VN MediagidsBosma versus Havenaar
Politiek / Haagse streken 22.02.2011

Voor wie het was ontgaan: er is een polemiek gaande tussen Martin Bosma en Ronald Havenaar. De huisintellectueel van de PVV schreef een boek, ‘De schijn-elite van de valse munters’. In dat boek gaat het veel over Jacques de Kadt (1897-1988): PvdA-politicus, politiek denker en communistenvreter. Hij wordt door Bosma neergezet als een soort proto-PVV’er.
De historicus Havenaar promoveerde ooit op De Kadt. Hij vindt het maar niks hoe Bosma de oude denker voor het PVV-karretje tracht te spannen. Dus schreef hij een ‘schotschrift’ tegen de PVV-ideoloog, sinds vorige week gratis af te halen in de boekhandel: ‘Martin Bosma. Te licht bevonden.’ In dit traktaat noemt Havenaar De schijn-elite ‘het typische product van een halfintellectueel die heel wat gelezen heeft, maar niet in staat is zijn weetjes in een aannemelijke context te plaatsen.’ Bosma, zo schrijft Havenaar, heeft helemaal niets begrepen van De Kadt. Bovendien zou hij op een ‘slonzige manier’ verwijzen naar de denker.
Bosma sloeg meteen terug. In NRC Handelsblad maakte hij Havenaar uit voor een ‘islam-onnozelaar’ die aan ‘vijanddenken’ doet en wiens schotschrift een ‘verzameling wegzetteksten’ bevat.
Het verwondert me enigszins dat deze twee personen het nu met elkaar aan de stok hebben. Want volgens mij zijn ze eerder geestverwanten dan tegenstanders. Ondanks Bosma’s verwoede pogingen om hem als zodanig neer te zetten, is Havenaar absoluut geen ‘linkschmensch’. Eind jaren negentig volgde ik colleges bij hem op de Universiteit van Amsterdam. Tussen alle linksige historici was Havenaar the odd man out. Uit zijn boeken en hoorcolleges sprak een groot ontzag voor Ronald Reagan en Margaret Thatcher (de laatste noemde hij consequent ‘mevrouw Thatcher’) en een grote afkeer voor modieus marxistisch gewauwel.
- The Gipper heeft diepe sporen achtergelaten in Bosma’s psyche
Havenaar was een echte cold warrior: tegen de Sovjet-Unie, tegen naive linkse intellectuelen, vóór de vrije markt en vóór Amerikaanse inmenging in de wereld. In het najaar van 2000 was ik er getuige van hoe hij een zaal vol UvA-studenten doodleuk vertelde dat George W. Bush maar beter de presidentsverkiezingen kon winnen van Al Gore.
Bosma komt uit dezelfde hoek. Net als Havenaar is hij een groot bewonderaar van Reagan. In De schijn-elite schrijft hij gepassioneerd over zijn ontdekking van de Amerikaanse president en diens heroïsche strijd tegen het communisme. The Gipper heeft diepe sporen achtergelaten in Bosma’s psyche: als je Reagans anti-communistische toespraken beluistert (met name deze), begrijp je meteen waar de PVV zijn retorische stijl vandaan heeft. Ook op sociaal-economisch gebied ontlopen Bosma en Havenaar elkaar volgens mij niet zo veel. Voordat het PVV-Kamerlid zich uit electoraal opportunisme (tijdelijk?) bekeerde tot verzorgingsstaatspopulisme, was Bosma een rechtse liberaal met stevige opvattingen over immigratie en een afkeer van bemoeizuchtige overheden. Ook vinden Havenaar en Bosma elkaar moeiteloos in hun afkeer van het roekeloze cultuurrelativisme en egocentrisme van de soixant-huitards.
Waarom dan toch lijnrecht tegenover elkaar? Misschien kunnen beide heren in hun volgende stukken hier enige helderheid over scheppen. Hoewel, dat schijnt niet de bedoeling te zijn van een polemiek.
