VN Mediagids'Als je bang bent, wordt het niks'
Politiek / amsterdam / gemeenteraad 12.02.2010

De Dam, negen uur 's ochtends. In de koude nevel komt Lodewijk Asscher aanlopen. Als altijd onberispelijk gekleed. Alleen zijn rode sjaal verraadt dat hij de Amsterdamse lijsttrekker van de PvdA is bij de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart. De fotograaf staat klaar om hem vast te leggen voor de poster.
Asscher begon zijn campagne al in november met de slogan 'Asscher voor Amsterdam'. De naam van zijn partij was nergens te bekennen. Prompt schamperden critici dat hij niet geassocieerd wil worden met de malaise in de landelijke PvdA. ('Waar staat PvdA voor? Partij van de Asscher?') Maar het gaat niet alleen om de slechte peilingen: Lodewijk Asscher laat zich überháúpt zo min mogelijk aan de landelijke partij gelegen liggen. 'Ik hou me liever bezig met de problemen in de stad.'
Intussen wordt hij steeds vaker genoemd als toekomstige leider van de Partij van de Arbeid. Op internationale bijeenkomsten van sociaal-democraten wordt over hem gesproken als 'leadership material'. Vrienden noemen hem briljant en eigenzinnig, tegenstanders noemen hem koppig en arrogant. Maar over één ding zijn ze het eens: hij heeft wel lef.
Op zijn eerste dag als wethouder - Asscher was toen eenendertig - zette hij toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm meteen de voet dwars bij de privatisering van Schiphol. Na maandenlange, harde onderhandelingen was de beursgang van de baan. Vervolgens trok hij met zijn 'Operatie Frankenstein' ten strijde tegen de bureaucratische ellende in het welzijnswerk, een kwestie waar menig voorganger zijn tanden op had stukgebeten. Ook ging Asscher de confrontatie aan met schoolbestuurders. Officieel gaat hij als wethouder alleen over de gebouwen, maar Asscher dwingt de scholen mee te doen aan zijn plannen voor verbetering van het onderwijs.
Landelijk bekend is Asscher vooral geworden door zijn initiatieven om de Rosse Buurt op te schonen. Malafide bedrijven worden aangepakt, sekspanden opgekocht door de gemeente. Onlangs zorgde hij weer voor grote ophef door te verkondigen dat de raamprostitutie op de Wallen tussen vier uur 's nachts en acht uur 's ochtends dicht moet. En de leeftijdsgrens moet omhoog: prostituees mogen van de wethouder hun vak pas uitoefenen als ze drieëntwintig zijn. Bij Pauw & Witteman mocht hij uitleggen waarom: 'Dan zijn ze weerbaarder.' Het ideetje kreeg weinig bijval, zijn optreden werd vooral gezien als een wel erg doorzichtige campagnestunt.
Asscher moet alle zeilen bijzetten, want de PvdA in Amsterdam dreigt volgens de laatste peilingen de helft van haar zetels te verliezen. Niet alleen de landelijke malaise zou daarvan de oorzaak zijn. De volkswoede over de Noord-Zuidlijn, een bodemloze put, lijkt zich vooral te keren tegen de sociaal-democraten, die in Amsterdam al een eeuwigheid aan de macht zijn.
De Noord-Zuidlijn gaat u veel stemmen kosten.
'Dat is mogelijk.'
Bent u bang dat de sociaal-democraten niet meer in het college komen, voor het eerst in ruim honderd jaar?
'Dat kan.' Diepe zucht. 'Ik hoop natuurlijk dat de Amsterdammers ons toch het vertrouwen zullen geven. Maar het is geen uitgemaakte zaak.'
Zou het niet goed zijn voor de democratie als de PvdA een keer in de oppositie terecht zou komen?
'Dat wordt wel vaker gezegd. Op een abstract niveau is het ongetwijfeld waar. Maar in de praktijk ben ik het daar niet mee eens. Ik wil doorgaan met het verbeteren van het onderwijs. We zijn nu goed op weg, inmiddels werken meer dan veertig scholen mee aan mijn verbeterplan. Dat wil ik niet opgeven.'
