten ze geen seconde hoeven te doen. Dat Wilders daar aanleiding toe geeft, maakt me giftig. Dit is wat er op het spel staat, drong tot me door. Onschuldige kinderen die in angstige wezens kunnen worden veranderd.'
Dan, fel: 'Ik wil in dit interview trouwens niet meer over Wilders praten, het is de moeite niet.'
Stil. 'Ik hoor vaker dat mensen wakker liggen van Wilders.'
Geagiteerd: 'Ik wíl dat niet horen!'
Hij wijst met zijn vinger: 'Ik wil graag dat jullie het volgende opschrijven. Er wordt regelmatig gezegd dat ik hier als minister ben neergezet om Wilders tegen te houden. Dat is gelul! Ik ben minister geworden om de integratieproblemen aan te pakken. En Wilders is een obstakel. Ik heb nog nooit een redelijke oplossing uit zijn mond gehoord. Om de problemen te benoemen, hebben we hem niet nodig, we zien ze zelf huizenhoog. Als we het voortdurend over Wilders hebben, maken we hem veel te groot.'
Waarom willen alle journalisten alleen maar van hem horen wat hij van Wilders en de integratie vindt, vraagt Van der Laan zich af. Zijn portefeuille is veel groter. Van zijn tussentijds gesneuvelde voorganger erfde hij de krachtwijken die hij liever 'aandachtswijken' of 'Vogelaarwijken' noemt. De termen 'krachtwijken' en 'prachtwijken', die een tijdje op het ministerie van VROM werden gehanteerd, zijn inmiddels weer afgevoerd. Van der Laan: 'Het woord krachtwijk heb ík nog nooit gebruikt. Dat associeer ik met de DDR. Probleembuurten noem ik ze ook niet, dat vinden de bewoners vervelend. Wijken die extra aandacht verdienen - dat drukt precies uit waar het om gaat.'
De Kruiskamp in Amersfoort, Velve-Lindenhof in Enschede en het Eindhovense Woensel-West moeten niet alleen leefbaarder en veiliger worden gemaakt. Het gaat Van der Laan vooral ook om het vergroten van het zelfvertrouwen van de bevolking, om wat de Amerikanen empowerment noemen. 'Sport en kunst moeten daarbij een rol spelen. Ik wil stimuleren dat kunstenaars in zo'n buurt aan de gang gaan. Dat er muurschilderingen worden gemaakt en beelden worden neergezet waarvan de bewoners zeggen: nu hebben we iets moois, nu hebben we iets om trots op te zijn.'
Ondertussen moet hij de woningcorporaties ervan zien te overtuigen dat ze geld blijven steken in de Vogelaarwijken. Daar zijn vorig jaar afspraken over gemaakt - rijke corporaties hevelen geld over naar armlastige wijken - maar de uitvoering hapert. Sommige corporaties liggen dwars, maar Van der Laan heeft inmiddels steun uit Brussel gekregen. Hij heeft nog veel meer te stellen met de corporaties. Vier ervan zijn door hem onder curatele gesteld: Woonbron (in geldnood gekomen door de verbouwing van de ss Rotterdam), Rochdale (directeur die in een Maserati rondreed), SGBB (wanbeheer) en Servatius (uit de hand gelopen kosten van een studentencampus in Maastricht). De corporaties en hun brancheorganisatie Aedes (president-commissaris: partijgenoot Hans Alders, bestuursvoorzitter: partijgenoot Mark Calon) maken de minister nu op hoge toon voor een betuttelende staatssocialist uit.
Tot grote ergernis van Van der Laan: 'Ik vind dat de overheid móést optreden. De corporaties zijn in de jaren negentig verzelfstandigd. Het zouden maatschappelijke ondernemingen worden. Maar zonder dat er voldoende veiligheidskleppen werden ingebouwd om die maatschappelijke rol te garanderen. Ze hebben geen kiezers, geen leden en geen aandeelhouders. Waar ze de bocht uit vliegen, zeggen we nu: dan gaat het mes erin. Ook als er partijgenoten van me in het bestuur zitten.'
