VN MediagidsDe PvdA zwijgt niet meer in het islamdebat
De oprichting van het comité van ex-moslims door de tweeëntwintigjarige Ehsan Jami is niet minder dan een doorbraak. Des te betreurenswaardiger is daarom de rel die niet lang na de lancering van Jami’s comité ontstond rond de filmer Eddy Terstall. Interessanter, en door de rel nauwelijks opgemerkt, is de pro-actieve manier waarop de PvdA met deze heikele kwestie is omgegaan.
Afvalligheid is in islamitische naties zoiets als landverraad. Dat wil niet zeggen dat alle afvalligen meteen worden doodgemept, maar als een kwaadwillend familielid of buurman er achter komt, kan de coming out dramatische gevolgen hebben: uitstoting uit de gemeenschap, verlies van werk, in het ergste geval gevangenisstraf of zelfs de doodstraf.
Geen wonder dus dat burgers in het Midden-Oosten het niet van de daken schreeuwen als ze besluiten de koran en de uitspraken van de profeet niet langer te volgen. Als de rest van de straat tijdens ramadan zuchtend en steunend de dag door komt zonder eten of drinken, neemt de ongelovige achter zijn eigen voordeur nog een lekker glas wijn en een sigaret. Maar daarover praten? Dat is een andere zaak.
Het taboe op afvalligheid in islamitische kring kwam samen met de gastarbeiders in de jaren zeventig naar Nederland. Toen Ayaan Hirsi Ali op televisie verklaarde dat ze zichzelf niet langer als moslim beschouwde, publiceerde Vrij Nederland een stuk waarin gesproken werd met voormalige moslims die met minder bombarie maar ook zeer overtuigd hun geloof hadden verlaten. Als rode draad door de interviews liep het sociale isolement, waarmee ze na hun uittreding zonder uitzondering waren geconfronteerd. Het schrijnendst was het verhaal van een vrouw van Marokkaanse afkomst die een verhouding had met een Nederlandse man. Door de week was ze een vlotte consultant met een leuke vriend, in het weekeinde bezocht ze haar ouders en deed ze alsof ze een oude vrijster was. Kinderen krijgen? Daar dacht ze liever niet aan, dan moest ze haar ouders vertellen dat ze een verhouding had met een ongelovige en dat ze zelf ook de koran vaarwel had gezegd. Dat was te ingewikkeld en ook te gevaarlijk.
De oprichting van het comité van ex-moslims door de tweeëntwintigjarige Ehsan Jami, afkomstig uit Iran, is dan ook niet minder dan een doorbraak. Jami’s voorbeeld is de Duitse Zentralrat der Ex-Muslime. Voor de eerste keer sinds Mohammed in de zevende eeuw zijn geloofsgemeenschap stichtte, wordt het taboe op het openlijk en vrijwillig afzweren van het geloof waarin men geboren is, door deze comités doorbroken. Zo’n ontwikkeling lijkt vooralsnog alleen mogelijk in de westerse wereld, waar kerk en staat gescheiden zijn en burgers de vrijheid hebben om al dan niet een godsdienst te kiezen. Honderden reacties zijn er inmiddels bij Jami zijn binnengekomen. Zijn initiatief kan daarmee uitmonden in een echte emancipatiebeweging.
Nestbevuiler
Des te betreurenswaardiger is daarom de rel die niet lang na de lancering van Jami’s comité ontstond rond de filmer Eddy Terstall. De Amsterdamse PvdA’er ging ondanks een uitnodiging van Wouter Bos niet in de Tweede Kamer, maar is wel een zeer actief partijlid, in de beste traditie van de Franse intellectuelen die zich ook gevraagd en ongevraagd met de politiek bemoeien. Terstall volgt het integratiedebat op de voet. Zo ging hij in februari van dit jaar op bezoek bij Farish Ahmad-Noor, een wetenschapper uit Maleisië, die tegenwoordig in Berlijn aan het Centre for Modern Orient Studies doceert. Noor is een liberale moslim die in eigen land zeer pittige krantencolumns schrijft. Boeiend, dacht Terstall, die man moeten we naar Nederland halen.
De filmer was dan ook meteen geïnteresseerd toen Jami, oud-raadslid voor de PvdA in Leidschendam, begin mei de oprichting van zijn comité wereldkundig maakte. Terstall en Jami wisselen e-mails uit en Terstall, die een groot netwerk heeft binnen de PvdA, brengt Jami in contact met partijprominenten als Ronald Plasterk. Ondertussen roeren islamitische partijleden zich op websites. Jami wordt uitgemaakt voor een nestbevuiler en een haatzaaier. ‘Trek je niets aan van die intellectuele lichtgewichten,’ schrijft Terstall zijn beschermeling. ‘Strijd de goede strijd. Voor een echte multiculturele en open maatschappij. Om met Mandela te spreken: Amandla.’