Bent u bang dat een volgende wethouder zich niet meer met het onderwijs zal bemoeien?
'Ik ben als de dood dat er iemand op mijn plek komt die bang is om ruzie te maken. Dat is een nachtmerrie voor mij.'
Momenten van arrogantie
We spreken Lodewijk Asscher op zijn werkkamer op de vijfde verdieping van het stadhuis. Aan het begin van het interview stapt hij naar het midden van de kamer, spreidt zijn armen en zegt: 'Kijk. Als je hier staat, heb je het mooiste uitzicht van Amsterdam. Aan de linkerkant kijk je uit over de Amstel, aan de andere kant zie je de Munt. Ik probeer mezelf voortdurend voor te houden dat ik hier maar tijdelijk zit.'
Toen Lodewijk Asscher (35) in 2005 lijsttrekker van de PvdA in Amsterdam werd, kondigde hij aan ten strijde te zullen trekken tegen 'de arrogantie van de macht'. Ook van zijn eigen partij. 'Pouvoir oblige,' zei hij in een interview. Het moest afgelopen zijn met de technocraten die vanuit het stadhuis over de hoofden van de burgers heen over 'convenanten' en 'tranches' praten. Politici moesten weer idealistisch durven zijn, oog hebben voor de alledaagse zorgen van de Amsterdammers, én praktische oplossingen aandragen. 'Als je in de politiek zit, moet je je voortdurend afvragen wat je betekent in het dagelijks leven van de kiezer. Alleen dan ben je zijn stem waardig.'
Sinds het grote verlies van de PvdA bij de Europese verkiezingen spreekt Asscher zich feller uit over de toekomst van zijn partij. De PvdA is te bang, vindt hij. Sociaal-democraten moeten trots durven zijn op hun idealen. 'We zijn veel te veel bezig met de partij in plaats van met de kiezers.'
Als locoburgemeester en wethouder van Financiën, Economische Zaken, Onderwijs, Inburgering en Jeugd bemoeit Asscher zich met vrijwel elk onderwerp. Hij wordt geprezen om zijn gedrevenheid, maar hij krijgt ook het verwijt wat al te zelfverzekerd te zijn.
Op welke momenten moet u tegen zichzelf zeggen: Lodewijk, je loopt te hard?
'Ik heb wel eens momenten van arrogantie. Bijvoorbeeld toen ik met Gerrit Zalm in gevecht was over de privatisering van Schiphol. Toen had ik bedacht dat de gemeente ook gewoon de aandelen van het Rijk kon kopen. Het was een geweldig mediasucces, ik was in een roes. Maar in de gemeenteraad gingen ze kritische vragen stellen.'
Walste u over hun argumenten heen?
'Het was nog erger. Ik hoor het mezelf nog zeggen: "O God, moet ik het nog een keer uitleggen voor D66?" Dat was niet zo best. Net als die keer dat ik een debatje over de Wallen wilde winnen. De VVD kwam met het verwijt dat ik te snel ging. Toen riep ik: "Als ik volgens jullie te hard ga bij het bestrijden van misstanden, van vrouwenhandel, zég het maar!" Ik was meteen al mijn zorgvuldig opgebouwde goodwill kwijt.'
In december was er weer zo'n moment, toen Asscher zich openlijk bemoeide met de lijsttrekkersverkiezingen voor de deelraad in Amsterdam Nieuw-West. Ahmed Marcouch, de favoriete kandidaat van de partijtop, dreigde het af te leggen tegen Achmed Baâdoud, ook van Marokkaanse komaf, maar minder uitgesproken in zijn opvattingen over integratie. In de media stelde Asscher zich als Amsterdams partijleider vierkant op achter Marcouch. Maar tot verbijstering van de PvdA-leiding kozen de leden uiteindelijk voor Baâdoud.