Tijdens de Europese verkiezingscampagne werden PvdA'ers op alle marktpleinen en straathoeken om de oren geslagen met verwijten over de 'zakkenvullerij' bij de verzelfstandigde woningbouwcorporaties. Van der Laan: 'Als partijgenoten van me in verband worden gebracht met hoge salarissen en bonussen, dan is dat killing! Killing! Een voormalige minister of oud-volksvertegenwoordiger die nu in de woningbouw zit, hóórt niet in verband gebracht te worden met dat soort dingen. Dat maakt ons hele verhaal kapot. Ik zeg wel: ik ben de eerste minister in decennia die niet één, maar vier raden van commissarissen van woningcorporaties naar huis heeft gestuurd. Ik was de eerste die zei: 180.000 euro salaris per jaar is voor jullie het maximum. Ik ben dan ook erg gelukkig met de opstelling van Lilianne Ploumen die zei: we vaardigen voortaan alleen mensen naar vertegenwoordigende functies af die niet hebben gegraaid. Dat gegraai is een belangrijke oorzaak dat het zo slecht gaat met de PvdA. Het is gif. Juist onze partij moet impeccable zijn.'
Komen we terug op de problemen tussen oude en nieuwe Nederlanders, zoals Van der Laan ze noemt. En tussen de nieuwe Nederlanders onderling. Want die komt de minister voor WWI ook volop tegen. 'Laatst in een moskee in Den Haag zegt een Turkse man: meneer de minister, mijn kinderen zijn werkloos en misschien verlies ik zelf mijn baan. En u haalt allemaal Bulgaren, Polen en Roemenen naar Nederland.'
Van der Laan, die op zijn advocatenkantoor veel aan mediation deed: 'Ik probeer mensen altijd naar elkaar toe te praten, dus ik zei: nu kunt u zich misschien beter verplaatsen in de oude Nederlanders. Zij hadden hetzelfde gevoel toen u destijds naar Nederland kwam.'
In de Haagse Transvaalbuurt zijn Turkse en Marokkaanse winkeliers boos omdat de gemeente heeft besloten dat de omgeving van de Paul Krugerstraat moet worden omgetoverd in een 'Little India' vol bazaars, restaurants met tandoori-chicken op de kaart en een bioscoop waar Bollywoodfilms zullen worden gedraaid. Andere etnische ondernemers krijgen daar minder snel een vestigingsvergunning. En in Amsterdam-Zuidoost klagen Surinaamse en Antilliaanse bewoners dat alle aandacht van de overheid tegenwoordig uitgaat naar de moslims in Amsterdam-West. 'Ook dat soort spanningen zullen we onder ogen moeten zien,' zegt Van der Laan.
Niet voor het eerst in het gesprek wijst hij erop dat hij in 1990 al vond dat de problemen die de multiculturele samenleving oplevert zonder mitsen en maren moesten worden benoemd: 'Nieuwe Nederlanders hebben rechten, maar ook plichten, dat is een sociaal-democratische gedachte.' Dus steekt het hem als hij door VVD, PVV en Rita Verdonk voor een watje wordt versleten. 'Ik moet nu uitkijken wat ik zeg, want dit onderwerp enerveert mij iets te veel. In de geschiedenis zijn we er altijd in geslaagd immigranten in ons midden op te nemen. Oké, het zijn er nu een beetje veel tegelijk en ook mijn eigen partij heeft te lang om de hete brei heen gedraaid. Maar ik twijfel er geen moment aan: uiteindelijk krijgen we dit onder de knie.'
O ja?
Heftig gebarend: 'Natuurlijk! Jullie denken toch niet dat we het níét gaan oplossen? Menen jullie dit nou serieus, of zitten jullie de minister uit te lokken? Dit is taaie materie en het gaat lang duren, maar natuurlijk komt het goed.'
Het ministerie voor WWI is in het leven geroepen vanuit de idealistische gedachte dat het kabinet zo de polarisatie te lijf kon gaan. Er gebeurt vast veel in de buurten, maar het gehoopte effect op het maatschappelijk klimaat is uitgebleven.
'Nee, dat is ons nog niet gelukt.'
Tweeëneenhalf jaar na het formuleren van de opdracht 'leer Nederland weer denken in termen van samen' is het wij-zij-denken alleen maar toegenomen.
Van der Laan, opgewonden: 'We kunnen het oplossen! Al zullen we er als een beest aan moeten sjorren.'
U vertelde dat u in 1990 met uw PvdA-folders de trap werd af gegooid in de Spaarndammerbuurt. Die agressieve stemming was er bij de Europese verkiezingscampagne dit voorjaar opnieuw. Dat schiet niet op.
'Ik klamp me vast aan de gedachte dat we het tij - net als we toen in Amsterdam hebben gedaan - kunnen keren. Ik geloof dat ik daar mijn bijdrage aan kan leveren, want ik kan de meest fanatieke marktkoopman overtuigen.'
