VN MediagidsAhmed Aboutaleb: PvdA moet meer oog krijgen voor problemen autochtone kiezers
Hij is een PvdA-man, maar soms lijken zijn uitspraken over de multiculturele samenleving die van Wilders te benaderen. zelfs nu de kritiek op Marokkanen hier toeneemt, zoekt Ahmed Aboutaleb de confrontatie. ‘De enige boom die kan groeien, is een boom die goed is gesnoeid.’
Wouter Bos had het kunnen overwegen na het regeerakkoord in februari 2007: de gepassioneerde Nederlands-Marokkaanse politicus Ahmed Aboutaleb tot minister van Integratie te benoemen. In vorige functies had de zoon van een imam uit Beni Sidel al blijk gegeven van uitgesproken standpunten over de multiculturele samenleving. Als directeur van het onderzoeksinstituut Forum zei Aboutaleb begin 2000 in een interview met Vrij Nederland dat de vinger op de zere plek moest worden gelegd: het wemelde van de Marokkaanse etterbuiltjes en die kon je niet met fluwelen handschoenen aanpakken. Hij vond dat ouders niet bang moesten zijn hun ontspoorde kinderen bij de politie aan te geven. Dat was twee jaar voor de dood van Pim Fortuyn. Als wethouder van Amsterdam maakte Aboutaleb furore met zijn optreden na de moord op Theo van Gogh. Marokkanen die met de moordenaar sympathiseerden, konden wat hem betreft beter hun koffer pakken.
Wouter Bos was van hem onder de indruk, maar gaf bij de kabinetsformatie toch de voorkeur aan Ella Vogelaar als minister van Integratiebeleid. Aboutaleb kwam wel in het kabinet, maar dan als staatssecretaris van Sociale Zaken, belast met het arbeidsmarktbeleid en de armoedebestrijding. Wat niet wegneemt dat een gesprek met de staatssecretaris al binnen een paar minuten gaat over het ‘unheimische gevoel in de samenleving’, de kloof tussen autochtonen en allochtonen en het dreigende ontstaan van een etnische onderklasse. Op welke post je hem ook neerzet, Aboutaleb is een man met een missie. Hij is ervan overtuigd dat bewindslieden meer moeten kunnen dan boekhouden en in de onderraad van het kabinet kibbelen over de laatste koopkrachtplaatjes. Ze moeten zich in het openbare debat mengen, de burger opzoeken, zich in het hol van de leeuw wagen.
Obscene verwensingen
‘We kunnen als politici de relaties tussen buren in een portiek niet regelen. Maar we moeten het er wel over hebben,’ zegt Aboutaleb. ‘Kort na de jaarwisseling ben ik bij Ger Laan en zijn vriendin op bezoek gegaan. In de Amsterdamse buurt De Baarsjes. Ze woonden boven een Marokkaans gezin dat helemaal was ontspoord. De vader was in geen velden of wegen te bekennen. De moeder was meer niet dan wel thuis. De vijf kinderen waren aan hun lot overgelaten. De jongste zoon begon Laan en zijn vriendin te terroriseren. De vrouw werd ingesloten, bedreigd en kreeg obscene verwensingen naar het hoofd geslingerd. De auto van Laan werd gestolen en in de gracht om de hoek gedumpt. De plaatselijke autoriteiten – deelraad, politie, woningbouwcorporatie – wisten niet wat ze ermee aan moesten. Laan en zijn vriendin meldden de woningbouwvereniging dat ze last hadden van het lawaai beneden. Toen stelde de woningbouwvereniging voor hun vloer te isoleren. Terwijl je je kunt afvragen of dat Marokkaanse gezin daar wel thuishoorde. Die houding van de woningbouwvereniging tekent de onmacht van onze instituties. Laan heeft zijn verhaal verteld tijdens een bijeenkomst in De Rode Hoed en toen heb ik gevraagd of ik bij hem langs mocht komen.
Mag die man het gevoel hebben dat het hem niet lekker zit? Ik vind van wél. Je moet niet meteen roepen: zo’n man heeft last van onderbuikgevoelens. Het bleek geen rechts iemand te zijn, volgens mij stemde hij zelfs op de PvdA, maar deze situatie accepteerde hij niet. Ik zat daar, dronk koffie en zag de angst in de ogen van zijn vriendin. Ze kon haar eigen trap niet meer af zonder bang te zijn voor afschuwelijke opmerkingen. Ik heb Job Cohen geïnformeerd en die bleek de zaak te kennen. Uiteindelijk heeft de woningbouwvereniging voor alternatieve huisvesting voor Laan en zijn partner gezorgd, maar ik vind dat het andersom had gemoeten. De daders moeten hard worden aangepakt, de slachtoffers mogen niet de dupe worden. Daar zou het politieke debat over moeten gaan. Ons systeem moet zo worden veranderd dat zulke dingen niet meer voorkomen.’