Was het niet arrogant om zo te willen ingrijpen?
'Ik laat op zulke momenten liever zien waar ik sta dan dat ik zeg: "We gaan afwachten wat de leden zeggen," of: "We kennen de heer Marcouch als een kundig bestuurder." Bovendien wilde ik Marcouch expliciet steunen omdat ik me verwant voel aan zijn manier van werken. Hij neemt ook risico's, laat zich niet begrenzen door zijn formele verantwoordelijkheid en werkt net als ik vanuit een beredeneerd ideaal. Die verwantschap wilde ik uitspreken. De PvdA heeft dat soort mensen nodig.'
Het beeld is blijven hangen dat u zich er ongevraagd mee bemoeide en dat de afdeling zich niks van u aantrok. Dat is toch een politieke misser?
'Dat was zeker het beeld. Maar ik heb me er pas intensief mee bemoeid toen er al een totale impasse was ontstaan.'
Marcouch verwacht nu dat hij wethouder wordt.
'Mijn boodschap aan iedereen op de lijst is: reken nergens op. Eerst moeten we maar eens stemmen zien te halen.'
Bedrukte sfeer
Lodewijk Asscher groeide op in een intellectueel gezin in Amsterdam-Zuid. Zijn vader is advocaat, zijn moeder hoogleraar arbeidsrecht. Zelf promoveerde hij in het informatierecht aan de UvA. Zijn overgrootvader, de diamantair Abraham Asscher, was tijdens de oorlog een van de voorzitters van de Joodsche Raad, die mee bepaalde welke joden er zouden worden gedeporteerd. Uiteindelijk werd de oude Asscher zelf op transport gesteld. De vader van Lodewijk Asscher zat tijdens de oorlog ondergedoken.
'Die geschiedenis heeft me wel gevormd. Overleven schept verantwoordelijkheid. Daar was ik me al jong van bewust. Thuis werd er niet veel over de oorlog gesproken. Ik merkte het verdriet van mijn vader vooral rond 4 mei. In die periode was het altijd stiller in huis. Die bedrukte sfeer begon altijd al in april, omdat mijn grootouders in april 1945 werden bevrijd. Ze zaten in een trein die tussen twee fronten eindigde.'
Waar kwamen ze vandaan?
'Uit Bergen.'
Bergen?
'Bergen-Belsen.' Grinnikend: 'Niet Bergen aan Zee. In de maand april voelde ik de spanning thuis. Mijn vader werd vooral heel stil. Toen hij na de oorlog als jongetje uit de onderduik kwam, kende hij alleen zijn onderduiknaam. Hij zag zijn ouders pas weer toen ze behoorlijk getraumatiseerd uit Bergen-Belsen terugkwamen. Dat heeft een stempel gedrukt op zijn leven. Misschien was het gevoel niet beschermd te zijn een extra reden voor mijn vader om zijn eigen kinderen zo veilig en warm mogelijk te laten opgroeien. De beslotenheid van het gezin was heilig voor hem.'
Zelf heeft u juist gekozen voor een leven in de schijnwerpers.
'Ik heb de neiging mijn privéleven net zo af te schermen als mijn vader altijd heeft gedaan. Maar in mijn professionele leven zoek ik publiek. Ik hou ervan met grote groepen mensen te werken. Ook al ben ik van mezelf niet zo extravert, ik kies voor de vlucht naar voren.'
Lastpost
De vlucht naar voren: dat is ook waar Lodewijk Asscher voor koos toen hij in 2006 in de eerste maanden van zijn wethouderschap de confrontatie zocht met Gerrit Zalm over Schiphol. Nadat Asscher op zijn eerste werkdag meldde dat Amsterdam de steun voor de privatisering introk, opende Zalm meteen een mediaoffensief tegen de Amsterdamse lastpost.
