VN MediagidsDe luis sterft uit

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Media 10.11.2011

Door Elma Drayer

Journalisten horen de luizen in de pels van het gezag te zijn, vinden ze. Maar ze gedragen zich als cheerleaders.

Afbeelding bij De luis sterft uit

Afgelopen vrijdag in het Amsterdamse debatcentrum De Balie. Alle deelnemers aan de zogeheten Dag van de Journalistiek krijgen na registratie een vlammend rood kaartje om de nek gehangen met daarop in witte letters PRESS. Tot de uitgereikte parafernalia behoort tevens een pen. Niet erg noodzakelijk, zou je zeggen, voor een gezelschap dat daarmee zijn brood verdient. Maar het is vast ironisch bedoeld.

De conferentie is een initiatief van de Stichting Democratie en Media, die aldus het debat over 'de belangrijke rol van de journalistiek' in de samenleving wil stimuleren. 'Macht en verantwoordelijkheid', luidt het nogal weidse dagthema. En liefst vier buitenlandse coryfeeën zijn speciaal ingevlogen om zich erover te buigen, van wie de Amerikaan Seymour Hersh onbetwist de beroemdste is. In de jaren zeventig verwierf de man een Pulitzer Prize met zijn onthullingen over de slachtpartij bij het Vietnamese My Lai. In 2004 bracht hij in weekblad The New Yorker het martelschandaal in Abu Ghraib aan het licht.

Geroutineerd voert Hersh, inmiddels vierenzeventig, het gehoor langs de vele internationale brandhaarden waarin zijn natie een bedenkelijke rol heeft gespeeld, speelt en nog zal spelen. Sinds George W. Bush de War on Terror begon, is er volgens hem niets dan ellende geweest. En zijn opvolger Barack Obama bakt er tot nog toe weinig van. Over zijn vakgenoten blijkt Hersh al evenmin te spreken. Wij staan, vindt hij, te weinig wantrouwend tegenover de heersende machten. Terwijl journalisten geen cheerleaders horen te zijn, onze taak is het om hen bij de les te houden. Hen constant te herinneren aan de hoge morele standaarden die ze eigenlijk zouden moeten uitdragen. 'En dat doen we niet.'

De sombere toon is gezet, en zal de rest van de conferentie niet meer wijken. Ook in Nederland, klaagt de ene na de andere spreker, lijdt de klassieke journalistiek een kwijnend bestaan. Grappig genoeg ligt dat hier, begrijp ik, bovenal aan les autres. Gierige hoofdredacteuren die er geen budget voor willen vrijmaken, gemakzuchtige lezers die geen lange teksten meer aankunnen, de advertentiemarkt, sites die gratis nieuws aanbieden, de concurrentie van 'burgerjournalisten', de algehele 'verplatting' die het hedendaagse bestaan teistert - een keur aan boosdoeners trekt voorbij.

Gelukkig is er een uitweg bedacht uit de malaise. Er moet een 'centrum' komen om genoemd 'gat' te vullen. Als lichtend voorbeeld geldt ProPublica, een Amerikaans non-profitinstituut dat onderzoeksverhalen levert die de gevestigde media graag blijken door te plaatsen. En volgens menigeen in de zaal zou de overheid zo'n organisatie moeten subsidiëren. Zij financiert de publieke omroepen tenslotte ook.

Ik kan mijn oren nauwelijks geloven. Natuurlijk, mijn beroepsgroep staat erom bekend iedereen gretig de maat te nemen, behalve zichzelf. Maar het is lang geleden dat ik dit imago zo pijnlijk bevestigd zag als op deze Dag van de Journalistiek. Dit is toch het land waar de pers jarenlang enthousiast de malle onderzoeksbevindingen van een Tilburgse professor doorgaf, zonder hem ooit één kritische vraag te stellen? Waar, ander voorbeeld, zelfs een kwaliteitskrant klakkeloos de overduidelijke fakebrief van een uitgeprocedeerde asielzoeker publiceerde als echt? Waar zelfs het eenvoudige handwerk, kortom, in het ongerede is geraakt?

Pas om 15.40 uur merkt iemand voor het eerst op dat wij 'misschien ook een beetje naar onszelf moeten kijken'. Veel aandacht krijgt zijn analyse niet.

Lieve help

De verzorgingsstaat op z’n retour? Het groeit en bloeit daar, in die bossen.

Stephan Sanders op 16.05.2012 -

Micha Wertheim

Micha Wertheim

Micha Wertheim op 16.05.2012 -