Het klinkt als Wilders.
‘Het knappe van Wilders is, vind ik, dat hij erin slaagt de pijn van mensen als Ger Laan te verwoorden en op de politieke agenda te zetten. Dat hebben de gevestigde partijen jarenlang niet gedaan, ze hadden daar koudwatervrees voor. Ook mijn eigen PvdA. Ik heb zelf geen last van die schroom, maar in het politieke bedrijf merk je hoe je op je woorden moet passen. Ik heb wel eens harde opmerkingen over islamitische scholen gemaakt omdat ik er oprecht van overtuigd ben dat daar dingen niet in orde zijn. Dan moet ik me meteen in de Kamer verantwoorden: mag de staatssecretaris dat wel zeggen, heeft de staatssecretaris daar bewijzen voor? Terwijl ik drie jaar wethouder van onderwijs van Amsterdam ben geweest. Ik weet echt wel waar ik over spreek. Wilders, natuurlijk vind ik zijn denkbeelden vreselijk, kan vrijuit praten omdat hij in de Kamer zit en niet in het kabinet. Als ik dat doe, krijg ik iedereen over me heen. Als je in de regering zit, mag je het alleen over problemen hebben als je ook een oplossing biedt. Anders moet je je mond houden. Dat staat mij niet aan. Leden van het kabinet hebben wel degelijk het recht de pijn die de samenleving voelt te agenderen. Je moet ze geen slot op de mond doen.’
Hoe doe je dat, pijn agenderen?
‘Door er openlijk over te praten. Zoals Cohen heeft gedaan toen ambulancebroeders in Slotervaart door Marokkaanse jongeren werden bedreigd. Ik ken geen voorzichtiger bestuurder dan Job Cohen. Als hij het nodig vindt man en paard te noemen, dan is er echt wat aan de hand. Zo’n confronterende aanpak heeft ook effect. De dader heeft zich gemeld bij de politie en excuses aangeboden. Geloof me maar: scherpe opmerkingen kunnen bijdragen aan het zelfreinigend vermogen van de Marokkaanse gemeenschap. Juist omdat we sociaal-democraten zijn, moeten we de pijn in de samenleving op een fatsoenlijke maar zeer indringende manier agenderen.’
Zelfkritiek
De selfmade man (Aboutaleb was ook nog verslaggever bij Veronica en RTL Nieuws en persvoorlichter op het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur) maakte vijanden aan beide kanten van de frontlinie in de multiculturele samenleving. Termen als ‘verrader’, ‘niet-loyaal’ en ‘eigennestbevuiler’ vlogen hem altijd om de oren. Geert Wilders trok zijn loyaliteit aan Nederland in twijfel vanwege zijn dubbele nationaliteit. De Marokkaanse gemeenschap rekende hem aan dat hij ze voor schut had gezet na de moord op Van Gogh. Uiterlijk blijft hij daar onbewogen onder. ‘Als ik Marokkaanse notabelen die me in 2005 hebben verketterd, tegenkom, zeggen ze: Ahmed, jij hebt eerder beseft dat zelfkritiek noodzakelijk was dan wij.’
Dat sterkt hem in de overtuiging dat af en toe de vuist op tafel moet.
‘Ik herinner me een voorval uit mijn tijd als wethouder van Amsterdam. We deden er echt alles aan om werkloze Marokkaanse jongeren aan een baan te helpen. Na afloop van de vrijdagdienst zat ik met medewerkers van de sociale dienst om negen uur ’s avonds zelfs nog in de moskee. Dan werd je onthaald op klaagzangen over de werkgevers die discrimineerden en Marokkaanse jongeren geen stageplaats gunden. Ik wilde daarover met hen praten. Opeens zag ik drie jongens weglopen. Waarom, vroeg ik. Het bleek dat die jongens niet wilden worden geholpen door de vrouwelijke medewerkers die ik bij me had. Ik ben graag solidair met mensen, maar op zo’n moment houdt mijn solidariteit op! Dan zeg ik keihard dat zoiets niet kan, dat het verwijtbaar gedrag is op grond waarvan je uitkering kan worden ingetrokken.’