Een stoet van machtige heren uit de financiële wereld zette de jonge wethouder onder druk. ABN Amro-bestuurder Wilco Jiskoot kwam op bezoek. Of hij wel wist dat de beursgang hoe dan ook door zou gaan. Wat zijn ambities eigenlijk waren na de politiek. Jan Kalff, toenmalig president-commissaris van Schiphol, belde op vanuit de auto. 'Meneer Asscher, ik heb in zevenentwintig jaar bedrijfsleven nog nooit zoiets schandelijks meegemaakt. U hebt geen idee wat voor een schade u aanricht bij het bedrijf Schiphol.'
Asscher gaf geen krimp. Integendeel: hij kondigde aan dat Amsterdam best de aandelen van het Rijk wilde overnemen, dan werd Schiphol gewoon weer gemeenteluchthaven.
U dacht: kom maar op. Was dat lef of zelfoverschatting?
'Dat zit dicht bij elkaar. Ik vind het niet erg om onderuit te gaan, als ik maar het gevoel heb dat ik het goede geprobeerd heb. Ik ben opgevoed met de opdracht: kies altijd voor wat rechtvaardig, moreel juist is. En handel daarnaar. '
Hoe speelt u het klaar om op zo'n moment te zeggen: ik weet het beter dan al die machtige mannen?
'Die mensen hebben me niet in hun zak. Ik heb één ding dat niemand van me afpakt: mijn onafhankelijkheid. Ik heb een afspraak met de universiteit waar ik gedoceerd heb dat ik altijd terug kan. Ik heb met verbijstering zitten kijken naar al die grote mannen met hun geld en hun maatschappelijke posities die even een wethoudertje de oren kwamen wassen.
In die maanden heb ik veel gehad aan wat ik mijn vader heb zien doen als advocaat. Eerst rustig ontrafelen welke argumenten er zijn. Niet meteen nee zeggen, maar: "Interessant, laat me er eens over nadenken." Zo bewaak je je positie in een onderhandelingsproces.'
Bent u een goede onderhandelaar?
'Ik geloof het wel. Ik kan me heel goed in verschillende standpunten verplaatsen, en ik kan redelijk snel denken.'
Wethouderssocialisme
Volgens PvdA-watchers als Frans Becker van de Wiardi Beckman Stichting is Lodewijk Asscher een exponent van een nieuwe generatie sociaal-democratische wethouders. Bevlogen, pragmatisch, activistisch, wars van beleidsnota's, bereid om desnoods 'achter de voordeur' in te grijpen. In het onlangs verschenen jaarboek van de WBS heet het zelfs dat de broodnodige vernieuwing van de PvdA van dit nieuwe 'wethouderssocialisme' moet komen. Inspiratiebronnen zijn de beroemde sociaal-democratische wethouders Floor Wibaut, Monne de Miranda en Jan Schaefer. In zijn boek De ontsluierde stad, dat dezer dagen verschijnt, plaatst Asscher zichzelf in die traditie.
U schrijft dat u net als Wibaut naar 'volksverheffing' streeft. Bent u een nieuwe Wibaut?
'Volksverheffing en emancipatie zijn altijd de kern geweest van de ideologie waar ik deel van uitmaak. Wibaut werkte daaraan door mensen een fatsoenlijke woning te geven. Ik zet mij in voor zo goed mogelijk onderwijs. Dat is de belangrijkste overeenkomst.'
Binnenkort houdt u de Wibautlezing. Wat gaat u zeggen?
'Dat modern sociaal activisme de oplossing voor de impasse in de sociaal-democratie is. Ik denk dat je als PvdA-politicus het vertrouwen van de kiezer kunt terugwinnen door een activistische lokale politiek te voeren. Wibaut deed dat ook, hij was heel ondernemend. Hij ging in Engeland geld lenen toen bleek dat hij niets uit Den Haag kreeg. Dat activisme van toen moeten we nieuw leven inblazen.'
De vernieuwing van de sociaal-democratie moet dus van de wethouders komen?
