VN MediagidsRoel Visser
We wisten dat beroepsfotografen rare vogels zijn. En een scherpe blik op de samenleving en de mens in al z’n eigenaardigheden hoort bij de beroepsgroep. Maar het is even wennen als een fotograaf zich opwerpt als hoeder van de beschaving en de goede smaak.
Bij een man die in zijn fotoseries regelmatig de stand van het land opneemt, verwacht je enige fascinatie met de getatoeëerde bikers, de half ontklede partygangers en het exhibitionisme van de gegoeden der aarden. En toch was het Roel Visser die een paar maanden geleden in De Wereld Draait Door ronduit zijn ongenoegen ventileerde over de opzichtige figuren die hij portretteert in zijn nieuwste fotoboek Platter en Dikker. De aarzeling van Matthijs van Nieuwkerk – wie zijn wij om iemand met een dikke buik en tatoeages te veroordelen? – pareerde Visser met een felle blik: ‘Waarom zou je iets niet stijlloos mogen noemen, of schaamteloos, plat, ordinair?’ Zag hij er zo uit als sommige mensen op zijn foto’s, dan zou hij een shirtje aantrekken. ‘Is het niet een smaakwestie?’ opperde Van Nieuwkerk. ‘Ja,’ zei Visser droogjes, ‘en smaak heb je of niet.’
Visser is een begenadigd mensenfotograaf. Hij kan met één beeld een heel levensverhaal suggereren, en in het alledaagse spektakel zoekt hij de leegte en de bezinning. Hij heeft een geweldig oog voor detail: onder snackbarbezoekers spot hij die ene kuit met een Fuck You-tatoeage en op een galerie-opening betrapt hij een bediende die de opgedofte champagneslurpers peinzend beziet. Hij stelt misstanden aan de kaak, toont psychiatrische patiënten die in hun eigen vuil liggen en bracht (in opdracht van de SP) de groeiende tegenstelling tussen arm en rijk genadeloos in kaart. Maar als zoon van een moeder die als weduwe van een uitkering moest rondkomen, heeft hij een uitgesproken hekel aan ‘aanstelleritis’. En hij heeft er het karakter niet naar om z’n mond daarover te houden.
Fulminerend stelde hij in 2006 de trend aan de kaak dat kranten ruim baan maken voor amateurkiekjes, en dat redacties schrijvende journalisten een camera meegeven voor als de dienstdoende fotograaf niet op tijd ter plaatse is. Verraders, noemde hij in een groot ingezonden stuk in de Volkskrant de mensen die deze ‘vervlakking’ aanmoedigen. Het maakt deel uit van Vissers gevecht tegen de middelmaat, tegen het klakkeloos meedrijven met de mode van de massa. Want daarin is hij op en top fotograaf. ‘Ik wil iets tonen wat effect heeft op mensen,’ zei hij vijftien jaar geleden in het Algemeen Dagblad. ‘Anders is de onverschilligheid wel heel groot.’