Hij vindt het raar dat het blijkbaar nodig is ‘dat we een hele nieuwe wetgeving uit de grond hebben moeten stampen om mensen te dwingen een inburgeringscursus te volgen. Je neemt zelf het besluit naar een ander land te emigreren, dan is het niet meer dan logisch dat je er alles aan doet om er bij te horen. Bijvoorbeeld door de taal onder de knie te krijgen en je in de cultuur van je nieuwe land te verdiepen. Dat je mensen met de wet in de hand daartoe moet dwingen, vind ik van lotje getikt. Dat is de wereld op zijn kop!’
Nóg een voorbeeld – nu uit zijn tijd als staatssecretaris: ‘In Utrecht was ik op bezoek bij een reïntegratiebedrijf dat langdurig werklozen aan een nieuwe betrekking probeert te helpen. Twee vrouwelijke cliënten kwamen bij me klagen dat ze Nederlands moesten leren en dat ze daar totaal geen trek in hadden. Waar leeft u van, vroeg ik. Van een uitkering, antwoordden ze zonder blikken of blozen. Kunt u het zich voorstellen dat het moeilijk is een baan te vinden als u geen Nederlands spreekt, hield ik hun voor. Ik vroeg een van hen hoe oud ze was. Ze bleek vijfenveertig te zijn, twee jaar jonger dan ik zelf. Ik zei: stel dat het u gegeven is om negentig te worden, realiseert u zich dan dat u het grootste deel van uw leven op kosten van de samenleving hebt geteerd? En wat heeft u de samenleving teruggegeven? Dat was kennelijk niet de dialoog waarop ze had gehoopt. Ze begon een beetje naar de grond te staren, daarmee haar ongenoegen demonstrerend. Zo’n mevrouw wil kennelijk alleen met rust worden gelaten. Maar dat is verkeerd! Ze moet actief worden en niet bij de pakken neerzitten.’
Kunt u het wereldbeeld van die mevrouw uit Utrecht schetsen?
‘Nee, daar kan ik me heel moeilijk in verplaatsen. Ik heb me ook mateloos geërgerd aan die advocaat uit Rotterdam die weigert voor de rechter op te staan. Hij beroept zich op zijn islamitische geloof en denkt dat hij voor een geweldige zaak bezig is. Hij beseft niet welke schade hij toebrengt aan de zaak van de goedwillende migranten. Ik zou graag met zo’n meneer Enait in debat willen gaan en hem vragen waarom hij dat doet. De schade die hij mensen berokkent, is enorm.’
Aboutaleb wil overigens niet de indruk wekken dat hij de problemen exclusief wijt aan het gedrag van de migranten. Een ander probleem vindt hij de werkgevers die jongens met voornamen als Mohammed, Abdul en Hicham wel degelijk discrimineren. ‘Dat moet net zo goed veranderen. Anders blijven die jongeren zeggen: wat we ook doen, we worden toch uitgekotst. Om de impasse te doorbreken, hebben we de steun van de werkgevers nodig. Mensen als Bernard Wientjes van VNO-NCW en Loek Hermans van MKB Nederland beseffen dat ook.’
Krijgt u eigenlijk binnen uw eigen partij – de PvdA – de handen wel op elkaar voor uw
strenge taal over ontspoorde migrantenkinderen?
‘De PvdA zit nog midden in een leerproces. Maar de partijtop steunt mijn verhaal. Wouter Bos heeft in maart in een interview met de Volkskrant voor de confronterende aanpak gekozen. Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem doet dat. Job Cohen ook. Maar een deel van de partij moet het zich nog eigen maken.’
U vergeet in uw opsomming de minister van Integratie te noemen.
‘Nou, Ella heeft in haar laatste notitie over integratiebeleid heel verstandige dingen gezegd.’
Zit ze ook nog in een leerproces?
‘Ella wordt vaak verkeerd begrepen omdat ze het verhaal genuanceerd brengt. Dan denken de mensen dat ze soft is. Tegen dat vooroordeel loopt ze elke keer op, ten onrechte.’
Hoe komt het dat PvdA’ers van Marokkaanse komaf als Ahmed Marcouch en u zelf harder met de vuist op tafel durven te slaan dan uw autochtone partijgenoten?
‘Wij kunnen het ons misschien makkelijker veroorloven. Ze kunnen ons niet van racisme beschuldigen.’