'Het is eerder een Renaissance dan vernieuwing. We moeten de samenleving in een bepaalde richting duwen. Dat is altijd al de opdracht van sociaal-democraten geweest. Als je daaraan wilt werken, moet je niet bang zijn. Als je bang bent, wordt het niks. Risico's horen erbij in dit vak, het kan zo afgelopen zijn.'
Morele politie
Dat besef drong goed tot hem door bij de Europese verkiezingen in juni. Ook in Amsterdam lieten de kiezers de PvdA massaal links liggen. D66 behaalde een enorme winst, en in de wijken met veel immigranten werd de PVV de grootste partij. Asscher had verschrikkelijk de pest in.
De dag na de verkiezingen bezocht hij een school in Geuzenveld. 'Daar kwam ik verkwikt vandaan. Ik dacht: al wordt mijn partij helemaal weggevaagd, ik kan iets bijdragen.'
Heeft u nog uitgezocht waarom ze daar op Wilders zijn gaan stemmen?
'Dat weten we toch al? Omdat er te veel Marokkanen en Turken in hun buurt zijn komen wonen. Mensen vinden dat dat hun wijk verpest. Ze voelen zich bovendien geflest door de gevestigde partijen. Ze maken zich zorgen om de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst. Ze verwijten ons dat wij dat allemaal hebben laten gebeuren door de massa-immigratie. Daarom stemmen ze Wilders.'
En wat zegt u dan?
'Dat we samen verder moeten in deze stad. Dat ik veiligheid ook belangrijk vind, net als verplicht de taal leren.'
Dat heeft de PvdA laten liggen?
'Ja. De PvdA heeft ook in Amsterdam te lang gedacht dat het allemaal vanzelf goed zou komen. Over integratie mocht je niet praten, die verlegenheid heeft ons lang dwarsgezeten. Opvoedingsproblemen deden zich vooral voor bij kinderen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond. Dat durfden we niet hardop te zeggen. We hebben ons te lang als de morele politie gedragen. Door de problemen te ontkennen verloren we onze geloofwaardigheid. Daar word je op afgerekend. Bij ons gebeurt dat extra hard omdat we anderen altijd de maat hebben genomen.'
U noemt verbetering van het onderwijs uw grote missie, ook om integratie te bevorderen. Maar officieel gaat u er helemaal niet over.
'Nee, als wethouder ben ik alleen verantwoordelijk voor de gebouwen. Maar toen ik erachter kwam dat er in Amsterdam kinderen van twaalf zijn die nauwelijks kunnen lezen, dacht ik: dit kan ik niet laten liggen. Je kunt ook gaan lobbyen in Den Haag voor ruimere bevoegdheden. Dat heb ik geprobeerd, maar het duurt tot Sint Juttemis tot daar iets in beweging komt. Toen dacht ik: ik doe het zelf. De eerste reflex van de schoolbesturen was: daar ga je niet over. Maar ik zei: dan ben ik gedwongen in de raadscommissie te zeggen dat jullie niet met mij willen praten.'
Dat is toch chantage?
'Zo noemden de schoolbesturen het ook. En ze waren erg boos dat ik de prestaties van de slechtste scholen openbaar heb gemaakt. Formeel hebben ze nu het vertrouwen in me opgezegd, maar intussen doen ze allemaal mee met de verbeteraanpak. Het aantal slechte scholen in Amsterdam is de laatste tijd van veertig naar twintig gedaald.'
Op dezelfde manier wil Asscher het spijbelen aanpakken. 'Op het mbo is gemiddeld veertig procent van de leerlingen afwezig. Laatst hoorde ik over een jongen die volgens de administratie keurig in de klas zat, maar al zeven maanden in Frankrijk in de gevangenis bleek te zitten. En die school maar geld vangen, want ze worden per leerling betaald. Dat is niet acceptabel. Ik laat nu op alle mbo-scholen onderzoeken hoeveel leerlingen er écht in de klas zitten, en wat die scholen eigenlijk tegen spijbelen doen. Ik heb net besloten dat ik de uitkomsten van dat onderzoek openbaar ga maken.'
