VN MediagidsDenis Dutton van aldaily.com: 'Ik houd van Beethoven en The Simpsons'

Op 66-jarige leeftijd is 28 december de filosoof Denis Dutton, oprichter en redacteur van het weblog Arts & Letters Daily en hoogleraar aan de universiteit Canterbury (Nieuw Zeeland), aan prostaatkanker overleden. Hij richtte in 1998 aldaily.com op, de site waar elke maand 3,7 miljoen intellectuelen uit de hele wereld hun leesvoer vandaan halen. Vorig jaar verscheen zijn boek over het belang van de kunsten. Stefan Kuiper sprak in september 2009 met hem. Hieronder het gehele interview.
Het publiek verheffen? Hij zegt het zonder voorbehoud: 'Ik heb altijd een hekel gehad aan het woord schoolmeester - er kleeft iets ouderwets aan, de geur van verstofte kennis in plaats van nieuwe ideeën - maar ik heb wel degelijk een sterke drang om te onderwijzen. Het idee dat mensen iets van mij opsteken, maakt me zeer gelukkig.'
Daartoe heeft Denis Dutton ieder middel aangegrepen. Hij verspreidt zijn kennis als docent filosofie aan de Universiteit van Canterbury in Christchurch, Nieuw-Zeeland, als redacteur van het gezaghebbende tijdschrift Philosophy and Literature, maar ook door middel van ludieke acties als the Bad Writing Award, een inmiddels ter ziele gegane prijs voor het slechtste academische proza - de laatste winnares, filosofe Judith Butler, schopte dusdanig veel stennis over haar toekenning dat de jury besloot de trofee maar af te schaffen.
Duttons belangrijkste wapenfeit is Arts & Letters Daily, een soort digitale speeltuin voor intellectuelen. Het concept is even simpel als doeltreffend, en veel nagevolgd: zoek op het web de meest belangwekkende artikelen, breng de links naar deze stukken op één overzichtelijk vormgegeven pagina bijeen en voorzie ze van een prikkelende teaser. De onderwerpkeuze gaat door alle politieke geledingen heen en is volstrekt origineel.
Op ALD geen nieuws, modes of vlammende commentaren; wel een marxistische kritiek op basketbal of dat ene rare stuk van die Amerikaanse filmjournalist over stijve tepels bij filmsterren op premières tijdens de wandeling van limousine naar entree. Daarbij doet Dutton niet aan dumbing down of maximum lengtes: de stukken die hij selecteert, mogen best ingewikkeld zijn en kunnen rustig de tienduizend woorden overstijgen.
Het voorziet in een behoefte, want sinds haar geboorte online in het najaar van 1998 is Arts & Letters Daily bezig aan een zegetocht. Er waren prijzen, er was een overname door The Chronicle of Higher Education en Dutton werd door Time Magazine uitgeroepen tot een van de belangrijkste mediamensen ter wereld. Tegenwoordig is ALD met zo'n 3,7 miljoen lezers per maand - waarvan de meeste uit de Angelsaksische wereld, maar ook uit Duitsland en Nederland - veruit de populairste website in de academische en literaire wereld.
Oefening in goede smaak
Denis Dutton is een kleine, grijze man met een raspende stem en licht Amerikaans accent waarin nog een hint van zijn Californische afkomst klinkt. 'Vaak hoor je dat mensen door de komst van internet niet meer de concentratie hebben om langere artikelen te lezen,' zegt hij tijdens een interview via Skype. 'Wij zijn er het levende bewijs van dat dat flauwekul is.'
Het kunstinstinct bood evolutionair nut
De opzet van de site is sinds het begin nauwelijks veranderd. Nog steeds stuurt zijn collega Tran Huu Dung, professor economie aan de Wright State University van Ohio, hem elke avond tussen zeven en acht een vracht nieuwe essays. Nog steeds schrijft hij zelf zijn beruchte intro's bij de artikelen. Nog steeds ook heeft de site het sobere, aan koloniale periodieken ontleende uiterlijk - geen afbeeldingen, geen foto's - dat haar de status opleverde van het Weense koffiehuis onder de websites: degelijk, gecultiveerd, misschien zelfs een tikje conservatief.