Het is allemaal goed bedoeld, maar Terstall maakt één grote fout. Over de uiterst gevoelige materie van de geloofsafval schrijft hij een ironisch bedoelde e-mail aan bevriende partijleden die eind mei uitlekt naar NRC Handelsblad. In de mail rapporteert hij ‘als een halve stasi’ over zijn gesprekken met Jami. Terstall heeft Jami ‘zoals afgesproken’ aangeraden zijn woorden zorgvuldiger te kiezen. De jonge Nederlandse Iraniër moet ‘rekening houden met het feit dat voor een deel van onze achterban de principes aangaande deze materie nog niet vanzelfsprekend zijn’. Ook krijgt Jami de suggestie het woord ‘achterlijk’ niet te vaak met ‘islam’ in verband te brengen. Terstall schrijft het ‘moeilijk’ te vinden de jongen verder ‘ideologisch in te kapselen in de manier waarop hij zich uit’. Hij refereert nog spottend aan de DDR en ondertekent met ‘kameraad Eddy’.
In een reactie laat Terstall weten dat hij Jami inderdaad adviezen geeft, maar dat er geen sprake is van een rapportencultuur of van boven opgelegde richtlijnen. Het is een cynische grap, dat zou iedereen toch moeten begrijpen? Hij wil toch alleen maar helpen? Maar zo makkelijk komt de filmer er niet vanaf.
Na de publicatie in NRC Handelsblad is de beer los. In Nieuwe Revu wordt Terstall ‘een gluiperd’ genoemd. Columnist Theodor Holman doet hem in Het Parool af als een ‘maoïst’. ‘Ik begin me zo langzamerhand zorgen te maken over de morele condities van de PvdA,’ schrijft Afshin Ellian – die ook een adviseur is van Eshan Jami – in NRC Handelsblad. ‘Waarom gaat de partijtop tijd en energie besteden om Jami, de verdediger van onze grondwet ideologisch in te kapselen?’
De rel is geboren. Terstall doet alle mogelijke moeite zijn oprechtheid te bewijzen. Hij nodigt vriend en vijand uit bij hem thuis zijn e-mailuitwisselingen in te zien. En inderdaad, daaruit komt hij eerder naar voren als een bezorgd partijlid dat probeert een kwestie die hem zeer aan het hart gaat te laten ‘landen’ binnen de PvdA, dan als iemand die Jami met harde hand probeert te disciplineren.
Recht op geloofsafval
Interessanter, en door de rel rond Terstall nauwelijks opgemerkt, is de pro-actieve manier waarop de PvdA met deze heikele kwestie is omgegaan. Dat is wel eens anders geweest. In september 2002 klaagden Ayaan Hirsi Ali (toen nog bij de PvdA), oud-ondernemer Arie van der Zwan en ambtenaar Jan Beerenhout in VN hun nood over de manier waarop het multiculturele debat binnen de PvdA werd gevoerd. Minderheden werden doodgeknuffeld, problemen in de buitenwijken genegeerd, en multicultureel was vooral gezellig, met veel leuke restaurantjes en winkels met exotische snuisterijen.
Beerenhout kreeg op het Amsterdamse stadhuis geen gehoor voor de problemen in de Indische buurt waar hij in de jaren tachtig bestuurder was. Hij werd moedeloos van de politieke correctheid van mensen als Hedy d’Ancona en Ed van Thijn. ‘Net als over de joden mocht je niets slechts zeggen over Marokkanen en Turken. Dat was onmiddellijk racisme.’ Van der Zwan in 2002: ‘De PvdA is een partij waar al jaren niet wordt gediscussieerd.’
Een ding is zeker: dat laatste is echt veranderd. Terstall zag onmiddellijk het belang van Jami, en begon de partijtop een paar dagen na de presentatie van het comité voor ex-moslims te bestoken met e-mails. Het irriteerde hem aanvankelijk dat de prominenten niet snel genoeg reageerden, maar spoedig daarna had Jami gesprekken met minister Ronald Plasterk, Kamerlid Aleid Wolfsen en stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch.