Hoe doet u dat?
'Door goed te luisteren en waar nodig tegen te spreken. Daar heb ik als advocaat ervaring mee. Laatst had ik in Den Haag een gesprek met zo'n marktkoopman. Hij haalde overal de migranten bij. Na drie keer zei ik: "Nou wil ik even, wat is eigenlijk het probleem?" Vaak gaat het om dingen waar ook een oplossing voor is. Politici moeten dan wel het lef hebben om klagende mondige burgers ook van repliek te dienen. De individualisering heeft ertoe geleid dat veel mensen zeggen: ik moet alles mogen, maar mijn buurman mag niets. Als ik iets aan mijn huis wil aanbouwen, is dat prima, maar als de buurman een meter te ver mijn kant opkomt, schakel ik zestien advocaten in.'
Voor serieuze zorgen heeft Van der Laan geduld, maar de claimcultuur, het voortdurend eisen stellen, irriteert hem mateloos. 'Goed leiderschap betekent ook dat je mensen af en toe een pak slaag moet geven. Dan schoppen ze je maar weg bij de verkiezingen.'
Voor wijlen Pim Fortuyn heeft hij prijzende woorden over: 'De traditionele politici vormden een gesloten kaste, daar zetten mensen zich terecht tegen af. Fortuyn zei: de politiek is van iedereen. Wat dat betreft, was ik wel enthousiast over de Fortuyn-revolte. Laat mensen meedoen! Laat ze bewijzen wat ze kunnen! Voor iemand als Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam heb ik ook waardering. Ik nodig hem soms uit voor een brainstorm. Het is een scherpzinnige vent.'
Hij herkent iets in de kritiek van de Leefbaren op de gevestigde politieke partijen. Want aan de bewindslieden en wethouders die met Velpon aan hun stoel zitten vastgeplakt, heeft hij zelf ook altijd een hekel gehad.
'Ik vind ook dat we af moeten van de carrièrepolitici, van de baantjesjagers. Politiek zou weer moeten worden als vroeger: burgers die om toerbeurt een paar jaar de verantwoordelijkheid voor de publieke zaak op zich nemen en daarna weer weggaan. Mag ik iets verhevens zeggen? Mensen zouden het als een voorrecht moeten beschouwen om in de politiek te zitten. Het is een functie om in ere te houden. Het gaat om dienstbaarheid aan de samenleving, om het tonen van burgerzin.'
Zo wordt er niet tegenaan gekeken.
'Waar ik razend van word, is dit: als je die dienst aan de samenleving wilt bewijzen, wordt van alle kanten aan je oprechtheid getwijfeld. De een maakt je voor een doetje uit. De ander stelt je in een kwaad daglicht als je strenge maatregelen tegen importbruiden en huwelijken tussen nichten en neven wilt nemen. Dan hebben ze het opeens over Van der Laan die meedeint op de golven van het populisme en door de knieën gaat voor Wilders. Dat is vals. Ik kan er niet tegen als iemand me probeert te verbinden met angst voor de peilingen en met opportunisme. Ik doe wat gedaan moet worden.
Maar onder de opinieleiders in Nederland heerst een cynisch sfeertje. Een vorm van: wij kijken alleen maar toe, vraag ons niet zelf met de poten in de modder te staan. Iedereen die wel verantwoordelijkheid op zich neemt, wordt genadeloos afgebrand. Ik noem dat het Max Pam-effect. Het is niet goed of het deugt niet. Ik kan daar zo'n hekel aan krijgen. Want er moet wel een gek te vinden zijn die op deze stoel gaat zitten als minister. Tegen dat deel van de toeschouwers wil ik zeggen: doe eens méé in plaats van iedereen af te zeiken.'
Het gedrag van sommige politici zint hem ook niet. 'Wat me in Den Haag opvalt, is hoe vaak politici bezig zijn elkaar in een ongunstig daglicht te stellen, elkaars nieren te proeven om er zelf beter van te worden. Je probeert een verkeerd stempel op een ander te drukken en denkt: zo, die zit in de hoek. Dat is me bijvoorbeeld overkomen met Paulus Jansen van de SP. Ik grijp snoeihard in bij de woningcorporaties en wat zegt hij: Van der Laan voert een liberaal beleid. Dan denk ik, wat is dit voor een flauwekul, man, doe normaal!'