'Informatie zoeken op internet kun je nog het best vergelijken met drinken uit een brandslang,' zegt Dutton. 'Er is te veel aanbod, te veel nieuws, te veel beeld, te veel van alles - bovendien is het grootste deel irrelevant en oninteressant. In die jungle aan informatie hebben mensen behoefte aan iemand die het kaf van het koren scheidt. Wij speuren naar het beste dat het web te bieden heeft en maken dat direct toegankelijk. Naarmate het internet groeit, zal een site als Arts & Letters Daily alleen maar belangrijker worden.' Van een machtspositie - een artikel op ALD kan een auteur in één klap wereldfaam bezorgen - wil hij niets weten: 'Wij zien ons werk niet als een oefening in macht. Eerder als een oefening in goede smaak.'
Kunstinstinct
Deze week verscheen in Nederland de vertaling van The Art Instinct, Duttons erudiete en meeslepende studie over kunst en de evolutietheorie. Waarom maken en genieten mensen van kunst, zo luidt de centrale vraag van het boek. Denis Dutton: 'We luisteren allemaal graag naar muziek, we houden allemaal van dansen, we kijken allemaal graag naar afbeeldingen - ik wilde uitzoeken waarom dat zo is, en wat dat zegt over ons.' Een antwoord vond hij bij Darwin: 'Het kunstinstinct bood volgens mij evolutionair nut. Ooit, in het paleolithicum, zo'n tachtigduizend jaar geleden, vergrootte een grote verbeeldingskracht en ambachtelijke virtuositeit onze kans op overleving - onze huidige scheppingsdrang is daarvan de erfenis.'
Tot zover de theorie. Kunt u een praktisch voorbeeld geven van zo'n adaptatie?
'De landschapsschilderkunst. Onderzoek heeft uitgewezen dat wij mensen het liefst naar een specifiek soort landschap kijken: weids, overzichtelijk, met water en heuvels en paadjes, een overhangende eik misschien, een beetje zoals Van Ruysdael of Jan van Goyen het graag afbeeldde. Wat blijkt? Die landschappen zijn precies het soort plekken waar onze verre voorouders graag vertoefden omdat ze er veiligheid en de kans op voedsel vonden. Dat wij die landschappen nu mooi vinden, is geen esthetische willekeur; het komt doordat onze voorouders een grote kans hadden er te overleven.
Een ander voorbeeld is de drang om fictie te vertellen. Onze voorouders stonden voortdurend bloot aan gevaren. Ze hadden de kans om giftig voedsel te eten, om aangevallen te worden door een wild beest, of om in onmin te raken met een vijandige stam. In zo'n bedreigende wereld was het een enorm voordeel wanneer je je scenario's kon voorstellen en die kon communiceren. Uit dat voordeel ontstond de kunst van het verhalen vertellen - een vermogen dat je bij geen enkel ander beest tegenkomt.'
Sommige evolutionair-psychologen menen dat het hier geen sturende mechanismen betreft. Ze noemen uw kunstinstinct slechts een bijproduct van de evolutie.
'Daar ben ik het niet mee eens - en wel om drie redenen. Een: de kunst produceert intens genot, een ervaring die verder eigenlijk alleen te vergelijken is met liefde. Twee: de kunstervaring is universeel, iedereen kent het. En drie: het genot van kunst en fictie leren we spontaan tijdens de kindertijd. Kijk maar naar kleuters die met theekopjes met imaginaire thee spelen; niemand heeft ze verteld hoe ze die scheiding tussen echte en imaginaire wereld moeten maken. Ze leren het spontaan - net als taal.'
