Wesam Al D. blijft gevangen zitten

Het OM en de rechtbank willen Wesam Al D. die in de VS voor terrorisme is veroordeeld niet schorsen tot aan zijn proces in Rotterdam. Zijn advocaat eiste zijn vrijlating omdat Al D.’ s detentie in Amerika zeer zwaar was geweest. De rechter: ‘Er zijn geen getuigen dat hij daar verplicht heeft moeten toekijken bij een verkrachting.’

Het Openbaar Ministerie vindt niet dat Wesam Al D. die in de VS voor terrorisme is veroordeeld tot vijfentwintig jaar cel in vrijheid zijn proces in Rotterdam mag afwachten. De Nederlandse rechter moet zich namelijk uitspreken over de omzetting van deze Amerikaanse straf naar Nederlandse maatstaven. Dat zou vandaag, 7 juni, gebeuren. De Amerikaanse rechtbank-stukken zijn echter nog niet vertaald. Daarom wordt zijn zaak pas over twee maanden behandeld.

Volgens officier van justitie Gerda Oosterveld heeft Al D. zich schuldig gemaakt aan ernstige misdaden: het beramen van bomaanslagen op Amerikaanse soldaten in Irak en mishandeling van een Amerikaanse cipier. De rechtbank is het eens met het OM: de verdachte hoort in de gevangenis thuis. De verdediging uiteraard niet.

Wesam Al D. zit sinds zijn terugkeer in april in de terroristenafdeling in de gevangenis in Vught waar ook Mohammed B. en Samir A. verblijven. In Amerika onderging hij een extreem zware detentie volgens zijn advocaat Victor Koppe. Al D. was ondergebracht in de beruchte DC Jail in Washington. De raadsman vond dat het daarom de hoogste tijd werd om zijn cliënt te schorsen uit zijn detentie.

Naar Nederlandse maatstaven kan hij hoogstens acht jaar krijgen, betoogde Koppe. Al D. zit al vast sinds zijn aanhouding in 2005 in Amersfoort. In Amerika verbleef hij vervolgens twee keer maandenlang in isolatie. Koppe: ‘Al D. heeft een onmenselijke en vernederende behandeling ondergaan.’

- Uit meerdere bronnen meldde Epafras dat Wesam Al D. werd geconfronteerd met uitwerpselen in vervuilde cellen en naar hem spugende bewakers

Koppe en Al D. zelf herinnerden de rechters er aan dat de VS aan Nederland hadden beloofd dat hij een goede behandeling zou krijgen. Koppe en advocaat Bert Stapert hadden daarover gesprekken gevoerd met medewerkers van de Nederlandse ambassade in Washington die hier zicht op hadden. Die wisten van de ‘flagrante schending van de mensenrechten van Al D.’ Volgens Koppe hebben de klachten hierover vanuit de ambassade er indertijd toe geleid dat de rechtshulprelatie tussen Nederland en de VS bijna tijdelijk is opgeschort geweest. ‘Dat is niet gebeurd omdat er een nieuwe president is gekozen en er “nieuwe wind” zou gaan waaien bij de verantwoordelijke justitële autoriteiten.’

De strafpleiter had een goede bron, zei hij. ‘Richard Gerding, de belangrijkste justitiële vertegenwoordiger vertelde me dit alles tijdens een bezoek aan mijn kantoor in 2009. Hij vroeg me alleen er niet met derden over te spreken.’

Wel raadde Gerding Koppe aan deze zware detentie vooral ter sprake te brengen bij de rechtbank als die moest beslissen over de overzetting van de Amerikaanse straf. De raadsman: ‘Het zegt nogal wat als een ambtenaar uit eigener beweging naar een kantoor van een advocaat komt om te zeggen dat Wesam nooit had mogen worden uitgeleverd.’

De consul in Amerika bracht Koppe eveneens op de hoogte van de bijzonder zware detentie van Al D. Ook had de advocaat van Epafras (een stichting die hulp biedt aan gedetineerden in het buitenland en wordt gesubsidieerd door het ministerie van Buitenlandse Zaken) een zorgwekkend rapport ontvangen. Uit meerdere bronnen meldde Epafras dat Wesam Al D. geconfronteerd werd met uitwerpselen in vervuilde cellen en naar hem spugende bewakers. Ook was er sprake van een langdurige naakte opsluiting in een natte cel. Al D. was verplicht getuige van een verkrachting en werd geïntimideerd door bewakers die zelf in Irak hadden gevochten.

Het OM betwistte het verhaal van Koppe. De officier van justitie had de Amerikaanse autoriteiten om nader onderzoek gevraagd naar deze slechte omstandigheden in de gevangenis. Die hadden haar voorgehouden dat het een normale detentie betrof. ‘Er was geen sprake geweest van onacceptabele omstandigheden.’ Ze ontkende dat er sprake is van een richtingenstrijd tussen Justitie en Buitenlandse Zaken. ‘Gerding gaat immers niet over de strafmaat.’ Wat Oosterveld betreft telt dit alles ook niet mee bij het afwegen van de Nederlandse strafeis en deze Amerikaanse toestanden waren zeker geen reden om Al D. al op vrije voeten te stellen.
Het OM kreeg hierbij de rechtbank mee: ‘Er zijn geen getuigen dat Al D. verplicht moest toekijken bij een verkrachting.’

Richard Gerding op de ambassade in Washington wenste desgevraagd niet op de uitspraak van de Rotterdamse rechter of het OM in te gaan. Wesam Al D.’s Amerikaanse raadsman Gregory Smith benadrukt in een reactie op de zitting in Nederland dat er werkelijk sprake is van deplorabele gevangenisomstandigheden in DC Jail. Hij is verbaasd dat het Nederlandse OM nog extra in gaat op de mishandeling van de Amerikaanse cipier om de ernst van de zaak aan te geven.

Smith: ‘Wesam nam niet het initiatief om een schop aan een bewaker uit te delen. Er was een relletje tussen zijn medegedetineerden en de bewakers. Hij had er niets mee van doen, maar stond tussen de groepen in. Hij moest partij kiezen. Een onmogelijke situatie eigenlijk. Want aan beide keuzes waren consequenties voor hem verbonden.’

Al D. had die zaak bij de de Amerikaanse rechter willen aanvechten, zegt Smith. ‘Maar je weet niet wanneer zo’n zaak in behandeling wordt genomen. Dat kan jaren duren. Al D. bekende alleen schuld voor een plea, een overeenkomst met justitie, omdat hij zo snel mogelijk naar Nederland wilde worden uitgeleverd. Die achttien maanden voor de mishandeling had de officier als het ware al weggestreept met de vijfentwintig jaar die hij voor het beramen van de aanslagen had gekregen.’

Door Marian Husken / Freke Vuijst / 07 juni 2010 / ()
[reageren]