VN MediagidsKafka op LinkedIn
Media 21.09.2011
Pas toen een vriend uit Zuid-Frankrijk per mail vroeg hoe mijn nieuwe baan bij de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde beviel, besloot ik in actie te komen. Zijn toon was een goedkeurende, ik had een goed besluit genomen door me meer bezig te gaan houden met het spirituele, de laatste weken en maanden van het menselijk bestaan. Zelf was hij op jonge leeftijd nogal zen geworden, al jaren ging hij maandenlang in retraite in Spaanse bergdorpen of op het Franse platteland; hij had nooit veel opgehad met dat in zijn ogen volstrekt burgerlijke, middel class leventje van me.
Maar wat hij veronderstelde was helemaal niet waar. Ik werkte nog steeds bij Vrij Nederland, en als ik daar zou vertrekken, ruilde ik die fantastische baan echt niet in voor het bevorderen van het recht op een vrijwillig levenseinde. Dan zou ik liever voor het blad van Artis gaan schrijven, of voor het Hortusmagazine, of misschien hebben de gezamenlijke zwembaden wel een blaadje waarin je iets kunt vertellen over nieuwe zwemhokjes of de voors en tegens van gescheiden zwemmen. Redacteur bij de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde klinkt zo akelig, zo duister en definitief. Ik ben niet tegen euthanasie - goed dat die mogelijkheid er is - maar ik ben er persoonlijk wel bang voor en wil er als het even kan niets mee te maken hebben.
Mijn vriend had deze informatie gelezen op de netwerksite LinkedIn. Daar stond dat ik redacteur was van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE). Als mijn vriend iets beter had gekeken, had hij gezien dat er nog een account met mijn naam bestond. Nu als mezelf, redacteur van Vrij Nederland. Toen LinkedIn net begon, had ik me aangemeld, uit nieuwsgierigheid denk ik, want eigenlijk heb ik er nooit iets mee gedaan. Als er een uitnodiging kwam om te linken, zei ik vaak ja, ik vond het wel gezellig zo'n onverwachte invitatie. Daar bleef het bij, zelf zette ik de stap niet om iemand uit te nodigen.
Allemaal 'een merk'
Al maanden voor ik de mail van mijn vriend ontving, had ik gezien dat er ineens twee Margalith Kleijwegts op LinkedIn stonden. Ik schrok ervan en verbaasde me erover dat iemand mij zo'n naargeestige functie toewenste. Ik wilde LinkedIn bellen, met ze overleggen hoe dit kon worden opgelost, maar hun telefoonnummer was nergens te vinden. Ik gaf het op.
Tot de mail van die vriend.
In deze wereld waarin we allemaal 'een merk' zijn en je op z'n minst de juiste uitstraling moet hebben, leek het me toch beter voorgoed ontkoppeld te worden van het Vrijwillige Levenseinde. Ik stuurde een uitgebreide mail in het Engels en vroeg vriendelijk maar ook dwingend of ze die gewraakte account alsjeblieft wilden sluiten. Op internet had ik al gelezen dat het contact met LinkedIn niet altijd soepeltjes verliep. Boze medegebruikers beklaagden zich erover dat ze al vele malen hadden geprobeerd hun account op te zeggen, nooit antwoord kregen en schoon genoeg hadden van LinkedIn. 'I would like to speak to a human being!' schreeuwden verontwaardigde gebruikers die niet begrepen waarom een netwerksite onbereikbaar blijkt te zijn.
Voor alle zekerheid belde ik eerst nog met de NVVE, waar het druk was - ze hebben een record aantal leden, meer dan 111.000. Ze zouden me terugbellen. Een vriendelijke meneer met een zachte stem die vermoedelijk dacht dat ik tips van hem verwachtte om pijnloos uit het leven te stappen, bleef even aardig toen ik wilde weten of er iemand met mijn naam bij ze werkte. Hij twijfelde maar belde de volgende dag opgewekt terug om me bijna verheugd mee te delen dat dat niet zo was. 'Niemand met uw naam en ook niet eentje die er bij benadering op lijkt.' Zoals hij dat waarschijnlijk bij andere bellers deed, wenste hij ook mij sterkte.
Gewoon menselijk contact
Op mijn eerste poging in contact te komen met LinkedIn is nooit een reactie gekomen, dus nog een verontwaardigde mail het virtuele universum insturen, leek me weinig effectief. Omdat er noch via internet, noch via het telefoonboek een Nederlands telefoonnummer te vinden was, zocht ik een adres. Dat er in Nederland een vestiging was, wist ik zeker, want hun directeur Eugenie van Wiechen - die in een krant vertelde dat ze vroeger ontdekkingsreiziger wilde worden en altijd doet wat ze leuk vindt - had het personeel van de Weekbladpers, de uitgever van Vrij Nederland, vol enthousiasme over LinkedIn toegesproken tijdens een van onze zogenoemde inspiratiesessies. Nu moest het probleem toch snel zijn opgelost, dacht ik. Ik geloof nog steeds heilig in gewoon menselijk contact. Als je aan iemand van vlees en bloed kunt uitleggen wat er aan de hand is, werkt dat beter dan via e-mail of andere vormen van indirecte communicatie.