Wat verder opvalt, is dat de PvdA al met de materie van de geloofsafval bezig was voordat Jami opkwam. In het verkiezingsprogramma vermeldde de partij als enige het grondwettelijke recht op geloofsafval, Terstall was bezig met het naar Nederland halen van de eerder genoemde Maleisische wetenschapper Noor, en mensen als Marcouch – die al jarenlang in de Amsterdamse zwarte wijken werken – hadden meteen een kant-en-klaar antwoord. Marcouch noemt Jami ‘moedig’. Maar hij vindt ook dat hij de discussie niet onnodig moet vertroebelen door de islam als zodanig aan te vallen. Dan kom je namelijk in eindeloze discussies terecht die Ayaan Hirsi Ali ook al uitlokte: is de profeet een kinderverkrachter, mag een man zijn vrouw slaan, enzovoort.
Niet doen, vindt Marcouch, het is verstandiger om te verwijzen naar de Nederlandse grondwet, die godsdienstvrijheid immers garandeert. Dat kan hij makkelijk verkopen aan de fundi-jongeren in zijn wijk, zegt hij. ‘Zij hebben de vrijheid om binnen de grenzen van de Nederlandse wet hun fanatieke geloofsovertuigingen uit te dragen, maar diezelfde vrijheid moeten ze ook laten aan diegenen die het geloof de rug toe willen keren.’
Zendingswerk
Het zijn dit soort pragmatische bestuurders – naast Marcouch is staatssecretaris van Sociale Zaken Ahmed Aboutaleb de bekendste – die de PvdA in het debat over islam en integratie op dit moment een ander aanzien geven dan tien jaar geleden. Maar de race is nog niet gelopen. ‘De reflexen in de partij zijn verschrikkelijk,’ schreef Wouter Bos aan Eddy Terstall over het multiculturele debat binnen de PvdA.
Er zijn binnen de partij dan ook twee stromingen: een vrijzinnige en een conservatieve. Aan de ene kant staan mensen als Terstall, Plasterk, Aboutaleb, Marcouch, Bert Koenders (minister van Ontwikkelingssamenwerking), een groot deel van de Tweede Kamerfractie en ook Wouter Bos, hoewel die laatste zich nooit openlijk heeft uitgesproken over het initiatief van Jami. Aan de andere kant staan allochtone raadsleden en partijgangers die volgens Terstall bang zijn dat de partij ‘direct of indirect wordt gezien als een beweging die er aan meewerkt dat ook de islam bloot kan staan aan kritiek. Bang voor de Marokkaanse en Turkse kiezer.’
En dus is er nog veel zendingswerk te verrichten. Eind mei nodigde Terstall Ahmed Marcouch, Kamerlid Samira Bouchibti en het Eindhovense raadslid Yasin Torunoglu uit om met Jami te praten en zo mogelijk wantrouwen weg te nemen. De laatste zegt terugkijkend: ‘Toen we hoorden van Jami’s initiatief, dachten mijn vrienden en ik meteen: niet weer iemand die de islam negatief in het nieuws brengt. Ik hoop dat we nu samen voor hetzelfde doel kunnen strijden: dat iedereen het recht op de vrijheid van godsdienst heeft.’ Bouchibti: ‘Ik ben zelf moslim, maar dat je volgens de islam niet mag uittreden, vind ik onzin. Dan ga je toch niet meteen iemands kop er af hakken? En daarom steun ik Jami’s initiatief. Als hij iets nodig heeft, kan hij me bellen.’
Bouchibti en Torunoglu overschrijden met hun standpunt een grens die ze in de islamitische wereld onmiddellijk in de problemen zou brengen: ze verlenen steun aan afvalligen. Maar hier in Nederland kan het blijkbaar, anno 2007.
In september zullen Ehsan Jami en zijn geestverwanten uit heel Europa hun initiatief officieel presenteren, waarschijnlijk in Amsterdam. Politici van linkse én rechtse partijen hebben zich inmiddels gemeld om zitting te nemen in het comité van aanbeveling. Blijft de vraag over of Jami met zijn tweeëntwintig jaar niet veel te jong is voor de lawine die nu op hem afkomt. Hij moet zijn studie bestuurskunde bijvoorbeeld nog afmaken. Zelf maakt hij zich geen zorgen. ‘Ik zal er niet aan ten onder gaan,’ zegt hij vanaf een Grieks eiland waar hij een paar dagen uitblaast met zijn familie. En voorlopig blijft hij bij de Partij van de Arbeid. ‘Ik ga de komende maanden de strijd aan,’ zegt hij. ‘En als het me niet bevalt, ga ik alsnog weg.’
