VN MediagidsDeense les voor links
Politiek 21.09.2011
'Het is ons gelukt!' riep Helle Thorning-Schmidt afgelopen donderdag tegen een uitzinnige menigte in Kopenhagen. 'We hebben geschiedenis geschreven!' Reden tot euforie was er zeker: na een spannende verkiezingsstrijd heeft de leider van de Deense sociaal-democraten de rechtse regering uit het zadel weten te krijgen. Het verschil was krap, dat wel: slechts een handvol zetels. Maar na tien jaar is het 'Deense model' (een minderheidsregering van liberalen en conservatieven, gedoogd door populistisch rechts) ten einde. Thorning-Schmidt wordt de eerste vrouwelijke premier van haar land. En ze wist met haar overwinning een Europese trend te keren: terwijl overal op het continent rechtse allianties aan de macht zijn, kiest Denemarken juist voor links.
Wie de verkiezingsuitslag door Nederlandse ogen bekijkt, valt nóg iets op: de linkse partijen trokken gezamenlijk ten strijde. Voorafgaand aan de verkiezingen werd de gehele oppositie, van behoudend links tot sociaal-liberaal, het eens over samenwerking. De vorming van dit Rode Blok bleek essentieel voor de overwinning: hoewel de rechts-liberalen van vertrekkend premier Rasmussen de grootste partij bleven (en zelfs een zetel wonnen), haalden de linkse partijen gezamenlijk meer zetels dan het rechtse blok. Exit Rasmussen. En daar blijft het niet bij: de Deense PVV verloor voor het eerst sinds haar oprichting in 1995 zetels, en raakt haar sleutelpositie in het Deense parlement kwijt.
Dit scenario moet Cohen, Roemer, Sap en Pechtold toch als muziek in de oren klinken. In Nederland wordt al decennialang gepraat over linkse samenwerking, zonder dat het van de grond komt. Ook onder het rechtse kabinet-Rutte is de eenheid bij de oppositie ver te zoeken: GroenLinks en D66 lonken opzichtig naar VVD en CDA, terwijl de PvdA steeds dichter tegen de SP aanschurkt. Maar in Denemarken, waar het politieke landschap opmerkelijke overeenkomsten vertoont met dat van Nederland, is een links blok dus wél mogelijk. Zou het opnieuw kunnen uitgroeien tot gidsland voor Nederland, maar dan voor het progressieve deel der natie?
Net als bij ons bevindt zich in Denemarken links van het midden een bonte verzameling partijen en partijtjes. Er is een grote sociaal-democratische partij à la de PvdA. Er is een SP-achtige beweging van oud-communisten, groenen en eurosceptici: de Enhedslisten. En er is Radikale Venstre, de Deense D66: liberaal als het over de economie gaat, maar links qua standpunten over immigratie en sociaal-culturele kwesties (de Denen noemen Radikale Venstre pesterig 'de caffè latte-partij'). Al deze partijen wist Thorning-Schmidt achter zich te krijgen. De sleutel: een flexibele opstelling. Een jaar geleden besloten de sociaal-democraten en hun junior partner, de Socialistische Volkspartij, met een gezamenlijk programma de verkiezingen in te gaan. Met de andere twee partijen werd eigenlijk maar over één ding overeenstemming bereikt: de premierskandidaat. Ze deden mee om uiteenlopende redenen: de Enhedslisten omdat het een einde wil maken aan het neoliberale economische beleid van de rechtse regeringscoalitie, Radikale Venstre omdat het fel tegenstander is van het hyperrestrictieve immigratiebeleid en zich geneert voor het gedeukte Deense imago in het buitenland.
