Vrij Nederland Asschers stille revolutie

Foto: Joost van den Broek Foto: Joost van den Broek

Asschers stille revolutie

De Amsterdamse wethouder van Onderwijs Lodewijk Asscher boekt succes met zijn aanpak van zwakke scholen. Wat is zijn geheim?

Door Anja Vink

De Amsterdamse wethouder van Onderwijs Lodewijk Asscher boekt succes met zijn aanpak van zwakke scholen. Wat is zijn geheim?

Door Anja Vink

Wethouder van Onderwijs in de grootste stad van het land. Dat klinkt gewichtig, maar Ahmed Aboutaleb noemde zichzelf in zijn tijd spottend 'wethouder van stenen in plaats van onderwijs'. Want eigenlijk heb je niets te zeggen over het onderwijs in je eigen stad. Je mag je druk maken over het beheer van de gebouwen, je mag ambtenaren de straat op sturen om spijbelaars in de kraag te vatten en je mag meedenken over het achterstandsbeleid. De machtige schoolbesturen hebben echter niets te maken met de wethouder. Ze krijgen hun geld uit Den Haag en leggen verantwoording af aan de Inspectie van het Onderwijs.

Als het op deze manier goed zou gaan, was er geen reden tot opwinding. Maar in 2004 oordeelde de Inspectie dat twintig procent van de basisscholen in Amsterdam een zware onvoldoende verdiende. Daardoor liep een op de vijf kinderen het risico achterop te raken, met alle gevolgen van dien voor hun toekomst. Is dit een typisch probleem van de grote stad, omdat daar nu eenmaal veel allochtonen met achterstandsproblemen leven? Nee, Amsterdam deed het slechter dan Den Haag en Rotterdam, waar gemiddeld veertien procent van de scholen zwak is.

Vier jaar later kwam de onderwijsinspectie met een nieuw onderzoek. De Amsterdamse scholen deden veel te weinig om de achterstand van hun leerlingen te verkleinen. Het onderwijs in de Nederlandse taal was op eenderde van de scholen onder de maat. Sommige scholen deden eigenlijk helemaal niets voor leerlingen met problemen. Op zwakke scholen bleken ook meer zwakke leraren te werken. Met als gevolg dat bijna twintig procent van de Amsterdamse basisschoolleerlingen op het laagste niveau van het voortgezet onderwijs belandde: het 'leerwegondersteunend onderwijs' van het vmbo. Op sommige scholen in West en Zuidoost krijgt de helft van de leerlingen die indicatie. Het landelijke cijfer is tien procent.

Als een leerling naar dit type vmbo wordt doorverwezen, betekent het dat hij minimaal een jaar maar meestal twee jaar leerachterstand heeft: hij is blijven steken in groep zes. Deze leerlingen tellen niet mee in de Citoscore van de school, omdat zij de toets niet afleggen.

Aanmerkelijk verbeterd

Lodewijk Asscher (1974) wilde graag wethouder van Onderwijs worden omdat onderwijs volgens hem het verschil kan maken in de stad. Toen hij in 2006 lid werd van het stadsbestuur, moest hij Aboutaleb echter voor laten gaan. Asscher werd wethouder Financiën en Jeugd. Een jaar later werd Aboutaleb staatssecretaris in Den Haag. In Amsterdam werd hij opgevolgd door Hennah Buyne, die in 2008 alweer vertrok omdat zij verantwoordelijk was voor een lespakket over multicultureel samenleven waarin de PVV van Geert Wilders negatief werd afgeschilderd.

Nu was Asscher aan de beurt. Talloze PvdA-wethouders hebben hun tanden al stukgebeten op de portefeuille. Er kwamen telkens weer nieuwe plannen op tafel. Soms werkte het op de ene school, maar dan ging de andere weer net zo hard onderuit. De wethouders konden er nooit echt greep op krijgen. Waarom zou dat bij Asscher anders zijn?