De PvdA is wel een beetje aan de late kant. Frits Bolkestein riep dit soort dingen al in de jaren
negentig.
‘Bolkestein heeft toen terecht een signaal afgegeven.’
Die had gelijk?
‘Achteraf gezien wél.’
En Janmaat?
‘Nee. Die gebruikte termen als: eigen volk eerst. Dat voelt nog steeds niet lekker. Bolkestein had denk ik een betere politieke antenne.’
Denkt u dat er een verband is tussen de slechte peilingen voor de PvdA en het onbehagen over de multiculturele samenleving?
‘Volgens mij wel, al kan ik het niet bewijzen. Het gaat de mensen niet alleen om wat meer of minder koopkracht. We hebben te maken met autochtone kiezers die weglopen omdat ze vinden dat we de problemen onvoldoende
onder ogen hebben gezien.’
Doet Wouter Bos wel genoeg om dat tij te keren?
‘Ik vind dat Bos het voortreffelijk doet, én als partijleider én als aanvoerder van het sociaal-democratisch smaldeel in het kabinet. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe hij de begroting in elkaar heeft gezet, dat was erg knap. Zijn congresspeech in Breda was voortreffelijk.
Hij had het niet alleen over de sociaal-economische vraagstukken, maar ook over de pijn van de integratie. Hij heeft toen ook aangekondigd dat hij zelf leiding aan de discussie daarover zou gaan geven.’
Dat was in juni. Sindsdien niets meer van gehoord.
‘Wouter zal daar zelf zijn moment voor kiezen.’
Wordt binnen het kabinet en binnen het PvdA-smaldeel wel voldoende gesproken over de pijn van de integratie?
‘We praten daar met regelmaat over. Ook met de minister-president. Ik heb het er vaak over met Bos en Vogelaar. Er zijn veel bewindslieden in dit kabinet die mijn mening over deze kwestie op prijs stellen. Ik blaas mijn deuntje mee. Maar er is een mentale omslag nodig. In het verleden dacht een kabinet: je kunt de relaties tussen buren in een portiek toch niet vanuit Den Haag regelen, zoiets los je niet met een buidel geld op. Ministers vonden het
sexier om te zeggen: ik heb een miljard uitgetrokken voor dijkverhoging, onderwijs of zonne-energie. Dat is misschien de beperking van de overheid: je kunt een school bouwen, een weg aanleggen, de uitkeringen verhogen. Maar het is veel moeilijker om met gevoelens van onbehagen om te gaan en die te managen. Toch is dat nodig. Je moet erop af gaan. Je moet als bestuurder lef tonen. Je moet als partij duidelijk maken waar je staat.’
Scholingsplicht
Aan de muur van zijn bescheiden werkkamer op het ministerie van Sociale Zaken hangt een Nachtwacht-achtig portret van de staatssecretaris met zijn vroegere collega’s: burgemeester en wethouders van Amsterdam. Achter zijn bureau: foto’s van Rabat en het Atlasgebergte. Een speciaal plaatsje is ingeruimd voor een ingelijst exemplaar van de motie waarin Wilders zijn dubbele nationaliteit laakte. Die motie bracht hem niet erg van zijn stuk, zegt hij. Echt geraakt werd Aboutaleb pas op het moment dat de PVV-voorman verklaarde dat hij in zijn algemeenheid niet gediend was van moslims in het kabinet. ‘Dat trof me diep, want tegen zo’n aanval op je bestaansrecht kun je je als mens niet verweren.’
Als staatssecretaris, belast met het arbeidsmarktbeleid en de armoedebestrijding, moet hij werklozen weer aan de slag zien te krijgen en helpt hij mensen die in de knel zijn gekomen bij hun schuldsanering. Een bescheiden portefeuille, op het eerste gezicht, maar de zelfbewuste Aboutaleb praat er met verve over: ‘Er is nog nooit zoveel aan armoedebestrijding gedaan als onder dit kabinet. Ik vind het vooral belangrijk dat kinderen van arme mensen meer kansen krijgen. Bijvoorbeeld doordat ze naar de muziekschool toe kunnen, lid kunnen worden van een sportclub of een computer thuis krijgen. Echte armoede hebben we in Nederland gelukkig niet. We kennen geen Afrikaanse toestanden. Maar er is wel veel sociale armoede: alleenstaande vrouwen met kinderen die de huur amper kunnen betalen en een uitnodiging voor een familiefeestje afslaan omdat ze geen cadeautje kunnen meebrengen.’