Zijn contact met lobbyisten en brancheverenigingen, de bouwbedrijven, de milieubeweging, de woningcorporaties, was een indringende ervaring: 'Je gelooft het niet. Als ik met zo'n club goeie zaken doe en we het over negentig procent eens worden, schrijven ze nog diezelfde dag een brief aan de Tweede Kamer dat ik een schurk ben. Want die laatste tien procent is nog niet binnen. Claim, claim, claim. Die mentaliteit van: ik sta voorop en de rest kan stikken, vreselijk. Als ik soms hoor wat hier aan deze tafel wordt geëist, zeg ik: jongens, drink je koffie op en wegwezen. Als ik ze respecteer, mogen ze twee weken later terugkomen. Tegen de woningbouwcorporaties heb ik gezegd: ik ben niet meer beschikbaar voor jullie ruzies. Doe dat maar ergens anders. Het lijkt hier soms een half open inrichting! Mijn aanpak werkt wel, er wordt weer gepraat.
Die claimcultuur is een groot probleem dat de geloofwaardigheid van de overheid en de politiek aantast. Op het moment dat het me echt te dol wordt, ben ik weg. Ik heb niets te verliezen. Sterker nog: ik heb veel te winnen door deze half open inrichting weer te mogen verlaten. Als ik tegen een muur op loop, is er niets aan de hand. Dan word ik weer advocaat in Amsterdam. Die gedachte geeft me kracht. Daarom kan ik mensen mijn kamer uit sturen als ze in mijn democratische ogen de bocht uit vliegen.'
U bent in de peilingen de populairste minister van het kabinet. U wordt wel de kroonprins genoemd, de nieuwe partijleider.
'Ik ben niet de meest populaire, maar de minst onpopulaire minister. En ik ben van het team Wouter. Hij is een heel goede partijleider. Wouter is een waanzinnig goede minister van Financiën en hij weet dat hij extra aandacht aan het partijleiderschap moet geven. Alles wat ik doe, is erop gericht om hem weer in een bloedvorm te krijgen.'
Geluk bij een ongeluk dat Eberhard van der Laan voor niets of niemand bang is. Niet voor Max Pam. Niet voor Paulus Jansen van de SP. Niet voor de woningcorporaties. Niet voor Wilders.
'Ik wil me niet laten voorstaan op het verzetsverleden van mijn ouders, want ik ben zelf van 1955. Maar Rijnsburg telde honderden onderduikers. Mijn vader en moeder waren betrokken bij het gereformeerde verzet. De knokploegen van Johannes en Marinus Post, Trouw, het artsenverzet. Mijn vader was een beetje een avonturier, die vond dat spannend. Mijn moeder was een angsthaas, maar ze deed mee en dat is pas echt dapper. Ik heb van huis uit meegekregen dat je je mond opentrekt als je onrecht ziet.'
Heeft die onverzettelijke houding van uw ouders invloed op hoe u nu tegen de PVV aankijkt?
'Nee. Niet in directe zin. De situatie is onvergelijkbaar. Maar de manier waarop generaliserend en radicaal over moslims wordt gepraat, vind ik wel alarmerend.'
Wilders is erin geslaagd u in de hoek van de politiek-correcte elite te zetten.
'Ik wil het niet meer over Wilders hebben, maar wat me hogelijk heeft verbaasd, is dat die blonde meneer die al twintig jaar in Den Haag rondloopt mij verwijt dat ik deel uitmaak van de gevestigde orde. Terwijl ik hier net kom kijken. Ik was advocaat, ondernemer. Ik hielp duizenden cliënten, ook PVV-stemmers. Ook toen ze me niet meer konden betalen. Ik wil wel eens horen wat meneer hier ondertussen allemaal heeft gedaan.'
Hij gaat ervan uit dat hij het als minister voor Wonen, Wijken en Integratie gaat redden: 'Natuurlijk, mij krijgen ze niet klein.' Vrolijk: 'Als ik ergens door gegrepen ben, moet je van goeden huize komen om me te stoppen.'
Eberhard van der Laan (1955)
1990-1998: lid gemeenteraad Amsterdam (PvdA)
1992-2008: advocaat bij Kennedy Van der Laan (medeoprichter)
2008-heden: minister voor Wonen Wijken en Integratie
Van der Laan is getrouwd en heeft vijf kinderen
Lezersoproep
U bent al 40 jaar getrouwd met een lieve boekhouder, maar valt ineens voor een Poolse bouwvakker. U stemt stiekem met uw portemonnee in plaats van uw hart. U zit in de actiegroep Behoud de Buurtwinkel, maar shopt soms bij de Lidl.