De wethouder: 'Een heel grote groep kinderen in Amsterdam is afhankelijk van goed onderwijs en als dat onder de maat is, zijn de consequenties groot. Toen ik in 2008 aantrad als onderwijswethouder, heerste er een gelaten houding over de achterstand die kinderen van huis meenemen naar school. Daar zou niets aan te doen zijn. Dat bestrijd ik. En dat ik daar als wethouder Onderwijs zogenaamd niets over te zeggen heb, leg ik naast me neer. Wanneer er iets in het Amsterdamse onderwijs aan de hand is, staan de ouders wel bij mij op de stoep.' Asscher kwam bij zijn aantreden met een verbeterplan, het zoveelste. De wereld van het onderwijs reageerde met begrijpelijke scepsis. Maar nu, vier jaar later, blijkt dat een wethouder toch verschil kan maken. Asscher haalt vaak de publiciteit als bestrijder van de Wallen en als gedroomde leider van de PvdA, terwijl de publicitaire aandacht voor zijn bemoeienissen met het onderwijs beperkt blijft tot zijn botsingen met besturen van islamitische scholen. Intussen leidt hij een stille revolutie in het onderwijs. Samen met de schoolbesturen heeft hij inmiddels tachtig van de tweehonderdtien basisscholen aangepakt; hun kwaliteit is aanmerkelijk verbeterd. Daarnaast doen honderdvijftig basisscholen mee aan leergangen voor directeuren, intern begeleiders en besturen.

Impasse

Vriend en vijand zijn het erover eens dat Asscher een prestatie van formaat heeft neergezet. Diane Middelkoop, bestuursvoorzitter van Asko, het grootste katholieke schoolbestuur met 33 basisscholen in Amsterdam: 'Ik heb bewondering voor de enorme verandering die Asscher teweeg heeft gebracht. Hij heeft de kwaliteit om een goed verhaal te vertellen en weet mensen ervan te overtuigen om mee te doen.'

Bertus Voortman, directeur van het openbaar onderwijsbestuur Samen tussen Amstel en IJ (Staij, achttien basisscholen) en voorzitter van de Federatie Openbaar Onderwijs Amsterdam, verantwoordelijk voor de helft van de Amster­damse basisschoolleerlingen: 'Het onderwijs in Amsterdam zat in een impasse en Asscher heeft die doorbroken.'

Aantal (zeer) slechte scholen in Amsterdam volgens de inspectie. Klik voor groot. Aantal (zeer) slechte scholen in Amsterdam volgens de inspectie. Klik voor groot.

Asscher wilde geen wethouder van stenen zijn. Hij ging zich gewoon wél met de kwaliteit van het onderwijs bemoeien. Hij sloot met de meeste schoolbesturen een convenant over de aanpak van de zwakke scholen en hun financiële bijdrage en maakte budget (3,5 miljoen euro per jaar) vrij voor kwaliteitsverbetering. Hij zette zijn eigen taskforce op en trok ook stevige mensen van buiten het ambtelijk apparaat aan, zoals de voormalige onderwijsinspecteurs Hans van Dael, Ko Groen en Aly Dullemond, en hij verplichtte de schoolbesturen om met deze experts te werken.

Asscher: 'Ik wilde deze keer niet vrijblijvend een zak met geld naar de schoolbesturen schuiven en de aanpak aan een ingehuurd bureau overlaten. De huidige onderwijsadviesbureaus hebben te veel commercieel belang bij voortzetting van hun klus op een school. Zij zullen een school niet hard en kritisch aanpakken.'

De nieuwe aanpak moest natuurlijk ook een eigen naam - en afkorting - hebben. Het werd Kwaliteitsaanpak Basisscholen Amsterdam, kortweg KBA. Volgens Asscher is het KBA geen motie van wantrouwen tegen het ambtenarenapparaat. 'We hadden een dienst nodig die onafhankelijk en snel kon opereren.'

