VN MediagidsArbitraire toppers
Media 22.11.2011
Hoe gewichtiger de tophonderd van een krant of blad, hoe schimmiger de criteria om erin te komen.
Om mij onbekende redenen is november de maand waarin het verschijnsel om zich heen grijpt. Ik zag althans de afgelopen weken maar liefst vier tophonderden voorbijkomen.
Zakenblad Quote, ere wie ere toekomt, was in 1997 de eerste - in navolging van buitenlandse broeders als Forbes en Fortune. De zogeheten Quote 500 bleek van meet af aan een verkoophit, niet het minst doordat menig vermogend vaderlander zichzelf ongaarne erin vermeld zag staan en dat briesend liet weten ook.
Toch duurde het tot 2006 voor een andere medium het concept kopieerde. Dat jaar begon de Volkskrant met de Top 200 van Invloedrijkste Nederlanders. In 2009 volgde maandblad Opzij, waar ze de Top 100 van Machtige Vrouwen bedachten. En in hetzelfde jaar publiceerde dagblad Trouw De Duurzame 100, register van 'invloedrijke duurzame Nederlanders'.
De aantrekkingskracht van het genre is niet moeilijk te begrijpen. Het samenstellen van zo'n ranglijst vergt behoorlijk wat redactionele energie, vergaderuren en stress, maar gratis publiciteit is gegarandeerd - zeker als er ophef ontstaat over wie hem wel en wie hem niet heeft gehaald. En heeft de betreffende tophonderd eenmaal enige status verworven, dan zijn andere media altijd bereid het persbericht over te nemen.
Quote weet dat in elk geval moeiteloos voor elkaar te krijgen. Ditmaal was het nieuwtje dat Nederlandse rijken ondanks de economische tegenwind almaar rijker worden. Vorig jaar was eenenvijftig miljoen euro voldoende om tot de vijfhonderd vermogendste Nederlanders te behoren, in 2011 moet je minstens vijfenvijftig miljoen bezitten.
Je kunt nog altijd welgesteld raken van panty's en graszaden
Nadere bestudering van de jongste editie leert tevens dat je nog altijd heel welgesteld kunt raken van oersaaie producten als panty's, eieren, kunstgebitten, ventilatoren, graszaden en verfkwasten. En dat de bijbehorende stukjes nog altijd geschreven zijn in het jolige jongensboekjargon ('Quote wiekte richting Alpen en zocht uit wie zijn miljoenen het hardst laat jodelen') waarmee het blad ooit faam verwierf. Veel méér journalistieke pretentie dan het bieden van bladerplezier heeft de Quote-redactie geloof ik niet.
Bij de andere drie leveranciers van tophonderden ligt dat anders. Hun projecten buigen bijkans door van journalistieke gewichtigheid, terwijl hun criteria juist uitmunten in journalistieke schimmigheid.
Zo beoogt de Volkskrant met haar Top 200 'de gevestigde orde' in beeld te brengen, 'de schaduwmacht van notabelen'. Daartoe gebruikt de redactie een 'computermodel' én voert ze 'vertrouwelijke gesprekken met prominenten uit de elite'.
Even mysterieus zijn de maatstaven die Opzij aanlegt. Om in aanmerking te komen voor een plaatsje op de lijst, moeten vrouwen macht bezitten 'die voortkomt uit hun functie', waarbij ze hun positie gebruiken om 'dingen te veranderen' - het staat er echt. Kandidaten dienen bovendien 'zichtbaar' te zijn, anderen te 'inspireren', en 'nevenfuncties' te bezitten ('liefst sectoroverschrijdende').
Personages ten slotte die in aanmerking komen voor De Duurzame 100 moeten niet alleen de groene gedachte zijn toegedaan, maar ook 'daadkracht' tonen, waarbij ze zich 'weinig aantrekken van kaders en overlegstructuren'.
Niet dat je zegt snoeiharde, laat staan controleerbare criteria.
Natuurlijk kan het heus geen kwaad - al die namen van stijgers, dalers en nieuwkomers, al die postzegelfoto's, al die miniprofieltjes. Maar wat de lezer ermee opschiet? Het is mij onbekend.
Foto: Ade Johnson / ANP