- Niet over elk programmapunt hoeft overeenstemming te zijn
Het zal niet eenvoudig worden voor Thorning-Schmidt om een regering te vormen. Waarschijnlijk komt er opnieuw een minderheidskabinet: de Eenheidslijst stapt sowieso niet in de regering omdat het de economische plannen van het linkse blok nog altijd niet links genoeg vindt. De vraag is nu of Radikale Venstre wél meedoet: die partij is geen voorstander van de belastingverhogingen die de toekomstige premier voorstaat en houdt vast aan een ingrijpende hervorming van de arbeidsmarkt die vlak voor de verkiezingen door de rechtse regering werd doorgevoerd. Het ziet ernaar uit dat Thorning-Schmidt net als haar Nederlandse collega Rutte regelmatig zal moeten gaan shoppen bij de oppositie. En dat allemaal tegen de achtergrond van buitengewoon sombere economische voorspellingen: naar verwachting loopt het Deense begrotingstekort volgend jaar op tot 4,6 procent van het bruto binnenlands product.
'De Deense kiezers hebben een ingewikkeld politiek pakketje afgeleverd bij hun nieuwe premier,' schrijft Kristian Madsen, politiek commentator bij het dagblad Politiken. Toch nemen al deze toekomstige hobbels niet weg dat Thorning-Schmidt een electoraal huzarenstukje heeft afgeleverd.
Wat zijn de lessen van de Deense triomf voor linkse samenwerking in Nederland? Om te beginnen: niet over elk programmapunt hoeft overeenstemming te worden bereikt. Een goede gemeenschappelijke lijsttrekker is voldoende. Sterker nog: doordat er verschillende smaken links zijn, is de aantrekkingskracht van het blok als geheel veel groter. In Denemarken stemden gematigd linkse burgers op de sociaal-democraten, terwijl de loony left terecht kon bij de Enhedslisten en Radikale Venstre teleurgestelde rechtse kiezers naar het linkse kamp wist te lokken.
Dit kan ook in Nederland. De PvdA zou als aanvoerder van een links verbond met GroenLinks en D66 afspraken kunnen maken over milieu, Europa en hervorming van de arbeids- en woningmarkt, terwijl de SP aan boord gehaald kan worden met hogere belastingen, een stevige bankentaks en bescherming van de allerzwaksten. De ChristenUnie zou verleid kunnen worden met gezinsvriendelijke maatregelen, en zelfs de Partij voor de Dieren zou gepaaid kunnen worden met flora- en faunavriendelijk beleid. Alleen de SGP is vermoedelijk een hard nut to crack.
Als het linkse verbond slim is, laat het ook de mogelijkheid van minderheidsregering nadrukkelijk open. Tijdens de formatie van vorig jaar wilde Cohen uitsluitend praten over een traditioneel meerderheidskabinet, maar het succesvolle eerste jaar van het kabinet-Rutte heeft laten zien dat zoiets ook in Nederland niet meer heilig is. De turbulente economische tijden zullen sowieso vragen om gelegenheidscoalities. En als rechts succesvol kan zijn met een minderheidskabinet, waarom zou links dat dan ook niet kunnen?
Bovenal zouden de politieke partijen bereid moeten zijn tot een electoraal offer. Het succes van een links blok als geheel gaat per definitie ten koste van één of twee deelnemende partijen. In Denemarken heeft Thorning-Schmidt dat aan den lijve ondervonden: de sociaal-democraten en hun partner verloren zetels, terwijl de Enhedslisten en Radikale Venstre hun stemmenaantal meer dan verdubbelden. Zo'n scenario valt in Nederland ook te verwachten: bij een links verbond zullen minder SP-, GroenLinks- en D66-kiezers op het laatste moment voor de PvdA kiezen omdat ze hopen dat die partij de grootste wordt. Dat is niet leuk voor de sociaal-democraten, maar ze kunnen zich troosten met de gedachte dat de verloren stemmen wél binnen het linkse blok blijven (en dat ze waarschijnlijk de premier leveren).
Al met al stemt het nieuwe 'Deense model' hoopvol voor progressief Nederland. Maar eerst moeten er nog wel verkiezingen komen. En o ja, misschien is er nog een ander recept voor succes: drie van de vier lijsttrekkers van het Deense Rode Blok zijn vrouw. Valt daar nog wat aan te doen?