Asscher-boys

Hans van Dael en Ko Groen staan in onderwijzend Amsterdam ook wel bekend als de 'Asscher-boys'. De twee grijze mannen in pak ogen niet als boys en de bijnaam irriteert ze mateloos. De term slaat waarschijnlijk meer op de onorthodoxe manier waarop de twee mannen en hun vrouwelijke collega Aly Dullemond de afgelopen vier jaar meer dan tachtig van de tweehonderdtien basisscholen snel en ferm hebben doorgelicht en die nu begeleiden bij de uitvoering van hun verbeterplan.

Van Dael en Groen schrokken van de staat van sommige Amsterdamse scholen. Groen: 'Kinderen die onder een schoolbord tegen de muur zijn aangeschoven en van wie niets meer wordt verwacht. Schooldirecteuren die zich niet bemoeien met wat er in de klas gebeurt.' Het ging soms ook om simpele zaken. Van Dael: 'Sommige scholen verliezen veel lestijd omdat ouders 's ochtends gezellig nog een half uur in de klas blijven hangen.'

Zes jaar geleden zette Hans van Dael een model op voor verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en voerde het succesvol in op een aantal zwakke Friese basisscholen. Zijn methode is gebaseerd op Engels en Ameri­kaans wetenschappelijk onderzoek naar zogenoemde School Turnaround-modellen. De experts lichten scholen door aan de hand van een lijst met 46 punten. Ze kijken bijvoorbeeld of leerkrachten hoge verwachtingen van hun leerlingen hebben, of ze oog hebben voor kinderen die extra aandacht nodig hebben en of ze hun taalgebruik aanpassen aan het niveau van de leerlingen. Maar ze leggen ook de directie en de intern begeleiders - speciaal opgeleide docenten die leerlingen met leerproblemen begeleiden en docenten ondersteunen bij de aanpak van leerlingen - langs de meetlat. De scores gaan meteen de computer in, waar dan een duidelijke uitslag uitrolt. Rood: moet aangepakt worden, of groen: gaat goed.

Hard ingrijpen

Asschers taskforce is gehuisvest in een glazen kantoor waar ook de gewone onderwijsambtenaren zitten. Maar in de werkruimte van de mensen van KBA is de sfeer anders. De twintig mannen en vrouwen zijn jonger en onder hen zijn meer allochtonen. Er werken ook zo'n zestig freelancers voor KBA, die advies geven of ondersteunen op de scholen. Met één druk op de knop is te zien hoe een school ervoor staat: de leeftijdsopbouw van het personeel, de Citoscores, het aantal achterstandsleerlingen, de gegevens die door de onderwijsexperts worden bijgehouden. Medewerkers lopen in en uit om scholen te bezoeken en schudden het hele verhaal van een specifiek verbeterplan zo uit hun mouw. Volgens KBA-directeur Maureen van Eijk weet de taskforce soms meer van de scholen dan de scholen zelf.

Een opvallende persoonlijkheid die af en toe binnenloopt, is Kees Loef. Hij lijkt op een agent in burger; sportieve jas, kort en gedrongen gebouwd en een paar scherpe, oplettende ogen. Hij is de vaste contactpersoon van Lodewijk Asscher en beweegt tussen de KBA, de gewone onderwijsambtenaren, de scholen, de schoolbesturen en Asscher zelf. Asscher plukte Loef weg bij de directie Openbare orde en Veiligheid van toenmalig burgemeester Job Cohen. Hij was troubleshooter in de Diamant­buurt en voerde de straatcoaches in. Asscher: 'We hadden iemand nodig die de onderwijsexperts helemaal vrij speelt. Zodat ze geen last hebben van ambtelijke structuren, gedoe met besturen of andere obstakels.' Of, zoals Loef zelf zegt: 'Er moet iemand de troep opruimen en soms hard ingrijpen. En dat zijn ze in het onderwijs niet gewend. Daar heerst een cultuur van pappen en nathouden.'