Die armoedebestrijding raakt aan zijn grote passie: het beheersbaar houden van de multiculturele samenleving. ‘De armoede in Nederland dreigt een kleurtje te krijgen, dat vind ik ernstig. De populatie waar ik mee te maken heb is aan het verzwarten.’
Ook de bijstandsmoeders en werkloze jongeren zijn aan een mentale omslag toe, vindt hij. Alleen maar thuis zitten is geen optie. Je moet werk zien te vinden of anders op zijn minst een opleiding volgen. Bijstandsmoeders krijgen een scholingsplicht opgelegd. Jongeren onder de zevenentwintig jaar verliezen hun recht op een uitkering.
Bos noemde u tijdens de verkiezingscampagne het prototype van de moderne sociaal-democraat: streng maar rechtvaardig. Had hij gelijk?
‘Zo voel ik het, tot in mijn vezels. Vergeet niet: jongeren die voor hun zevenentwintigste verjaardag al in de bijstand zitten, hebben een kleine kans om daar ooit nog uit te komen. Ik voel er niets voor om die jongeren nu al met pensioen te sturen. Ik kan me niet voorstellen dat je gezond van geest en lichaam bent en toch je hand bij de overheid ophoudt. Zeker als je nog jong bent. Daar ga ik geen geld in steken. Mijn solidariteit gaat naar anderen uit. De tijd dat een uitkering gold als het summum van solidariteit is voor mij passé. Ik wil dat mensen het leven op eigen kracht aan kunnen, daar investeer ik in. Ik maak me er zorgen over dat sommige partijgenoten het belang daarvan nog steeds onvoldoende beseffen.’
Hard uit de hoek
Op het terrein van de sociale zekerheid heeft Aboutaleb al vaker linkse taboes doorbroken. Als wethouder van Amsterdam gaf hij de sociale dienst opdracht onverwacht op huisbezoek te gaan bij uitkeringsgerechtigden die van fraude werden verdacht. ‘Dit lijkt op preventief fouilleren,’ fulmineerde GroenLinks. ‘De privacy komt in gevaar,’ meende de SP. De invallen leverden de gemeente binnen een jaar wel vijfenveertig miljoen euro op. Nu gaat Aboutaleb samen met Ernst Hirsch Ballin de huisbezoeken landelijk regelen.
‘Ik ben een compromisgericht bestuurder,’ zegt hij zelf. ‘Maar ik kan hard uit de hoek komen als de mensen de kantjes eraf lopen. Zeker. In Amsterdam kregen mensen een uitkering terwijl ze een verdienende partner hadden. Sommigen waren dealer. We vonden kilo’s drugs in de koelkast. Ik vind het onverdraaglijk dat hardwerkende mensen ons als overheid hun belastingcenten toevertrouwen en dat dat dan niet goed terechtkomt. We mogen nimmer onze ogen sluiten voor frauduleus handelen. Anders raakt het vertrouwen van de burger in de politiek helemaal zoek. Ik sta voor het principe van solidariteit met de zwakken. Maar die kan alleen worden opgebracht als er geen misbruik van wordt gemaakt. De enige boom die kan groeien, is een boom die goed is gesnoeid.’
In Beni Sidel groeide Ahmed Aboutaleb op tussen de geiten en ezels, zonder stromend water en elektriciteit. Zijn vader begon in Nederland als schoonmaker op het station en stond later achter het buffet van een hotel in Den Haag. Hij zelf heeft het op eigen kracht tot staatssecretaris gebracht. Is dat waarom hij zich ergert aan de watjesmentaliteit in Nederland?
‘Natuurlijk speelt mijn achtergrond een rol. Ik ben geboren in een land waar niets was, waar geen rechten bestonden. Ik was van de zomer met mijn veertienjarige dochter in Marokko. We reden door het Rifgebied, ik maakte haar wakker en zei: “Dit is ongeveer waar ik ben geboren. Zie je die berg? Daar komt pappa vandaan.” Ze hebben inmiddels elektriciteit, heb ik begrepen, de beschaafde wereld druppelt er langzaam binnen, er loopt alleen nog geen verharde weg naar toe. Ik heb niet de neiging mijn jeugd te romantiseren. Je weet wat je achter je hebt gelaten, je wilt die ellendige situatie niet meer, dat geeft je een push, dat geeft motivatie. Het geeft het gevoel: alle kansen die Nederland me geeft, moet ik grijpen. Dat zou iedereen moeten beseffen. Je moet iets van je leven maken.’
