VN MediagidsDe bomen en Wouter Bos

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek / Haagse streken 17.03.2008

Door Max van Weezel

Te lief voor Wouter, vonden veel PvdA’ers aan het Binnenhof de VN-column (‘Tak! Tak!’) waarin ik de stelling poneerde dat het niet aan Bos ligt dat zijn partij uiteen dreigt te vallen in paternalisten en links-liberalen, biefstuksocialisten en economische hervormers, integratiefanaten en liefhebbers van de multiculturele samenleving.

Raar hoor, politici die erover klagen dat je hun eigen partijleider te aardig behandelt. Het zegt vooral iets over het tempo waarin de ster van de vice-premier binnen de PvdA aan het dalen is. Zijn plannen om de topinkomens aan te pakken leiden niet tot applaus (geen wonder als staatssecretaris Jan Kees de Jager verklaart dat ze hoogstens een paar duizend managers treffen).

Exponenten van de linkervleugel als Jan Pronk en Ruud Vreeman nemen hem kwalijk dat hij in zijn interview met ‘de Volkskrant’ het integratiedebat op scherp zette. Medestanders als Eddy Terstall en Dominic Schrijer betreuren het dat hij bij ‘Pauw & Witteman’ zijn geharnaste uitspraken voor een deel weer terugnam. Als minister van Financiën moet Bos beheerders van spending departments als Guusje ter Horst, Ronald Plasterk en Jet Bussemaker ervan weerhouden aan de salariseisen van wijkagenten, docenten en verpleegsters toe te geven – wat een gespannen verhouding met de vakbeweging oplevert. Een ingreep van het ministerie van Financiën doorkruiste de onderhandelingen tussen Ella Vogelaar en de woningcorporaties.

In de wandelgangen wordt al druk gespeculeerd over de vraag wie bij de volgende verkiezingen de lijst van de PvdA moet aanvoeren: zou Job Cohen zich bereid tonen zijn ambtswoning voor het Catshuis in te ruilen? Koestert Ronald Plasterk ambities? Wat vind je ervan als Frans Timmermans de zieke Jacques Tichelaar als fractieleider zou opvolgen om zich alvast warm te lopen voor later? Zulk geroezemoes draagt niet bij aan het gezag van Wouter Bos.

Vice-premier onder de CDA’er Jan Peter Balkenende worden blijkt een riskante beslissing te zijn geweest. Voorgangers van Bos als PvdA-leider overleefden die keus niet of nauwelijks. In 1967 werd Anne Vondeling voor het lijsttrekkerschap gepasseerd na een mislukte periode als minister van Financiën in het kabinet-Cals. In 1982 kon vice-premier Joop den Uyl het vege lijf alleen redden door het kabinet-Van Agt op te blazen. Begin jaren negentig ging Wim Kok bijna kopje onder toen hij van premier Lubbers het groeiend aantal arbeidsongeschikten moest aanpakken. Alleen doordat het CDA bij de verkiezingen van 1994 nog meer verloor dan de PvdA, werd de sociaal-democratische minister van Financiën alsnog premier.

De calculatie van Bos is geweest dat hij in de voetsporen van Kok kan treden: eerst als minister van Financiën prestige bij de banken en het bedrijfsleven opbouwen en vervolgens alsnog het Torentje veroveren. Maar Kok slaagde daarin toen de PvdA nog geen concurrentie had te duchten van Jan Marijnissen en Geert Wilders. Persoonlijk zie ik een premier Bos nog steeds zitten. Maar dan moet hij wel duidelijk stelling nemen in de vleugelstrijd binnen de PvdA. Zonder – wanneer hij dat doet – meteen op zijn woorden terug te komen. Nu kun je door de bomen Wouter Bos niet meer zien.


Lieve help

De verzorgingsstaat op z’n retour? Het groeit en bloeit daar, in die bossen.

Stephan Sanders op 16.05.2012 -

Micha Wertheim

Micha Wertheim

Micha Wertheim op 16.05.2012 -