Weerstand

De Bos en Lommerschool in de gelijknamige wijk was een van de eerste scholen die meedeed met het KBA. De school prijkte op een lijst met 46 zwakke Amsterdamse scholen. Tot woede van de schoolbesturen stond die lijst in het najaar van 2008 in Het Parool. Dat was het werk van Asscher. Directeur Trudy van den Berg: 'Leuk is anders als je met naam en toenaam in de krant staat.'

Maar daarna ging het snel. De school stond sinds 2007 als zwak te boek bij de Inspectie van het Onderwijs, omdat het taalonderwijs in groep 5, 6 en 7 tekortschoot en begeleidingsplannen voor leerlingen met een achterstand niet altijd werden uitgevoerd. Daarnaast kreeg dertig procent van de leerlingen een verwijzing naar de laagste leergang van het vmbo.

'Ik wilde niet vrijblijvend een zak met geld naar de schoolbesturen schuiven'

Onderwijsexperts Hans van Dael en Ko Groen kwamen langs en lichtten de school door. De vorige directeur ging eerder met pensioen. Trudy van den Berg, eerst adjunct-directeur, volgde hem op en nam een nieuwe intern begeleider aan. De leerkrachten kregen trainingen en de prestaties van de leerlingen werden beter bijgehouden. Het had tot gevolg dat de school een jaar later weer een voldoende kreeg van de Inspectie. Asscher kwam langs met een bos bloemen en een taart om het heugelijke feit te vieren. Van den Berg: 'Dat is heel leuk en wordt erg gewaardeerd door het personeel en de ouders. Asscher laat met zijn bezoek zien dat hij betrokken is bij de werkvloer.'

Asscher kon wel een succesje gebruiken, want zijn aanpak was ook omstreden. Het intrekken van financiering van de gemeente voor projecten zoals schooltuinen en schoolzwemmen van de zeer zwakke islamitische basisschool As Siddieq en een dependance van de zwakke antroposofische Geert Groote School, wekte weerstand op. Bemoeide Asscher zich niet te veel met het onderwijs?

De wethouder wilde zelfs verder gaan dan de onderwijsinspectie. Hij vond haar normen te weinig ambitieus. In 2009 stelde hij zijn eigen zogenoemde Asscher-norm op: elke school moet minimaal 534 als gemiddelde Citoscore hebben, het aantal leerlingen dat naar havo of vwo gaat moet minimaal 25 procent zijn en het aantal leerlingen met een advies voor de laagste leergang vmbo mag maximaal twintig procent zijn. Volgens de Inspectie waren veertig Amsterdamse scholen zwak, maar volgens Asschers normen zaten maar liefst 64 scholen in de gevarenzone. Hij stuurde de resultaten weer naar Het Parool.

De landelijke Inspectie van het Onderwijs onderzoekt op onderwijsrisico en minimumniveau. Een inspecteur kijkt hoe het onderwijs wordt gegeven en wat de prestaties op de tussentijdse en eind-Citotoetsen zijn. Wanneer de bezoekende inspecteur constateert dat het niet goed gaat in een school, volgt een jaar later nog een bezoek. Een school krijgt pas het predicaat 'zeer zwak' als de Inspectie dat drie jaar achter elkaar constateert. Asscher heeft meer haast.

Zijn eigen norm én de publicatie in Het Parool schoten de schoolbesturen in het verkeerde keelgat. Ze gingen verhaal halen bij de toenmalige staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA). Er volgde een gesprek met Asscher op het ministerie van Onderwijs. Waarop Dijksma in de Tweede Kamer haar steun uitsprak voor de Asscher-norm. De Besturenraad, de landelijke koepel van het christelijk onderwijs, verweet Asscher en Dijksma dat zij artikel 23 van de Grondwet schenden. Vrijheid van onderwijs, ook op religieuze gronden, stelt in hun ogen grenzen aan de bemoeienis van de overheid. Volgens de Besturenraad maakte Asscher zich schuldig aan onbehoorlijk bestuur door een eigen norm te stellen en te dreigen met het intrekken van de Amsterdamse steun aan de scholen. De christelijke schoolbonzen meenden bovendien dat het toezicht van de scholen een landelijke taak is en geen lokale. Maar volgens Lodewijk Asscher was artikel 23 geen excuus voor slechte scholen.

