Vrij Nederland De rode ambassadeur-affairette

Foto; Joost van den Broek/HH Foto; Joost van den Broek/HH

De rode ambassadeur-affairette

Als laster komt uit de mond van een geaffecteerd sprekende, linkse meneer, knikken we eerbiedig.

Door Elma Drayer

Als laster komt uit de mond van een geaffecteerd sprekende, linkse meneer, knikken we eerbiedig.

Door Elma Drayer

In zijn actieve jaren was hij het lievelingetje van de vaderlandse journalistiek: een heuse diplomaat die niettemin precies zei wat hij dacht en deed wat hij zei. Eind mei kwam Coen Stork, inmiddels vierentachtig, weer eens aan het woord in de Volkskrant.

Aanleiding: het boek dat Peter Henk Steenhuis over hem schreef onder de titel De rode ambassadeur. In het krantengesprek putte de man uitvoerig uit zijn heldenrepertoire en haalde hij flink uit naar zijn oud-collega’s. Hij noemde iedereen bij naam en toenaam. En interviewer Jan Tromp tikte het smakelijk op. De ene diplomaat deed het met de archivaresse, de andere sloeg slechts reactionaire praatjes uit, een derde was zo wereldvreemd dat-ie niet wist dat John F. Kennedy was vermoord en dan had je nog een ‘profiteur’, die opsneed over zijn vaardigheden in het ‘flessen’ van het ministerie. Bovendien was Stork opgevallen dat collega’s die niet deugden één overeenkomst bezaten: ze waren ‘allemaal’ van adel.

Na lezing was ik verbaasd. Natuurlijk mag ik in een interview beweren dat hoofdredacteur Y een drankprobleem heeft of dat recensent Z zich regelmatig door uitgevers laat fêteren. En natuurlijk zegt zulke achterklap meer over mij dan over de besprokenen. Maar een beetje journalist legt zulke uitspraken toch even voor aan X, Y en Z. Heel simpel, opdat zij die in hun perspectief kunnen plaatsen. Waarom was dat hier niet gebeurd?

De collega’s die niet deugden waren allemaal van adel

Vreemd genoeg begon het pas vorige week enigszins te rommelen. Op de site van vakblad Villamedia wierp journalist Peter Olsthoorn een wat schriller licht op diens heldenverhalen. Waarna hij, heel voorzichtig, deze wijze van interviewen vergeleek met het etaleren van je profiel op Facebook: net zo eenzijdig.

Afgelopen zaterdag wijdde de Ombudsvrouw van de Volkskrant haar rubriek aan de kwestie, waarbij ze zich vooral druk maakte over de formele kant ervan: had de krant zich aan de eigen regels gehouden? Diezelfde dag plaatste de redactie een brief van de diplomaat die Stork van flessentrekkerij had beticht (‘Kennelijk is uw rancune dermate groot dat fatsoen en geloofwaardigheid geen enkele rol meer voor u spelen’). Hij eiste ‘publieke rectificatie’. De rode ambassadeur zelve mocht daar weer op reageren. Voor de kwalificatie ‘flessen’ bood hij zijn verontschuldiging aan. Maar voor de rest? Stork verwees naar de archieven. Al met al was het een affairette die tot nadenken stemde. Laster en roddelpraat vinden wij van de pers doorgaans niet publicabel. Maar als die komen uit de mond van een geaffecteerd sprekende, linkse meneer, dan knikken we eerbiedig. En gunnen we hem nog het laatste woord ook.

18-06-2012 / Media