Duttons belangrijkste argument voor het bestaan van een 'kunstinstinct' vindt hij in seksuele selectie: het hele circus van keuren, beoordelen, paren en voortplanten dat de menselijke soort haar hedendaagse uiterlijk heeft gegeven. 'Het is bekend dat in het dierenrijk naast fysieke kracht ook schoonheid een belangrijk selectieprincipe is. Denk bijvoorbeeld aan de pauwenstaart. Die heeft geen ander nut dan de vrouwtjes te imponeren en te verleiden - hoe groter en mooier de staart, hoe groter de kans op veel partners. Er is een analogie met de mensenwereld. Ook daar gelden andere criteria dan de grootte van de biceps en de hoeveelheid spierkracht; humor, gevoeligheid, empathie en fantasie zijn net zo belangrijk. Het meest voor de hand liggende voorbeeld is natuurlijk de rockband, omringd door een roedel van gretige groupies, maar je kunt ook denken aan de poëzie. De dichtkunst maakt deel uit van een paringsrite, dat is mijn stelligste overtuiging - het is geen toeval dat ze voor negentig procent over de liefde gaat. Let wel: kunst is voor de evolutie niet allesbepalend. Anders zou iedereen wel kunstenaar zijn.'
Antropologische clichés
Dutton kreeg veel lof voor zijn boek, maar er was ook kritiek. Daar zaten voorspelbare klachten van creationisten tussen, maar ook minder voorspelbare klachten vanuit de linkse academische hoek. Die laatste groep zag in Duttons ideeën - met zijn nadruk op één alomvattende kunstdrift - een pleidooi voor conservatisme en een verkapte poging om de superioriteit van zijn eigen smaak te bevestigen aan de hand van een wetenschappelijke theorie.
Dutton, nuchter: 'Het is de bekende reflex: iedereen die verder wil kijken dan de cultuur, conservatief te noemen. Het idee dat kunst een sociale constructie is en dat ze altijd wordt bepaald door de omgeving is niet zaligmakend. Het zijn antropologische clichés uit de jaren zestig en zeventig waar we vanaf moeten.'
Maar er bestáán toch cultuurverschillen?
'Natuurlijk bestaan er cultuurverschillen, alleen zijn die minder sterk dan we denken. Er bestaat niet één kunstvorm die voor de rest van de wereld niet te begrijpen is. Ik kan dat zeggen, want ik heb het aan den lijve ondervonden. Ik houd van Beethoven en The Simpsons, maar ik bespeel ook de citer, en ik ben ook in Nieuw-Guinea geweest, waar ik bij de beeldensnijders aan de Sepik rivier de kunst van het beeldsnijden leerde. Kunsthistorici en antropologen hebben de neiging om zich te fixeren op de verschillen tussen culturen - hoe kan het dat kunstvoorwerpen uit de Afrikaanse Baule cultuur verschillen van die van westerse kunstenaars? Ik ben juist geïnteresseerd in de overeenkomsten.'
Het probleem van uw werkwijze lijkt me het speculatieve karakter ervan: de periodes waarover u spreekt zijn zo lang geleden en er is zo weinig materiaal van bewaard gebleven, dat er niets valt te verifiëren.
'Elk verhaal over het pleistoceen is deels speculatief, dat klopt, maar de artefacten die we hebben, moeten we niet ontkennen. We hebben wapens, muurschilderingen, fossiele voetsporen. We weten dat onze voorouderen van dansen hielden - dus waarom zouden ze geen muziek hebben gehad? Als we deze objecten combineren met onze kennis van de jaag- en verzamelcultuur uit de achttiende en negentiende eeuw, kunnen we ons een goed beeld vormen. En hebben we onszelf: door reverse engineering kunnen we onze stappen terug volgen. Wij hebben de neiging om onze voorouders voor te stellen als primitief en onverzorgd, met kapsels die alle kanten op staan, maar daarmee doen we ze tekort. Ook zij droegen make-up, tatoeages, kapsels en haarbanden. We geven het misschien niet graag toe, maar ze leken meer op ons dan we denken.'
Denis Dutton Art Instinct. Zit kunst in onze genen?, Nieuw Amsterdam, 359 pag., € 22,50
Interview Agnes Jongerius
‘Staatssecretaris De Krom heeft alleen interesse voor wat het beste is voor zijn eigen politieke carrière.’
De blinde vlek van Pechtold
De leider van D66 ging praten met Henk en Ingrid. Maar is hij er ook wijzer van geworden?