Weten die schoolbesturen dat al?
'Nee.'
Ze zullen wel weer boos op u worden.
'Dat zou zomaar kunnen.'
Telefoonboek vol projecten
Vlak na zijn aantreden kondigde Asscher aan dat hij onder de naam Operatie Frankenstein een eind wilde maken aan de bureaucratie in het welzijnswerk. Veel te vaak werd er dubbel werk gedaan, met als gevolg een enorme papiermassa en eindeloze vergaderingen, ten koste van de hulpverlening zelf. Maar tot nu toe vallen de resultaten tegen.
Waar ligt dat aan? Heeft u de problemen onderschat?
'Wat ik vooral heb onderschat, is dat niet iedereen er even enthousiast aan zou meedoen. Bijvoorbeeld het Rijk. Sommige zorgaanbieders krijgen geld van zesentwintig loketten, bijna allemaal van de Rijksoverheid. Dat aantal moet natuurlijk omlaag. Maar het duurt eeuwen voor je dat voor elkaar hebt. Ik heb gemerkt dat het tien keer zoveel moeite kost een formulier af te schaffen als er een in te voeren.'
Er is veel weerstand van bestuurders?
'Ja, ze vinden dat we niet zo lelijk tegen ze moeten doen. "Wij doen toch geweldig werk?" zeggen ze dan. Ik heb zelfs briefjes gekregen met: "Waarde partijgenoot, je hebt gelijk. Maar het gaat over andere instellingen, niet over de mijne."'
Vinden ze u bedreigend?
Met een grijns: 'Dat sluit ik niet uit.'
U heeft ook harde kritiek op de Raad voor de Kinderbescherming.
'Ja, de Raad voor de Kinderbescherming kan verdwijnen. Zij doen precies hetzelfde onderzoek in gezinnen als ook al door Jeugdzorg wordt gedaan. Als de Raad er niet meer tussen zou zitten, zou elk onderzoek veel sneller gaan, het zou zeker acht weken schelen.'
Als de wethouder zoiets zegt, denken mensen: mijn baan staat op het spel.
'Dat kan, maar ik moet ergens beginnen. Vergeet niet: het gaat om kwetsbare kinde-ren.'
De gemeente Amsterdam subsidieert zelf talloze welzijnsprojecten. Moet daar ook de bezem door?
'Ja! Ik heb er net een paar afgeschaft. Bijvoorbeeld ENIP, En Nu Iets Positiefs. Dat stamt nog uit de tijd net na de moord op Van Gogh. Marokkaanse jongeren knapten oude rolstoelen op en brachten ze naar Marokko. Ik denk: wat draagt dat bij aan de integratie hier? Onderdeel van Operatie Frankenstein is ook: meer waar voor je geld. Eigenlijk wilde ik van meer van zulke goedbedoelde initatieven af, maar dat mocht niet van de gemeenteraad. Dat is precies het probleem: omdat er nooit eens iets geschrapt wordt, hebben we een telefoonboek vol projecten.'
André Rouvoet, minister van Jeugd en Gezin, vindt dat de wachtlijsten in de jeugdzorg moeten verdwijnen. Heeft u goed contact met hem?
'Ik heb met minister Rouvoet verschillende gesprekken gehad. Maar dat zijn geen gesprekken tussen gelijkwaardigen. Het is meer: de minister ontbiedt je, en je moet het gewenste antwoord geven. Als je dat niet doet, wordt ie boos.'
Wat was het gewenste antwoord in uw geval?
'Dat de wachtlijsten per 1 januari opgelost zouden zijn. Maar ik heb hem uitgelegd dat dat niet zo makkelijk is. Er is bijvoorbeeld een groot tekort aan pleeggezinnen. Dat kun je niet een twee drie oplossen. Het is een perverse prikkel om te zeggen: per 1 januari móéten de wachtlijsten weg zijn. Dan gaan instellingen de cijfers manipuleren. Het is een schijnoplossing. Gelukkig heb ik Rouvoet daarvan kunnen overtuigen. En dat heeft hij weer aan de Kamer verteld.'