De Inspectie van het Onderwijs voelde zich in ieder geval niet gepasseerd. 'Als wethouder Asscher geld geeft aan de scholen voor verbetering, kan hij ook eisen stellen. Daarnaast sluit zijn aanpak aan bij ons idee van opbrengstgericht werken.'

Kale woestenij

'Dit is geen slechte school. De Kraal is géén school.' Hans van Dael, een van de experts van de taskforce, wond er in 2010 geen doekjes om. De openbare basisschool in Amsterdam-Oost is in ieder geval bijzonder. In groep 1 en 2 van de onderbouw gold de Italiaanse pedagogische visie Reggio Emilia. De kinderen worden in die benadering gezien als 'kleine kunstenaars' die onder begeleiding van atelieristas kunstwerken maken met eierdozen en afval. De visie gaat uit van het zelflerende vermogen van het kind dat nieuwsgierig is en uit zichzelf wil leren. Het twee jaar oude schoolgebouw is daarop ontworpen: grote lichte ateliers naast de lokalen, een aula met tribune midden in de school. Volgens Van Dael en collega Groen werkte dat niet op een school waar een flink deel van de kinderen laagopgeleide ouders heeft van niet-westerse afkomst. Het onderwijs was volgens Van Dael voor deze groep kinderen 'een kale woestenij'. 'Bij de meeste van deze kinderen was in twee jaar tijd geen vooruitgang in de ontwikkeling te bespeuren. Bij kinderen uit een hoogopgeleid gezin sluit zo'n idealistisch concept beter aan op wat ze van huis uit meekrijgen, maar deze kinderen misten door hun ontwikkelingsachterstand de aansluiting. De leerkrachten waren ook niet in staat om die kloof te overbruggen. Daarnaast constateerden we ook gevaarlijke situaties waarbij kleine kinderen zonder begeleiding met scharen en snijmateriaal in het atelier zaten.'

De Kraal was door haar bestuur opgegeven bij de Kwaliteitsaanpak van de gemeente. Het schoolpersoneel was het daar niet mee eens, en het oordeel van Van Dael veroorzaakte onder hen een schrikreactie. Directeur Esther van den Berg: 'Het heeft er wel voor gezorgd dat we geen onvoldoende kregen van de Inspectie. Zonder tussenkomst van de KBA was dat nooit gelukt.'

Volgens Van Dael en Groen heeft de school inmiddels grote vooruitgang geboekt. 'Som­mige leerkrachten hebben enorme stappen gemaakt in hun ontwikkeling. Er is een geheel nieuwe methode voor de kleuters aangeschaft. Er was namelijk niets. Je ziet de kleuters nu een sterke ontwikkeling doormaken.'

De geschiedenis van De Kraal in Amsterdam-Oost laat zien dat een troubleshooter als Loef nodig is. De lobby van de voorstanders van het Reggio Emilia-concept die op gang kwam, was namelijk enorm. Hans van Dael en zijn collega's kregen mails en verzoeken tot gesprekken. Van Dael: 'Het was politiek en had niets te maken met onze aanpak.'

Dansles op De Kraal: 'Deze kinderen misten door hun achterstand de aansluiting'  (foto: Joost van den Broek) Dansles op De Kraal: 'Deze kinderen misten door hun achterstand de aansluiting' (foto: Joost van den Broek)

Loef greep in. Hij voerde een aantal stevige gesprekken met het bestuur van de school. Lodewijk Asscher kwam op zijn voorstel naar een voorlichtingsavond in de school voor de ouders en hield een betoog dat de meeste ouders ervan overtuigde dat het verstandig was dat De Kraal mee zou doen aan het KBA-traject. Het bestuur van de scholenkoepel Staij, waar De Kraal onder valt, stapte onder druk van Loef op. Bertus Voortman werd aangesteld als interim-bestuurder en schafte het Reggio Emilia-onderwijs op De Kraal af.

