Vrij Nederland De omroepgids: al lang niet meer onmisbaar

Het verbeten gevecht om 
de programmagegevens is 
een raadselachtig fenomeen.

Door Elma Drayer

Foto: Spaarnestad photo Foto: Spaarnestad photo

De omroepgids: al lang niet meer onmisbaar

Het verbeten gevecht om 
de programmagegevens is 
een raadselachtig fenomeen.

Door Elma Drayer

Er was een tijd dat vrijwel elk huisgezin er eentje bezat. Dat had onmiskenbaar z’n voordelen. Zo wist je na één blik op het interieur tot welke zuil de ouders van een nieuw vriendje behoorden.

Lag de Televizier opengeslagen op de salontafel, dan waren het inbrave, rechtse lieden. Maar slingerde de VPRO-gids op de ribfluwelen bank, dan was ik een tikje jaloers: dit waren zonder twijfel Progressieve Ouders. Bij ons thuis lazen we namelijk de oerdegelijke, oersaaie NCRV-gids. Geen wapenfeit waarop je als linksige puber in de jaren zeventig trots kon zijn. Toen ik eenmaal voldoende verdiende, nam ik ook een gids – en welke, dat spreekt. Het was in mijn ogen een daad die paste bij het grotemensenbestaan.Als je dit aan leden van een jongere generatie probeert uit te leggen, kijken ze je glazig aan. Hun mediaconsumptie vereist weliswaar vele hulpmiddelen, een papieren televisiegids hoort daar niet bij. En eerlijk is eerlijk, zelf blader ik er ook nauwelijks meer in, althans niet voor de zogeheten programmagegevens. Als ik het blad al uit zijn jas help, dan voor het schrijversinterview, de fijne columns van Esther Gerritsen of de aandoenlijke kinderbrieven op de achterpagina – rubrieken die je trouwens moeiteloos elders zou kunnen aantreffen. Dat de gids nog steeds door mijn brievenbus valt, heeft vrees ik vooral te maken met opzegluiheid. Niet met onmisbaarheid.

Denken ze bij De Telegraaf nu heus dat ze daarmee wél lezers trekken?

Een kleine rondgang leert dat ik geen uitzondering ben. De oplagecijfers van de omroepbladen dalen gestaag, en met ijzeren onverbiddelijkheid (in vijf jaar tijd van zo’n 4,5 naar 3,5 miljoen exemplaren). Het maakt het verbeten gevecht om de programmagegevens des te raadselachtiger.
De Tweede Kamer besloot in april dat die in de toekomst vrijelijk verkrijgbaar moeten zijn. Omroeporganisaties, publieke en commerciële, betreuren dat eensgezind. Zij vrezen dat lezers weglopen bij hun eigen bladen. 
Dus toen De Telegraaf onlangs, vanwege de voetbalweken, alvast begon met een televisiegids, spanden ze onmiddellijk een kort geding aan. Ze kregen van de rechter gelijk, maar de krant heeft al laten weten door te gaan met de strijd. Hoofdredacteur Sjuul Paradijs noemde het verbod discriminatie van ‘onze lezers’ en een ‘absurd’ monopolie.Vanwaar die hebberigheid? Denken ze bij de wakkere krant van Nederland nu heus dat zij met het afdrukken van programmagegevens wél lezers zullen trekken?Omroepgidsen, het is niet anders, zijn als de postbode en het reisbureau. Ooit leken ze onontbeerlijk. En wie ermee opgroeide, kijkt er met weemoed op terug. Maar een tweede jeugd? Ik zie het niet gebeuren.

02-07-2012 / Media