U heeft op talloze tenen gestaan door te pleiten voor een opvoedingsplicht, desnoods af te dwingen door te korten op de uitkering. Wilt u dat nog steeds?
'Ja. Ouders krijgen allerlei faciliteiten zoals kinderbijslag. Ik vind het doodgewoon dat je dan ook plichten hebt. Uiteindelijk gaat het erom dat ze hun kinderen aandacht en liefde geven.'
Is dat af te dwingen dan?
'Ik hoor dat kinderen steeds jonger het criminele pad op gaan, soms zijn ze zeven, acht jaar. Nu kunnen we pas ingrijpen als kinderen al ontspoord zijn, en in de jeugdzorg of de gevangenis zijn beland. Als we ouders nu voor die tijd hulp aanbieden, kunnen ze die weigeren. Ik vind dat daar een sanctie op zou moeten staan.'
U bent heel normatief in uw opvattingen.
'Dat vind ik ook de taak van politiek. Je wilt dingen ten goede veranderen. Zodra politiek niets meer met moraal te maken heeft, heb ik er niets meer te zoeken. Dan kan je net zo goed een directeur van een koekjesfabriek als wethouder neerzetten.'
Bent u een moralist?
'Zo zou ik het niet willen noemen. Ik heb wel een sterk gevoel voor wat goed en niet goed is.'
Wat is het verschil?
'Moralisme heeft een negatieve connotatie. De technocraten zijn de politici die je zo weer vergeet. Degenen met uitgesproken opvattingen, zoals Joop den Uyl, onthou je.'
Hoe is uw relatie met Wouter Bos?
'Prima.'
Spreekt u hem vaak?
'Nee. Hij heeft een verschrikkelijk druk bestaan. Maar hij heeft me laatst wel gevraagd hem te helpen met de Den Uyl-lezing. Dat heb ik gedaan.'
Wouter Bos wordt achtervolgd door de kritiek dat hij niet laat zien waar hij voor staat.
'Daar heeft hij veel last van, ja.'
Is hij zich daar nu van aan het bevrijden?
'Dat zou je kunnen denken. De PvdA heeft zich te veel gedragen als een bange partij. Dat komt ook door die rotcoalitie met het CDA, met al die verschrikkelijke compromissen. Dat kun je alleen doorbreken door te laten zien wat je idealen zijn.'
Dat heeft hij nu eindelijk een beetje gedaan?
'Ja. Daar ben ik blij mee.'
Wat gaat u doen als de PvdA in Amsterdam straks bij de verkiezingen dramatisch verliest? Stapt u dan op?
'Door die vraag wil ik me nu niet laten afleiden. Dat ga ik pas bekijken op 3 maart, als de uitslagen bekend zijn.'
Wilt u in de toekomst iets betekenen in de landelijke politiek?
'Ik denk het niet.'
U denkt het niet? Of weet u het zeker?
'Ik weet het eigenlijk wel zeker. Ik wil er niet negatief over doen, maar de landelijke politiek is niks voor mij.'
U wordt al een tijdje genoemd als de man die de PvdA moet gaan redden, na Wouter Bos.
'Ik ga niet naar Den Haag, ook niet in 2011. Ik ga het níét doen. Eberhard van der Laan is vanuit Amsterdam naar Den Haag gegaan om minister te worden, maar ik benijd hem niet. Het lijkt me verschrikkelijk. Nóg meer druk, nóg meer papier. Ik heb gemerkt dat ik pas goed ben in mijn werk als ik het kan aanraken. In Den Haag heb je dat niet. Ik denk dat ik daar niet gelukkig zou worden.'
Lodewijk Asscher: ‘De ontsluierde stad’, Bert Bakker, 149 p., € 15,95