Voormalig leerkracht Esther van den Berg werd de nieuwe directeur van De Kraal. Twee leerkrachten raakten hun baan kwijt. Het is een terugkerend patroon bij scholen en besturen die door de mensen van Asscher worden aangepakt: de bordjes worden verhangen.

Afgelopen najaar 2011 verdween de kou uit de lucht tussen Asscher en de Amsterdamse schoolbesturen. Asscher publiceerde samen met de schoolbesturen een zogenaamde Kwaliteitswijzer Basisonderwijs Amsterdam voor ouders waarin de prestaties van alle Amster­damse basisscholen op een rijtje staan. Tijdens de presentatie kreeg hij zelfs een felicitatie-sms'je van de toenmalige minister van Onderwijs Marja van Bijster­veldt, die zich terzijde had gehouden van Asschers aanpak. Hij las haar sms met een geamuseerde grijns voor aan het publiek van schoolbestuurders.

Segregatie

Asscher heeft nog twee jaar te gaan als onderwijswethouder. Tot nog toe verzette hij zich tegen de lokroep van de landelijke politiek. Hij wil de klus afmaken in Amsterdam. Er is nog zo veel te doen, ook bij het voortgezet onderwijs en de voorscholen. Maar eens zal hij toch gaan. En dan is het de vraag of zijn aanpak ook op eigen benen kan staan.

Kan een volgende wethouder even overtuigend zijn als Asscher? En: heeft de gemeente niet te veel greep gekregen op het onderwijs? Wordt de ambtelijke taskforce niet te groot en machtig? Diane Middelkoop, de nieuwe voorzitter van 33 katholieke basisscholen: 'School­besturen zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de scholen. We moeten het zelf doen.'

Ook Hans van Dael is kritisch over het almaar uitdijende KBA: 'Je moet uitkijken dat je van deze aanpak geen bureaucratische moloch maakt en een soort Amsterdamse onderafdeling van de Inspectie wordt. De scholen moeten de aanpak overnemen.'

En dan is er nog iets. De kwaliteitsaanpak mag dan vruchten afwerpen, de segregatie in het Amsterdamse onderwijs groeit harder dan in de andere grote steden van Nederland. Bertus Voortman van Staij: 'De scholen met de moeilijkste populatie hebben dankzij de KBA al een enorme slag gemaakt. Zij hebben het nu wel in de vingers. Maar eigenlijk ontspringen de zogenaamde "witte" scholen de dans. Die halen gemakkelijker de Asscher-norm met de groep kinderen die zij op hun school hebben. Op deze scholen leunen sommige docenten achterover. Terwijl je uit deze groep kinderen zo veel meer kunt halen. Dat moet wij als schoolbesturen ook laten zien.'

Diane Middelkoop: 'De Asscher-norm en de ranglijst van scholen werkt de segregatie verder in de hand. Ouders kiezen voor de scholen met de hoogste Citoscores en dat zijn de witte scholen. Die prestatielijst moet ook laten zien dat de scholen met veel achterstandsleerlingen goede prestaties leveren. Daarom moeten we de scholen op de zogeheten toegevoegde waarde meten. Met welk niveau komen de leerlingen de school binnen en hoe gaan ze eruit? Op sommige achterstandsscholen komen dan geweldige prestaties naar boven. Dat moet een logische volgende stap zijn.'

Het afgemeten commentaar van wethouder Lodewijk Asscher: 'De schoolbesturen zijn nu aan zet. Het wordt inderdaad hoog tijd dat ze het zelf gaan doen.'

13-06-2012 / Politiek