- Misschien ben ik de eerste die zomaar langs komt bij deze netwerksite
Maar bij navraag bleek Eugenie van Wiechen er niet meer te werken, ze had na één jaar al genoeg gekregen van haar functie als country manager en was vertrokken naar een nieuwe uitdaging: directeur-uitgever van FD Mediagroep. LinkedIn had nu Lot Keijzer. Opnieuw een jonge vrouw. Ze werkte eerder bij Kobalt - een mediabedrijf voor adverteerders - en was nu director marketing solutions van LinkedIn Benelux. In verschillende media liet ze weten 'veel business opportunities' te zien voor haar nieuwe bedrijf. Maar over het wel en wee van de gewone gebruiker, de netwerker zal ik maar zeggen, geen woord.
Amok maken
LinkedIn is sinds kort beursgenoteerd, heeft wereldwijd twee miljoen deelnemers en had in 2010 een omzet van tweehonderd miljoen euro. Ze verdienen hun geld natuurlijk niet met mijn gekruimel, maar met advertenties en jobposting en betaalde recruiting.
Ze houden kantoor bij Schiphol, in het WTC-gebouw, waar onder lange roltrappen beeldschone watervallen zijn aangelegd, op elke hoek een businesslounge zit en het stikt van de beveiligers die me geduldig de weg wijzen. Op de negende verdieping bel ik aan. 'Ik wil iets vragen,' zeg ik door de intercom. Als de deur open klikt, staat aan het eind van de gang een jonge vrouw die me een beetje wantrouwend aankijkt. Misschien ben ik de eerste die zomaar langskomt bij deze netwerksite die toch gericht is op zo veel mogelijk communicatie. Misschien gaat ze amok maken, zie ik haar denken. En als het zover komt, heeft ze besloten, kan dat beter in de gang. Als ze me van top tot teen heeft opgenomen, ontspant ze. Een vrouw van zekere leeftijd in een kort rood regenjack met de regenspetters er nog op, kan niet gevaarlijk zijn. Ik leg uit dat gewoon langskomen mijn enige optie was vanwege hun onbereikbaarheid. Ik vertel mijn probleem met de Vereniging van het Levenseinde, ze is even stil en zegt dan: 'Dit is serieus,' en ik mag de heilige ruimte in waar het allemaal gebeurt.
Een groot L-vormig kantoor met glazen wanden en ramen van boven tot onder. Het uitzicht is waanzinnig, de hele dag zie je op vijf meter afstand vliegtuigen dalen en opstijgen. De meeste bureaus zijn onbezet, maar achter ééntje zit Jerrold Pelupessy die na enige aarzeling - wat doet die vrouw hier, zie je hem denken - samen met mij de twee accounts bekijkt. Dit is iets voor de fraudeafdeling, zegt hij bijna plechtig. Ik wil hem vragen waar die zitten, in Nederland, in Engeland of Amerika, en wat ze precies doen, maar dat durf ik niet omdat ik me toch een indringer voel en ook omdat ik niet al te onwetend wil overkomen. Dus knik ik tevreden en vraag ook niet wat ze met de oplichter zullen doen. Hem of haar beboeten? Vermanend toespreken?
Wie zich voor me heeft uitgegeven zullen ze in verband met de privacy niet aan me vertellen, zegt Jerrold, maar zodra ze hun onderzoek hebben beëindigd, wordt de nepaccount opgeheven. Op zijn kaartje zie ik dat Jerrold de juiste man is voor dit klusje: 'client services representative'. Waarom is het zo moeilijk jullie te bereiken, vraag ik de man die de klanten zo graag ter wille wil zijn. Bestaat er werkelijk geen telefoonnummer? Nee, zegt Jerrold. Er zijn miljoenen LinkedIn'ers, stel dat die allemaal willen bellen? Ze zijn er wel mee bezig, misschien komt er een callcenter in Ierland. Dat klinkt mij nog wat vaag. Misschien is het beter als ik mijn andere, echte account ook maar meteen afsluit. Jerrold knikt, daar wil hij graag bij helpen. Hij belooft me dat ik gebeld of gemaild zal worden zodra hij en zijn fraudeteam meer weten.
Na een week zonder taal of teken van Jerrold stuur ik hem een berichtje, maar er komt geen antwoord. Misschien waren mijn verwachtingen na onze ontmoeting wel te hoog gespannen en vond hij het te veel gevraagd om ons contact te vervolgen.
Dat Jerrold toch woord heeft gehouden, besef ik als ik op internet ontdek dat mijn levenseinde-account niet meer actief is. De door mijzelf ooit aangemaakte account bestaat nog wel. Ik besluit die maar eens te gaan gebruiken. Wie weet wat het me brengt.
